David en Mefiboseth
De kreupele zoon van Jonathan krijgt een plaats aan Davids tafel
Samenvatting
David en Mefiboseth (2 Samuël 9) gaat over koning David, die vraagt of er nog iemand van het huis van Saul over is aan wie hij weldadigheid kan doen om Jonathans wil. De knecht Ziba wijst hem op Mefiboseth, de zoon van Jonathan, die kreupel is aan beide voeten. David geeft hem de akkers van Saul terug en een vaste plaats aan zijn tafel in Jeruzalem.
Bijbelgedeelte
“En David zeide: Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil?”
“En de koning zeide: Is er nog iemand van het huis van Saul, dat ik Gods weldadigheid bij hem doe? Toen zeide Ziba tot den koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die geslagen is aan beide voeten.”
“En David zeide tot hem: Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil; en ik zal u alle akkers van uw vader Saul wedergeven; en gij zult geduriglijk brood eten aan mijn tafel.”
“Toen boog hij zich, en zeide: Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben?”
“Alzo woonde Mefiboseth te Jeruzalem, omdat hij geduriglijk at aan des konings tafel; en hij was kreupel aan beide zijn voeten.”
Het verhaal
De geschiedenis van David en Mefiboseth staat in 2 Samuël 9. David was koning over heel Israël, de HEERE had hem rust gegeven van al zijn vijanden rondom (2 Samuël 7:1), en Hij had beloofd dat Zijn goedertierenheid niet zou wijken van Davids zoon (2 Samuël 7:15). Op dat moment denkt de koning terug aan zijn vriend Jonathan, de zoon van Saul, die met zijn vader gesneuveld was in de strijd tegen de Filistijnen.
Wat vroeg David over het huis van Saul?
David vroeg: "Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil" (2 Samuël 9:1)? Dat was geen vanzelfsprekende vraag. Saul had David jarenlang vervolgd en had zelf gevreesd dat David zijn nakomelingen zou uitroeien (1 Samuël 24:22). Maar David en Jonathan hadden een verbond gesloten. Jonathan had David laten beloven dat hij zijn weldadigheid niet zou afsnijden van zijn huis, tot in eeuwigheid (1 Samuël 20:15). Die belofte loste David nu in.
Wat vertelde Ziba over de zoon van Jonathan?
Het huis van Saul had een knecht, Ziba. Hem riepen zij bij de koning. David vroeg opnieuw, en nu sprak hij van "Gods weldadigheid" (2 Samuël 9:3). Ziba antwoordde dat er nog een zoon van Jonathan was, "die geslagen is aan beide voeten" (2 Samuël 9:3). Hij woonde in het huis van Machir, de zoon van Ammiel, te Lodebar.
Mefiboseth was vijf jaar oud toen het bericht over Saul en Jonathan uit Jizreël kwam. Zijn voedster nam hem op en vluchtte, en in haar haast viel hij en werd kreupel (2 Samuël 4:4). Toen David hem liet halen, was hij volwassen: hij had zelf een kleine zoon, Micha (2 Samuël 9:12).
Wat beloofde David aan Mefiboseth?
David liet hem halen uit het huis van Machir. Toen Mefiboseth bij de koning kwam, viel hij op zijn aangezicht en boog zich neer. David noemde hem bij zijn naam, en Mefiboseth antwoordde dat hij zijn knecht was. Toen zei David: "Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil" (2 Samuël 9:7). Hij gaf hem alle akkers van zijn grootvader Saul terug, en voortaan zou hij altijd brood eten aan de tafel van de koning.
Waarom noemde Mefiboseth zichzelf een dode hond?
Mefiboseth boog zich opnieuw en zei: "Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben" (2 Samuël 9:8)? Een dode hond was het beeld van iets wat volstrekt niets waard is. David had het zelf eens over zichzelf gezegd, toen Saul hem achtervolgde (1 Samuël 24:15). Mefiboseth had de koning niets te bieden en geen recht om iets te vragen.
Daarna riep David Ziba en droeg hem op om met zijn vijftien zonen en twintig knechten het land voor Mefiboseth te bewerken en de vruchten binnen te brengen. Ziba beloofde te doen wat de koning gebood. Zo at Mefiboseth aan Davids tafel als een van de zonen van de koning (2 Samuël 9:11). Het hoofdstuk eindigt met: "Alzo woonde Mefiboseth te Jeruzalem, omdat hij geduriglijk at aan des konings tafel; en hij was kreupel aan beide zijn voeten" (2 Samuël 9:13).
Hoe ging het verder met Mefiboseth en Ziba?
Jaren later, toen David voor Absalom vluchtte, kwam Ziba hem tegemoet met ezels en voedsel. Hij beweerde dat Mefiboseth in Jeruzalem was gebleven in de hoop dat Israël hem het koninkrijk van zijn vader zou teruggeven. David gaf Ziba toen alles wat van Mefiboseth was (2 Samuël 16:1-4). Bij Davids terugkeer kwam Mefiboseth hem tegemoet. Hij had zijn voeten niet verzorgd en zijn kleren niet gewassen sinds de koning weg was, en hij zei dat zijn knecht hem bedrogen had. David besliste dat hij en Ziba het land moesten delen. Mefiboseth antwoordde dat Ziba het wel helemaal mocht nemen, nu de koning in vrede thuis was (2 Samuël 19:24-30). Bij een andere gelegenheid, toen David zeven nakomelingen van Saul aan de Gibeonieten overgaf, spaarde hij Mefiboseth "om den eed des HEEREN" (2 Samuël 21:7). Meer leest u in de uitleg bij 2 Samuël 9.
Achtergrond
In de Statenvertaling heet de zoon van Jonathan Mefiboseth; op de persoonspagina staat de spelling Mefiboset. Lodebar lag waarschijnlijk in Gilead, ten oosten van de Jordaan. Machir, bij wie Mefiboseth woonde, komt later terug: toen David voor Absalom naar Mahanaïm was gevlucht, bracht Machir uit Lodebar hem en zijn volk voedsel (2 Samuël 17:27-29). Het verbond waaraan David dacht, staat in 1 Samuël 18:3 en 20:14-17. Jonathan en David hadden het gezworen in de Naam van de HEERE (1 Samuël 20:42).
Eten aan de tafel van de koning was een eer en betekende dat de koning voor iemand zorgde, zoals later bij de zonen van Barzillai (1 Koningen 2:7) en bij koning Jojachin in Babel (2 Koningen 25:29). Sommige uitleggers wijzen erop dat David een kleinzoon van Saul zo ook dicht bij zich hield. De tekst zelf noemt als reden alleen weldadigheid om Jonathans wil.
Betekenis
Het sleutelwoord van 2 Samuël 9 is weldadigheid. David gebruikt het drie keer (2 Samuël 9:1, 3 en 7), en de tweede keer noemt hij het "Gods weldadigheid" (2 Samuël 9:3). Het is meer dan vriendelijkheid: het is goedheid uit trouw aan een verbond. In het Hebreeuws staat hier hetzelfde woord als in Gods belofte aan David, kort daarvoor: "Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken" (2 Samuël 7:15). David, die zelf Gods trouw ontvangen heeft, geeft die trouw door aan het huis van Jonathan.
Daarom draait deze geschiedenis niet om de edelmoedigheid van een koning. David had een eed gezworen in de Naam van de HEERE, en die eed hield hij, ook toen Jonathan dood was en niemand hem eraan herinnerde. Zo is God Zelf. Hij gedenkt Zijn verbond tot in eeuwigheid (Psalm 105:8). Naomi zei van de HEERE dat Hij "Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden" (Ruth 2:20).
Mefiboseth kon niets bijdragen. Hij was kreupel, hij kwam uit het huis van Davids vervolger, en hij noemde zichzelf een dode hond. Hij werd niet aangenomen om wat hij was, maar om een ander: "om Jonathans wil". Veel reformatorische uitleggers zien hier een beeld van de genade van God in Christus: een zondaar die niets heeft, wordt om een Ander aan de tafel van de Koning gebracht. Het Nieuwe Testament trekt die lijn niet zelf bij Mefiboseth, maar de gedachte sluit aan bij Romeinen 5:6: "Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven".
Opvallend is ook wat niet verandert. Het hoofdstuk eindigt met de zin dat Mefiboseth kreupel was aan beide voeten. De weldadigheid van de koning nam zijn zwakheid niet weg, maar gaf hem een vaste plaats aan de tafel. Meer hierover leest u bij het onderwerp genade.
Lessen voor vandaag
God houdt Zijn beloften, ook als de mensen aan wie Hij ze deed allang gestorven zijn. David leerde trouw van de God Die trouw was aan hem. Wie zelf weldadigheid van God ontvangen heeft, mag die doorgeven. De profeet zegt wat de HEERE van ons vraagt: "recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God" (Micha 6:8).
Gods genade zoekt mensen op die zichzelf niets waard vinden. David vroeg niet of er iemand was die het verdiende, maar of er iemand over was. Wie zich zoals Mefiboseth een dode hond voelt, hoeft niets mee te brengen. Ook wij worden niet om eigen waardigheid aangenomen: God heeft ons zalig gemaakt "niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid" (Titus 3:5).
De Psalm noemt God "Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin" (Psalm 68:7). Mefiboseth bleef kreupel en zat toch aan de tafel van de koning. Dat zegt iets over de plaats die zwakke en gehandicapte mensen in de gemeente hebben. De Heere Jezus zei: "Maar wanneer gij een maaltijd zult houden, zo nood armen, verminkten, kreupelen, blinden" (Lukas 14:13), omdat zij niets hebben om terug te geven (Lukas 14:14).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
David was koning geworden over het hele land Israël. Hij woonde in Jeruzalem. De HEERE had hem geholpen tegen al zijn vijanden.
Toen dacht David aan zijn vriend Jonathan. Jonathan was de zoon van koning Saul. Hij had David heel veel liefgehad. Lang geleden hadden ze samen een verbond gesloten. Een verbond is een plechtige belofte die je niet mag breken. Ze hadden het beloofd bij de HEERE. Jonathan had David gevraagd om altijd goed te zijn voor zijn familie, ook later, als Jonathan er zelf niet meer zou zijn. En David had het beloofd.
Maar Jonathan leefde niet meer. Hij was gestorven in de oorlog tegen de Filistijnen, samen met zijn vader Saul.
Nu vroeg David: "Is er nog iemand die overgebleven is van het huis van Saul, dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil"? Weldadigheid betekent: goed zijn voor iemand, omdat je het beloofd hebt.
Er was een knecht die vroeger bij Saul hoorde. Hij heette Ziba. Hij werd bij de koning geroepen. David vroeg hem of er nog iemand van de familie van Saul was. Hij wilde Gods goedheid aan hem laten zien. Ziba antwoordde: "Er is nog een zoon van Jonathan, die geslagen is aan beide voeten". Hij kon niet goed lopen: hij was kreupel.
Dat was gebeurd toen hij vijf jaar oud was. Toen kwam het bericht dat zijn vader Jonathan en zijn opa Saul gestorven waren. Zijn voedster nam hem op en vluchtte. Een voedster is een vrouw die voor een klein kind zorgt. Maar ze had zo’n haast, dat hij viel. Sindsdien waren zijn beide voeten kreupel. Zijn naam was Mefiboseth.
David vroeg waar hij woonde. Ziba zei dat hij in het huis van Machir woonde, in de plaats Lodebar. Toen stuurde David iemand om Mefiboseth te halen.
Mefiboseth kwam bij koning David. Hij viel neer met zijn gezicht naar de grond en boog zich voor de koning. Hij was een kleinzoon van Saul, en nu was hij bij de nieuwe koning. Je kunt je voorstellen dat hij bang was.
David noemde hem bij zijn naam. Mefiboseth zei dat hij zijn knecht was. Toen zei David: "Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil". Daarmee zei David dat Mefiboseth niet bang hoefde te zijn. Hij zou echt goed voor hem zijn, om zijn vader Jonathan. David gaf hem alle akkers terug die van zijn opa Saul waren geweest. En Mefiboseth mocht voortaan altijd aan de tafel van de koning eten.
Mefiboseth boog zich opnieuw en zei: "Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond, als ik ben"? Een dode hond is helemaal niets waard. Zo noemde Mefiboseth zichzelf. Hij had de koning niets te geven. En toch was de koning zo goed voor hem.
Toen riep David Ziba weer bij zich. Hij zei dat alles wat van Saul was geweest, nu van Mefiboseth was. Ziba had vijftien zonen en twintig knechten. Met hen moest hij het land bewerken en de oogst binnenhalen. Dan was er altijd eten voor de familie van Mefiboseth.
Mefiboseth had zelf ook een kleine zoon. Hij heette Micha.
Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem. Elke dag at hij aan de tafel van de koning, net als een van de zonen van de koning. Zijn voeten bleven kreupel. Maar hij had een vaste plaats bij de koning gekregen.
David was zo goed voor hem, omdat hij het bij de HEERE beloofd had. Zo is de HEERE Zelf: Hij vergeet Zijn beloften nooit, en Hij is goed voor mensen die Hem niets kunnen teruggeven.
“Vrees niet, want ik zal zekerlijk weldadigheid bij u doen, om uws vaders Jonathans wil” (2 Samuël 9:7)
Tips voor de verteller
- Leg de moeilijke woorden één keer kort uit: verbond (een plechtige belofte bij God), weldadigheid (goed doen aan iemand omdat men het beloofd heeft), voedster en kreupel. Lees 2 Samuël 9:7 zelf voor uit de Bijbel; dat is het hart van de geschiedenis.
- Een kind kan vragen waarom Mefiboseth niet beter werd. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt dat hij genezen werd: het hoofdstuk eindigt ermee dat hij kreupel bleef. Wat wel veranderde, is zijn plaats: hij at aan de tafel van de koning. Maak Mefiboseth niet zielig, zeker niet als er kinderen met een beperking in de groep zijn.
- Vraagt een kind waarom Jonathan en Saul dood waren? Zeg kort dat zij sneuvelden in een oorlog tegen de Filistijnen (1 Samuël 31:6). Meer is niet nodig. U kunt eerst vertellen hoe Jonathan na de strijd met Goliath Davids vriend werd (1 Samuël 18:1-4).
- Het vervolg met Ziba (2 Samuël 16 en 19) laat u voor jonge kinderen weg. Met oudere kinderen kunt u het lezen en eerlijk zeggen dat de Bijbel niet uitlegt wie van de twee de waarheid sprak.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaarom kon Mefiboseth niet goed lopen?
- NavertellenBij Wie hadden David en Jonathan hun belofte gedaan?
- VerwonderenWat vind jij bijzonder aan de plaats die Mefiboseth kreeg?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenHoe noemde Mefiboseth zichzelf toen David zo goed voor hem was, en wat bedoelde hij daarmee?
- BetekenisDavid wilde Gods weldadigheid aan Mefiboseth doen. Waarom noemt hij zijn goedheid de goedheid van God?
- VerbindingLees Lukas 14:21. Wie worden daar aan de maaltijd gebracht, en waarin lijkt dat op wat David deed?
- ToepassingMefiboseth mocht erbij horen, ook al kon hij niet goed lopen. Hoe kun jij iemand laten merken dat hij erbij hoort?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees 1 Samuël 20:14-17 en 20:42. Wat hadden David en Jonathan elkaar beloofd, en hoe zie je die belofte terug in 2 Samuël 9?
- Wie is God?De HEERE beloofde David: "Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken" (2 Samuël 7:15). In 2 Samuël 9 bewijst David zelf weldadigheid, in het Hebreeuws hetzelfde woord. Wat zegt dat over God?
- Moeilijke vraagIn 2 Samuël 16 en 19 spreken Ziba en Mefiboseth elkaar tegen, en David laat hen het land delen. Was dat rechtvaardig? Waarom zou de Bijbel niet zeggen wie gelijk had?
- PersoonlijkMefiboseth noemde zichzelf een dode hond, maar kreeg een plaats aan de tafel van de koning. Wat betekent het voor jou dat God mensen niet aanneemt om wat ze waard zijn?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn beloften houdt en goed is voor wie Hem niets kan teruggeven. Bid voor wie zwak is of zich buitengesloten voelt, en om een gemeente waar zij een plaats hebben.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over David en Mefiboseth
Waar staat het verhaal van David en Mefiboseth in de Bijbel?
De geschiedenis staat in 2 Samuël 9, een kort hoofdstuk van dertien verzen. Hoe Mefiboseth kreupel werd, staat eerder in 2 Samuël 4:4. Het verbond tussen David en Jonathan, waar David aan dacht, staat in 1 Samuël 18:3 en 20:14-17. Het vervolg met Ziba lezen we in 2 Samuël 16:1-4 en 19:24-30, en in 2 Samuël 21:7 spaart David Mefiboseth om de eed met Jonathan.
Waarom was David zo goed voor Mefiboseth?
Om Jonathan. David vroeg of er nog iemand van het huis van Saul over was, "dat ik weldadigheid aan hem doe, om Jonathans wil" (2 Samuël 9:1). Jonathan had David laten zweren dat hij zijn weldadigheid nooit zou afsnijden van zijn huis (1 Samuël 20:15), en dat verbond was gesloten in de Naam van de HEERE (1 Samuël 20:42). David noemt het daarom "Gods weldadigheid" (2 Samuël 9:3). Het ging niet om wat Mefiboseth kon of verdiende.
Was Mefiboseth een kind toen David hem liet halen?
Nee. Hij was vijf jaar oud toen Saul en Jonathan sneuvelden en hij kreupel werd (2 Samuël 4:4). Daarna regeerde David eerst zeven jaar en zes maanden in Hebron (2 Samuël 5:5). Toen David naar Mefiboseth vroeg, was hij volwassen: hij had zelf een kleine zoon, Micha (2 Samuël 9:12). Kinderbijbels tekenen hem soms als een jongen, maar dat volgt niet uit de tekst. Hoe oud hij precies was, zegt de Bijbel niet.
Wat betekent weldadigheid in 2 Samuël 9?
Weldadigheid is het sleutelwoord van 2 Samuël 9: David gebruikt het drie keer (2 Samuël 9:1, 3 en 7). Het is meer dan vriendelijkheid. Het is goedheid uit trouw aan een verbond: goedheid die men beloofd heeft en daarom ook doet, ook als de ander niets terug kan geven. In het Hebreeuws staat hetzelfde woord als in Gods belofte aan David: "Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken" (2 Samuël 7:15). Als David spreekt van "Gods weldadigheid" (2 Samuël 9:3), geeft hij door wat hij zelf van God ontvangen heeft.
Wat is een korte samenvatting van David en Mefiboseth?
Koning David vraagt of er nog iemand van het huis van Saul over is aan wie hij weldadigheid kan doen om Jonathans wil. De knecht Ziba noemt Mefiboseth, de zoon van Jonathan, die kreupel is aan beide voeten en in Lodebar woont. David laat hem halen en zegt: "Vrees niet" (2 Samuël 9:7). Hij geeft hem de akkers van Saul terug en een vaste plaats aan zijn tafel. Mefiboseth noemt zichzelf een dode hond (2 Samuël 9:8). Toch eet hij voortaan aan de tafel van de koning, terwijl hij kreupel blijft (2 Samuël 9:13).
Staat er in de Bijbel dat de tafel de voeten van Mefiboseth verborg?
Nee. Dat is een beeld uit preken: aan de tafel van de koning zou niemand meer zien dat hij kreupel was. De Bijbel zegt alleen dat hij "geduriglijk at aan des konings tafel; en hij was kreupel aan beide zijn voeten" (2 Samuël 9:13). Het beeld kan helpen, maar het is uitleg en geen tekst. Juist de laatste woorden van het hoofdstuk benadrukken dat zijn zwakheid bleef.
Wat betekent David en Mefiboseth voor christenen?
Veel reformatorische uitleggers zien in Mefiboseth een beeld van de zondaar die genade ontvangt. Hij had niets, noemde zichzelf een dode hond en werd toch aan de tafel van de koning gebracht, niet om zichzelf maar om Jonathans wil. Zo neemt God mensen aan om Christus. Het Nieuwe Testament noemt Mefiboseth niet, dus het is een toepassing en geen uitleg die de Bijbel zelf geeft. Wel zegt Paulus dat Christus stierf "als wij nog krachteloos waren" (Romeinen 5:6).
Hoe vertelt u David en Mefiboseth aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij 2 Samuël 9 blijft, met 2 Samuël 4:4 voor de val van Mefiboseth en de belofte van Jonathan als begin. Leg woorden als verbond, weldadigheid en voedster kort uit. Laat zien dat David goed is omdat hij het bij de HEERE beloofd had, en dat de HEERE Zelf Zijn beloften houdt. Maak Mefiboseth niet zielig; hij bleef kreupel en kreeg toch een vaste plaats.
Stel een vraag over David en Mefiboseth
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.