Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Natan in de Bijbel

Natan (נָתָן, Hebreeuws) - “Hij (God) heeft gegeven”

Wie was Natan?

Natan, in de Statenvertaling Nathan, was een profeet aan het hof van koning David. Hij bracht de belofte dat Davids huis en koninkrijk tot in eeuwigheid zouden bestaan, hield David na zijn zonde met Batseba voor: "Gij zijt die man!" (2 Samuël 12:7), en zette zich later in voor de zalving van Salomo tot koning.

Natan verschijnt in de Bijbel zonder inleiding. Er staat geen vader bij, geen stam en geen woonplaats; hij heet eenvoudig "den profeet Nathan" (2 Samuël 7:2). De Statenvertaling spelt zijn naam als Nathan; wij schrijven Natan. Zijn verhaal staat in 2 Samuël 7, 2 Samuël 12 en 1 Koningen 1, met parallellen en aanvullingen in 1 Kronieken 17, 1 Kronieken 29:29, 2 Kronieken 9:29 en 2 Kronieken 29:25. Het opschrift van Psalm 51 verbindt die boetepsalm met zijn bezoek aan David. Natan staat telkens op een keerpunt. In 2 Samuël 7 wil David, die zelf in een cederen huis woont, ook voor de ark een huis bouwen. Natan stemt eerst in, maar dezelfde nacht krijgt hij een ander woord: niet David zal God een huis bouwen, maar de HEERE zal David een huis maken. Die belofte van een blijvend koningshuis wordt een van de dragende lijnen van de Schrift. In 2 Samuël 12 komt hij terug, na Davids overspel met Batseba en de moord op Uria de Hethiet. Natan vertelt een gelijkenis over een rijke man die het enige ooilam van een arme neemt. David ontsteekt in toorn, en Natan zegt: "Gij zijt die man!" (2 Samuël 12:7). David belijdt zijn zonde, en Natan verkondigt vergeving en tegelijk de gevolgen. In 1 Koningen 1 is David oud en roept zijn zoon Adonia zich tot koning uit. Natan waarschuwt Batseba, gaat zelf naar David en is erbij als Salomo bij de bron Gihon gezalfd wordt. Natan is niet te verwarren met Nathan, een zoon van David (2 Samuël 5:14), via wie het geslachtsregister van Jezus in Lukas 3:31 loopt, en ook niet met de discipel Nathanaël uit Johannes 1. In de Bijbel komen nog enkele andere mannen met de naam Nathan voor, onder wie de vader van Jig-al (2 Samuël 23:36) en een hoofd uit de tijd van Ezra (Ezra 8:16).

Historische context

Natan leefde in de tijd van koning David, rond 1000 voor Christus. Davids regering wordt doorgaans geplaatst tussen ongeveer 1010 en 970 voor Christus; dat zijn gangbare schattingen, geen jaartallen die de Bijbel zelf geeft. Natan maakte ook nog het begin van de regering van Salomo mee. Het verhaal van 2 Samuël 7 speelt toen David in zijn huis in Jeruzalem woonde en de HEERE hem "rust gegeven had van al zijn vijanden rondom" (2 Samuël 7:1). Hoe lang dat na de overbrenging van de ark was, zegt de tekst niet. Hiram, de koning van Tyrus, had cederhout en vaklieden gestuurd om voor David een huis te bouwen (2 Samuël 5:11), en de ark was in een tent geplaatst die David ervoor had opgezet (2 Samuël 6:17). Daar komt Davids opmerking vandaan dat hij in een cederen huis woont, terwijl de ark Gods woont "in het midden der gordijnen" (2 Samuël 7:2). Natan was niet de enige profeet bij het hof. De profeet Gad, "Davids ziener" (2 Samuël 24:11), was al bij David in de tijd dat hij voor Saul vluchtte (1 Samuël 22:5). Volgens 2 Kronieken 29:25 werden de Levieten met hun muziekinstrumenten in het huis des HEEREN opgesteld naar het gebod van David, Gad en Nathan. Een profeet die dicht bij de koning stond, liep altijd het gevaar te zeggen wat de koning wilde horen; 1 Koningen 22 laat later zien hoe dat bij koning Achab ging. Natan bleef bij het woord dat hij ontving, ook als dat zijn eigen instemmende eerste antwoord herriep (2 Samuël 7:3-5) of de koning zelf trof. De troonopvolging kende in Israël nog geen vaste regel. Adonia was Davids vierde zoon (2 Samuël 3:4); na de dood van Amnon en Absalom was hij waarschijnlijk de oudste die nog leefde. Hij had de steun van Joab en de priester Abjathar, terwijl Zadok, Benaja en Natan "met Adonia niet" waren (1 Koningen 1:8). Salomo werd gezalfd bij de bron Gihon, aan de oostkant van de oude stad van David. Dat hij op de muilezelin van de koning reed, begeleid door de Krethi en de Plethi (de koninklijke lijfwacht), en dat Zadok de oliehoorn "uit de tent" nam (1 Koningen 1:38-39), maakte voor iedereen zichtbaar dat David zelf achter deze keuze stond. Kronieken noemt tweemaal geschiedenissen van "den profeet Nathan" als bron, over David (1 Kronieken 29:29) en over Salomo (2 Kronieken 9:29). Die geschriften zijn niet bewaard gebleven. Of Azaria en Zabud, die in 1 Koningen 4:5 zonen van Nathan heten en onder Salomo hoge ambten bekleedden, zonen van de profeet waren, zegt de tekst niet; het is mogelijk, maar het kan ook om een andere Nathan gaan.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Moedig en eerlijk: hij noemt de zonde van de koning bij naam (2 Samuël 12:7)
  • Wijs in zijn aanpak: hij laat David eerst zelf oordelen via een gelijkenis (2 Samuël 12:1-6)
  • Gehoorzaam aan Gods woord, ook als dat zijn eigen eerdere antwoord herroept (2 Samuël 7:4-17)
  • Trouw tot het einde van Davids regering en betrokken bij de toekomst van zijn huis (1 Koningen 1:11-14)

−Zwakke kanten

  • Zijn eerste antwoord aan David bleek niet het woord des HEEREN te zijn en moest dezelfde nacht worden bijgesteld (2 Samuël 7:3)

Theologische betekenis

In 2 Samuël 7 draait alles om het woord "huis". David wil voor God een huis bouwen, een tempel. God antwoordt via Natan dat Hij nooit om een cederen huis gevraagd heeft, en keert het om: "Ook geeft u de HEERE te kennen, dat de HEERE u een huis maken zal" (2 Samuël 7:11). Het initiatief ligt niet bij de koning maar bij God. Davids zoon zal de tempel bouwen, en God belooft: "Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon" (2 Samuël 7:14). Ook als die zoon zondigt, zal Gods goedertierenheid niet van hem wijken, zoals zij van Saul wel weggenomen is (2 Samuël 7:15). Die belofte wordt in de rest van de Schrift steeds weer opgenomen. Psalm 89 en Psalm 132 bezingen haar als een eed van God aan David. Jesaja zegt: "Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David" (Jesaja 9:6). In het Nieuwe Testament zegt de engel over Jezus: "God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven" (Lukas 1:32), Petrus verwijst naar de eed die God aan David gezworen had (Handelingen 2:30), en Hebreeën 1:5 past de woorden over Vader en Zoon toe op Christus. Wat Natan bracht, wijst zo vooruit naar een Zoon van David wiens koninkrijk geen einde heeft. Natan laat ook zien hoe het profetische woord in Israël functioneerde. De koning was geen goddelijke vorst die boven de wet stond; hij moest zich laten aanspreken. In 2 Samuël 12 staat de profeet tegenover de machtigste man van het land en spreekt het oordeel uit. Opvallend is wat er gebeurt na Davids belijdenis: vergeving wordt meteen uitgesproken, "De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven" (2 Samuël 12:13), en toch blijven er gevolgen. Vergeving en tucht staan hier naast elkaar, zonder dat het een het ander opheft. Ten slotte is Natan geen orakel dat uit zichzelf spreekt. Zijn eerste antwoord in 2 Samuël 7:3 klonk vroom, maar uit wat dezelfde nacht volgde blijkt dat het niet het woord des HEEREN was; uitleggers zien er zijn eigen inzicht in. Het gezag van de profeet ligt niet in zijn persoon maar in het woord dat hij ontvangt. Dat bescheiden beeld past bij de manier waarop Natan in 1 Koningen 1 handelt: hij werkt aan de vervulling van Gods belofte over Salomo (1 Kronieken 22:9-10), aan wie hij zelf de naam Jedid-Jah had overgebracht.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Natan (נָתָן, Hebreeuws)

Betekenis

Hij (God) heeft gegeven

Betekenis van de naam Nathan: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Davids plan voor een huis van God

David woont in een cederen huis en wil ook voor de ark een huis bouwen. Natan antwoordt meteen dat hij moet doen wat in zijn hart is, want de HEERE is met hem.

2 Samuël 7:1-3

2

De belofte van een eeuwig huis

Dezelfde nacht komt het woord des HEEREN tot Natan. Niet David zal God een huis bouwen, maar God zal David een huis maken: zijn zoon zal de tempel bouwen en zijn troon zal tot in eeuwigheid vast zijn.

2 Samuël 7:4-17

3

De gelijkenis van het ooilam

De HEERE zendt Natan naar David. Hij vertelt van een rijke man die het enige ooilam van een arme neemt om een gast te onthalen. David ontsteekt in toorn en spreekt zelf het vonnis uit.

2 Samuël 12:1-6

4

Gij zijt die man

Natan past de gelijkenis toe op David. Hij herinnert aan alles wat God hem gegeven heeft, noemt de moord op Uria en het nemen van zijn vrouw bij naam en kondigt aan dat het zwaard van Davids huis niet zal wijken.

2 Samuël 12:7-12

5

Belijdenis en vergeving

David zegt: "Ik heb gezondigd tegen den HEERE!" Natan antwoordt dat de HEERE zijn zonde heeft weggenomen en dat hij niet zal sterven, maar dat het kind van Batseba zal sterven. Daarna gaat Natan naar huis.

2 Samuël 12:13-15

6

De naam Jedid-Jah

Na de geboorte van Salomo wordt er door de hand van Natan een boodschap gezonden: het kind krijgt de naam Jedid-Jah, om des HEEREN wil. Het vers ervoor zegt dat de HEERE hem liefhad.

2 Samuël 12:24-25

7

Waarschuwing tegen Adonia

Als Adonia zich tot koning uitroept, raadt Natan Batseba aan David te herinneren aan zijn eed dat Salomo koning zou worden. Terwijl zij nog spreekt, komt Natan binnen en bevestigt haar woorden.

1 Koningen 1:11-27

8

De zalving van Salomo bij Gihon

David laat Zadok, Natan en Benaja komen. Zij brengen Salomo op de muilezelin van de koning naar Gihon, Zadok zalft hem en het volk roept: "De koning Salomo leve!"

1 Koningen 1:32-40

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Natan beter te begrijpen.

2 Samuël 7:3

“En Nathan zeide tot den koning: Ga heen, doe al wat in uw hart is, want de HEERE is met u.”

Natans eerste antwoord op Davids plan voor een tempel. Dezelfde nacht krijgt hij van God een ander woord.

2 Samuël 7:12

“Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.”

De kern van de belofte die Natan aan David overbrengt: een nakomeling op zijn troon.

2 Samuël 7:16

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.”

De belofte van een blijvend koningshuis, die het Nieuwe Testament in Jezus vervuld ziet.

2 Samuël 12:1

“En de HEERE zond Nathan tot David. Als die tot hem inkwam, zeide hij tot hem: Er waren twee mannen in een stad, de een rijk en de ander arm.”

Het begin van de gelijkenis van het ooilam. Natan gaat niet op eigen initiatief: de HEERE zendt hem.

2 Samuël 12:7

“Toen zeide Nathan tot David: Gij zijt die man! Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u ten koning gezalfd over Israel, en Ik heb u uit Sauls hand gered;”

De bekendste woorden van Natan. Het oordeel dat David over de rijke man uitsprak, treft hemzelf.

2 Samuël 12:13

“Toen zeide David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen den HEERE! En Nathan zeide tot David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven.”

Op de belijdenis volgt meteen de verkondiging van vergeving, al blijven er gevolgen.

2 Samuël 12:25

“En zond heen door de hand van den profeet Nathan, en noemde zijn naam Jedid-Jah, om des HEEREN wil.”

Door Natan krijgt Salomo de naam Jedid-Jah, een teken van Gods liefde voor dit kind.

Psalm 51:2

“Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.”

Het opschrift van Psalm 51, dat de boetepsalm van David verbindt met het bezoek van Natan.

1 Koningen 1:34

“En dat Zadok, de priester, met Nathan, den profeet, hem aldaar tot koning over Israel zalven. Daarna zult gij met de bazuin blazen, en zeggen: De koning Salomo leve!”

Davids opdracht aan Zadok en Natan om Salomo bij Gihon tot koning te zalven.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Natan leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Natan laat zien hoe wij een ander op zonde kunnen aanspreken. Hij viel David niet in het openbaar aan, maar zocht hem op en vertelde een verhaal waarin David zelf het onrecht zag voordat hij besefte dat het over hem ging. Daarna was hij helder: "Gij zijt die man!" Paulus vraagt later om iemand die door een misdaad gevallen is, terecht te brengen "met den geest der zachtmoedigheid" (Galaten 6:1). Duidelijkheid en zachtmoedigheid sluiten elkaar niet uit; Spreuken 27:6 zegt: "De wonden des liefhebbers zijn getrouw." Ook goedbedoelde woorden moeten getoetst worden. Natans eerste antwoord aan David klonk vroom en was hartelijk bedoeld, maar het was niet wat God wilde. Dat Natan na die nacht met een ander woord bij David terugkwam, vraagt nederigheid. Voor ons betekent dat: niet elk goed voornemen is daarmee Gods wil, en wie anderen raad geeft, mag ook toegeven dat hij zich vergist heeft. Natan leert ons verder dat vergeving echt is, ook als de gevolgen blijven. David hoorde dat de HEERE zijn zonde had weggenomen, en tegelijk stierf het kind en bleef het zwaard in zijn huis (2 Samuël 12:10), onder meer in de opstand van Absalom (2 Samuël 16:22). Wie zijn zonde belijdt, mag weten dat God vergeeft, zonder te verwachten dat alle schade daarmee ongedaan is. Ook zien wij bij Natan trouw over een lange periode. Hij was bij David in zijn goede dagen, in zijn diepste val en in zijn ouderdom. Hij hield de belofte van God vast, ook toen het rond de troon onrustig werd. Zo mogen ook wij in de gewone loop van jaren betrokken blijven bij Gods werk, ook als onze rol bescheiden is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Natan

Wie was Natan in de Bijbel?
Natan was een profeet aan het hof van koning David, rond 1000 voor Christus. In de Statenvertaling heet hij Nathan. Hij bracht David de belofte dat God hem een huis zou maken dat tot in eeuwigheid zou bestaan (2 Samuël 7). Na Davids zonde met Batseba en de moord op Uria confronteerde hij de koning met de woorden "Gij zijt die man!" (2 Samuël 12:7). Aan het einde van Davids leven zette hij zich samen met de priester Zadok en Benaja ervoor in dat Salomo koning werd (1 Koningen 1).
Wat betekent de naam Natan?
De Hebreeuwse naam Natan komt van het werkwoord voor geven en betekent: hij heeft gegeven, waarbij God bedoeld is als de gever. Verwante namen in de Bijbel zijn Elnatan en Nathanaël, die beide betekenen: God heeft gegeven. De Bijbel legt de naam van de profeet zelf niet uit. Het past wel bij zijn rol: door hem gaf God aan David een belofte, een bestraffing en vergeving.
Waar staat Natan in de Bijbel?
Natan komt voor in 2 Samuël 7 (de belofte aan David), 2 Samuël 12 (de gelijkenis van het ooilam en de naam Jedid-Jah) en 1 Koningen 1 (de troonopvolging van Salomo). 1 Kronieken 17 vertelt de belofte opnieuw. Verder noemen 1 Kronieken 29:29, 2 Kronieken 9:29 en 2 Kronieken 29:25 hem, en het opschrift van Psalm 51 verbindt die psalm met zijn bezoek aan David.
Hoe schrijft u de naam: Natan of Nathan?
Beide spellingen komen voor. De Statenvertaling schrijft Nathan, bijvoorbeeld in "En de HEERE zond Nathan tot David" (2 Samuël 12:1). Nieuwere Nederlandse spelling laat de h weg en schrijft Natan, zoals wij ook doen. Hetzelfde geldt voor andere namen, zoals Bathseba in de Statenvertaling en Batseba in nieuwere spelling. Het gaat om dezelfde profeet.
Wat zei de profeet Natan tegen David?
De bekendste woorden van Natan zijn "Gij zijt die man!" (2 Samuël 12:7). Hij vertelde David eerst over een rijke man die het enige ooilam van een arme man nam om een gast te onthalen. David werd woedend en zei dat die man een kind des doods was. Toen paste Natan de gelijkenis toe op David zelf, die Uria had laten doden en zijn vrouw had genomen. Eerder had Natan David de belofte gebracht dat zijn huis en koninkrijk tot in eeuwigheid zouden bestaan (2 Samuël 7:16).
Welke belofte bracht Natan aan David?
Natan bracht David de belofte dat de HEERE hem een huis zou maken: een koningshuis dat zou blijven bestaan. Na David zou een zoon opstaan wiens koninkrijk God zou bevestigen; die zoon zou de tempel bouwen. God zei: "Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon" (2 Samuël 7:14). Deze belofte, ook wel de Davidsbelofte genoemd, klinkt door in de Psalmen en de profeten en wordt in het Nieuwe Testament op Jezus toegepast (Lukas 1:32-33, Hebreeën 1:5).
Wat zei Natan over de bouw van de tempel?
Eerst zei Natan tegen David: "Ga heen, doe al wat in uw hart is, want de HEERE is met u" (2 Samuël 7:3). Dezelfde nacht kwam het woord des HEEREN tot hem, en Natan moest David laten weten dat niet hij maar zijn zoon het huis voor Gods Naam zou bouwen (2 Samuël 7:12-13). God had nooit om een cederen huis gevraagd en wilde eerst David een huis maken. Natan bracht dat woord ongewijzigd over (2 Samuël 7:17). Later noemt David ook het vele bloed dat hij vergoten had (1 Kronieken 22:8-9).
Welke rol speelde Natan bij de troonopvolging van Salomo?
Toen David oud was, riep zijn zoon Adonia zich tot koning uit. Natan was niet uitgenodigd en raadde Batseba aan David te herinneren aan zijn eed dat Salomo koning zou worden. Terwijl zij met David sprak, kwam Natan binnen en bevestigde haar woorden (1 Koningen 1:11-27). David gaf daarop opdracht dat Zadok en Natan Salomo bij Gihon tot koning zouden zalven (1 Koningen 1:34). Zo droeg Natan bij aan de vervulling van de belofte over de zoon van David.
Heeft de profeet Natan zelf iets geschreven?
Kronieken noemt "de geschiedenissen van den profeet Nathan" als bron voor het leven van David (1 Kronieken 29:29) en "de woorden van Nathan, den profeet" voor Salomo (2 Kronieken 9:29). Die geschriften zijn niet bewaard gebleven; er is geen bijbelboek dat zijn naam draagt. Wat wij van hem weten, staat in Samuël, Koningen en Kronieken. Veel uitleggers denken dat zulke profetische aantekeningen gebruikt zijn bij het schrijven van die boeken, maar dat blijft een vermoeden.
Is de profeet Natan dezelfde als Nathan, de zoon van David?
Nee. David had ook een zoon die Nathan heette, een van de zonen die in Jeruzalem geboren werden, net als Salomo (2 Samuël 5:14). Het geslachtsregister van Jezus in Lukas 3:31 loopt via deze zoon, "den zoon van Nathan, den zoon van David". Volgens 1 Kronieken 3:5 was hij, net als Salomo, een zoon van Bath-Sua, dat is Batseba. Dat is een andere persoon dan de profeet. Mogelijk werd Davids zoon naar de profeet genoemd, maar de Bijbel zegt daar niets over.
Is Natan dezelfde als Nathanaël?
Nee. Natan was een profeet in de tijd van koning David, ongeveer duizend jaar voor Christus. Nathanaël was een discipel van Jezus uit Kana in Galilea (Johannes 21:2), die door Filippus bij Jezus werd gebracht (Johannes 1:46-48). De namen zijn wel verwant: beide zijn gevormd van het Hebreeuwse woord voor geven. Nathanaël betekent God heeft gegeven, Natan betekent hij heeft gegeven.
Wat kunnen wij leren van Natan?
Natan leert ons dat waarheid en liefde samengaan. Hij sprak de koning aan op zijn zonde, maar deed dat persoonlijk en met wijsheid, via een gelijkenis die het geweten raakte. Na Davids belijdenis bracht hij meteen het woord van vergeving. Zijn eerste, te snelle antwoord in 2 Samuël 7:3 laat zien dat ook goedbedoeld advies getoetst moet worden aan Gods woord. En zijn trouw aan David tot in diens ouderdom laat zien dat dienst aan God vaak een lange adem vraagt.

Stel een vraag over Natan

Wilt u meer weten over Natan? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Natan

Bijbelverhalen rond Natan

Verdiep u verder