Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Ananias en Saffira in de Bijbel

Chananja (Hebreeuws) of Ananias (Grieks); Sapfeira (Grieks) - “De HEERE is genadig; waarschijnlijk mooi”

Wie waren Ananias en Saffira?

Ananias en Saffira waren een echtpaar in de eerste gemeente van Jeruzalem. Zij verkochten land, hielden heimelijk een deel van de opbrengst achter en deden alsof zij alles gaven. Petrus ontmaskerde hun leugen tegen de Heilige Geest, en beiden vielen dood neer (Handelingen 5:1-11).

Ananias en Saffira staan op één plek in de Bijbel: Handelingen 5:1-11. De Statenvertaling begint zo: "En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have" (Handelingen 5:1). Zij treden alleen samen op. Het verhaal kan niet los worden gelezen van wat eraan voorafgaat. Aan het eind van Handelingen 4 beschrijft Lukas een gemeente waarin niemand gebrek had, omdat wie land of huizen bezat die verkocht en de opbrengst aan de voeten van de apostelen legde (Handelingen 4:34-35). Als voorbeeld noemt hij Barnabas, die zijn akker verkocht (Handelingen 4:36-37). Direct daarna begint hoofdstuk 5 met "een zeker man": hetzelfde gebaar, maar met een ander hart. Ananias verkocht met Saffira een stuk land en hield een deel van de prijs achter, "ook met medeweten zijner vrouw" (Handelingen 5:2). De rest legde hij bij de apostelen neer, alsof het alles was. Petrus vroeg hem waarom de satan zijn hart had vervuld, "dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt" (Handelingen 5:3), en zei: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode" (Handelingen 5:4). Ananias viel neer en stierf. Ongeveer drie uur later kwam Saffira binnen. Op de vraag van Petrus of zij het land voor zoveel hadden verkocht, antwoordde zij: "Ja, voor zoveel" (Handelingen 5:8). Ook zij viel neer en stierf. Het verhaal eindigt met grote vrees over de hele gemeente (Handelingen 5:11). Niet te verwarren met Ananias van Damascus, "een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias" (Handelingen 9:10), die Saulus na zijn bekering de handen oplegde. Ook de hogepriester Ananias, voor wie Paulus later terechtstond (Handelingen 23:2), is een ander. De naam was in die tijd onder Joden gewoon.

Historische context

Het verhaal speelt in Jeruzalem, in de eerste jaren na de opstanding en Pinksteren. Een exact jaar geeft Lukas niet; de gebeurtenis valt kort na Pinksteren, vóór de aanstelling van de zeven diakenen en de dood van Stefanus (Handelingen 6 en 7), dus rond 30 na Christus. De gemeente kwam samen in de tempel, in "het voorhof van Salomo" (Handelingen 5:12), een zuilengang waar ook Jezus had gewandeld (Johannes 10:23), en in de huizen. Lukas beschrijft het delen van bezit twee keer: "En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen" (Handelingen 2:44), en opnieuw in Handelingen 4:32-35. Dat was geen verplichte afstand van alle eigendom. Petrus zegt uitdrukkelijk tegen Ananias dat het land van hem bleef zolang het niet verkocht was, en dat de opbrengst daarna in zijn macht was (Handelingen 5:4). Later blijkt dat Maria, de moeder van Markus, nog een eigen huis had waar de gemeente samenkwam (Handelingen 12:12). Er waren veel armen in de gemeente van Jeruzalem. Jaren later zamelden de gemeenten in Macedonië en Achaje nog geld in voor "de armen onder de heiligen, die te Jeruzalem zijn" (Romeinen 15:26). Er was in die tijd ook een joodse groep die bezit gemeenschappelijk maakte. De Gemeenteregel uit de Dode Zeerollen van Qumran beschrijft hoe nieuwe leden hun bezit inbrachten en noemt een straf voor wie willens loog over zijn bezit: een jaar uitsluiting van de gemeenschappelijke maaltijd en een korting op het voedsel. Daar was het inbrengen verplicht; in Jeruzalem was het vrijwillig, en de zonde lag niet in het achterhouden, maar in de leugen. Het woord dat de Statenvertaling met "onttrekken" weergeeft (Handelingen 5:2-3), komt in de Griekse vertaling van het Oude Testament voor in Jozua 7:1, waar Achan "nam van het verbannene". Paulus gebruikt het in Titus 2:10 voor slaven die niet ontvreemden: "Niet onttrekkende, maar alle goede trouw bewijzende". Dat Ananias meteen werd begraven, past bij het gebruik in Israël om doden snel, vaak nog dezelfde dag, buiten de stad te begraven. De "jongelingen" (Handelingen 5:6) waren waarschijnlijk jongere mannen uit de gemeente die zulke taken op zich namen; de tekst zegt niet of zij een vaste functie hadden.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Zij verkochten een bezitting en brachten een deel van de opbrengst naar de apostelen (Handelingen 5:1-2)
  • Petrus verwijt hun niet dat zij een deel hielden of te weinig gaven; het land en de opbrengst waren van hen (Handelingen 5:4)

−Zwakke kanten

  • Geveinsd: zij deden alsof het deel dat zij brachten de hele opbrengst was (Handelingen 5:2-3)
  • Samen afgesproken: Saffira wist ervan en hield de leugen vol toen Petrus haar ernaar vroeg (Handelingen 5:8-9)
  • Zij logen niet tegen mensen, maar tegen God, en verzochten de Geest des Heeren (Handelingen 5:4 en 5:9)

Theologische betekenis

Handelingen 5 laat eerst zien wat er gebeurde: een leugen over geld, ontmaskerd door Petrus, en twee doden. Lukas legt geen uitgebreide verklaring bij. Wel maakt hij de tegenstelling met het voorafgaande duidelijk. Kort daarvoor waren de gelovigen "allen vervuld met den Heiligen Geest" (Handelingen 4:31); nu vraagt Petrus aan Ananias waarom de satan zijn hart heeft "vervuld" (Handelingen 5:3). Barnabas gaf openlijk en eerlijk; Ananias en Saffira deden alsof zij alles gaven. Het verhaal zegt iets over de Heilige Geest. Petrus zegt eerst dat Ananias de Heilige Geest heeft gelogen, en dan: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode" (Handelingen 5:3-4). De kerk heeft deze verzen van oudsher gelezen als een getuigenis dat de Heilige Geest God is. De Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt in artikel 11 dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is, met de Vader en de Zoon. Ook blijkt dat de Geest de gemeente kent: voor Hem is niets verborgen. Veel uitleggers wijzen op een patroon bij nieuwe beginnen in de Schrift. Bij de ingebruikname van de tabernakel stierven Nadab en Abihu, en Mozes zei: "In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden" (Leviticus 10:3). Bij het begin van de intocht in Kanaän zondigde Achan, die "nam van het verbannene" (Jozua 7:1) en zijn buit verborg. Zo ook hier, aan het begin van de gemeente. Petrus schrijft later, in een andere samenhang, dat het oordeel begint "van het huis Gods" (1 Petrus 4:17). Het verhaal laat ook zien dat de zonde in de gemeente ernstig is, juist omdat God er woont. Jezus waarschuwde Zijn discipelen voor "den zuurdesem der Farizeen, welke is geveinsdheid" en zei daarbij: "er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden" (Lukas 12:1-2). Paulus schrijft dat de Heere ook later in Korinthe Zijn gemeente tuchtigde met ziekte en sterven, "opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden" (1 Korinthe 11:30-32). Of Ananias en Saffira eeuwig verloren gingen, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers zien in hun dood een tijdelijke tucht over gelovigen, anderen zien in hen huichelaars die nooit echt geloofden. Lukas laat dat open. Wat hij wel vertelt, is het gevolg: grote vrees, en tegelijk groei, want "er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden" (Handelingen 5:14). De heiligheid van God stond de groei van de gemeente niet in de weg.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Chananja (Hebreeuws) of Ananias (Grieks); Sapfeira (Grieks)

Betekenis

De HEERE is genadig; waarschijnlijk mooi

Betekenis van de naam Hananja (Ananias): grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

De gemeente deelt, Barnabas verkoopt zijn akker

De gelovigen zijn één van hart en ziel. Bezitters van land of huizen verkopen die en leggen de opbrengst aan de voeten van de apostelen, zodat niemand gebrek heeft. Zo verkoopt Joses, door de apostelen Barnabas genoemd, een Leviet uit Cyprus, zijn akker. Lukas plaatst hem als voorbeeld vlak vóór Ananias en Saffira.

Handelingen 4:32-37

2

Een deel achtergehouden

Ananias en Saffira verkopen een stuk land. Met medeweten van zijn vrouw houdt Ananias een deel van de prijs achter en legt de rest aan de voeten van de apostelen.

Handelingen 5:1-2

3

Petrus ontmaskert Ananias

Petrus vraagt waarom de satan zijn hart heeft vervuld om de Heilige Geest te liegen. Het land was van hem en de opbrengst in zijn macht; hij heeft niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.

Handelingen 5:3-4

4

Ananias sterft

Als Ananias deze woorden hoort, valt hij neer en sterft. Grote vrees komt over allen die het horen. Jonge mannen dragen hem weg en begraven hem.

Handelingen 5:5-6

5

Saffira sterft

Ongeveer drie uur later komt Saffira binnen, zonder te weten wat er is gebeurd. Zij bevestigt de prijs, hoort van Petrus dat zij samen de Geest des Heeren hebben verzocht, valt neer en wordt bij haar man begraven.

Handelingen 5:7-10

6

Vrees over de gemeente

Grote vrees komt over de hele gemeente en over allen die het horen.

Handelingen 5:11

7

De gemeente groeit

Door de apostelen gebeuren vele tekenen en wonderen. Van de anderen durft niemand zich bij hen te voegen, maar het volk houdt hen in grote achting, en steeds meer mannen en vrouwen gaan in de Heere geloven.

Handelingen 5:12-14

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Ananias en Saffira beter te begrijpen.

Handelingen 4:32

“En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.”

De beschrijving van de gemeente vlak voor het verhaal van Ananias en Saffira. Tegen deze achtergrond valt hun geveinsdheid des te meer op.

Handelingen 4:36-37

“En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus, Alzo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en legde het aan de voeten der apostelen.”

Barnabas is het voorbeeld van eerlijk geven. Lukas zet hem direct naast Ananias en Saffira.

Handelingen 5:1-2

“En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have; En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.”

Het begin van het verhaal. Het gebaar lijkt op dat van Barnabas, maar zij houden heimelijk een deel achter, en Saffira weet ervan.

Handelingen 5:3

“En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?”

Petrus ontmaskert de leugen. Waar de gemeente vervuld was met de Heilige Geest (Handelingen 4:31), had de satan het hart van Ananias vervuld.

Handelingen 5:4

“Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.”

Het geven was vrijwillig: het land en de opbrengst waren van Ananias. Zijn zonde was de leugen, en die was gericht tegen God.

Handelingen 5:5

“En Ananias, deze woorden horende, viel neder en gaf den geest. En er kwam grote vrees over allen, die dit hoorden.”

Petrus spreekt geen doodvonnis uit; Ananias sterft terwijl hij de woorden hoort. De tekst legt het oordeel niet bij de apostel; de kerk heeft hierin van oudsher het ingrijpen van God gezien.

Handelingen 5:9

“En Petrus zeide tot haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen.”

Saffira had de kans de waarheid te zeggen, maar hield de afspraak vol. Petrus noemt hun leugen een verzoeken van de Geest des Heeren.

Handelingen 5:11

“En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden.”

Het slot van het verhaal. De gemeente leert God vrezen, en direct daarna vertelt Lukas dat zij toch blijft groeien (Handelingen 5:14).

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Ananias en Saffira leefden in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Ananias en Saffira hoefden hun land niet te verkopen en niets af te staan. Hun zonde was niet dat zij te weinig gaven, maar dat zij meer leken te geven dan zij deden. Dat raakt ons ook. Paulus schrijft: "God heeft een blijmoedigen gever lief" (2 Korinthe 9:7). God vraagt geen vertoon, maar eerlijkheid. Wie iets voor de gemeente doet om gezien te worden, staat dichter bij Ananias dan hij denkt. Hun verhaal leert ook dat God het hart ziet. Voor Hem geldt: "alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben" (Hebreeën 4:13). Wij kunnen mensen soms iets wijsmaken, maar niet God. Dat is een ernstige gedachte, en tegelijk een bevrijdende: wie voor God niets verbergt, hoeft voor mensen niets op te houden. Opvallend is dat Ananias en Saffira het samen deden. Een echtpaar kan elkaar helpen in het goede, maar ook samen een weg van zonde inslaan. Saffira kreeg de gelegenheid om de waarheid te zeggen en deed het niet. Voor ons is dat een vraag: helpen wij elkaar, in huwelijk en gezin, om eerlijk voor God te leven? Ten slotte laat het verhaal zien dat God Zijn gemeente heilig houdt. Paulus schrijft: "Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste" (Efeze 4:25). Dat vraagt ernst, maar geen angst die verlamt. Na de grote vrees groeide de gemeente juist, omdat duidelijk werd dat God Zelf onder hen woonde.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Ananias en Saffira

Wie waren Ananias en Saffira in de Bijbel?
Ananias en Saffira waren een echtpaar in de eerste gemeente van Jeruzalem, kort na Pinksteren. Zij verkochten een stuk land, hielden in overleg een deel van de opbrengst achter en brachten de rest naar de apostelen alsof het alles was. Petrus ontmaskerde de leugen en zei: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode" (Handelingen 5:4). Eerst viel Ananias dood neer, ongeveer drie uur later ook Saffira. Daarna kwam grote vrees over de hele gemeente (Handelingen 5:11).
Wat betekenen de namen Ananias en Saffira?
Ananias is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Chananja, die betekent: de HEERE is genadig. De naam was in die tijd onder Joden gewoon. In het Oude Testament spelt de Statenvertaling hem Hananja, zoals bij de vriend van Daniël (Daniël 1:6) en de valse profeet uit Jeremia 28. Saffira komt waarschijnlijk van een Aramees woord dat mooi of schoon betekent. Sommigen verbinden de naam met de edelsteen saffier, maar dat is minder zeker. De Bijbel zelf legt de namen niet uit.
Waar staan Ananias en Saffira in de Bijbel?
Ananias en Saffira staan alleen in Handelingen 5:1-11. Het verhaal hoort bij het voorafgaande gedeelte, Handelingen 4:32-37, waar Lukas beschrijft hoe de gemeente haar bezit deelde en hoe Barnabas zijn akker verkocht. Na hun dood worden Ananias en Saffira nergens meer in de Bijbel genoemd. De Ananias in Handelingen 9 en de hogepriester Ananias in Handelingen 23 zijn andere personen.
Wat was de zonde van Ananias en Saffira?
Hun zonde was de leugen. Zij hielden een deel van de opbrengst van hun land achter en deden alsof zij alles gaven. Het achterhouden zelf was geen zonde: Petrus zegt dat het land van Ananias bleef en dat de opbrengst in zijn macht was (Handelingen 5:4). Maar zij wilden de eer van een volledige gift zonder de prijs ervan te betalen. Petrus noemt het liegen tegen de Heilige Geest (Handelingen 5:3) en het verzoeken van "den Geest des Heeren" (Handelingen 5:9).
Waarom stierven Ananias en Saffira?
Lukas vertelt dat zij stierven nadat hun leugen tegen God was ontmaskerd, maar geeft geen uitgebreide verklaring. De tekst legt het oordeel niet bij de apostel: Petrus spreekt bij Ananias geen vonnis uit, en Ananias valt neer terwijl hij de woorden hoort (Handelingen 5:5). De kerk heeft hierin het ingrijpen van God Zelf gezien. Veel uitleggers zien hier een teken van Gods heiligheid aan het begin van de gemeente, zoals bij Nadab en Abihu (Leviticus 10:1-3) en bij Achan (Jozua 7:1). Het gevolg was grote vrees over de gemeente (Handelingen 5:11).
Moesten Ananias en Saffira al hun bezit afstaan?
Nee. Het delen van bezit in de gemeente van Jeruzalem was vrijwillig. Petrus zegt tegen Ananias: "Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht?" (Handelingen 5:4). Ananias mocht zijn land houden, of het verkopen en een deel geven. Ook later hadden gelovigen nog eigen huizen, zoals Maria, de moeder van Markus (Handelingen 12:12). De zonde was dat Ananias en Saffira logen over wat zij gaven.
Heeft Petrus Ananias en Saffira gedood?
Nee. Petrus ontmaskerde de leugen, maar de tekst zegt niet dat hij een straf uitsprak of uitvoerde. Ananias viel neer terwijl hij de woorden van Petrus hoorde (Handelingen 5:5). Bij Saffira zei Petrus vooruit wat er zou gebeuren: de mannen die haar man hadden begraven, stonden voor de deur (Handelingen 5:9). De tekst legt het oordeel dus niet bij de apostel; de kerk heeft hierin het ingrijpen van God gezien. Hoe Petrus van de leugen wist, zegt de tekst niet.
Gingen Ananias en Saffira verloren?
Dat zegt de Bijbel niet. Lukas vertelt alleen dat zij stierven en begraven werden. Uitleggers verschillen hierover. Sommigen zien in hun dood een tijdelijke tucht over mensen die bij de gemeente hoorden, zoals Paulus schrijft over zieken en gestorvenen in Korinthe, "opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden" (1 Korinthe 11:30-32). Anderen zien in Ananias en Saffira huichelaars die nooit echt geloofden. Wij kunnen hier niet verder gaan dan de tekst.
Is Ananias, de man van Saffira, dezelfde als Ananias van Damascus?
Nee. De Bijbel noemt drie verschillende mannen met de naam Ananias. De man van Saffira stierf in Jeruzalem (Handelingen 5:5). Ananias van Damascus was "een zeker discipel te Damaskus" (Handelingen 9:10), die Saulus na zijn bekering de handen oplegde, waarna Saulus werd gedoopt (Handelingen 9:17-18). De derde is de hogepriester Ananias, die Paulus op de mond liet slaan (Handelingen 23:2). De naam, een vorm van Chananja, was in die tijd gewoon.
Wat leert het verhaal van Ananias en Saffira over de Heilige Geest?
Het verhaal leert dat de Heilige Geest God is. Petrus zegt tegen Ananias dat hij "den Heiligen Geest liegen" wilde (Handelingen 5:3), en direct daarna: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode" (Handelingen 5:4). Liegen tegen de Geest is liegen tegen God. De kerk heeft deze verzen van oudsher gelezen als getuigenis van de Godheid van de Heilige Geest. Ook blijkt dat de Geest in de gemeente woont en dat niets voor Hem verborgen is.
Wat is het verband tussen Ananias en Saffira en Achan?
Veel uitleggers zien een parallel. Achan nam na de val van Jericho van het verbannene en verborg het in zijn tent (Jozua 7:1 en 7:21). Het woord dat de Statenvertaling in Handelingen 5:2 met "onttrok" vertaalt, staat in de Griekse vertaling van het Oude Testament ook in Jozua 7:1. Beide keren gaat het om een verborgen zonde rond bezit, aan het begin van een nieuwe periode voor Gods volk, en beide keren grijpt God in.
Wat kunnen wij leren van Ananias en Saffira?
Wij leren dat God eerlijkheid vraagt, geen vertoon. Ananias en Saffira hoefden niets te geven, maar wilden de eer van een volledige gift. God ziet het hart, en wij doen alles voor Zijn ogen. Ook leren wij dat echtgenoten elkaar kunnen helpen in het goede of samen in zonde vallen. Paulus schrijft: "God heeft een blijmoedigen gever lief" (2 Korinthe 9:7). En na de vrees groeide de gemeente: Gods heiligheid en Zijn genade gaan samen.

Stel een vraag over Ananias en Saffira

Wilt u meer weten over Ananias en Saffira? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Ananias en Saffira

Bijbelverhalen rond Ananias en Saffira

Verdiep u verder