Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Mefiboset in de Bijbel

Mefiboset (מְפִיבֹשֶׁת, Hebreeuws) - “Betekenis onzeker (boseth: schande)”

Wie was Mefiboset?

Mefiboset was de zoon van Jonathan en een kleinzoon van koning Saul. Als kind van vijf viel hij op de vlucht na de slag bij Gilboa en werd kreupel. Om het verbond met Jonathan gaf koning David hem de akkers van Saul terug en liet hem vast aan zijn tafel eten (2 Samuël 9:7).

Mefiboset komt voor in het tweede boek Samuël, in de hoofdstukken 4, 9, 16, 19 en 21. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Mefiboseth; in de geslachtsregisters van 1 Kronieken 8:34 en 9:40 heet hij Merib-baal. Hij was de zoon van Jonathan en dus een kleinzoon van koning Saul. Zijn verhaal begint met een ongeluk. Toen het bericht van de nederlaag op Gilboa kwam, was hij vijf jaar oud; zijn voedster nam hem op en vluchtte, "en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd" (2 Samuël 4:4). Het hart van zijn geschiedenis staat in 2 Samuël 9. Koning David vraagt: "Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?" (2 Samuël 9:1). Via Ziba, een knecht uit het huis van Saul, wordt Mefiboset gevonden in Lodebar. Hij valt voor David neer en noemt zichzelf een dode hond, maar krijgt de akkers van Saul terug en een vaste plaats aan de tafel van de koning. Daarna wordt het verhaal minder eenvoudig. Tijdens de opstand van Absalom vertelt Ziba aan de vluchtende David dat Mefiboset in Jeruzalem is gebleven in de hoop dat het koninkrijk van zijn grootvader naar hem terugkeert (2 Samuël 16:3). Bij Davids terugkeer zegt Mefiboset: "mijn knecht heeft mij bedrogen" (2 Samuël 19:26). Wie de waarheid sprak, zegt de tekst niet; David laat beiden het land delen. Niet te verwarren met een andere Mefiboseth: een zoon van Saul en Rizpa, die met zijn broer Armoni aan de Gibeonieten werd uitgeleverd (2 Samuël 21:8). Jonathans zoon werd toen juist gespaard. Ook Isboseth, de zoon van Saul die na Gilboa korte tijd koning was over Israël, is een andere persoon: hij was een oom van Mefiboset.

Historische context

Mefiboset leefde rond 1000 voor Christus, in de overgang van het koningschap van Saul naar dat van David. Exacte jaartallen geeft de Bijbel niet. Bij de dood van Saul en Jonathan was hij vijf jaar oud (2 Samuël 4:4); toen David hem liet halen, had hij zelf al een jonge zoon, Micha (2 Samuël 9:12). Er lagen dus jaren tussen. Na de slag op het gebergte Gilboa (1 Samuël 31:1-2) maakte Abner, de legeroverste van Saul, diens zoon Isboseth koning over Israël, terwijl David te Hebron over Juda regeerde (2 Samuël 2:8-11). Er volgde "een lange krijg tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David" (2 Samuël 3:1). Het korte bericht over de val van Mefiboset staat precies in het hoofdstuk waarin Isboseth wordt vermoord. Veel uitleggers lezen dat zo: na Isboseth bleef er uit de lijn van Jonathan alleen een kreupel kind over, en had het huis van Saul geen geschikte troonopvolger meer. In het oude Nabije Oosten ruimde een nieuw koningshuis de nakomelingen van het vorige vaak uit de weg; de Bijbel zelf vertelt hoe Baesa het huis van Jerobeam uitroeide (1 Koningen 15:29) en Jehu het huis van Achab (2 Koningen 10:11). Daarom had Saul David laten zweren dat hij zijn zaad niet zou uitroeien (1 Samuël 24:22-23), en Jonathan had hetzelfde gevraagd: "Ook zult gij uw weldadigheid niet afsnijden van mijn huis tot in eeuwigheid" (1 Samuël 20:15). Dat een kleinzoon van Saul buiten het zicht leefde bij Machir, de zoon van Ammiel, te Lodebar, past in dat beeld. Lodebar lag waarschijnlijk in Gilead, ten oosten van de Jordaan. Dezelfde Machir steunde David later met voedsel, toen David voor Absalom naar Mahanaim was uitgeweken (2 Samuël 17:27-29). Een vaste plaats aan de tafel van de koning was een grote eer en betekende onderhoud voor het leven. Sommige uitleggers wijzen erop dat David een nakomeling van Saul zo ook dicht bij zich hield; de tekst zelf spreekt alleen over weldadigheid. De landerijen van Saul werden bewerkt door Ziba, met zijn vijftien zonen en twintig knechten (2 Samuël 9:10), zodat Mefiboset de opbrengst ervan had. De tekenen waarmee Mefiboset David bij diens terugkeer tegemoetkwam, waren rouwgebruiken: hij had zijn voeten niet schoongemaakt, zijn knevelbaard niet beschoren en zijn klederen niet gewassen sinds de dag dat de koning was weggegaan (2 Samuël 19:24). Het geslachtsregister van 1 Kronieken 8:34-40 laat zien dat het huis van Saul via Mefiboset en zijn zoon Micha nog vele geslachten voortleefde.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Nederig tegenover de koning: hij noemt zichzelf een dode hond (2 Samuël 9:8)
  • Dankbaar voor de plaats aan tafel, zonder aanspraak op meer (2 Samuël 19:28)
  • Hield rouw zolang de koning weg was; dat meldt de verteller zelf (2 Samuël 19:24)
  • Niet gehecht aan bezit: Ziba mocht alles nemen, als de koning maar veilig terug was (2 Samuël 19:30)

−Zwakke kanten

  • Volgens Ziba hoopte hij op het koningschap van zijn grootvader (2 Samuël 16:3); of dat waar was, laat de tekst open

Theologische betekenis

De sleutelwoorden van 2 Samuël 9 zijn weldadigheid en "om Jonathans wil". Het Hebreeuwse woord achter weldadigheid is chesed, de trouwe liefde die bij een verbond hoort. David spreekt zelfs van "Gods weldadigheid" (2 Samuël 9:3): hij wil aan het huis van Saul doen wat God aan hem gedaan heeft. Het verbond dat Jonathan met het huis van David sloot (1 Samuël 20:14-17) en dat zij later vernieuwden "voor het aangezicht des HEEREN" (1 Samuël 23:18), krijgt hier handen en voeten, terwijl Jonathan al jaren dood is. Ook in 2 Samuël 21:7 staat de eed centraal: Mefiboset wordt gespaard "om den eed des HEEREN". Opvallend is wat Mefiboset meebrengt: niets. Hij is een kleinzoon van Saul, de koning die David had vervolgd, hij woont ver weg in Lodebar, en hij is kreupel. Bij de inname van Jeruzalem ontstond het spreekwoord: "Een blinde en kreupele zal in het huis niet komen" (2 Samuël 5:8). Juist zo iemand krijgt een vaste plaats aan de tafel van de koning, "als een van des konings zonen" (2 Samuël 9:11). Mefiboset vat het zelf samen: "Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben?" (2 Samuël 9:8) Daarom is Mefiboset in de gereformeerde prediking een geliefd beeld van genade. Veel predikers zien in hem de zondaar die niet om eigen waardigheid, maar om een Ander aan de tafel van de Koning wordt gebracht, zoals Mefiboset om Jonathans wil. Het Nieuwe Testament noemt Mefiboset niet, maar de lijn is herkenbaar: in de gelijkenis van de grote maaltijd zegt de heer des huizes: "breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in" (Lukas 14:21), en Paulus schrijft dat de gelovigen uit de heidenen niet meer vreemdelingen zijn, maar "huisgenoten Gods" (Efeze 2:19). Zo'n typologie blijft een toepassing; 2 Samuël vertelt allereerst over Davids trouw aan een verbond. De tweede helft van het verhaal is minder glad. De Bijbel geeft twee versies, die van Ziba en die van Mefiboset, en velt geen oordeel. Dat David het land laat delen, kan wijsheid zijn, vermoeidheid of het besef dat hij de waarheid niet kan vaststellen. Ook hier is de Schrift eerlijk: zelfs David oordeelt niet altijd helder, en een beschuldiging over iemand die afwezig is, verdient voorzichtigheid.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Mefiboset (מְפִיבֹשֶׁת, Hebreeuws)

Betekenis

Betekenis onzeker (boseth: schande)

Betekenis van de naam Mefiboseth: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

De val op de vlucht

Als het bericht van de dood van Saul en Jonathan uit Jizreel komt, neemt de voedster de vijfjarige Mefiboset op en vlucht. In de haast valt hij en wordt kreupel aan beide voeten.

2 Samuël 4:4

2

David zoekt iemand van het huis van Saul

David vraagt of er nog iemand van het huis van Saul over is, aan wie hij weldadigheid kan doen om Jonathans wil. Ziba, een knecht van Saul, noemt een zoon van Jonathan die woont bij Machir te Lodebar.

2 Samuël 9:1-5

3

Een dode hond voor de koning

Mefiboset valt op zijn aangezicht voor David. De koning zegt hem niet te vrezen en belooft hem weldadigheid. Mefiboset vraagt wie hij is, dat de koning omziet naar een dode hond zoals hij.

2 Samuël 9:6-8

4

De akkers terug en een plaats aan tafel

David geeft al wat van Saul was aan Mefiboset. Ziba en zijn zonen bewerken het land, en Mefiboset eet voortaan aan de tafel van de koning, als een van de zonen van de koning.

2 Samuël 9:9-13

5

De beschuldiging van Ziba

Als David voor Absalom uit Jeruzalem vlucht, komt Ziba hem tegemoet met ezels en voedsel. Hij zegt dat Mefiboset in Jeruzalem blijft omdat hij hoopt op het koninkrijk van zijn grootvader Saul. David geeft Ziba alles wat van Mefiboset is.

2 Samuël 16:1-4

6

Mefiboset bij de terugkeer van David

Mefiboset komt de koning tegemoet, onverzorgd sinds de dag van Davids vertrek. Hij zegt dat zijn knecht hem bedrogen en valselijk aangeklaagd heeft, omdat hij als kreupele niet zonder ezel kon meegaan.

2 Samuël 19:24-28

7

Het land gedeeld

David wil er niet verder over spreken en laat Mefiboset en Ziba het land delen. Mefiboset antwoordt dat Ziba het wel geheel mag nemen, nu de koning met vrede is thuisgekomen.

2 Samuël 19:29-30

8

Gespaard om de eed met Jonathan

Wanneer David zeven nakomelingen van Saul aan de Gibeonieten uitlevert, verschoont hij Mefiboset om de eed tussen hem en Jonathan. Een andere Mefiboseth, een zoon van Saul en Rizpa, wordt wel uitgeleverd.

2 Samuël 21:7

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Mefiboset beter te begrijpen.

2 Samuël 4:4

“En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreel kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth.”

Het eerste bericht over Mefiboset, midden in het verhaal over het einde van het huis van Saul. Hier staat ook de SV-spelling van zijn naam.

2 Samuël 9:1

“En David zeide: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?”

David neemt zelf het initiatief. De woorden "om Jonathans wil" verwijzen naar het verbond dat hij met Jonathan sloot.

2 Samuël 9:7

“En David zeide tot hem: Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil; en ik zal u alle akkers van uw vader Saul wedergeven; en gij zult geduriglijk brood eten aan mijn tafel.”

Mefiboset verwacht misschien het ergste als nakomeling van Saul. David belooft hem bezit en een vaste plaats aan zijn tafel.

2 Samuël 9:8

“Toen boog hij zich, en zeide: Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben?”

Een dode hond was in die tijd een uitdrukking voor iets volstrekt waardeloos. Mefiboset weet dat hij niets kan terugdoen.

2 Samuël 9:13

“Alzo woonde Mefiboseth te Jeruzalem, omdat hij geduriglijk at aan des konings tafel; en hij was kreupel aan beide zijn voeten.”

Het hoofdstuk eindigt niet met zijn genezing maar met zijn gebrek: hij blijft kreupel en eet toch aan de tafel van de koning.

2 Samuël 16:3

“Toen zeide de koning: Waar is dan de zoon uws heren? En Ziba zeide tot den koning: Zie, hij blijft te Jeruzalem, want hij zeide: Heden zal mij het huis Israels mijns vaders koninkrijk wedergeven.”

De beschuldiging van Ziba tijdens Davids vlucht voor Absalom. David neemt die aan zonder Mefiboset te horen.

2 Samuël 19:26

“En hij zeide: Mijn heer koning, mijn knecht heeft mij bedrogen; want uw knecht zeide: Ik zal mij een ezel zadelen, en daarop rijden, en tot den koning trekken, want uw knecht is kreupel.”

De andere kant van het verhaal: Mefiboset zegt dat hij wel mee wilde, maar als kreupele afhankelijk was van zijn knecht.

2 Samuël 19:30

“En Mefiboseth zeide tot den koning: Hij neme het ook gans weg, naardien mijn heer de koning met vrede in zijn huis is gekomen.”

Zijn antwoord op de verdeling van het land. Hij stelt de terugkeer van de koning boven zijn eigen bezit.

2 Samuël 21:7

“Doch de koning verschoonde Mefiboseth, den zoon van Jonathan, den zoon van Saul, om den eed des HEEREN, die tussen hen was, tussen David en tussen Jonathan, Sauls zoon.”

Ook in de zaak met de Gibeonieten blijft het verbond met Jonathan beslissend. Het volgende vers noemt een andere Mefiboseth, die wel wordt uitgeleverd.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Mefiboset leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal van Mefiboset begint met een vraag van David: is er nog iemand aan wie ik weldadigheid kan doen? Genade wacht hier niet tot iemand zich meldt, zij gaat zoeken. Dat is een les voor ons. Wie zelf genade heeft ontvangen, kijkt rond naar wie vergeten is, ver weg woont of niet meer meetelt. Mefiboset leert ons ook iets over hoe wij genade ontvangen. Hij kwam met niets, viel op zijn aangezicht en noemde zichzelf een dode hond. David vroeg hem niet eerst te bewijzen dat hij het waard was. De plaats aan tafel was een geschenk, om Jonathans wil. Zo mogen ook wij komen: niet op grond van wat wij zijn, maar om Christus’ wil. Een derde les zit in de zaak met Ziba. Mefiboset werd beschuldigd terwijl hij er niet bij was, en David nam het oordeel over zonder hem te horen (2 Samuël 16:4). Pas later kwam de andere kant van het verhaal. Wij doen er goed aan niet te snel te oordelen op grond van één verhaal, zeker niet over iemand die afwezig is. En waar de waarheid niet vast te stellen is, past bescheidenheid. Ten slotte is er het antwoord van Mefiboset toen het land verdeeld werd: Ziba mocht alles nemen, nu de koning met vrede thuis was. Of wij daarin oprechte trouw horen of berusting, het laat zien waar het uiteindelijk om gaat. Wie bij de koning aan tafel zit, hoeft niet te vechten voor zijn deel.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Mefiboset

Wie was Mefiboset in de Bijbel?
Mefiboset was de zoon van Jonathan en een kleinzoon van koning Saul. Als kind van vijf viel hij op de vlucht na de slag bij Gilboa en werd kreupel aan beide voeten (2 Samuël 4:4). Koning David haalde hem later uit Lodebar naar het hof, gaf hem de akkers van Saul terug en liet hem vast aan zijn tafel eten, om het verbond dat hij met Jonathan had gesloten (2 Samuël 9:7).
Wat betekent de naam Mefiboset?
De betekenis is onzeker. Het tweede deel, boseth, betekent schande; het eerste deel wordt verschillend uitgelegd. In 1 Kronieken 8:34 heet hij Merib-baal. Veel uitleggers denken dat het element baal (heer), dat later met de afgod Baal verbonden werd, in Samuël is vervangen door boseth, schande, zoals Esbaal (1 Kronieken 8:33) in Samuël Isboseth heet. Zeker is dat niet, en een eenduidige vertaling van de naam is er niet.
Waar staat Mefiboset in de Bijbel?
Mefiboset staat in 2 Samuël 4:4 (zijn val als kind), 2 Samuël 9 (zijn plaats aan de tafel van David), 2 Samuël 16:1-4 (de beschuldiging door Ziba), 2 Samuël 19:24-30 (zijn ontmoeting met David na de opstand van Absalom) en 2 Samuël 21:7 (hij wordt gespaard). Onder de naam Merib-baal staat hij in de geslachtsregisters van 1 Kronieken 8:34 en 9:40.
Hoe schrijft u Mefiboset in de Statenvertaling?
De Statenvertaling schrijft Mefiboseth, met th aan het eind, bijvoorbeeld in 2 Samuël 4:4 en 9:6. Op deze site gebruiken wij de spelling Mefiboset. Daarnaast komt de vorm Merib-baal voor, in 1 Kronieken 8:34 en 9:40. Het gaat in alle gevallen om dezelfde persoon: de zoon van Jonathan.
Waarom was Mefiboset kreupel?
Hij was vijf jaar oud toen het bericht kwam dat Saul en Jonathan gesneuveld waren. Zijn voedster nam hem op en vluchtte, "en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd" (2 Samuël 4:4). Hij bleef zijn hele leven kreupel aan beide voeten; 2 Samuël 9:13 noemt het nog eens aan het slot van het hoofdstuk.
Waarom nam David Mefiboset aan zijn tafel?
Om het verbond met Jonathan. David vroeg: "Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?" (2 Samuël 9:1). Jonathan had David laten beloven dat hij zijn weldadigheid nooit van zijn huis zou afsnijden (1 Samuël 20:15). David hield die belofte na de dood van Jonathan door zijn zoon de akkers van Saul terug te geven en hem vast aan zijn tafel te laten eten.
Wat bedoelde Mefiboset met een dode hond?
Toen David hem weldadigheid beloofde, zei Mefiboset: "Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben?" (2 Samuël 9:8). Een dode hond was een uitdrukking voor iets volstrekt waardeloos. Als kleinzoon van Saul, de koning die David had vervolgd, en als kreupele had hij niets te bieden en geen enkele aanspraak op de gunst van de koning.
Sprak Ziba of Mefiboset de waarheid?
De Bijbel zegt het niet. Ziba beweerde dat Mefiboset in Jeruzalem bleef in de hoop op het koninkrijk van zijn grootvader Saul (2 Samuël 16:3). Mefiboset zei later dat zijn knecht hem bedrogen had (2 Samuël 19:26). Voor Mefiboset pleit dat hij rouw droeg zolang David weg was, en dat meldt de verteller zelf (2 Samuël 19:24); voor Ziba dat hij David met voedsel en ezels kwam helpen. Uitleggers kiezen verschillend; de tekst laat de zaak open.
Waarom liet David het land verdelen?
Na de opstand van Absalom zei David tot Mefiboset: "Gij en Ziba, deelt het land" (2 Samuël 19:29). Eerder had hij alles aan Ziba gegeven. Waarom hij tot een deling kwam, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers zien er wijsheid in, anderen haast of het besef dat de waarheid niet vast te stellen was. Mefiboset antwoordde dat Ziba het wel geheel mocht nemen, nu de koning met vrede thuis was (2 Samuël 19:30).
Zijn er twee mannen die Mefiboset heten?
Ja. Naast de zoon van Jonathan was er een zoon van Saul en Rizpa die ook Mefiboseth heette. Hij werd met zijn broer Armoni aan de Gibeonieten uitgeleverd toen zij genoegdoening eisten voor wat Saul hun had aangedaan (2 Samuël 21:8). Jonathans zoon werd toen juist gespaard, "om den eed des HEEREN, die tussen hen was, tussen David en tussen Jonathan, Sauls zoon" (2 Samuël 21:7).
Waarom is Mefiboset een beeld van genade?
Omdat hij niets meebracht en toch een plaats kreeg aan de tafel van de koning, "als een van des konings zonen" (2 Samuël 9:11), en dat niet om zichzelf maar om Jonathans wil. Veel predikers zien daarin een beeld van de zondaar die om Christus’ wil aan Gods tafel wordt gebracht. Het Nieuwe Testament noemt Mefiboset niet; het blijft een toepassing, die aansluit bij de gelijkenis van de grote maaltijd (Lukas 14:21).
Wat kunnen wij leren van Mefiboset?
Wij leren van Mefiboset dat genade niet afwacht maar zoekt: David vroeg zelf naar iemand van het huis van Saul. Wij ontvangen genade zonder eerst te bewijzen dat wij die waard zijn. Wij moeten niet, zoals David bij Ziba, oordelen op grond van één verhaal (2 Samuël 16:4). En wie bij de koning aan tafel zit, hoeft niet te vechten voor zijn deel.

Stel een vraag over Mefiboset

Wilt u meer weten over Mefiboset? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Mefiboset

Bijbelverhalen rond Mefiboset

Verdiep u verder