Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1030 v.Chr.

Jonathan in de Bijbel

Jonathan (יוֹנָתָן, Hebreeuws) - “De HEERE heeft gegeven”

Wie was Jonathan?

Jonathan was de zoon van Saul, de eerste koning van Israël. Hij overviel bij Michmas met zijn wapendrager een Filistijnse bezetting, sloot een verbond met David (1 Samuël 18:3) en beschermde hem tegen zijn vader. Hij sneuvelde met Saul op het gebergte Gilboa, waarna David hem beweende.

Jonathan komt voor in het eerste boek Samuël, van hoofdstuk 13 tot en met 31, en in de terugblik van 2 Samuël 1, 4, 9 en 21. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Jonathan, met th. Hij was een zoon van Saul, en in de opsomming van Sauls zonen staat hij vooraan: "Jonathan, en Isvi, en Malchi-sua" (1 Samuël 14:49). Michal, de vrouw van David, was zijn zuster. Zijn verhaal heeft twee helften. In de eerste is hij de dappere zoon van de koning. Hij slaat de Filistijnse bezetting te Geba en klimt later met alleen zijn wapendrager tegen een rotswand op naar een Filistijnse post bij Michmas, met de woorden dat er bij den HEERE "geen verhindering" is, "om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Samuël 14:6). In de tweede helft staat hij tussen zijn vader en zijn vriend. Na Davids overwinning op Goliath, zo vertelt 1 Samuël 18:1, gebeurde het "dat de ziel van Jonathan verbonden werd aan de ziel van David", en de twee sloten een verbond. Toen Saul David naar het leven stond, koos Jonathan voor David zonder zijn vader te verlaten. Het opmerkelijke aan Jonathan is wat hij losliet. Als zoon van de koning lag de troon voor hem klaar, en Saul hield hem dat ook voor (1 Samuël 20:31). Toch zei Jonathan in de woestijn Zif tegen David: "gij zult koning worden over Israel, en ik zal de tweede bij u zijn" (1 Samuël 23:17). Zo ver kwam het niet. Jonathan sneuvelde met zijn vader en twee broers op het gebergte Gilboa, en David beweende hem in een klaaglied waarin de klacht "Hoe zijn de helden gevallen" steeds terugkeert (2 Samuël 1:19, 25, 27). Niet te verwarren met de andere mannen die in de Bijbel Jonathan heten, zoals de priester Jonathan, de zoon van Gersom (Richteren 18:30), Jonathan, de zoon van de priester Abjathar (2 Samuël 15:27), en Davids neef Jonathan, de zoon van Simea (2 Samuël 21:21). Over zijn zoon Mefiboset, in de Statenvertaling Mefiboseth, is er een eigen pagina.

Historische context

Jonathan leefde rond 1030 voor Christus, in de tijd van Saul, de eerste koning van Israël. De regering van Saul wordt doorgaans in de tweede helft van de elfde eeuw voor Christus geplaatst; exacte jaartallen geeft de Bijbel niet. Israël was net overgegaan van de losse stammen van de richterentijd naar een koningschap, en dat koningschap stond onder zware druk van de Filistijnen. De Filistijnen woonden in de kustvlakte en drongen het heuvelland binnen met bezettingen, kleine versterkte posten van waaruit zij het land beheersten. Een van die posten lag te Geba, en die sloeg Jonathan (1 Samuël 13:3). De Filistijnen hielden ook het smeden in eigen hand: "er werd geen smid gevonden in het ganse land van Israel" (1 Samuël 13:19). Op de dag van de strijd hadden alleen Saul en Jonathan een zwaard en een spies (1 Samuël 13:22). Wie dat weet, begrijpt beter hoe gewaagd de klim bij Michmas was. Michmas en Geba lagen tegenover elkaar aan weerszijden van een diep dal ten noorden van Jeruzalem. De Bijbel noemt de twee rotspunten bij de doorgang bij name, Bozes en Sene, de ene naar het noorden en de andere naar het zuiden (1 Samuël 14:4-5). Jonathan klom "op zijn handen en op zijn voeten" naar boven, met zijn wapendrager achter zich (1 Samuël 14:13). Aan het hof van Saul hoorden de maaltijden op de nieuwe maan, het begin van de maand, tot de vaste ordening. Daar werd een lege plaats opgemerkt (1 Samuël 20:25-27). David liet zich verontschuldigen met het jaarlijkse offer van zijn geslacht in Bethlehem (1 Samuël 20:6), en de reactie van Saul daarop maakte het afgesproken teken met de pijlen nodig. Dat Jonathan David bij het sluiten van het verbond zijn mantel, zijn klederen, zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel gaf (1 Samuël 18:4), zien veel uitleggers als meer dan een vriendengeschenk: de kroonprins kleedde David in zijn eigen uitrusting. De tekst zelf legt het gebaar niet uit. Jonathan sneuvelde in de slag op het gebergte Gilboa, met zijn broers Abinadab en Malchisua (1 Samuël 31:2). Toen het bericht van Gilboa kwam, was Jonathans zoon Mefiboset vijf jaar oud (2 Samuël 4:4). De Filistijnen hingen de lichamen van Saul en zijn zonen aan de muur van Beth-San; de mannen van Jabes in Gilead haalden ze 's nachts weg en begroeven hun beenderen (1 Samuël 31:12-13). Later liet David de beenderen van Saul en Jonathan overbrengen naar het graf van Kis te Zela in Benjamin (2 Samuël 21:12-14).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig en vol vertrouwen op God, die kan verlossen door velen of door weinigen (1 Samuël 14:6)
  • Trouw in vriendschap en verbond (1 Samuël 18:3)
  • Kwam voor David op bij zijn vader, ook toen dat gevaarlijk werd (1 Samuël 19:4)
  • Zelfverloochenend: hij erkende dat David koning zou worden en niet hijzelf (1 Samuël 23:17)
  • Bleef zijn vader trouw tot in de dood en viel naast hem op Gilboa (1 Samuël 31:2)

Theologische betekenis

Het verhaal van Jonathan begint met een zin over God. Voordat hij naar de Filistijnen opklimt, zegt hij: "misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Samuël 14:6). Dat "misschien" is geen twijfel aan Gods macht maar ontzag voor Gods vrijheid. De uitkomst bevestigt het: de tekst noemt de paniek in het Filistijnse leger "een beving Gods" (1 Samuël 14:15) en zegt dat de HEERE Israël die dag verloste (1 Samuël 14:23). In één hoofdstuk staan zo het geloof van de zoon en de onrustige ijver van de vader naast elkaar. De vriendschap met David wordt in de Schrift steeds in de taal van het verbond beschreven. Jonathan en David "maakten een verbond" (1 Samuël 18:3); David spreekt van "een verbond des HEEREN" (1 Samuël 20:8); Jonathan breidt het uit naar het huis van David (1 Samuël 20:16) en vraagt dat David zijn weldadigheid niet zal afsnijden van zijn huis (1 Samuël 20:15). Het woord dat de Statenvertaling hier met weldadigheid (en in 1 Samuël 20:8 met barmhartigheid) weergeeft, wordt in het Oude Testament vaak gebruikt voor de trouw die bij een verbond hoort. De liefde tussen beiden is dus geen vaag gevoel maar een gezworen trouw voor Gods aangezicht. Daarom krijgt het verbond een vervolg na Jonathans dood. David vraagt: "Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?" (2 Samuël 9:1). Jonathans kreupele zoon Mefiboset krijgt de akkers van Saul terug en eet aan de tafel van de koning. Ook later spaart David hem "om den eed des HEEREN" (2 Samuël 21:7). Veel uitleggers zien hierin een afschaduwing van Gods genade, die de zwakke en onwaardige om een Ander aan Zijn tafel brengt. Ten slotte staat Jonathan in het verhaal als de man die plaats maakt. Saul vocht tegen Gods keuze voor David; Jonathan gaf zich eraan over. Dat zijn woorden "ik zal de tweede bij u zijn" (1 Samuël 23:17) niet uitkwamen en hij met zijn vader stierf, maakt zijn trouw niet minder. In de lijn van de Schrift, waarin het koningschap via David uitloopt op de Zoon van David (2 Samuël 7:12-16; Mattheüs 1:1), laat Jonathan zien wat het is om de door God gekozen koning boven de eigen aanspraken te stellen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jonathan (יוֹנָתָן, Hebreeuws)

Betekenis

De HEERE heeft gegeven

Betekenis van de naam Jonathan: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

De klim bij Michmas

Zonder het zijn vader te zeggen, klimt Jonathan met zijn wapendrager naar de Filistijnse bezetting. Zij verslaan omtrent twintig man, en er komt een beving in het leger: "het was een beving Gods".

1 Samuël 14:1-15

2

De honing en de bezwering van Saul

Saul had het volk onder een vloek verboden te eten tot de avond. Jonathan, die dat niet gehoord had, proeft wat honing. Het lot wijst hem aan en Saul wil hem doden, maar het volk verlost hem omdat hij "dit heden met God gedaan" heeft.

1 Samuël 14:24-45

3

Het verbond met David

Na de overwinning op Goliath wordt de ziel van Jonathan verbonden aan de ziel van David. Zij sluiten een verbond, en Jonathan geeft David zijn mantel, zijn klederen, zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel.

1 Samuël 18:1-4

4

Een goed woord voor David

Saul spreekt tot Jonathan en zijn knechten om David te doden. Jonathan waarschuwt David en spreekt bij zijn vader voor hem. Saul luistert en zweert dat David niet gedood zal worden.

1 Samuël 19:1-7

5

Het teken van de pijlen

Op het feest van de nieuwe maan werpt Saul zijn spies naar Jonathan, die opkomt voor David. Zoals afgesproken schiet Jonathan een pijl voorbij de jongen en roept: "Is niet de pijl van u af en verder?" Zo weet David dat hij moet vluchten. De vrienden kussen elkaar, wenen en nemen afscheid in de Naam des HEEREN.

1 Samuël 20:1-42

6

De laatste ontmoeting in de woestijn Zif

Jonathan zoekt David op in het woud en versterkt zijn hand in God. Hij zegt dat David koning wordt en hijzelf de tweede bij hem zal zijn. Zij vernieuwen hun verbond voor het aangezicht des HEEREN.

1 Samuël 23:16-18

7

Gesneuveld op Gilboa

In de slag tegen de Filistijnen vallen Jonathan en zijn broers Abinadab en Malchisua. Dezelfde dag sterft ook Saul, die in zijn zwaard valt.

1 Samuël 31:1-6

8

Davids klaaglied

David weeklaagt over Saul en Jonathan in een lied dat ook in het boek des Oprechten geschreven stond. Hij noemt Jonathan "mijn broeder" en herhaalt: "Hoe zijn de helden gevallen".

2 Samuël 1:17-27

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jonathan beter te begrijpen.

1 Samuël 14:6

“Jonathan nu zeide tot den jongen, die zijn wapenen droeg: Kom, en laat ons tot de bezetting dezer onbesnedenen overgaan; misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen.”

De geloofsuitspraak bij Michmas. Jonathan rekent niet met zijn eigen kracht, maar met de vrijheid van God om te verlossen.

1 Samuël 18:1

“Het geschiedde nu, als hij geeindigd had tot Saul te spreken, dat de ziel van Jonathan verbonden werd aan de ziel van David; en Jonathan beminde hem als zijn ziel.”

Het begin van de vriendschap, direct na het gesprek tussen David en Saul na de overwinning op Goliath.

1 Samuël 18:3

“Jonathan nu en David maakten een verbond, dewijl hij hem liefhad als zijn ziel.”

De vriendschap krijgt de vorm van een verbond, de taal van gezworen trouw.

1 Samuël 19:4

“Zo sprak dan Jonathan goed van David tot zijn vader Saul; en hij zeide tot hem: De koning zondige niet tegen zijn knecht David, omdat hij tegen u niet gezondigd heeft, en omdat zijn daden voor u zeer goed zijn.”

Jonathan pleit bij zijn vader voor David en wijst op wat David voor Israël gedaan heeft.

1 Samuël 20:16

“Alzo maakte Jonathan een verbond met het huis van David, zeggende: Dat het de HEERE eise van de hand der vijanden Davids!”

Het verbond reikt verder dan de twee vrienden: het omvat het huis van David.

1 Samuël 23:17

“En hij zeide tot hem: Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden, maar gij zult koning worden over Israel, en ik zal de tweede bij u zijn; ook weet mijn vader Saul zulks wel.”

De kroonprins erkent openlijk dat David koning wordt. Het is de laatste ontmoeting tussen de twee die de Bijbel vermeldt.

2 Samuël 1:26

“Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.”

Uit Davids klaaglied over Saul en Jonathan. David bezingt een trouw die Jonathan zijn troon en zijn veiligheid kostte.

2 Samuël 9:1

“En David zeide: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?”

David houdt het verbond na Jonathans dood. Het antwoord is Mefiboset, de kreupele zoon van Jonathan.

Tijdperiode

~1030 v.Chr.

Jonathan leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Bij Michmas zag Jonathan een overmacht en een rotswand, en toch zei hij dat het voor de HEERE geen verschil maakt of Hij door velen of door weinigen verlost (1 Samuël 14:6). Wij hoeven onze kansen niet te berekenen voordat wij God vertrouwen. Het "misschien" van Jonathan leert ons tegelijk bescheidenheid: wij schrijven God niet voor wat Hij moet doen, maar wij rekenen wel op wie Hij is. De vriendschap van Jonathan en David laat zien wat trouw is. Het was geen stemming maar een verbond, gesloten voor het aangezicht des HEEREN en volgehouden toen het gevaarlijk werd. Jonathan sprak goed van David toen anderen hem zwart maakten, en hij versterkte zijn hand in God toen David op de vlucht was. Zulke vriendschap kunnen wij elkaar ook geven: niet alleen gezelligheid, maar bemoediging die naar God wijst. Jonathan liet bovendien los wat hem toekwam. Hij had een troon kunnen verdedigen en koos ervoor de tweede te zijn naast de man die God gekozen had. Afgunst zit diep in ons, zoals bij Saul. Jonathan laat zien dat wij ons kunnen verheugen over wat God een ander geeft, ook als het ten koste gaat van onze eigen plaats. David hield het verbond, ook toen Jonathan er niet meer was. Mefiboset kreeg om Jonathans wil een plaats aan de tafel van de koning. Beloften aan elkaar gelden niet alleen zolang het ons uitkomt, en trouw kan over generaties heen doorwerken.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Jonathan

Wie was Jonathan in de Bijbel?
Jonathan was een zoon van Saul, de eerste koning van Israël. Hij was een dapper aanvoerder die bij Michmas met alleen zijn wapendrager een Filistijnse bezetting overviel. Hij sloot een verbond met David, beschermde hem tegen de moordplannen van zijn vader en erkende dat David koning zou worden. Jonathan sneuvelde met Saul op het gebergte Gilboa (1 Samuël 31:2). David beweende hem in een klaaglied (2 Samuël 1:17-27).
Wat betekent de naam Jonathan?
De naam Jonathan betekent: de HEERE heeft gegeven. Hij is samengesteld uit een korte vorm van de Godsnaam en een werkwoord voor geven. In de Hebreeuwse tekst komt naast de vorm Jonathan ook de langere vorm Jehonathan voor. De Statenvertaling schrijft overal Jonathan, met th. De naam was in Israël niet zeldzaam: er staan verschillende mannen met deze naam in de Bijbel.
Waar staat Jonathan in de Bijbel?
Jonathan, de zoon van Saul, komt voor in 1 Samuël 13 tot en met 31. De belangrijkste hoofdstukken zijn 1 Samuël 14 (Michmas en de honing), 18 (het verbond), 19 en 20 (de bescherming van David en het teken van de pijlen), 23 (de laatste ontmoeting) en 31 (zijn dood). Daarna wordt hij genoemd in Davids klaaglied in 2 Samuël 1, bij zijn zoon in 2 Samuël 4 en 9, bij de herbegrafenis in 2 Samuël 21, en in 1 Kronieken 8, 9 en 10.
Wat was het verbond tussen David en Jonathan?
Jonathan en David "maakten een verbond, dewijl hij hem liefhad als zijn ziel" (1 Samuël 18:3). Het was een gezworen belofte van trouw voor God, die David later "een verbond des HEEREN" noemt (1 Samuël 20:8). Jonathan breidde het uit naar het huis van David en vroeg dat David zijn weldadigheid nooit van zijn huis zou afsnijden (1 Samuël 20:15-16). In de woestijn Zif vernieuwden zij het (1 Samuël 23:18). David hield het verbond na Jonathans dood door zijn zoon Mefiboset op te nemen.
Waren David en Jonathan geliefden?
De Bijbel beschrijft hun band als vriendschap en verbond. Het Hebreeuwse werkwoord voor liefhebben dat voor Jonathan gebruikt wordt (SV: beminde, liefhad), staat ook bij het volk ("gans Israel en Juda had David lief", 1 Samuël 18:16) en bij koning Hiram, die David "altijd bemind had" (1 Koningen 5:1). Het gaat om trouw en verbondenheid. Ook Davids woorden "uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen" (2 Samuël 1:26) staan in een klaaglied over een vriend die zijn troon voor hem opgaf. De tekst geeft geen grond om hier een seksuele relatie in te lezen.
Wat gebeurde er bij Michmas?
De Filistijnen hadden een bezetting bij Michmas, en Israël was nauwelijks bewapend. Jonathan ging met zijn wapendrager naar de overkant, zonder het zijn vader te zeggen. Zij spraken een teken af: als de Filistijnen zouden zeggen "Klimt tot ons op", zou dat betekenen dat de HEERE hen had overgegeven. Zo gebeurde het. Jonathan klom op handen en voeten naar boven, en samen versloegen zij omtrent twintig man. Daarna kwam er een beving in het hele leger, en de HEERE verloste Israël die dag (1 Samuël 14:1-23).
Waarom wilde Saul zijn zoon Jonathan doden?
Dat gebeurde twee keer. Na Michmas had Jonathan, zonder het te weten, Sauls bezwering overtreden door wat honing te eten. Saul zwoer dat hij moest sterven, maar het volk verloste hem (1 Samuël 14:43-45). Later, op het feest van de nieuwe maan, werd Saul woedend omdat Jonathan voor David opkwam. Hij hield hem voor dat zijn koninkrijk niet bevestigd zou worden zolang David leefde, en wierp zijn spies naar hem (1 Samuël 20:30-33).
Hoe is Jonathan gestorven?
Jonathan sneuvelde in de slag tegen de Filistijnen op het gebergte Gilboa, samen met zijn broers Abinadab en Malchisua; dezelfde dag stierf ook zijn vader Saul (1 Samuël 31:1-6). De Filistijnen hingen de lichamen aan de muur van Beth-San, maar de mannen van Jabes in Gilead haalden ze weg en begroeven de beenderen. Later liet David de beenderen van Saul en Jonathan bijzetten in het graf van Kis te Zela (2 Samuël 21:12-14).
Wie was de zoon van Jonathan?
De zoon van Jonathan heette Mefiboset, in de Statenvertaling Mefiboseth en in 1 Kronieken 8:34 Merib-baal. Hij was vijf jaar oud toen het bericht van Gilboa kwam; zijn voedster vluchtte met hem, hij viel en werd kreupel (2 Samuël 4:4). Om Jonathans wil gaf David hem later de akkers van Saul terug en liet hem eten aan de tafel van de koning (2 Samuël 9:7). Over hem is een eigen pagina.
Zijn er andere mannen die Jonathan heten in de Bijbel?
Ja. De Bijbel noemt meerdere mannen met de naam Jonathan. Zo is er Jonathan, de zoon van Gersom, die priester werd voor de stam Dan (Richteren 18:30); Jonathan, de zoon van de priester Abjathar, die in de tijd van Absalom als boodschapper diende (2 Samuël 15:27); Jonathan, de zoon van Simea en dus een neef van David (2 Samuël 21:21); en Jonathan de schrijver, in wiens huis Jeremia gevangen zat (Jeremia 37:15). Deze pagina gaat over Jonathan, de zoon van Saul.
Wat kunnen wij leren van Jonathan?
Jonathan leert ons op God te vertrouwen, ook als de overmacht groot is: voor de HEERE maakt het geen verschil of Hij door velen of door weinigen verlost (1 Samuël 14:6). Hij laat zien dat vriendschap een kwestie van trouw is, die standhoudt als het moeilijk wordt. En hij leert ons los te laten wat ons toekomt, als God een ander roept: hij was bereid de tweede te zijn naast David (1 Samuël 23:17).

Stel een vraag over Jonathan

Wilt u meer weten over Jonathan? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jonathan

Bijbelverhalen rond Jonathan

Verdiep u verder