Koning Agrippa in de Bijbel
Agrippas (Grieks) - “Romeinse naam, betekenis onzeker”
Wie was koning Agrippa?
Koning Agrippa is Agrippa II (in de literatuur ook Herodes Agrippa II genoemd), een achterkleinzoon van Herodes de Grote. Omstreeks 60 n.Chr. hoorde hij met zijn zuster Bernice in Caesarea de verdediging van Paulus. Na diens rede zei hij: "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden" (Handelingen 26:28), en hij verklaarde Paulus onschuldig.
Koning Agrippa komt in de Bijbel voor in Handelingen 25:13 tot en met Handelingen 26:32. De Statenvertaling noemt hem "de koning Agrippa"; de havenstad heet er Cesarea. Dat het om Agrippa II gaat, de zoon van Herodes Agrippa I, weten wij uit de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die hem persoonlijk kende. Het verhaal begint niet bij Agrippa, maar bij een vastgelopen rechtszaak. Paulus was in de tempel gegrepen en naar Caesarea overgebracht, waar stadhouder Felix hem twee jaar gevangen hield (Handelingen 24:27). Zijn opvolger Festus wilde Paulus in Jeruzalem laten berechten, maar Paulus beriep zich op de keizer. Festus moest hem dus naar Rome sturen, en wist niet wat hij als beschuldiging moest opschrijven. Toen koning Agrippa en Bernice hem kwamen begroeten, legde hij de zaak aan de koning voor, als kenner van de joodse wet en gewoonten. Agrippa wilde Paulus zelf horen. Daarop volgt in Handelingen 26 de langste verdediging van Paulus in het boek: zijn leven als Farizeeër, zijn vervolging van de gemeente, de verschijning van Jezus op de weg naar Damaskus en zijn opdracht om aan Joden en heidenen het licht te verkondigen. Festus onderbrak hem met de uitroep dat de grote geleerdheid hem gek maakte. Paulus wendde zich tot de koning: "Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft" (Handelingen 26:27). Agrippa antwoordde met de bekende woorden: "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden." Koning Agrippa is niet te verwarren met zijn vader, Herodes Agrippa I, de koning Herodes die in Handelingen 12 Jakobus liet doden en in Caesarea door een engel werd geslagen. Hij is ook een ander dan zijn overgrootvader Herodes de Grote uit het kerstverhaal en dan Herodes Antipas, de viervorst die Johannes de Doper liet onthoofden. Op deze pagina staan ook de beide stadhouders uit Handelingen 24 tot 26, Felix en Festus, en Agrippa's zuster Bernice.
Historische context
Agrippa II werd volgens Josephus omstreeks 27 n.Chr. geboren. Zijn vader, Herodes Agrippa I, stierf in 44 n.Chr. in Caesarea (Handelingen 12:23); Agrippa was toen ongeveer zeventien jaar en woonde in Rome. Keizer Claudius vond hem te jong om het rijk van zijn vader te erven, en Judea kwam opnieuw onder Romeinse stadhouders. Enkele jaren later kreeg Agrippa het kleine koninkrijk Chalcis in het huidige Libanon, met het toezicht over de tempel in Jeruzalem en het recht om hogepriesters aan te stellen. Rond 53 n.Chr. ruilde hij Chalcis voor het vroegere gebied van zijn oudoom Filippus, ten noordoosten van het meer van Galilea (vergelijk Lukas 3:1), en keizer Nero voegde er later delen van Galilea en Perea aan toe. Dat verklaart waarom Paulus zei dat de koning "kennis" had "van alle gewoonten en vragen, die onder de Joden zijn" (Handelingen 26:3). Zijn zusters spelen in Handelingen allebei een rol. Drusilla was de vrouw van stadhouder Felix (Handelingen 24:24); volgens Josephus had zij daarvoor haar eerste man, de koning van Emesa, verlaten. Bernice was weduwe van haar oom, Herodes van Chalcis, en woonde aan het hof van haar broer. Josephus vermeldt dat daar in Rome en Judea kwade geruchten over gingen; de Bijbel zegt er niets over. Antonius Felix was stadhouder van Judea van ongeveer 52 tot 59 of 60 n.Chr. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus beschrijft hem als een vrijgelatene die zijn macht met wreedheid en willekeur uitoefende. In Handelingen hoort hij Paulus aan, wordt hij "zeer bevreesd" als Paulus spreekt over rechtvaardigheid, matigheid en het oordeel, en hoopt hij intussen op geld (Handelingen 24:25-26). Na twee jaar werd hij teruggeroepen en liet hij Paulus gevangen. Porcius Festus volgde hem op, waarschijnlijk in 59 of 60 n.Chr. Hij handelde sneller dan Felix: binnen twee weken nam hij de zaak op (Handelingen 25:1-6). Volgens Josephus stierf hij al na ongeveer twee jaar in functie, omstreeks 62 n.Chr. De zitting voor Agrippa vond dus plaats omstreeks 60 n.Chr., kort voordat Paulus als gevangene naar Rome voer (Handelingen 27:1). Na Handelingen 26 zwijgt de Bijbel over Agrippa. Josephus vertelt dat hij in 66 n.Chr. de bevolking van Jeruzalem tevergeefs van een opstand tegen Rome probeerde af te houden en in de Joodse oorlog aan Romeinse zijde stond. Ook schreef hij Josephus brieven over diens geschiedwerk. Hij stierf waarschijnlijk tegen het einde van de eerste eeuw, als de laatste vorst uit het huis van Herodes.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Deskundig: hij had kennis van de gewoonten en vragen onder de Joden (Handelingen 26:3)
- Bereid om te luisteren: hij wilde Paulus zelf horen (Handelingen 25:22)
- Vertrouwd met de profeten, volgens Paulus (Handelingen 26:27)
- Eerlijk in zijn oordeel: hij erkende dat Paulus vrijgelaten had kunnen worden (Handelingen 26:32)
−Zwakke kanten
- Bleef staan bij "bijna": hij kwam dichtbij, maar de tekst meldt geen bekering (Handelingen 26:28-30)
- Gericht op vertoon: hij kwam met grote pracht ter zitting (Handelingen 25:23)
- Hij beëindigde het gesprek door op te staan (Handelingen 26:30)
Theologische betekenis
Het optreden van Agrippa maakt in Handelingen een belofte waar. Bij de bekering van Paulus zei de Heere tot Ananias: "deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels" (Handelingen 9:15). Jezus had Zijn discipelen al voorzegd: "gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis" (Mattheüs 10:18). In Caesarea staat Paulus voor een stadhouder en een koning tegelijk, en hij maakt van zijn verdediging een getuigenis. Lukas laat bovendien een parallel zien met het lijden van Christus. Jezus werd verhoord door de Romeinse stadhouder Pilatus en door Herodes Antipas, en Pilatus verklaarde dat hij "in dezen Mens geen schuld gevonden" had, waarna hij toevoegde: "Ja, ook Herodes niet" (Lukas 23:14-15). Paulus wordt verhoord door de stadhouder Festus en door koning Agrippa, een Herodiaan, en ook zij zeggen: "Deze mens doet niets des doods of der banden waardig" (Handelingen 26:31). De dienaar gaat de weg van zijn Heere. Dat Paulus toch naar Rome gaat, ligt niet aan schuld, maar aan zijn beroep op de keizer, en daarachter aan de belofte: "alzo moet gij ook te Rome getuigen" (Handelingen 23:11). Inhoudelijk staat de opstanding in het middelpunt. Festus vatte de zaak samen als een strijd over "zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven" (Handelingen 25:19). Paulus vraagt: "wordt het bij ulieden ongelofelijk geoordeeld, dat God de doden opwekt?" (Handelingen 26:8), en hij beroept zich op wat "de profeten en Mozes gesproken hebben" (Handelingen 26:22). Het Evangelie is voor hem geen nieuwe sekte, maar de vervulling van de hoop van Israël. De woorden van Agrippa zijn op twee manieren gelezen. De Statenvertaling geeft ze weer als een eerlijke erkenning: "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden." Veel nieuwere uitleggers lezen het Grieks eerder als een ontwijkende of spottende vraag, in de zin van: wilt gij mij zo snel tot een christen maken? Het antwoord van Paulus speelt op het woord in: hij wenst "dat, en bijna en geheellijk" allen die hem horen worden zoals hij (Handelingen 26:29). Hoe men het ook leest, de tekst eindigt zonder bekering. Het woord christen komt in het Nieuwe Testament maar drie keer voor (Handelingen 11:26, Handelingen 26:28 en 1 Petrus 4:16), en hier in de mond van een koning die er dichtbij staat.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Agrippas (Grieks)
Betekenis
Romeinse naam, betekenis onzeker
Sleutelmomenten
Felix laat Paulus gevangen
Na twee jaar krijgt Felix Porcius Festus als opvolger. Felix laat Paulus gevangen, "willende den Joden gunst bewijzen".
Handelingen 24:27
Beroep op de keizer
Festus stelt voor de zaak in Jeruzalem te behandelen. Paulus weigert en zegt: "Ik beroep mij op den keizer." Festus antwoordt: "Gij zult tot den keizer gaan."
Handelingen 25:11-12
Agrippa en Bernice in Caesarea
Enige dagen later komen koning Agrippa en Bernice naar Caesarea om de nieuwe stadhouder te begroeten.
Handelingen 25:13
Festus legt de zaak voor
Festus vertelt dat de beschuldigers alleen vragen over hun godsdienst hadden, en "van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven". Agrippa wil de man zelf horen.
Handelingen 25:14-22
Zitting met grote pracht
Agrippa en Bernice komen met grote pracht in het rechthuis, met de oversten en de voornaamsten van de stad. Festus zegt dat hij niets zekers heeft om aan de keizer te schrijven.
Handelingen 25:23-27
De verantwoording van Paulus
Paulus vertelt over zijn leven als Farizeeër, zijn vervolging van de gemeente en de verschijning van Jezus op de weg naar Damaskus. Hij betuigt dat de Christus moest lijden en als Eerste uit de doden opstaan.
Handelingen 26:1-23
"Bijna een Christen"
Festus roept dat Paulus raast. Paulus vraagt de koning of hij de profeten gelooft, en Agrippa antwoordt: "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden."
Handelingen 26:24-29
Onschuldig bevonden
De koning staat op. Onder elkaar zeggen de aanwezigen dat Paulus niets des doods of der banden waardig doet, en Agrippa zegt tot Festus dat hij losgelaten had kunnen worden.
Handelingen 26:30-32
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van koning Agrippa beter te begrijpen.
Handelingen 25:13
“En als enige dagen voorbijgegaan waren, kwamen de koning Agrippa en Bernice te Cesarea, om Festus te begroeten.”
De eerste vermelding van Agrippa en zijn zuster Bernice. Het bezoek was een beleefdheidsbezoek aan de nieuwe stadhouder.
Handelingen 25:22
“En Agrippa zeide tot Festus: Ik wilde ook zelf dien mens wel horen. En hij zeide: Morgen zult gij hem horen.”
Agrippa neemt zelf het initiatief. Of het nieuwsgierigheid was of belangstelling, zegt de tekst niet.
Handelingen 26:3
“Allermeest, dewijl ik weet, dat gij kennis hebt van alle gewoonten en vragen, die onder de Joden zijn. Daarom bid ik u, dat gij mij lankmoediglijk hoort.”
Paulus spreekt de koning aan als kenner van het jodendom. Volgens Josephus had Agrippa van Rome het toezicht over de tempel gekregen.
Handelingen 26:8
“Wat? wordt het bij ulieden ongelofelijk geoordeeld, dat God de doden opwekt?”
De kern van de verdediging: de opstanding. Paulus richt de vraag aan allen die aanwezig zijn.
Handelingen 26:26
“Want de koning weet van deze dingen, tot welken ik ook vrijmoedigheid gebruikende spreek; want ik geloof niet, dat hem iets van deze dingen verborgen is; want dit is in geen hoek geschied.”
Paulus wijst erop dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus publiek bekend waren. Agrippa kon dat weten.
Handelingen 26:27
“Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft.”
Paulus maakt van zijn verdediging een persoonlijke vraag aan de koning.
Handelingen 26:28
“En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.”
De bekendste woorden van Agrippa. De Statenvertaling leest ze als erkenning; veel uitleggers horen er een ontwijkend antwoord in.
Handelingen 26:29
“En Paulus zeide: Ik wenste wel van God, dat, en bijna en geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, zodanigen wierden, gelijk als ik ben, uitgenomen deze banden.”
Paulus antwoordt met een wens voor allen die hem horen. Zelf staat hij in boeien, maar hij wenst hun niets anders toe dan zijn geloof.
Handelingen 26:32
“En Agrippa zeide tot Festus: Deze mens kon losgelaten worden, indien hij zich op den keizer niet had beroepen.”
Het laatste woord van Agrippa in de Bijbel: Paulus is onschuldig. Het beroep op de keizer brengt hem toch naar Rome.
Tijdperiode
~60 n.Chr.
Koning Agrippa leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Agrippa was geen vijand van het Evangelie. Hij was deskundig, beleefd en nieuwsgierig, en hij erkende de onschuld van Paulus. Toch eindigt zijn verhaal met een man die opstaat en weggaat. Dat is een les voor ieder die het Evangelie goed kent: kennis van de Bijbel en waardering voor het christelijk geloof zijn een voorrecht, maar zij vervangen het persoonlijke geloof niet. De vraag van Paulus aan de koning, of hij de profeten geloofde, wordt ook aan ons gesteld. Daarnaast laat Paulus zien hoe een getuigenis eruitziet. Hij sprak niet over zichzelf om vrij te komen, maar vertelde wat God in zijn leven had gedaan en wat de Schrift zegt over Christus. Hij deed dat beleefd, met respect voor het gezag, en tegelijk vrijmoedig. Ook wij mogen eenvoudig vertellen wat wij gezien en gehoord hebben, zonder de hoorders naar de mond te praten. De wens van Paulus is een derde les. In boeien wenste hij de koning, de stadhouder en de hele zaal niets anders toe dan wat hij zelf had ontvangen, "uitgenomen deze banden" (Handelingen 26:29). Wie Christus kent, wenst anderen geen schade, maar het goede, ook als die anderen macht over hem hebben. Ten slotte is er troost in de afloop. Paulus bleef gevangen, maar ook zijn gevangenschap diende het Evangelie. Hij kwam als getuige in Rome, waar hij nog twee jaar "met alle vrijmoedigheid, onverhinderd" predikte (Handelingen 28:30-31). Ook wanneer omstandigheden ons tegenzitten, kan God ze gebruiken voor Zijn doel.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over koning Agrippa
Wie was koning Agrippa in de Bijbel?
Wat betekent de naam Agrippa?
Waar staat koning Agrippa in de Bijbel?
Wat bedoelde Agrippa met "Gij beweegt mij bijna een Christen te worden"?
Wie was Bernice in de Bijbel?
Wie was Felix in de Bijbel?
Wie was Festus in de Bijbel?
Waarom moest Paulus zich voor koning Agrippa verantwoorden?
Is koning Agrippa dezelfde als Herodes Agrippa?
Is koning Agrippa christen geworden?
Wat gebeurde er later met koning Agrippa?
Wat kunnen wij leren van koning Agrippa?
Stel een vraag over koning Agrippa
Wilt u meer weten over koning Agrippa? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over koning AgrippaVerdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk koning Agrippa in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van koning Agrippa.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van koning Agrippa in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over koning Agrippa.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over koning Agrippa aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.