Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1900 v.Chr.

Tamar in de Bijbel

Tamar (תָּמָר, Hebreeuws) - “Palmboom (dadelpalm)”

Wie was Tamar?

Tamar was de schoondochter van Juda in Genesis 38. Na de dood van haar man Er en van zijn broer Onan liet Juda haar zonder toekomst. Vermomd aan de weg naar Timna werd zij zwanger van Juda zelf, die erkende: "Zij is rechtvaardiger dan ik" (Genesis 38:26). Zij werd de moeder van Perez en Zera.

Tamar staat in Genesis 38, het hoofdstuk dat midden in de geschiedenis van Jozef de draad van Juda oppakt. Daarnaast noemen Ruth 4:12, 1 Kronieken 2:4 en Mattheüs 1:3 haar als moeder van Perez. De Statenvertaling schrijft haar naam als Thamar: "Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar" (Genesis 38:6). Over haar afkomst zegt de tekst niets. Het verhaal is kort en hard. Haar man Er sterft, omdat hij "kwaad in des HEEREN ogen" was (Genesis 38:7). Zijn broer Onan moet volgens het gebruik voor hem nageslacht verwekken, maar ontzegt Tamar dat en sterft ook. Juda stuurt haar terug naar haar vaders huis met de belofte van zijn jongste zoon Sela. Uit angst dat ook die zou sterven, houdt hij die belofte niet (Genesis 38:11). Als Tamar ziet dat Sela volwassen is en haar niet gegeven wordt, legt zij haar weduwekleren af en gaat met bedekt gezicht zitten aan de weg naar Timna. Juda herkent haar niet en houdt haar voor een hoer. Zij vraagt zijn zegelring, snoer en staf als pand. Drie maanden later wil hij haar laten verbranden, tot zij dat pand laat zien. Dan zegt hij: "Zij is rechtvaardiger dan ik" (Genesis 38:26). Zij baart een tweeling, Perez en Zera. Wat een verhaal van schande lijkt, krijgt in de rest van de Schrift een plaats in de heilsgeschiedenis. Via Perez loopt de lijn naar Boaz en David (Ruth 4:18-22), en in het geslachtsregister van Jezus is zij de eerste van vier vrouwen die Mattheüs vóór Maria noemt, naast Rachab, Ruth en de vrouw van Uria (Mattheüs 1:3-6). Tamar is niet te verwarren met Thamar, de dochter van David en zuster van Absalom, wier geschiedenis in 2 Samuël 13 staat. Ook een dochter van Absalom droeg die naam (2 Samuël 14:27). Het gaat om drie verschillende vrouwen.

Historische context

Tamar leefde in de tijd van de aartsvaders. De Bijbel geeft geen jaartallen; met een ruime marge wordt deze periode gewoonlijk rond 1900 voor Christus geplaatst. Genesis 38 begint "ten zelven tijde" als de verkoop van Jozef (Genesis 38:1), maar het verhaal beslaat vele jaren: Juda trouwt, krijgt drie zonen, en die worden volwassen. Daarom denken veel uitleggers dat de gebeurtenissen deels eerder begonnen en dat de verteller ze hier samenbrengt. Volgens Genesis 46:12 behoorden Perez en Zera tot de familie die naar Egypte trok. Het verhaal speelt in het heuvelland en de laagte ten zuidwesten van Jeruzalem. Adullam ligt in de laagte die later aan de stam Juda viel (Jozua 15:33-35). Timna, waar Juda zijn schapen liet scheren, is waarschijnlijk de plaats in het bergland uit Jozua 15:57; anderen denken aan het Timna op de grens bij Beth-Semes (Jozua 15:10). De Statenvertaling spreekt van "den ingang der twee fonteinen" (Genesis 38:14); veel uitleggers lezen daar een plaatsnaam in, Enaïm, mogelijk het Enam van Jozua 15:34. Twee gebruiken vragen om uitleg. Het eerste is de plicht van de zwager. Stierf een man kinderloos, dan trouwde zijn broer de weduwe, zodat de eerstgeborene "zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel" (Deuteronomium 25:6). De wet van Mozes legde dat later vast, maar Genesis 38 laat zien dat het gebruik al ouder was. Met zijn opdracht "Blijf weduwe" hield Juda haar aan zijn familie gebonden (Genesis 38:11); volgens het gebruik kon zij dan niet vrij met een ander trouwen. Door Sela achter te houden liet Juda Tamar zonder man en zonder nageslacht. Het tweede is het pand. Zegelring, snoer en staf waren persoonlijke kenmerken; veel uitleggers denken dat het zegel aan het snoer om de hals hing. Wie die dingen toonde, toonde wie de eigenaar was. Daarom kon Tamar later onweerlegbaar aanwijzen wie de vader van haar kinderen was (Genesis 38:25). Juda trad op als hoofd van de familie en sprak het vonnis uit: "Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde!" (Genesis 38:24). Een geschreven wet daarvoor bestond nog niet. De latere wet verbood de omgang met een schoondochter uitdrukkelijk (Leviticus 18:15, Leviticus 20:12). Genesis vertelt wat er gebeurde zonder het goed te keuren. In Genesis 38:15 gebruikt het Hebreeuws het gewone woord voor een hoer. Wanneer Hira later naar haar vraagt (Genesis 38:21), staat er een ander woord, dat vaak met de Kanaänitische cultus in verband wordt gebracht, al is die uitleg niet onomstreden.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gehoorzaam aan Juda’s opdracht om als weduwe in haar vaders huis te blijven (Genesis 38:11)
  • Vasthoudend in haar recht op nageslacht in het huis van Juda (Genesis 38:14)
  • Bedachtzaam: zij vroeg een pand dat de eigenaar onmiskenbaar aanwees (Genesis 38:18)
  • Discreet: zij liet het pand aan Juda brengen in plaats van hem openlijk aan te wijzen (Genesis 38:25)

−Zwakke kanten

  • Bereikte haar doel met misleiding: zij vermomde zich en liet zich voor een hoer houden (Genesis 38:15)
  • Koos een weg die de latere wet uitdrukkelijk verbiedt (Leviticus 18:15)

Theologische betekenis

Genesis 38 staat niet toevallig midden in de geschiedenis van Jozef. Het volgende hoofdstuk laat Jozef zien, die de vrouw van Potifar weigert met de woorden "hoe zoude ik dan dit een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God!" (Genesis 39:9). Juda, die van zijn broers was weggetrokken, staat daar in alles tegenover. Ook de woorden herhalen zich. De broers brachten Jakob de bebloede rok van Jozef met de vraag: "beken toch, of deze uws zoons rok zij, of niet" (Genesis 37:32). Tamar stuurt Juda zijn pand met bijna dezelfde woorden: "Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn" (Genesis 38:25). Juda, die samen met zijn broers zijn vader met een bewijsstuk misleidde, wordt nu zelf met een bewijsstuk ontmaskerd. Juda’s uitspraak "Zij is rechtvaardiger dan ik" (Genesis 38:26) is een vergelijking en geen vrijspraak van alles wat zij deed. Hij geeft zelf de reden: "omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb". Tamar had recht op nageslacht in zijn huis, en hij had haar dat onthouden. Hoe haar middel te beoordelen is, wordt verschillend uitgelegd. Veel uitleggers, ook in de reformatorische traditie, keuren de misleiding en de verbintenis met haar schoonvader af, en zien tegelijk dat zij vasthield aan de familie waaraan Gods belofte verbonden was. Wat haar ten diepste dreef, zegt de tekst niet; Genesis 38:14 noemt alleen dat Sela haar niet gegeven werd. Boven alles laat dit hoofdstuk zien dat God Zijn belofte doorzet waar mensen falen. Uit deze verbintenis wordt Perez geboren, wiens naam aan het doorbreken herinnert (Genesis 38:29). Ruth 4:12 maakt van zijn huis een zegenwens, Ruth 4:18-22 trekt de lijn door naar David, en 1 Kronieken 2:4 noemt Thamar uitdrukkelijk bij name in de stam van Juda. Daarmee krijgt ook de zegen dat de schepter niet van Juda zal wijken (Genesis 49:10) een weg door deze familie. Mattheüs neemt haar op in het geslachtsregister van Christus: "En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar" (Mattheüs 1:3). Zij is de eerste van vier vrouwen die Mattheüs vóór Maria noemt, naast Rachab, Ruth en de vrouw van Uria. Veel uitleggers zien daarin een aanwijzing dat de Messias voortkomt uit een geschiedenis van zonde en genade, en dat Hij gekomen is voor zondaars. Dat praat niets goed, maar het laat zien dat Gods genade dieper reikt dan menselijk falen.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Tamar (תָּמָר, Hebreeuws)

Betekenis

Palmboom (dadelpalm)

Betekenis van de naam Tamar: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Getrouwd met Er

Juda neemt Tamar als vrouw voor Er, zijn eerstgeborene. Er is kwaad in de ogen van de HEERE en sterft; wat hij deed, zegt de tekst niet.

Genesis 38:6-7

2

Onan weigert

Juda draagt Onan op voor zijn broer nageslacht te verwekken. Onan weet dat het kind niet als het zijne zal gelden en ontzegt Tamar dat. Ook hij sterft.

Genesis 38:8-10

3

Weduwe in haar vaders huis

Juda stuurt Tamar terug naar haar vader met de belofte dat zij Sela krijgt als hij groot is. In werkelijkheid vreest hij dat ook Sela zal sterven.

Genesis 38:11

4

Aan de weg naar Timna

Als zij ziet dat Sela volwassen is en haar niet gegeven wordt, legt Tamar haar weduwekleren af en zet zich met bedekt gezicht aan de weg. Juda houdt haar voor een hoer en geeft haar zegelring, snoer en staf als pand.

Genesis 38:14-18

5

Veroordeeld en vrijgesproken

Drie maanden later hoort Juda dat zij zwanger is en wil haar laten verbranden. Zij laat hem het pand brengen, en Juda erkent: Zij is rechtvaardiger dan ik.

Genesis 38:24-26

6

Perez en Zera geboren

Tamar baart een tweeling. De vroedvrouw bindt een scharlaken draad om de hand van het eerste kind, maar zijn broer breekt door en krijgt de naam Perez. Daarna wordt Zera geboren.

Genesis 38:27-30

7

Genoemd in de zegen voor Boaz

Bij het huwelijk van Boaz en Ruth wensen het volk en de oudsten in de poort hem een huis als het huis van Perez, die Thamar aan Juda baarde.

Ruth 4:12

8

In het geslachtsregister van Jezus

Mattheüs opent het geslachtsregister van Christus en noemt als eerste vrouw Thamar, de moeder van Fares en Zara.

Mattheüs 1:3

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Tamar beter te begrijpen.

Genesis 38:6

“Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.”

De eerste vermelding van Tamar, met de spelling van de Statenvertaling. Over haar afkomst zegt de tekst niets.

Genesis 38:11

“Toen zeide Juda tot Thamar, zijn schoondochter: Blijf weduwe in uws vaders huis, totdat mijn zoon Sela groot wordt; want hij zeide: Dat niet misschien ook deze sterve, gelijk zijn broeders! Zo ging Thamar heen, en bleef in haar vaders huis.”

Juda belooft Sela, maar vreest in stilte dat ook hij zal sterven; Genesis 38:14 laat zien dat hij de belofte niet nakwam. Tamar gehoorzaamt en wacht.

Genesis 38:14

“Toen legde zij de klederen van haar weduwschap van zich af, en zij bedekte zich met een sluier, en bewond zich, en zette zich aan den ingang der twee fonteinen, die op den weg naar Timna is; want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven.”

De tekst noemt de reden voor haar daad: de belofte van Sela werd niet nagekomen.

Genesis 38:25

“Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn.”

Tamar laat het pand naar Juda brengen in plaats van hem zelf aan te wijzen. Veel uitleggers zien daarin dat zij hem de ruimte gaf om zelf te bekennen.

Genesis 38:26

“En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.”

Juda erkent openlijk zijn schuld tegenover Tamar en noemt zelf de reden.

Genesis 38:29

“Maar het geschiedde, als hij zijn hand weder intoog, ziet, zo kwam zijn broeder uit; en zij zeide: Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke! en men noemde zijn naam Perez.”

De naam Perez verwijst naar het doorbreken; via hem loopt de lijn naar David.

Ruth 4:12

“En uw huis zij, als het huis van Perez (die Thamar aan Juda baarde), van het zaad, dat de HEERE u geven zal uit deze jonge vrouw.”

Eeuwen later noemen het volk in de poort en de oudsten van Bethlehem Tamar in hun zegenwens voor Boaz en Ruth (Ruth 4:11-12).

Mattheüs 1:3

“En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;”

Mattheüs noemt Tamar als eerste vrouw in het geslachtsregister van Christus; Perez en Zera heten hier Fares en Zara.

Tijdperiode

~1900 v.Chr.

Tamar leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Tamar leert ons dat God ziet wie aan de kant wordt geschoven. Zij werd als weduwe teruggestuurd en vergeten, door een schoonvader die haar recht had moeten beschermen. De Schrift verzwijgt dat onrecht niet. Mozes zegt later van God dat Hij het is "Die het recht van den wees en van de weduwe doet" (Deuteronomium 10:18), en Jakobus noemt het bezoeken van weduwen in hun verdrukking zuivere godsdienst (Jakobus 1:27). Ook wij zijn geroepen om mensen niet te vergeten die zonder stem en zonder beschermer zijn. Haar geschiedenis laat ook zien dat een goed doel geen verkeerd middel heiligt. Tamar had recht op nageslacht, maar zij bereikte het met misleiding en met een verbintenis die de wet later verbiedt. De Bijbel vertelt dat eerlijk en maakt er geen voorbeeld van om na te volgen. Verder valt op hoe Tamar met Juda omging toen zij voorgebracht werd om verbrand te worden. Zij wees hem niet in het openbaar aan, maar liet hem zijn pand brengen. Veel uitleggers zien daarin dat zij hem de ruimte gaf om zelf zijn schuld te erkennen. En Juda deed dat. Voor ons is dat een les in hoe wij anderen op hun zonde kunnen aanspreken zonder hen te vernederen, en in hoe belangrijk het is om eerlijk te zeggen: ik had ongelijk. Ten slotte troost haar naam in het geslachtsregister van Jezus ons. God schreef Zijn heilsgeschiedenis door deze gebroken familie heen. Wie terugkijkt op schuld of schaamte in het eigen leven of de eigen familie, mag weten dat Christus voor zondaars gekomen is en dat bij Hem vergeving en een nieuw begin te vinden zijn.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Tamar

Wie was Tamar in de Bijbel?
Tamar was de schoondochter van Juda, de zoon van Jakob. Zij trouwde met Juda’s oudste zoon Er, die stierf, en daarna met zijn broer Onan, die haar geen nageslacht wilde geven en ook stierf. Juda beloofde haar zijn derde zoon Sela, maar hield die belofte niet. Vermomd aan de weg naar Timna werd zij zwanger van Juda zelf, die erkende: "Zij is rechtvaardiger dan ik" (Genesis 38:26). Zij werd de moeder van Perez en Zera en staat in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:3).
Wat betekent de naam Tamar?
De Hebreeuwse naam Tamar betekent palmboom of dadelpalm. De palmboom was in het oude Israël een beeld van groei en vruchtbaarheid: "De rechtvaardige zal groeien als een palmboom" (Psalm 92:13). Genesis 38 legt de naam van Tamar zelf niet uit. Dezelfde naam kwam later vaker voor: ook een dochter van David en een dochter van Absalom heetten zo (2 Samuël 13:1, 2 Samuël 14:27).
Waar staat Tamar in de Bijbel?
Het verhaal van Tamar staat in Genesis 38, vooral in de verzen 6 tot en met 30. Haar naam komt daarna nog drie keer voor: in de zegenwens voor Boaz en Ruth (Ruth 4:12), in het geslachtsregister van Juda (1 Kronieken 2:4) en in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:3). Steeds wordt zij genoemd als de moeder van Perez, de voorvader van David.
Is Thamar dezelfde als Tamar?
Ja. Thamar is de spelling van de Statenvertaling, Tamar de gangbare spelling van nu. In de Statenvertaling staat: "Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar" (Genesis 38:6). Ook haar zonen worden verschillend gespeld: in Genesis heten zij Perez en Zera, in Mattheüs 1:3 Fares en Zara, en in 1 Kronieken 2:4 Perez en Zerah.
Waarom moest Tamar met Onan trouwen?
Volgens een oud gebruik trouwde een broer de weduwe van een kinderloos gestorven man, zodat het eerste kind de naam van de overledene zou dragen. Daarom zei Juda tegen Onan: "verwek uw broeder zaad" (Genesis 38:8). Onan wist dat het kind niet als het zijne zou gelden en ontzegde Tamar dat; daarom doodde de HEERE ook hem (Genesis 38:9-10). De wet van Mozes legde dit gebruik later vast in Deuteronomium 25:5-6.
Waarom vermomde Tamar zich aan de weg naar Timna?
De tekst geeft zelf de reden: "want zij zag, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet ter vrouw was gegeven" (Genesis 38:14). Juda had haar als weduwe naar haar vaders huis gestuurd en hield haar aan zijn familie gebonden, zonder zijn belofte na te komen. Zij legde haar weduwekleren af, bedekte haar gezicht en wachtte Juda op, die haar voor een hoer hield. Wat haar verder dreef, zegt de Bijbel niet, en uitleggers denken daar verschillend over.
Wat betekent "Zij is rechtvaardiger dan ik"?
Met die woorden erkende Juda zijn schuld, toen Tamar zijn zegelring, snoer en staf liet zien. Hij noemde zelf de reden: "omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb" (Genesis 38:26). Het is een vergelijking: Tamar had recht op nageslacht in het huis van Juda, en hij had haar dat onthouden. Haar recht werd erkend, maar daarmee keurt de tekst haar misleiding niet goed. Veel uitleggers zien hierin ook een keerpunt voor Juda; later stelde hij zich borg voor Benjamin (Genesis 43:9).
Wie waren de kinderen van Tamar?
Tamar baarde een tweeling, Perez en Zera (Genesis 38:27-30). Bij de geboorte stak eerst een van beiden zijn hand uit, en de vroedvrouw bond er een scharlaken draad om. Maar zijn broer kwam eerst ter wereld; zij zei: "Hoe zijt gij doorgebroken? op u is de breuke!" en hij kreeg de naam Perez. Daarna werd Zera geboren. Uit Perez kwamen Boaz en David voort (Ruth 4:18-22).
Is Tamar de schoondochter van Juda dezelfde als Tamar de dochter van David?
Nee. Tamar uit Genesis 38 was de schoondochter van Juda en leefde in de tijd van de aartsvaders. Thamar, de dochter van David en zuster van Absalom, leefde eeuwen later, rond 1000 voor Christus. Zij werd door haar halfbroer Amnon verkracht, en haar geschiedenis staat in 2 Samuël 13. Absalom noemde later zijn eigen dochter ook Thamar (2 Samuël 14:27). De Statenvertaling schrijft alle drie de namen als Thamar.
Waarom staat Tamar in het geslachtsregister van Jezus?
Mattheüs noemt haar omdat Perez, de voorvader van David, uit haar geboren werd: "En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar" (Mattheüs 1:3). Zij is de eerste van vier vrouwen die Mattheüs vóór Maria noemt, naast Rachab, Ruth en de vrouw van Uria. Bij elk van hen hoort een geschiedenis van zonde, schande of afkomst van buiten Israël. Veel uitleggers zien daarin een teken dat de Messias voortkomt uit een geschiedenis van zonde en genade, en dat Hij gekomen is voor zondaars.
Wat kunnen wij leren van Tamar?
Tamar leert ons dat God ziet wie onrecht wordt aangedaan: de Bijbel verzwijgt niet hoe Juda haar liet zitten. Haar verhaal laat ook zien dat een goed doel geen verkeerd middel rechtvaardigt, want haar misleiding wordt niet als voorbeeld gesteld. Zij liet Juda zijn pand brengen in plaats van hem aan te wijzen, en hij erkende zelf zijn schuld. En haar naam in het geslachtsregister van Jezus troost ons: God schrijft Zijn geschiedenis ook door gebroken families heen.

Stel een vraag over Tamar

Wilt u meer weten over Tamar? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Tamar

Verdiep u verder