Joab in de Bijbel
Joab (יוֹאָב, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: de HEERE is vader”
Wie was Joab?
Joab was de zoon van Zeruja, een zuster van David, en de legeraanvoerder van koning David. Hij beklom als eerste de burcht Sion, werd hoofd van het leger en won Davids oorlogen, maar doodde eigenmachtig Abner, Absalom en Amasa. Omdat hij Adonia steunde, liet Salomo hem doden bij het altaar (1 Koningen 2:28-34).
De naam Joab valt voor het eerst in een bijzin. In de woestijn spreekt David met "Abisai, den zoon van Zeruja, den broeder van Joab" (1 Samuël 26:6). Vanaf 2 Samuël 2 staat Joab zelf op de voorgrond, en pas in 1 Koningen 2 verdwijnt hij van het toneel. Daartussen loopt hij als een rode draad door de regering van David: in Hebron, bij de inname van Jeruzalem, in de oorlogen tegen Ammon en Syrië, bij de opstand van Absalom en bij de troonopvolging. Ook 1 Kronieken 11, 18 tot 21 en 27 vertellen over hem. Joab was familie van de koning. Zijn moeder Zeruja was een zuster van David (1 Kronieken 2:16), en hij had twee broers, Abisai en Asahel. De Statenvertaling noemt hem bijna altijd voluit "Joab, de zoon van Zeruja". Zijn vader wordt nergens bij naam genoemd. Wat Joab moeilijk te peilen maakt, is dat hij twee kanten heeft die niet los van elkaar te zien zijn. Hij was dapper, praktisch en trouw: hij liet de eer van de inname van Rabba aan David (2 Samuël 12:28), sprak de koning streng toe toen diens rouw om Absalom het leger dreigde te ontmoedigen, en waarschuwde tegen de volkstelling. Maar hij doodde ook eigenmachtig twee legeraanvoerders, Abner en Amasa, en voerde zonder tegenspraak de brief uit die Uria de Hethiet de dood injoeg. David zelf zei over hem en zijn broer: "deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn harder dan ik" (2 Samuël 3:39). Joab is niet te verwarren met een naamgenoot uit het geslacht van Juda, Joab, "den vader des dals der werkmeesters" (1 Kronieken 4:14), met de familie van Joab die na de ballingschap terugkeerde (Ezra 2:6, Ezra 8:9), en evenmin met koning Joas, wiens naam er in het Nederlands op lijkt.
Historische context
Joab leefde in de tijd van koning David, die doorgaans rond 1000 voor Christus wordt geplaatst. Na de dood van Saul was Israël verdeeld. David regeerde zeven jaar en zes maanden in Hebron over Juda (2 Samuël 2:11), terwijl Abner, de legeraanvoerder van Saul, Sauls zoon Isboseth tot koning maakte over de andere stammen. De strijd tussen de twee huizen begon bij de vijver van Gibeon, waar Joab en Abner tegenover elkaar stonden (2 Samuël 2:12-17). De geschiedenis van Abner loopt door die van Joab heen. Op de vlucht na Gibeon werd Abner achtervolgd door Asahel, een broer van Joab, die "licht op zijn voeten" was (2 Samuël 2:18). Abner waarschuwde hem tweemaal en doodde hem toen met het achtereind van zijn spies. Asahel werd begraven in het graf van zijn vader te Bethlehem (2 Samuël 2:32). Later kreeg Abner onenigheid met Isboseth, liep over naar David en beloofde heel Israël tot hem te brengen (2 Samuël 3:6-21). David sloot met hem een verbond en liet hem in vrede gaan. Joab vertrouwde dat niet. Hij liet Abner terughalen, nam hem in de poort van Hebron apart en stak hem neer "om des bloeds wil van zijn broeder Asahel" (2 Samuël 3:27). In het denken van die tijd was de "wreker des bloeds" het familielid dat een doodslag wreekte (Numeri 35:19). Veel uitleggers wijzen erop dat Abner Asahel in de strijd en na waarschuwing had gedood, en dat Hebron een van de vrijsteden was (Jozua 20:7); David noemde het later krijgsbloed, in vrede vergoten (1 Koningen 2:5). David verklaarde zich onschuldig, liep achter de baar en rouwde openlijk. Bij de inname van Jeruzalem beloofde David dat wie het eerst de Jebusieten zou slaan, hoofd van het leger zou worden. Joab beklom de burcht als eerste (1 Kronieken 11:6). Daarna noemen de lijsten van Davids hof hem steeds als degene die "over het heir" was (2 Samuël 8:16). Onder hem stonden de gewone strijders; de lijfwacht van de Krethi en Plethi viel onder Benaja. De troonopvolging aan het eind van Davids leven bracht Joab ten val. Hij koos voor Adonia, een oudere broer van Salomo (1 Koningen 2:22) en vermoedelijk de oudste zoon die nog leefde, samen met de priester Abjathar (1 Koningen 1:7). Toen Salomo koning werd, vluchtte Joab naar de tent des HEEREN en greep de hoornen van het altaar. De wet bood daar geen bescherming aan wie "met list" had gedood (Exodus 21:14). Benaja doodde hem, en hij werd begraven in zijn huis in de woestijn (1 Koningen 2:34).
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Dapper: hij beklom als eerste de burcht van de Jebusieten (1 Kronieken 11:6)
- Sprak in de strijd over de HEERE en legde de uitkomst bij Hem (2 Samuël 10:12)
- Trouw aan David: hij liet de eer van de inname van Rabba aan de koning (2 Samuël 12:28)
- Openhartig tegenover de koning, bij de rouw om Absalom en bij de volkstelling (2 Samuël 19:5-7, 2 Samuël 24:3)
−Zwakke kanten
- Wraakzuchtig en eigenmachtig: hij doodde Abner en Amasa buiten David om (2 Samuël 3:27, 2 Samuël 20:10)
- Gehoorzaam zonder tegenspraak toen David Uria wilde laten sneuvelen (2 Samuël 11:16)
- Trouw met een eigen agenda: aan het eind koos hij voor Adonia (1 Koningen 1:7)
Theologische betekenis
De Schrift oordeelt niet in één zin over Joab, maar laat hem door Davids hele regering heen zien. Juist daardoor wordt hij een spiegel van Davids koningschap. David ontving het koninkrijk uit Gods hand en wilde het niet met geweld grijpen; tegenover Saul spaarde hij tweemaal het leven van de gezalfde (1 Samuël 24:7, 1 Samuël 26:11). Joab dacht anders. Hij beschermde de troon met het zwaard, ook als David dat niet vroeg en zelfs als David het uitdrukkelijk verbood. Dat David hem niet kon of wilde corrigeren, zegt hij zelf: "Maar ik ben heden teder, en gezalfd ten koning, en deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn harder dan ik; de HEERE zal den boosdoener vergelden naar zijn boosheid" (2 Samuël 3:39). David laat het oordeel aan God over, maar hij laat Joab ook in zijn ambt. Op zijn sterfbed draagt hij de zaak over aan Salomo: Joab had "krijgsbloed vergoten in vrede" (1 Koningen 2:5). De vergelding die David uitstelde, kwam pas onder zijn zoon. De zaak Uria laat zien dat Joabs hardheid Davids zonde uitvoerbaar maakte. Een koning die een onschuldige wil laten sneuvelen, heeft een veldheer nodig die geen vragen stelt. Hier is Joab geen tegenspeler van David, maar zijn handlanger. De schuld blijft bij David: Natan richt het oordeel op hem: "Gij hebt Uria, den Hethiet, met het zwaard verslagen" (2 Samuël 12:9). Toch is er ook een andere toon. Voor de slag tegen Ammon en Syrië zegt Joab: "de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen" (2 Samuël 10:12). En hij is degene die vreest dat de volkstelling Israël tot schuld zal worden. In 1 Kronieken 21:3 vraagt hij: "Waarom zou het Israel tot schuld worden?" en het woord van de koning was hem "een gruwel" (1 Kronieken 21:6). Joab kende de HEERE en sprak over Hem; de tekst laat zien dat hij die woorden ondergeschikt maakte aan wat hij zelf nodig vond. Over zijn hart velt de Schrift geen oordeel in die termen. Zijn einde aan het altaar is veelzeggend. De plaats van verzoening is geen schuilplaats voor wie bewust en met list onschuldig bloed vergoot (Exodus 21:14). Salomo zegt dat het bloed van Abner en Amasa op het hoofd van Joab terugkeert, "maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid" (1 Koningen 2:33). Het huis van David wordt niet bevestigd door Joabs zwaard, maar door Gods belofte. Daarin wijst de geschiedenis vooruit naar de Zoon van David, wiens koninkrijk niet met geweld wordt gevestigd: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:36).
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Joab (יוֹאָב, Hebreeuws)
Betekenis
Waarschijnlijk: de HEERE is vader
Betekenis van de naam Joab: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
De strijd bij de vijver van Gibeon
Joab en Abner staan met hun mannen tegenover elkaar bij de vijver van Gibeon. Davids knechten winnen, maar op de vlucht doodt Abner Joabs broer Asahel, die hem niet wilde loslaten.
2 Samuël 2:12-23
Abner gedood in de poort van Hebron
Abner sluit een verbond met David en vertrekt in vrede. Joab laat hem buiten medeweten van David terughalen en steekt hem in de poort neer. David roept het bloed over het huis van Joab af en rouwt openlijk om Abner.
2 Samuël 3:22-30
Als eerste op de burcht Sion
David belooft dat wie het eerst de Jebusieten slaat, hoofd van het leger wordt. Joab beklimt de burcht als eerste en herstelt daarna het overige van de stad.
1 Kronieken 11:4-8
De brief over Uria
Tijdens het beleg van Rabba ontvangt Joab een brief van David, gebracht door Uria zelf. Joab stelt Uria op de plaats waar de sterkste strijders van de stad staan, en Uria sneuvelt.
2 Samuël 11:14-17
De dood van Absalom
Absalom blijft met zijn hoofd in een eik hangen. Ondanks Davids bevel om zacht met hem te handelen, steekt Joab drie pijlen in zijn hart, en zijn wapendragers doden hem. Daarna blaast Joab op de bazuin en stopt de achtervolging.
2 Samuël 18:9-17
Amasa gedood, Seba verslagen
David heeft Amasa in Joabs plaats aangesteld. Bij de grote steen van Gibeon grijpt Joab hem bij de baard alsof hij hem wil kussen en doodt hem. Daarna belegert hij Abel Beth-Maacha, tot een wijze vrouw het hoofd van Seba over de muur werpt.
2 Samuël 20:8-22
Bezwaar tegen de volkstelling
Joab vraagt de koning waarom hij lust heeft tot het tellen van het volk. Het woord van de koning gaat voor, en Joab telt het volk in negen maanden en twintig dagen.
2 Samuël 24:1-9
Gedood bij het altaar
Joab heeft Adonia gesteund. Als Salomo koning is, vlucht hij naar de tent des HEEREN en grijpt de hoornen van het altaar. Hij weigert eruit te komen, en Benaja doodt hem daar op bevel van Salomo.
1 Koningen 2:28-34
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Joab beter te begrijpen.
1 Kronieken 2:16
“En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.”
Joabs familie: zijn moeder Zeruja was een zuster van David. Joab was dus een neef van de koning, net als Amasa, de zoon van Abigail.
2 Samuël 3:27
“Als nu Abner weder te Hebron kwam, zo leidde Joab hem ter zijde af in het midden der poort, om in de stilte met hem te spreken; en hij sloeg hem aldaar aan de vijfde rib, dat hij stierf, om des bloeds wil van zijn broeder Asahel.”
De moord op Abner, kort nadat die een verbond met David had gesloten. De tekst noemt wraak voor zijn broer Asahel als reden; waarschijnlijk speelde ook mee dat Abner een rivaal voor zijn positie kon worden.
2 Samuël 3:39
“Maar ik ben heden teder, en gezalfd ten koning, en deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn harder dan ik; de HEERE zal den boosdoener vergelden naar zijn boosheid.”
Davids eigen oordeel over Joab en Abisai. Hij laat de vergelding aan de HEERE over, maar ontslaat Joab niet.
1 Kronieken 11:6
“Want David zeide: Al wie de Jebusieten het eerst slaat, zal tot een hoofd, en tot een overste worden. Toen beklom Joab, de zoon van Zeruja, dien het eerst; daarom werd hij tot een hoofd.”
Zo werd Joab legeraanvoerder van heel Israël: door de burcht Sion als eerste te beklimmen.
2 Samuël 10:12
“Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.”
Joabs woorden tot zijn broer Abisai voor de slag tegen de Syriërs en Ammonieten. Moed en overgave aan God gaan hier samen.
2 Samuël 11:16
“Zo geschiedde het, als Joab op de stad gelet had, dat hij Uria stelde aan de plaats, waarvan hij wist, dat aldaar strijdbare mannen waren.”
Joab voert Davids brief uit zonder tegenspraak. Uria sneuvelt voor de muur van Rabba.
2 Samuël 18:14
“Toen zeide Joab: Ik zal hier bij u alzo niet vertoeven; en hij nam drie pijlen, en stak ze in Absaloms hart, daar hij nog levend was in het midden van den eik.”
Joab negeert het bevel van David om zacht met Absalom te handelen en maakt een einde aan de opstand.
2 Samuël 24:3
“Toen zeide Joab tot den koning: Nu doe de HEERE, uw God, tot dit volk, zoals deze en die nu zijn, honderdmaal meer, dat de ogen van mijn heer den koning het aanzien; maar waarom heeft mijn heer de koning lust tot deze zaak?”
Joab waarschuwt tegen de volkstelling. Hier ziet de veldheer scherper dan de koning.
1 Koningen 2:28
“Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.”
Het begin van het einde. De tekst noemt zowel zijn trouw bij Absalom als zijn keuze voor Adonia.
Tijdperiode
~1000 v.Chr.
Joab leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Joab leert ons dat trouw zonder grens gevaarlijk wordt. Hij stond door Davids hele regering heen dicht bij de koning en heeft hem vaak gediend zoals niemand anders dat kon. Maar hij maakte zelf uit wie een bedreiging was en wie moest verdwijnen. Wie zich onmisbaar weet in een gezin, een bedrijf of een gemeente, kent misschien iets van die verleiding: de goede zaak lijkt harde middelen te rechtvaardigen. De Schrift noemt dat bij Joab gewoon wat het was: bloed, zonder oorzaak vergoten (1 Koningen 2:31). Zijn geschiedenis laat ook zien wat er gebeurt als een leider zonde niet aanpakt. David noemde de zonen van Zeruja te hard voor hem en schoof het probleem voor zich uit. Uitgestelde tucht verdwijnt niet; zij komt later terug, vaak op een moment dat het pijnlijker is. Voor ouders, ambtsdragers en leidinggevenden is dat een nuchtere waarschuwing. Daarnaast toont Joab dat gehoorzaamheid aan mensen niet het hoogste is. Toen David hem vroeg Uria te laten sneuvelen, deed hij het. Toen David hem vroeg Absalom te sparen, deed hij het niet. Hij volgde niet het gebod van God, maar zijn eigen inschatting. Wij zijn geroepen God meer te gehoorzamen dan mensen, ook als een machtig mens iets anders vraagt. Ten slotte: Joab greep op het laatst de hoornen van het altaar. De tekst vermeldt geen woord van berouw; hij zei alleen: "hier zal ik sterven!" (1 Koningen 2:30). Het altaar is geen talisman. Wie bij God schuilt, komt met belijdenis, niet met een beroep op een heilige plaats.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Joab
Wie was Joab in de Bijbel?
Wat betekent de naam Joab?
Waar staat Joab in de Bijbel?
Was Joab familie van David?
Wie was Abner en waarom doodde Joab hem?
Wat had Joab te maken met de dood van Uria?
Waarom doodde Joab Absalom?
Wie was Amasa en waarom doodde Joab hem?
Waarom was Joab tegen de volkstelling?
Hoe stierf Joab?
Is Joab dezelfde als Joas of de andere Joabs in de Bijbel?
Wat kunnen wij leren van Joab?
Stel een vraag over Joab
Wilt u meer weten over Joab? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over JoabBijbelverhalen rond Joab
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Joab in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Joab.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Joab in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Joab.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Joab aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.