Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Absalom in de Bijbel

Absalom (אַבְשָׁלוֹם, Hebreeuws) - “Vader van vrede, of: mijn vader is vrede”

Wie was Absalom?

Absalom was de derde zoon van koning David. Hij liet zijn halfbroer Amnon doden omdat die zijn zuster Thamar had verkracht, en kwam later in opstand tegen zijn vader. In het woud van Efraïm bleef hij in een eik hangen en werd gedood door Joab. David rouwde: "Mijn zoon Absalom" (2 Samuël 18:33).

Absalom is de zoon van David die zijn vader van de troon verdreef. Zijn geschiedenis beslaat een groot deel van 2 Samuël 13 tot en met 19, het deel van het boek dat laat zien hoe de zonde van David met Batseba en Uria in zijn eigen huis doorwerkt. In 1 Koningen 15:2 staat de vorm Abisalom, die algemeen als dezelfde persoon wordt gezien. Zijn zuster heet in de Statenvertaling Thamar (gangbaar: Tamar). Het verhaal begint niet bij Absalom zelf maar bij zijn zuster. Zijn halfbroer Amnon, de eerstgeborene van David, verkrachtte haar en joeg haar daarna weg. David werd zeer kwaad, maar deed niets. Absalom nam Thamar in zijn huis op, zweeg tegenover Amnon en haatte hem (2 Samuël 13:22). Twee jaar later liet hij hem doden. Daarna volgen drie jaar ballingschap in Gesur, een terugkeer die Joab regelde, en twee jaar waarin Absalom in Jeruzalem woonde zonder het aangezicht van de koning te zien. Toen de verzoening eindelijk kwam, bleek die niet diep te gaan. Absalom zette zich bij de poort en beloofde ieder recht: "Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israel" (2 Samuël 15:6). In Hebron liet hij zich tot koning uitroepen, en David moest uit Jeruzalem vluchten. De opstand eindigde in het woud van Efraïm, aan de overzijde van de Jordaan. Absalom bleef met zijn hoofd in een eik hangen, en Joab doodde hem tegen het uitdrukkelijke bevel van David in. De klacht waarmee David daarop reageerde, wordt nog altijd geciteerd: "Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom!" (2 Samuël 18:33). Zijn zuster Thamar is niet te verwarren met Tamar, de schoondochter van Juda uit Genesis 38, die de Statenvertaling ook Thamar noemt: dat is een andere vrouw, uit de tijd van de aartsvaders.

Historische context

Absaloms opstand viel in de tweede helft van de regering van David, rond 1000 voor Christus (de jaartallen zijn bij benadering). David regeerde volgens 2 Samuël 5:5 zeven jaar en zes maanden in Hebron over Juda en daarna drieëndertig jaar in Jeruzalem over heel Israël. Absalom zelf werd geboren in de jaren dat David in Hebron regeerde, als derde zoon na Amnon en Chileab (2 Samuël 3:2-3); Chileab heet in 1 Kronieken 3:1 Daniel. Zijn moeder Maacha was een dochter van Thalmai, de koning van Gesur, een klein Aramees koninkrijk ten noordoosten van het meer van Galilea. Zo'n huwelijk was gebruikelijk om bondgenootschappen te bezegelen. Het verklaart ook waarom Absalom na de moord op Amnon juist daarheen vluchtte: bij zijn grootvader was hij buiten het bereik van David (2 Samuël 13:37). Er bestond in Israël nog geen vaste regel voor de opvolging. Amnon was de eerstgeborene; van Chileab hoort men buiten de geslachtslijsten niets meer, wat sommige uitleggers doet denken dat hij jong gestorven is. Na de dood van Amnon was Absalom dus mogelijk de oudste nog levende zoon, wat zijn aanspraak op de troon begrijpelijker maakt. Enkele gebruiken vragen om uitleg. De veelkleurige rok van Thamar was volgens 2 Samuël 13:18 de kleding van de maagdelijke koningsdochters, en het scheuren ervan was een teken van rouw en schande. Het schaapscheren was een feest met maaltijd en wijn, wat de gelegenheid gaf om Amnon onverdacht uit te nodigen. De poort was de plaats van rechtspraak, en Absaloms verwijt dat er "geen verhoorder van des konings wege" was (2 Samuël 15:3), speelde mogelijk in op een echte zwakte. De tekst zegt niet of het verwijt klopte, en brengt het als middel om het hart van het volk te stelen. Hebron, waar Absalom zich tot koning liet uitroepen, was de oude hoofdstad van Juda en de stad waar David zelf tot koning over het huis van Juda gezalfd was (2 Samuël 2:4). Achitofel, Davids raadsman, kwam uit Gilo. Volgens 2 Samuël 23:34 had hij een zoon Eliam, en Batseba was een dochter van Eliam (2 Samuël 11:3); sommige uitleggers zien hierin een persoonlijk motief voor zijn overlopen, maar de tekst legt dat verband niet zelf. De beslissende slag vond plaats in het woud van Efraïm, in het land van Gilead, niet ver van Mahanaim, waar David zijn toevlucht had gezocht (2 Samuël 17:24-26; 2 Samuël 18:6). Het monument in het Kidrondal dat in de volksmond het graf van Absalom heet, is volgens archeologen veel jonger en stamt uit de tijd rond het begin van onze jaartelling. Het is dus niet de pilaar die Absalom volgens 2 Samuël 18:18 voor zichzelf oprichtte.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Beschermend tegenover zijn zuster: hij neemt Thamar na het geweld in zijn huis op (2 Samuël 13:20)
  • Gevoelig voor onrecht dat anderen lieten liggen, ook al werd het bij hem wraak (2 Samuël 13:22)
  • Had oog voor wat mensen met een rechtszaak bezighield, al gebruikte hij dat om hun hart te stelen (2 Samuël 15:2-6)

−Zwakke kanten

  • Wraakzuchtig en berekenend: hij wachtte twee jaar en liet Amnon toen doden (2 Samuël 13:28-29)
  • Misleidend: hij gebruikte een gelofte aan de HEERE als dekmantel voor zijn opstand (2 Samuël 15:7-10)
  • Eerzuchtig en ijdel: hij stal het hart van het volk en richtte een pilaar op voor zijn eigen naam (2 Samuël 18:18)

Theologische betekenis

De Schrift plaatst de geschiedenis van Absalom uitdrukkelijk na de zonde van David met Batseba. Natan had gezegd: "Nu dan, het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid" (2 Samuël 12:10), en: "Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis" (2 Samuël 12:11). Wat volgt, is de vervulling daarvan: verkrachting, broedermoord, opstand. Het meest letterlijk gebeurt dat wanneer Absalom op raad van Achitofel op het dak bij de bijwijven van zijn vader ingaat, "voor de ogen van het ganse Israel" (2 Samuël 16:22). God laat de zonde niet zonder gevolgen, ook niet bij de man naar Zijn hart. Tegelijk regeert God boven de plannen van mensen uit. De raad van Achitofel gold "als of men naar Gods woord gevraagd had" (2 Samuël 16:23), en David bad dat de HEERE die raad tot zotheid zou maken (2 Samuël 15:31). Het verhaal laat het antwoord zien: "Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Samuël 17:14). Mensen handelen vrij en schuldig, en toch gaat Gods beschikking door. Psalm 3 draagt het opschrift "Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom" (Psalm 3:1). Daar klinkt de andere kant van de vlucht: niet alleen tranen op de Olijfberg, maar vertrouwen dat de HEERE een schild is. Veel uitleggers lezen ook Psalm 41:10, over "de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde", tegen de achtergrond van Achitofels verraad. Jezus past dat vers in Johannes 13:18 toe op Judas, en het einde van Achitofel, die zich verhing (2 Samuël 17:23), herinnert aan het einde van Judas (Mattheüs 27:5). Het diepste moment is Davids klacht: "Och, dat ik, ik voor u gestorven ware" (2 Samuël 18:33). David kon niet in de plaats van zijn opstandige zoon sterven; Christus heeft dat wel gedaan. Paulus schrijft dat Christus voor ons gestorven is, "als wij nog zondaars waren" (Romeinen 5:8), en dat wij met God verzoend zijn terwijl wij vijanden waren (Romeinen 5:10). De vrouw van Thekoa sprak woorden die Joab haar in de mond had gelegd (2 Samuël 14:3), en David haalde Absalom terug zonder dat er schuld beleden werd. Toch zeggen haar woorden meer dan zij bedoelde: God denkt gedachten, "dat Hij den verstotene niet van Zich verstote" (2 Samuël 14:14), en Hij doet dat niet door de schuld te negeren, maar door verzoening in Christus. Wat David in zijn huis maar half deed, doet God volkomen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Absalom (אַבְשָׁלוֹם, Hebreeuws)

Betekenis

Vader van vrede, of: mijn vader is vrede

Betekenis van de naam Absalom: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geboren te Hebron

Absalom is de derde zoon van David die in Hebron geboren wordt, uit Maacha, de dochter van Thalmai, koning van Gesur. Zijn oudere halfbroers zijn Amnon en Chileab.

2 Samuël 3:2-3

2

Thamar in het huis van Absalom

Nadat Amnon zijn zuster Thamar heeft verkracht en weggejaagd, neemt Absalom haar in zijn huis op. David wordt zeer toornig maar onderneemt niets. Absalom spreekt met Amnon kwaad noch goed, maar haat hem.

2 Samuël 13:19-22

3

Amnon gedood, vlucht naar Gesur

Twee jaar later nodigt Absalom de koningszonen uit op zijn schaapscheerdersfeest te Baal-Hazor. Op zijn bevel doden zijn knechten Amnon. Absalom vlucht naar zijn grootvader in Gesur en blijft daar drie jaar.

2 Samuël 13:23-38

4

Terug in Jeruzalem

Joab zet een wijze vrouw uit Thekoa in om David te bewegen. Absalom mag terugkomen, maar ziet het aangezicht van de koning twee jaar niet. Pas nadat hij Joabs akker in brand heeft laten steken, komt het tot een ontmoeting, en de koning kust Absalom.

2 Samuël 14:1-33

5

Hij stal het hart van Israël

Absalom laat zich wagens en paarden bereiden en vijftig lopers voor zich uit gaan. Bij de poort zegt hij tegen ieder met een rechtszaak dat diens zaak goed is maar dat de koning niet luistert, en hij kust wie zich voor hem wil buigen.

2 Samuël 15:1-6

6

Koning te Hebron

Onder het voorwendsel van een gelofte gaat Absalom naar Hebron. Hij zendt verspieders naar alle stammen, die bij het geluid van de bazuin moeten zeggen: Absalom is koning te Hebron. Achitofel sluit zich bij hem aan, en David vlucht uit Jeruzalem.

2 Samuël 15:7-14

7

Achitofel tegenover Husai

Achitofel raadt een snelle aanval met twaalfduizend man, Husai een groot leger onder leiding van Absalom zelf. Absalom kiest voor Husai, en de schrijver zegt erbij dat de HEERE het zo beschikt had.

2 Samuël 17:1-14

8

Dood in het woud van Efraïm

Absaloms leger wordt verslagen. Op zijn muildier raakt hij met zijn hoofd vast in de takken van een eik. Joab steekt hem tegen het bevel van David in met drie pijlen, en zijn wapendragers doden hem. Hij wordt in een kuil gegooid onder een steenhoop.

2 Samuël 18:6-17

9

Mijn zoon Absalom

Als de bode het nieuws brengt, gaat David naar de opperzaal van de poort en weent. Hij wenst dat hij in de plaats van zijn zoon gestorven was.

2 Samuël 18:33

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Absalom beter te begrijpen.

2 Samuël 12:10

“Nu dan, het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid; daarom dat gij Mij veracht hebt, en de huisvrouw van Uria, den Hethiet, genomen hebt, dat zij u ter vrouwe zij.”

Het woord van Natan na de zonde van David. De geschiedenis van Absalom laat zien hoe dit zwaard door Davids eigen huis gaat.

2 Samuël 13:22

“Doch Absalom sprak niet met Amnon, noch kwaad noch goed; maar Absalom haatte Amnon, ter oorzake dat hij zijn zuster Thamar verkracht had.”

Absaloms zwijgen is geen vergeving. De haat groeit in stilte, twee jaar lang.

2 Samuël 14:14

“Want wij zullen den dood sterven, en wezen als water, dat, ter aarde uitgestort zijnde, niet verzameld wordt. God dan zal de ziel niet wegnemen, maar Hij zal gedachten denken, dat Hij den verstotene niet van Zich verstote.”

Met woorden die Joab haar in de mond legde, pleit de vrouw van Thekoa voor de terugkeer van Absalom. Haar woorden zeggen meer dan zij bedoelde: God haalt de verstotene terug door verzoening, niet door de schuld te negeren.

2 Samuël 14:25

“Nu was er in gans Israel geen man zo schoon als Absalom, zeer te prijzen; van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe was er geen gebrek in hem.”

Absaloms uiterlijk was onberispelijk. Het verhaal laat zien hoe weinig dat over zijn hart zei.

2 Samuël 15:6

“En naar die wijze deed Absalom aan gans Israel, die tot den koning ten gerichte kwamen. Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israel.”

De samenvatting van vier hoofdstukken voorbereiding: met beloften en kussen won Absalom het volk.

Psalm 3:1

“Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.”

Het opschrift verbindt deze psalm van vertrouwen met Davids vlucht voor zijn zoon.

2 Samuël 17:14

“Toen zeide Absalom, en alle man van Israel: De raad van Husai, den Archiet, is beter dan Achitofels raad. Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht.”

Het scharnier van de opstand. De schrijver zegt met zoveel woorden dat de HEERE achter de keuze van Absalom stond.

2 Samuël 18:9

“Absalom nu ontmoette voor het aangezicht der knechten Davids; en Absalom reed op een muildier; en als het muildier kwam onder de dichte takken van een groten eik, zo werd zijn hoofd vast aan den eik, dat hij hangen bleef tussen den hemel en tussen de aarde, en het muildier, dat onder hem was, ging door.”

Het begin van het einde. De tekst spreekt van zijn hoofd; dat zijn haar hem fataal werd, is een latere uitleg.

2 Samuël 18:33

“Toen werd de koning zeer beroerd, en ging op naar de opperzaal der poort, en weende; en in zijn gaan zeide hij alzo: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!”

Davids klacht om zijn zoon, die hem naar het leven stond. Een vader die zijn plaats had willen innemen.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Absalom leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Absalom leert ons eerst hoe gevaarlijk onverwerkt onrecht is. Wat Thamar werd aangedaan, was ernstig, en David liet het liggen. Absaloms woede had een grond, maar hij liet haar twee jaar gisten en nam toen het oordeel in eigen hand. Wie onrecht ziet, mag het niet wegmoffelen, maar wraak is niet aan ons (Romeinen 12:19). Vervolgens laat zijn geschiedenis zien hoe ver charme zonder waarheid kan reiken. Absalom was knap, toegankelijk en vol beloften, en hij gebruikte zelfs een gelofte aan de HEERE als dekmantel. Het volk liet zich meevoeren. Dat roept ons op om leiders niet te beoordelen op hun uitstraling, maar op hun trouw aan God en aan de waarheid. Dat geldt in het land, maar evengoed in de kerk en in ons eigen hart, waar ook wij graag gezien willen worden. Ook raakt het verhaal aan het gezin. David werd zeer toornig, maar sprak niet; hij haalde Absalom terug, maar wilde hem niet zien. Halve verzoening laat wonden open. Voor ouders, en voor ieder die met een gebroken relatie leeft, is dat een ernstige les: zwijgen en afstand houden lossen niets op. Ten slotte zien wij in Davids rouw een liefde die de schuldige niet loslaat. Hij had willen sterven in de plaats van zijn zoon, maar kon dat niet. Wat David niet kon, heeft Christus gedaan voor opstandige mensen. Daarom is de weg terug niet gesloten voor wie tegen God is opgestaan, maar zich met belijdenis van schuld tot Hem bekeert en op Christus vertrouwt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Absalom

Wie was Absalom in de Bijbel?
Absalom was de derde zoon van koning David, geboren te Hebron uit Maacha, een koningsdochter uit Gesur. Hij liet zijn halfbroer Amnon doden omdat die zijn zuster Thamar had verkracht, en kwam later in opstand tegen zijn vader. Hij liet zich in Hebron tot koning uitroepen, maar verloor de slag in het woud van Efraïm en werd daar door Joab gedood. Zijn geschiedenis staat in 2 Samuël 13 tot en met 19.
Wat betekent de naam Absalom?
De naam Absalom (Hebreeuws Avsjalom) betekent vader van vrede (of: mijn vader is vrede). De naam is samengesteld uit het Hebreeuwse woord voor vader en het woord sjalom, vrede. De betekenis staat in schril contrast met zijn leven: juist deze zoon bracht oorlog in het huis van zijn vader en dreef David uit Jeruzalem.
Waar staat Absalom in de Bijbel?
Absalom wordt voor het eerst genoemd in 2 Samuël 3:3, in de lijst van zonen die David te Hebron geboren werden, en opnieuw in 1 Kronieken 3:2. Zijn geschiedenis staat in 2 Samuël 13 tot en met 18, met het naspel van Davids rouw in 2 Samuël 19. Psalm 3 draagt het opschrift dat David hem dichtte toen hij voor Absalom vluchtte. In 1 Koningen 15:2 heet hij Abisalom. Een Maacha die dochter van Absalom heet (mogelijk een kleindochter), komt terug als vrouw van koning Rehabeam (2 Kronieken 11:20-21).
Wat gebeurde er met Tamar, de zuster van Absalom?
Tamar, in de Statenvertaling Thamar, was de volle zuster van Absalom. Haar halfbroer Amnon lokte haar met een list in zijn kamer en verkrachtte haar, hoewel zij hem smeekte dat niet te doen. Daarna haatte hij haar en liet hij haar buiten de deur zetten (2 Samuël 13:1-19). Zij scheurde haar rok en leefde verder "eenzaam in het huis van haar broeder Absalom" (2 Samuël 13:20). David werd zeer toornig, maar strafte Amnon niet.
Is Thamar, de zuster van Absalom, dezelfde als Tamar uit Genesis 38?
Nee. Thamar, de dochter van David en zuster van Absalom, leefde rond 1000 voor Christus en haar geschiedenis staat in 2 Samuël 13. Tamar, de schoondochter van Juda, leefde eeuwen eerder in de tijd van de aartsvaders; over haar gaat Genesis 38, en zij wordt genoemd in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:3). De Statenvertaling schrijft beide namen als Thamar. Absalom noemde later ook zijn eigen dochter zo (2 Samuël 14:27).
Waarom doodde Absalom zijn broer Amnon?
Omdat Amnon zijn zuster Thamar had verkracht en David hem daarvoor niet strafte. De tekst zegt dat Absalom Amnon haatte, "ter oorzake dat hij zijn zuster Thamar verkracht had" (2 Samuël 13:22). Hij wachtte twee volle jaren, nodigde de koningszonen toen uit op zijn schaapscheerdersfeest te Baal-Hazor en liet Amnon daar door zijn knechten doden, toen die vrolijk was van de wijn. Daarna vluchtte hij naar Gesur.
Hoe stal Absalom het hart van het volk?
Absalom ging vroeg in de morgen bij de poort staan, waar mensen met een rechtszaak naar de koning kwamen. Hij zei tegen ieder dat diens zaak goed en recht was, maar dat de koning niemand aanstelde om te luisteren, en wenste hardop dat hij zelf rechter was. Wie zich voor hem wilde buigen, greep hij vast en kuste hij. "Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israel" (2 Samuël 15:6).
Hoe is Absalom gestorven?
Na de nederlaag van zijn leger in het woud van Efraïm reed Absalom op een muildier onder de dichte takken van een grote eik. Zijn hoofd raakte vast, en hij bleef hangen terwijl het dier doorliep (2 Samuël 18:9). Joab stak hem, tegen het bevel van David in, met drie pijlen in het hart, en tien wapendragers doodden hem. Hij werd in een kuil in het woud geworpen onder een grote steenhoop (2 Samuël 18:14-17).
Bleef Absalom met zijn haar in de boom hangen?
De Bijbel zegt dat zijn hoofd vast raakte aan de eik (2 Samuël 18:9); van zijn haar wordt op die plaats niet gesproken. Wel vertelt 2 Samuël 14:26 dat Absalom zeer zwaar haar had, dat hij eens per jaar liet afknippen. Het verband tussen die twee is al oud: de Misjna (Sota 1:8) zegt dat hij aan zijn haar hing omdat hij er trots op was. Dat is uitleg, geen bijbeltekst.
Wat betekent "Mijn zoon Absalom"?
Het is de klacht van David toen hij hoorde dat Absalom gedood was: "Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!" (2 Samuël 18:33). David rouwde om de zoon die hem van de troon had verdreven. Joab verweet hem daarna dat hij zijn trouwe knechten beschaamde (2 Samuël 19:5-7). De woorden zijn spreekwoordelijk geworden voor de rouw van een vader om een kind.
Had Absalom kinderen?
Volgens 2 Samuël 14:27 werden Absalom drie zonen en een dochter geboren; de dochter heette Thamar. Toch zegt 2 Samuël 18:18 dat hij een pilaar oprichtte omdat hij geen zoon had om zijn naam te gedenken. Veel uitleggers denken dat zijn zonen jong gestorven zijn. Maacha, de vrouw van koning Rehabeam en moeder van Abia, heet in 2 Kronieken 11:20 een dochter van Absalom; omdat dochter in het Hebreeuws ook kleindochter kan betekenen, denken sommigen aan een kleindochter.
Wat kunnen wij leren van Absalom?
Absalom laat zien hoe onverwerkt onrecht kan uitgroeien tot wraak en opstand, en hoe ver charme zonder waarheid reikt. Zijn geschiedenis toont ook wat halve verzoening in een gezin aanricht. Tegelijk wijst Davids rouw, "Och, dat ik, ik voor u gestorven ware", vooruit naar Christus, die wel in de plaats van opstandige mensen gestorven is. Daarom is de weg terug naar God niet gesloten voor wie zich met belijdenis van schuld bekeert en op Christus vertrouwt.

Stel een vraag over Absalom

Wilt u meer weten over Absalom? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Absalom

Bijbelverhalen rond Absalom

Verdiep u verder