Ga naar hoofdinhoud
1 Samuël1 Samuël 14:1-23

Jonathan en zijn wapendrager

Twee mannen klimmen omhoog en de HEERE verlost Israël

Samenvatting

Jonathan en zijn wapendrager gaat over 1 Samuël 14:1-23: Jonathan, de zoon van koning Saul, klimt met zijn wapendrager naar een post van de Filistijnen. Hij vertrouwt erop dat de HEERE kan verlossen "door velen of door weinigen". God laat het leger van de vijand beven, en zo verlost de HEERE Israël die dag.

Bijbelgedeelte

“Jonathan nu zeide tot den jongen, die zijn wapenen droeg: Kom, en laat ons tot de bezetting dezer onbesnedenen overgaan; misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen.”
1 Samuël 14:6 (Statenvertaling)
“Verder antwoordden de mannen der bezetting aan Jonathan en zijn wapendrager, en zeiden: Klimt op tot ons, en wij zullen het u wijs maken. En Jonathan zeide tot zijn wapendrager: Klim op achter mij, want de HEERE heeft hen gegeven in de hand van Israel.”
1 Samuël 14:12 (Statenvertaling)
“En er was een beving in het leger, op het veld en onder het ganse volk; de bezetting en de verdervers beefden ook zelven; ja, het land werd beroerd, want het was een beving Gods.”
1 Samuël 14:15 (Statenvertaling)
“Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage; en het leger trok over naar Beth-Aven.”
1 Samuël 14:23 (Statenvertaling)

Het verhaal

De geschiedenis van Jonathan en zijn wapendrager staat in 1 Samuël 14:1-23, in de tijd van koning Saul. Israël was in grote nood: de Filistijnen lagen met een groot leger bij Michmas, en Saul had nog ongeveer zeshonderd man bij zich (1 Samuël 13:15-16; 14:2).

Waarom gingen Jonathan en zijn wapendrager naar de Filistijnen?

Jonathan, de zoon van Saul, zei op een dag tegen de jongen die zijn wapens droeg dat zij samen naar de bezetting van de Filistijnen zouden gaan. Zijn vader wist het niet. Saul zat bij Gibea onder een granaatappelboom, en de priester Ahia droeg de efod. Tussen Jonathan en de Filistijnen lagen twee scherpe rotspunten, Bozes en Sene. Jonathan zei: "misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Samuël 14:6). Zijn wapendrager antwoordde: "Doe al, wat in uw hart is" (1 Samuël 14:7).

Welk teken sprak Jonathan af?

Zouden de Filistijnen zeggen dat zij moesten blijven staan, dan zouden zij niet opklimmen. Zouden zij hen naar boven roepen, dan zouden zij gaan, "want de HEERE heeft hen in onze hand gegeven; en dit zal ons een teken zijn" (1 Samuël 14:10). Toen de twee zich lieten zien, spotten de Filistijnen dat de Hebreeën uit de holen kwamen waarin zij zich verstopt hadden. Zij riepen: "Klimt op tot ons, en wij zullen het u wijs maken". Jonathan zei tegen zijn wapendrager: "Klim op achter mij, want de HEERE heeft hen gegeven in de hand van Israel" (1 Samuël 14:12).

Hoe verloste de HEERE Israël bij Michmas?

Jonathan klom op handen en voeten omhoog, zijn wapendrager achter hem. De Filistijnen vielen voor Jonathan, en zijn wapendrager doodde ze achter hem: omtrent twintig man, op een klein stuk land (1 Samuël 14:13-14). Toen kwam er een beving in het hele leger, en het land werd beroerd, "want het was een beving Gods" (1 Samuël 14:15). De wachters van Saul zagen de menigte uiteengaan. Saul liet tellen wie er weg waren: Jonathan en zijn wapendrager. Hij zei tegen de priester Ahia dat hij de ark Gods moest brengen, maar toen het rumoer in het leger van de Filistijnen zeer toenam, zei hij: "Haal uw hand in" (1 Samuël 14:18-19). Toen kwamen Saul en zijn mannen ten strijde, en in het leger van de Filistijnen was het zwaard van de een tegen de ander. Hebreeën die bij de Filistijnen waren, gingen over naar Israël, en de mannen die zich in het gebergte van Efraïm verstopt hadden, achtervolgden de vijand. De tekst besluit: "Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage" (1 Samuël 14:23).

Achtergrond

De aanloop staat in 1 Samuël 13. Jonathan had al een bezetting van de Filistijnen bij Geba verslagen, en daarop verzamelden de Filistijnen een groot leger bij Michmas. Veel Israëlieten verborgen zich in spelonken en rotsen. In Gilgal wachtte Saul zeven dagen; toen Samuël niet kwam en het volk wegliep, bracht hij zelf het brandoffer. Samuël zei dat hij het gebod van de HEERE niet gehouden had en dat zijn rijk niet zou bestaan (1 Samuël 13:8-14). Er was geen smid in Israël: alleen Saul en Jonathan hadden een zwaard en een spies (1 Samuël 13:19-22). Op diezelfde dag had Saul het volk laten zweren dat niemand voor de avond zou eten, en Jonathan, die dat niet gehoord had, at van de honing (1 Samuël 14:24-45). Meer per vers staat in de uitleg bij 1 Samuël 14.

Betekenis

De HEERE is de Held van deze geschiedenis. Jonathan wist niet zeker wat God zou doen: "misschien zal de HEERE voor ons werken". Maar hij wist wel wie God is: bij Hem "is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Samuël 14:6). Dat is geloof dat niet over God beschikt en toch op Hem rekent. Jonathan noemde de Filistijnen onbesnedenen: zij stonden buiten het verbond dat de HEERE met Israël had gesloten.

Het was dan ook niet de kracht van twee mannen die het leger op de vlucht dreef. De tekst legt het gewicht bij God: "het was een beving Gods" (1 Samuël 14:15). Zo werkte de HEERE ook bij Gideon en de driehonderd, opdat Israël niet zou zeggen: "Mijn hand heeft mij verlost" (Richteren 7:2). Koning Asa bad later: "HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze" (2 Kronieken 14:11).

Ook Saul en zijn mannen trokken pas ten strijde toen de HEERE het leger van de vijand al had doen beven (1 Samuël 14:15-20). Tegenover de koning die in Gilgal het gebod van de HEERE niet hield (1 Samuël 13:13), staat zijn zoon die op de HEERE vertrouwde.

Lessen voor vandaag

Gods almacht hangt niet af van onze aantallen. Een kleine gemeente, een klein gezin of één gelovige in een klas: bij de HEERE is geen verhindering. Dat maakt ons niet roekeloos. Jonathan ging niet in eigen kracht, maar met de vraag of de HEERE voor hen zou werken.

Op God vertrouwen is iets anders dan zeker weten wat Hij zal doen. Jonathan zei "misschien". Zijn teken is geen voorschrift om God op de proef te stellen; Gods wil leren wij uit Zijn Woord. Wel mogen wij in gehoorzaamheid een stap zetten en de uitkomst aan Hem overlaten.

De eer is voor de HEERE. Jonathan en zijn wapendrager deden iets moedigs, maar de Bijbel eindigt niet bij hun moed. Het slot luidt: "Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage". Wie iets mag doen in Gods dienst, mag weten: "Een koning wordt niet behouden door een groot heir" (Psalm 33:16). Het is de HEERE Die verlost.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Israël was in grote nood. De Filistijnen waren gekomen met een groot leger. Ze hadden hun kamp bij Michmas. Veel Israëlieten waren bang. Ze verstopten zich in grotten en tussen de rotsen. Koning Saul had nog maar ongeveer zeshonderd mannen bij zich. En bijna niemand had een zwaard.

Saul zat bij Gibea, onder een granaatappelboom. Zijn zoon Jonathan had een jongen bij zich die zijn wapens droeg. Zo iemand heet een wapendrager. Op een dag zei Jonathan tegen hem dat ze samen naar de wachtpost van de Filistijnen zouden gaan. Zijn vader vertelde hij het niet.

De weg was niet makkelijk. Tussen hen en de Filistijnen lagen twee scherpe rotsen, als twee tanden. De Filistijnen zaten boven.

Jonathan zei tegen zijn wapendrager: "misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen". Dat betekent: voor de HEERE maakt het niet uit of er veel soldaten zijn of maar twee. Hij kan altijd redden. De wapendrager antwoordde: "Doe al, wat in uw hart is". Hij zou met Jonathan meegaan.

Jonathan sprak een teken af. Ze zouden zich laten zien aan de Filistijnen. Als die zouden zeggen dat ze moesten blijven staan, dan zouden ze niet naar boven gaan. Maar als de Filistijnen hen naar boven zouden roepen, dan zouden ze klimmen. Dat zou het teken zijn dat de HEERE de Filistijnen in hun hand gegeven had.

Toen de Filistijnen hen zagen, spotten ze. Ze zeiden dat de Hebreeën uit hun holen kwamen. Zo noemden ze de Israëlieten. Toen riepen ze: "Klimt op tot ons". Dat was het teken. Jonathan zei: "Klim op achter mij, want de HEERE heeft hen gegeven in de hand van Israel".

Jonathan klom omhoog, op zijn handen en voeten. Zijn wapendrager klom achter hem aan. Boven vielen de Filistijnen voor Jonathan, en zijn wapendrager doodde ze. Ongeveer twintig mannen kwamen om.

Toen greep God Zelf in. Er kwam een beving in het hele leger van de Filistijnen. De soldaten in de wachtpost beefden, en ook de troepen die eropuit waren getrokken. Zelfs het land beefde. De Bijbel zegt dat het een beving van God was. Het grote leger raakte in de war en ging uiteen.

De wachters van Saul zagen het gebeuren. Saul liet tellen wie er weg waren. Jonathan en zijn wapendrager waren er niet. Toen trok Saul met zijn mannen ten strijde. Bij de Filistijnen was alles in de war: ze vochten met hun zwaarden tegen elkaar. De Israëlieten die zich verstopt hadden, kwamen tevoorschijn en joegen de Filistijnen achterna.

De Bijbel zegt: "Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage". Alzo betekent: zo. De HEERE deed het Zelf. Hij had geen groot leger nodig. Voor Hem is niets te moeilijk.

Om te onthouden
“bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen.” (1 Samuël 14:6)

Tips voor de verteller

  • Vertel de strijd zo kort als de Bijbel het doet: Jonathan klom omhoog, de Filistijnen vielen, ongeveer twintig man kwamen om. Geef de meeste ruimte aan de beving die God gaf. Kinderen vragen soms of Jonathan zomaar mensen mocht doden. Zeg eerlijk dat Israël in oorlog was met de Filistijnen, die het volk onderdrukten, en dat God beloofd had Zijn volk uit hun hand te verlossen (1 Samuël 9:16).
  • Leg een paar woorden uit: wapendrager (iemand die de wapens van een soldaat draagt en met hem meegaat), wachtpost en Hebreeën (zo noemden de Filistijnen de Israëlieten hier). De Bijbel noemt de naam van de wapendrager niet; geef hem daarom ook geen naam. Lees 1 Samuël 14:6-15 gerust zelf voor uit de Bijbel.
  • Een kind vraagt misschien of wij God ook om zo’n teken mogen vragen. Een eerlijk antwoord: Jonathan deed het in een bijzondere situatie, en hij zei zelf "misschien". God laat ons Zijn wil vooral weten door Zijn Woord. Wij mogen Hem altijd om hulp bidden en weten dat bij Hem niets te moeilijk is.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWie klom er samen met Jonathan omhoog?
  2. NavertellenWat deed God met het leger van de Filistijnen?
  3. VerwonderenHoe kon de HEERE redden met maar twee mannen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. BetekenisJonathan zei: "misschien zal de HEERE voor ons werken". Waarom zei hij misschien, terwijl hij toch op de HEERE vertrouwde?
  2. VerbindingGideon had maar driehonderd man, Jonathan alleen zijn wapendrager. Wat laat God in deze twee geschiedenissen zien?
  3. ToepassingWanneer voel jij je klein of alleen? Wat betekent het dan voor jou dat voor de HEERE niets te moeilijk is?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees 1 Samuël 13:8-14 en 1 Samuël 14:6. Vergelijk Saul en Jonathan: hoe gaat ieder van hen met de HEERE om als het spannend wordt?
  2. Moeilijke vraagJonathan sprak een teken af om te weten of hij moest gaan. Mag een christen God ook zo om een teken vragen? Waarom wel of niet?
  3. PersoonlijkJonathan durfde te gaan, terwijl hij niet wist hoe het zou aflopen. Waar vraagt God van jou vertrouwen zonder dat je de afloop kent?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij kan verlossen door velen of door weinigen, en dat Hij ook nu machtig is. Bid om een geloof dat op Hem vertrouwt en Hem alle eer geeft.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Vertrouwen op GodGods almachtGod verlost Zijn volkDe eer is voor God

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jonathan en zijn wapendrager

Waar staat het verhaal van Jonathan en zijn wapendrager in de Bijbel?

In 1 Samuël 14:1-23. De aanloop staat in 1 Samuël 13: de Filistijnen lagen met een groot leger bij Michmas, en Saul had nog ongeveer zeshonderd man. In 14:1-12 gaan Jonathan en zijn wapendrager naar de Filistijnen en spreken zij een teken af. In 14:13-15 klimmen zij omhoog en laat God het leger beven. In 14:16-23 vlucht het leger van de Filistijnen, en de tekst besluit: "Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage".

Wat bedoelde Jonathan met "bij den HEERE is geen verhindering"?

Jonathan bedoelde dat niets de HEERE kan tegenhouden als Hij Zijn volk wil verlossen. Hij zei erbij: "om te verlossen door velen of door weinigen" (1 Samuël 14:6). Voor God maakt het niet uit of Hij een groot leger gebruikt of twee mannen. Jonathan wist niet zeker of de HEERE hen zou helpen; daarom zei hij "misschien". Maar hij twijfelde er niet aan dat de HEERE het kon. Dat is de kern van deze geschiedenis.

Hoe heette de wapendrager van Jonathan?

De Bijbel noemt zijn naam niet. Hij heet steeds "den jongen, die zijn wapenen droeg" (1 Samuël 14:1) of "zijn wapendrager". Elke naam die u in een boek of vertelling tegenkomt, is bedacht. Wat de Bijbel wel van hem vertelt, is zijn antwoord aan Jonathan: "Doe al, wat in uw hart is" (1 Samuël 14:7). Hij ging met Jonathan mee en klom achter hem omhoog.

Versloegen Jonathan en zijn wapendrager het hele leger van de Filistijnen?

Nee. De tekst zegt dat zij bij de eerste slag "omtrent twintig mannen" versloegen (1 Samuël 14:14). Daarna kwam er een beving in het hele leger, "want het was een beving Gods" (14:15). De Filistijnen raakten in verwarring en vochten tegen elkaar (14:20). Saul en zijn mannen, Hebreeën die bij de Filistijnen waren en mannen uit het gebergte van Efraïm deden mee aan de achtervolging. De Bijbel geeft de eer aan God: "Alzo verloste de HEERE Israel te dien dage" (14:23).

Wat betekent onbesnedenen in 1 Samuël 14:6?

Jonathan noemde de Filistijnen onbesnedenen. De besnijdenis was het teken van het verbond dat God met Abraham en zijn nakomelingen had gesloten (Genesis 17:11). De Filistijnen hadden dat teken niet: zij stonden buiten het verbond. Met dit woord zei Jonathan dus niet alleen wie de vijand was, maar ook op Wie Israël mocht rekenen. Later sprak David over Goliath op dezelfde manier: "wie is deze onbesneden Filistijn" (1 Samuël 17:26)?

Waarom liet Saul in 1 Samuël 14:18 de ark halen?

De tekst zegt: "Breng de ark Gods herwaarts. Want de ark Gods was te dien dage bij de kinderen Israels" (1 Samuël 14:18). Waarschijnlijk wilde Saul de HEERE raadplegen, maar toen het rumoer bij de Filistijnen toenam, zei hij tegen de priester: "Haal uw hand in" (14:19). Omdat de ark volgens 1 Samuël 7:2 lange tijd in Kirjath-Jearim stond, denken sommige uitleggers dat hier de efod bedoeld is, die Ahia droeg (14:3). Anderen houden het bij de ark. Zeker is het niet.

Hoe vertelt u Jonathan en zijn wapendrager aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij 1 Samuël 14:1-23 blijft, met de onthoudtekst "bij den HEERE is geen verhindering, om te verlossen door velen of door weinigen" en tips voor de verteller. Vertel de strijd kort, zoals de Bijbel doet, en geef de meeste ruimte aan wat God deed: de beving in het leger. Geef de wapendrager geen naam, want de Bijbel noemt hem niet.

Stel een vraag over Jonathan en zijn wapendrager

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder