Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~930 v.Chr.

Rehabeam in de Bijbel

Rechavam (רְחַבְעָם, Hebreeuws) of Roboam (Grieks) - “Waarschijnlijk: het volk wordt verruimd”

Wie was Rehabeam?

Rehabeam was de zoon en opvolger van koning Salomo, rond 930 v.Chr. Te Sichem wees hij het verzoek van het volk om een lichter juk hard af. Daarop vielen tien stammen af en werd Jerobeam hun koning. Rehabeam hield Juda en Benjamin en regeerde zeventien jaar in Jeruzalem (1 Koningen 14:21).

Rehabeam is de zoon en opvolger van koning Salomo. Onder hem viel het verenigde koninkrijk van David en Salomo uiteen in twee rijken: Israël in het noorden, met tien stammen onder Jerobeam, en Juda in het zuiden, met de stam Benjamin, onder Rehabeam zelf. Zijn geschiedenis staat in 1 Koningen 12 en 1 Koningen 14:21-31, en uitvoeriger in 2 Kronieken 10 tot en met 12. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Rehabeam; in het geslachtsregister van Mattheüs 1:7 heet hij Roboam, naar de Griekse vorm. Het verhaal begint te Sichem, waar heel Israël samenkwam om hem koning te maken (1 Koningen 12:1). Het volk, met Jerobeam als woordvoerder, vroeg om verlichting: "Uw vader heeft ons juk hard gemaakt" (1 Koningen 12:4). Rehabeam nam drie dagen bedenktijd. De oudsten, die zijn vader hadden gediend, raadden hem aan het volk te dienen en goede woorden te spreken. De jongelingen met wie hij was opgegroeid, gaven het tegenovergestelde advies. Hij koos voor hen en zei: "mijn vader heeft u met geselen gekastijd, maar ik zal u met schorpioenen kastijden" (1 Koningen 12:14). Daarop maakten tien stammen zich los met de roep "Wat deel hebben wij aan David?" (1 Koningen 12:16). Rehabeam zond Adoram, die over de schatting was, maar het volk stenigde hem en de koning vluchtte naar Jeruzalem (1 Koningen 12:18). Waarschijnlijk is Adoram dezelfde als Adoniram, die onder Salomo over het uitschot was (1 Koningen 5:14): het volk stenigde de man die de herendienst had geleid. Een oorlog om de stammen terug te winnen werd door de profeet Semaja tegengehouden. Daarna versterkte Rehabeam zijn land, maar toen hij sterk geworden was, verliet hij de wet van de HEERE. In zijn vijfde jaar trok farao Sisak op tegen Jeruzalem en nam de schatten van tempel en paleis mee. Toen de koning zich verootmoedigde, keerde de toorn van de HEERE zich van hem af (2 Kronieken 12:12). Rehabeam is niet te verwarren met Jerobeam, de zoon van Nebat. De namen lijken op elkaar, maar Jerobeam was zijn tegenstander en werd de eerste koning van het noordrijk Israël.

Historische context

Rehabeam regeerde volgens de gangbare berekening van ongeveer 930 tot 913 v.Chr. De Bijbel geeft zelf geen jaartallen, maar wel zijn leeftijd en de duur van zijn regering: hij was eenenveertig jaar oud toen hij koning werd en regeerde zeventien jaar te Jeruzalem (1 Koningen 14:21). Omdat Salomo veertig jaar regeerde (1 Koningen 11:42), moet Rehabeam al geboren zijn voordat zijn vader koning werd. Zijn moeder was Naama, de Ammonietische (1 Koningen 14:21), een van de vreemde vrouwen van Salomo (vergelijk 1 Koningen 11:1). De scheuring had een lange voorgeschiedenis. David was eerst alleen koning over Juda in Hebron; pas later kwamen de oudsten van Israël naar hem toe en sloot hij een verbond met hen (2 Samuël 5:3). Al onder David klonk bij de opstand van Seba de roep "Wij hebben geen deel aan David" (2 Samuël 20:1). Salomo legde het volk zware lasten op, onder meer een uitschot van dertig duizend man voor zijn bouwwerken, met Adoniram als opzichter (1 Koningen 5:13-14). Op die achtergrond kwamen de stammen samen te Sichem, een oude verbondsplaats waar ook Jozua het volk had verzameld (Jozua 24:1), en niet in Jeruzalem. Bovendien had de HEERE de scheuring aangekondigd. Omdat Salomo andere goden diende, zou Hij het koninkrijk "van de hand uws zoons" scheuren, maar één stam overlaten om Davids wil (1 Koningen 11:12-13). Die ene stam is Juda; Benjamin, met Jeruzalem op zijn grens, bleef grotendeels bij het huis van David (1 Koningen 12:21). De profeet Ahia scheurde zijn nieuwe kleed in twaalf stukken en gaf Jerobeam er tien (1 Koningen 11:29-31). Jerobeam vluchtte daarna naar Sisak in Egypte, tot Salomo stierf (1 Koningen 11:40). Na de breuk bouwde Rehabeam een ring van vestingsteden, waaronder Bethlehem, Lachis en Hebron (2 Kronieken 11:5-10). Priesters en Levieten uit het noorden, door Jerobeam verstoten, trokken naar Juda en Jeruzalem (2 Kronieken 11:13-14). Tussen Rehabeam en Jerobeam bleef er krijg, al hun dagen (1 Koningen 14:30). Sisak wordt door veel historici gelijkgesteld met farao Sjosjenq I. Op een tempelmuur in Karnak (Egypte) staat een lijst van plaatsen die hij in Kanaän zou hebben ingenomen. Die vereenzelviging is gangbaar, maar hoe de lijst zich precies verhoudt tot het bijbelse verslag, blijft onderwerp van discussie.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gehoorzaam aan het profetische woord toen hij van de oorlog afzag (1 Koningen 12:24)
  • Handelde verstandig door zijn land met vestingsteden te versterken en zijn zonen over de vaste steden te verspreiden (2 Kronieken 11:23)
  • Bereid zich te verootmoedigen onder Gods oordeel (2 Kronieken 12:6)

−Zwakke kanten

  • Verwierp de raad van de oudsten en sprak hard tegen het volk (1 Koningen 12:13-14)
  • Verliet de wet van de HEERE toen hij sterk geworden was (2 Kronieken 12:1)
  • Richtte zijn hart niet om de HEERE te zoeken (2 Kronieken 12:14)

Theologische betekenis

De schrijver van Koningen geeft bij de scheuring een opvallende verklaring: "deze omwending was van den HEERE, opdat Hij Zijn woord bevestigde" (1 Koningen 12:15). Daarmee zegt de tekst niet dat Rehabeam onschuldig was. Hij verwierp zelf de goede raad en sprak zelf de harde woorden. God voert Zijn woord uit door de keuzes van mensen heen, zonder dat die keuzes ophouden de hunne te zijn. Hetzelfde klinkt in de boodschap van Semaja: "deze zaak is van Mij geschied" (1 Koningen 12:24). Rehabeam gehoorzaamde en zag af van een broederoorlog. Tegelijk blijft God trouw aan David. Juda bleef bestaan, opdat Davids huis "altijd een lamp" zou hebben in Jeruzalem (1 Koningen 11:36). De lijn van David liep via Rehabeam verder; Mattheüs noemt hem als Roboam in het geslachtsregister van Jezus Christus (Mattheüs 1:7). Ook een koning die faalde, staat in de lijn waarlangs God Zijn belofte vervult. Kronieken legt een tweede accent. Toen Rehabeam sterk geworden was, verliet hij de wet van de HEERE (2 Kronieken 12:1). Het oordeel kwam in de gestalte van Sisak, maar op de verootmoediging volgde verschoning: "Zij hebben zich verootmoedigd, Ik zal hen niet verderven" (2 Kronieken 12:7). Het slotoordeel is nuchter: hij deed kwaad, "dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken" (2 Kronieken 12:14). Koningen is nog scherper. Onder Rehabeam deed Juda "wat kwaad was in de ogen des HEEREN", meer dan al hun vaderen: zij bouwden hoogten, opgerichte beelden en bossen, en deden "naar al de gruwelen der heidenen" (1 Koningen 14:22-24). Rehabeam was geen hervormer. Zijn hart was niet op de HEERE gericht, en onder zijn regering gleed Juda af naar de afgoderij die God verboden had. De koperen schilden in plaats van de gouden schilden van Salomo (1 Koningen 14:27, vergelijk 1 Koningen 10:16-17) lezen veel uitleggers als beeld van wat overblijft wanneer de zegen wordt verspeeld: de vorm blijft, de glans is weg. Ten slotte staat het advies van de oudsten haaks op het harde antwoord. Een koning die knecht van het volk wil zijn, wint het volk (1 Koningen 12:7). Wat de oudsten aanraadden en Rehabeam weigerde, zien wij volkomen in Christus, die zei: "zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar" (Mattheüs 20:26), en die tegenover elk zwaar juk belooft: "Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht" (Mattheüs 11:30).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Rechavam (רְחַבְעָם, Hebreeuws) of Roboam (Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: het volk wordt verruimd

Betekenis van de naam Rehabeam: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Opvolger van Salomo

Na veertig jaar regering sterft Salomo en wordt begraven in de stad van David. Zijn zoon Rehabeam wordt koning in zijn plaats.

1 Koningen 11:43

2

Het verzoek te Sichem

Heel Israël komt naar Sichem om Rehabeam koning te maken. Met Jerobeam als woordvoerder vraagt het volk om een lichter juk; Rehabeam vraagt drie dagen bedenktijd.

1 Koningen 12:1-5

3

Twee adviezen

De oudsten raden hem aan knecht van het volk te zijn en goede woorden te spreken. De jongelingen met wie hij opgroeide, raden hem aan nog harder te zijn dan zijn vader.

1 Koningen 12:6-11

4

Het harde antwoord

Rehabeam volgt de jongelingen. Tien stammen vallen af, Adoram wordt gestenigd en de koning vlucht naar Jeruzalem. Israël maakt Jerobeam koning.

1 Koningen 12:12-20

5

Semaja houdt de oorlog tegen

Rehabeam brengt honderdtachtig duizend man op de been, maar de man Gods Semaja verbiedt de strijd tegen de broeders. Koning en volk gehoorzamen.

1 Koningen 12:21-24

6

Vestingen en Levieten

Rehabeam versterkt steden in Juda en Benjamin. Priesters, Levieten en wie de HEERE zocht, trekken uit het noorden naar Jeruzalem; drie jaar wandelt Juda in de weg van David en Salomo.

2 Kronieken 11:5-17

7

Afval en de inval van Sisak

Als het koninkrijk bevestigd is, verlaat Rehabeam de wet van de HEERE, en heel Israël met hem. In zijn vijfde jaar neemt farao Sisak de vaste steden in en komt tot Jeruzalem.

2 Kronieken 12:1-4

8

Verootmoediging en koperen schilden

Semaja kondigt het oordeel aan; koning en oversten verootmoedigen zich. God verderft hen niet, maar Sisak neemt de schatten mee, en Rehabeam vervangt de gouden schilden door koperen.

2 Kronieken 12:5-12

9

Dood en opvolging

Na zeventien jaar regering wordt Rehabeam begraven in de stad van David. Zijn zoon Abiam (in Kronieken Abia) volgt hem op.

1 Koningen 14:29-31

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Rehabeam beter te begrijpen.

1 Koningen 12:4

“Uw vader heeft ons juk hard gemaakt; gij dan nu, maak uws vaders harden dienst, en zijn zwaar juk, dat hij ons opgelegd heeft, lichter, en wij zullen u dienen.”

Het verzoek van het volk te Sichem. Het gaat over de lasten die Salomo had opgelegd, zoals het uitschot voor zijn bouwwerken.

1 Koningen 12:7

“En zij spraken tot hem, zeggende: Indien gij heden knecht van dit volk wezen zult, en hen dienen, en hun antwoorden, en tot hen goede woorden spreken zult, zo zullen zij te allen dage uw knechten zijn.”

Het advies van de oudsten: wie dient, wint trouw. Rehabeam legde het naast zich neer.

1 Koningen 12:14

“En hij sprak tot hen naar den raad der jongelingen, zeggende: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ik zal boven uw juk nog daartoe doen; mijn vader heeft u met geselen gekastijd, maar ik zal u met schorpioenen kastijden.”

Het harde antwoord dat de scheuring inluidde. Met schorpioenen is waarschijnlijk een zwaardere soort gesel bedoeld.

1 Koningen 12:15

“Alzo hoorde de koning naar het volk niet; want deze omwending was van den HEERE, opdat Hij Zijn woord bevestigde, hetwelk de HEERE door den dienst van Ahia, den Siloniet, gesproken had tot Jerobeam, den zoon van Nebat.”

De schrijver ziet achter Rehabeams eigen keuze de hand van God, die het woord van Ahia in vervulling liet gaan.

1 Koningen 12:16

“Toen gans Israel zag, dat de koning naar hen niet hoorde, zo gaf het volk den koning weder antwoord, zeggende: Wat deel hebben wij aan David? Ja, geen erve hebben wij aan den zoon van Isai; naar uw tenten, o Israel! Voorzie nu uw huis, o David! Zo ging Israel naar zijn tenten.”

De roep waarmee de tien stammen zich losmaakten. Een vrijwel gelijke roep klonk al bij de opstand van Seba (2 Samuël 20:1).

1 Koningen 12:24

“Zo zegt de HEERE: Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen, de kinderen Israels; een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied. En zij hoorden het woord des HEEREN, en keerden weder, om weg te trekken naar het woord des HEEREN.”

Via Semaja verbiedt God een broederoorlog. Hier gehoorzaamt Rehabeam wel.

2 Kronieken 12:6

“Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning, en zij zeiden: De HEERE is rechtvaardig.”

Als Semaja het oordeel door Sisak aankondigt, erkennen koning en oversten dat God rechtvaardig handelt.

2 Kronieken 12:12

“En als hij zich verootmoedigde, keerde de toorn des HEEREN van hem af, opdat Hij hem niet ten uiterste toe verdierf; ook waren in Juda nog goede dingen.”

Op de verootmoediging volgt verschoning. Kronieken voegt eraan toe dat er in Juda nog goede dingen waren.

2 Kronieken 12:14

“En hij deed dat kwaad was, dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken.”

Het slotoordeel over Rehabeam: de kern van zijn falen lag in een hart dat niet op de HEERE gericht was.

Tijdperiode

~930 v.Chr.

Rehabeam leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Rehabeams geschiedenis is in de eerste plaats een les over luisteren. Hij vroeg om raad, maar hoorde alleen wat hij wilde horen. De oudsten hadden ervaring en spraken over dienen; de jongelingen spraken over macht. Ook wij zijn geneigd raadgevers te kiezen die ons bevestigen. Spreuken zegt: "Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen" (Spreuken 15:1). Eén hard antwoord kostte Rehabeam tien stammen. Het verhaal zegt ook iets over leiding geven, in gezin, kerk en werk. Gezag wordt niet bewezen door lasten zwaarder te maken. Wie anderen dient en goede woorden spreekt, bouwt vertrouwen. Dat is geen zwakte, maar de weg die Christus zelf is gegaan. Een derde les gaat over voorspoed. Rehabeam verliet de wet van de HEERE niet in nood, maar toen hij sterk geworden was (2 Kronieken 12:1). Juist in goede tijden kan ons hart verslappen. Het gevaar is niet alleen openlijke afval, maar ook een hart dat niet gericht is om de HEERE te zoeken. Tot slot is er troost. Toen de koning en de oversten erkenden: "De HEERE is rechtvaardig" (2 Kronieken 12:6), keerde Gods toorn zich af. Verootmoediging komt niet te laat zolang God nog spreekt. Ook na grote fouten mogen wij terugkeren, al blijven de gevolgen soms zichtbaar, zoals de koperen schilden in het huis van de koning. God is genadig, en Hij leert ons ook door wat wij hebben verspeeld.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Rehabeam

Wie was Rehabeam in de Bijbel?
Rehabeam was de zoon van koning Salomo en zijn opvolger, rond 930 v.Chr. Te Sichem vroeg het volk hem de lasten van zijn vader te verlichten. Hij wees de raad van de oudsten af, volgde de jongelingen en dreigde met een nog zwaarder juk. Daarop vielen tien stammen af en werd Jerobeam hun koning. Rehabeam bleef koning over Juda en Benjamin en regeerde zeventien jaar in Jeruzalem (1 Koningen 14:21).
Wat betekent de naam Rehabeam?
De Hebreeuwse naam Rechavam is waarschijnlijk samengesteld uit een woord voor ruim of wijd en het woord voor volk. De betekenis is dan ongeveer: het volk wordt verruimd, of: hij maakt het volk ruim. Sommigen lezen het tweede deel als verwant en vertalen: de Verwant (God) maakt ruimte. Veel uitleggers wijzen op de ironie dat het volk onder zijn bewind juist uiteenviel. De precieze uitleg van de naam blijft onzeker.
Waar staat Rehabeam in de Bijbel?
Rehabeam wordt als opvolger van Salomo genoemd in 1 Koningen 11:43 en 2 Kronieken 9:31. Het verhaal van de scheuring staat in 1 Koningen 12:1-24 en 2 Kronieken 10. Zijn regering en de inval van Sisak staan in 1 Koningen 14:21-31 en 2 Kronieken 11 en 12. Hij wordt ook genoemd in 1 Koningen 15:6, 2 Kronieken 13:7 en, als Roboam, in het geslachtsregister van Jezus in Mattheüs 1:7.
Is Roboam in Mattheüs 1 dezelfde als Rehabeam?
Ja. Roboam is de Griekse vorm van de naam Rehabeam. In het geslachtsregister van Jezus Christus staat in de Statenvertaling: "En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia" (Mattheüs 1:7). Ook Salomo heet daar met een Griekse vorm Salomon. Het gaat om dezelfde koning van Juda als in 1 Koningen en 2 Kronieken.
Waarom scheurde het koninkrijk onder Rehabeam?
De Bijbel noemt twee kanten. Rehabeam weigerde de zware lasten van zijn vader te verlichten en antwoordde het volk hard, op raad van de jongelingen (1 Koningen 12:13-14). Tegelijk zegt de tekst dat deze omwending van de HEERE was, opdat Zijn woord door de profeet Ahia vervuld werd (1 Koningen 12:15). Dat oordeel was aangekondigd omdat Salomo andere goden was gaan dienen (1 Koningen 11:9-13). Ook de oude spanning tussen Juda en de noordelijke stammen speelde mee.
Wat betekent "Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lenden"?
Dit is het advies van de jongelingen aan Rehabeam (1 Koningen 12:10). Het is een beeldspraak: zijn kleinste vinger zou dikker zijn dan de heupen van Salomo. Daarmee bedoelden zij dat Rehabeam nog veel zwaarder zou optreden dan zijn vader. Rehabeam nam de strekking over in zijn antwoord: "ik zal u met schorpioenen kastijden" (1 Koningen 12:14). Daarop vielen tien stammen af (1 Koningen 12:16).
Wat is het verschil tussen Rehabeam en Jerobeam?
De namen lijken op elkaar, maar het zijn twee tegenstanders. Rehabeam was de zoon van Salomo en werd koning van het zuidrijk Juda, met Jeruzalem als hoofdstad. Jerobeam, de zoon van Nebat, was een dienaar van Salomo die naar Egypte vluchtte en na de scheuring koning werd over de tien stammen van het noordrijk Israël. Tussen beiden was er krijg, al hun dagen (1 Koningen 14:30). Jerobeam is ook niet te verwarren met de latere koning Jerobeam II.
Wie waren de moeder en de vrouwen van Rehabeam?
Zijn moeder was Naama, de Ammonietische (1 Koningen 14:21), een van de buitenlandse vrouwen van Salomo. Rehabeam zelf had volgens 2 Kronieken 11:21 achttien vrouwen en zestig bijwijven, en achtentwintig zonen en zestig dochters. Hij had Maacha, de dochter van Absalom, het liefst, en maakte haar zoon Abia tot zijn opvolger (2 Kronieken 11:20-22). Omdat 2 Kronieken 13:2 haar Michaja, de dochter van Uriel noemt, en Absalom volgens 2 Samuël 14:27 één dochter had, Thamar, zien veel uitleggers in Maacha een kleindochter van Absalom.
Wat deed farao Sisak in Jeruzalem?
In het vijfde jaar van Rehabeam trok Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem (1 Koningen 14:25). Hij nam de vaste steden van Juda in (2 Kronieken 12:4) en voerde de schatten van het huis van de HEERE en van het paleis weg, ook de gouden schilden die Salomo had laten maken (1 Koningen 14:26). Rehabeam liet er koperen schilden voor in de plaats maken (1 Koningen 14:27). Veel historici identificeren Sisak met farao Sjosjenq I.
Was Rehabeam een goede of een slechte koning?
De Bijbel beoordeelt hem negatief, maar niet zonder nuance. Hij verwierp goede raad en verliet later de wet van de HEERE. Onder zijn regering bouwde Juda hoogten en opgerichte beelden en deed het "naar al de gruwelen der heidenen" (1 Koningen 14:24). Kronieken vat samen: hij deed kwaad, "dewijl hij zijn hart niet richtte, om den HEERE te zoeken" (2 Kronieken 12:14). Tegelijk gehoorzaamde hij het verbod op een broederoorlog, versterkte hij zijn land en verootmoedigde hij zich toen God hem bestrafte (2 Kronieken 12:6).
Hoe lang regeerde Rehabeam?
Rehabeam regeerde zeventien jaar te Jeruzalem. Hij was eenenveertig jaar oud toen hij koning werd (1 Koningen 14:21), en werd dus ongeveer achtenvijftig jaar. Volgens de gangbare berekening regeerde hij van ongeveer 930 tot 913 v.Chr., al geeft de Bijbel zelf geen jaartallen. Hij werd begraven in de stad van David, en zijn zoon Abiam, in Kronieken Abia genoemd, volgde hem op.
Wat kunnen wij leren van Rehabeam?
Rehabeam leert ons goed te luisteren, ook naar raad die ons niet bevalt. Hij koos voor hardheid in plaats van dienstbaarheid, en verloor zo het grootste deel van zijn rijk. Zijn leven waarschuwt ook dat voorspoed het hart kan doen verslappen. Tegelijk laat zijn verootmoediging zien dat God genadig is voor wie zich voor Hem buigt, al blijven de gevolgen van eerdere keuzes soms zichtbaar.

Stel een vraag over Rehabeam

Wilt u meer weten over Rehabeam? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Rehabeam

Verdiep u verder