Batseba in de Bijbel
Bat-sjeva (בַּת־שֶׁבַע, Hebreeuws) - “Mogelijk: dochter van de eed”
Wie was Batseba?
Batseba, in de Statenvertaling Bathseba, was de vrouw van Uria de Hethiet. Koning David liet haar halen, en toen zij zwanger werd, liet hij Uria doden en trouwde hij met haar (2 Samuël 11). Haar eerste kind stierf; haar volgende zoon was Salomo, die na David koning werd.
Batseba komt in de Bijbel voor in 2 Samuël 11 en 12 en in 1 Koningen 1 en 2. De Statenvertaling schrijft haar naam als Bathseba; in 1 Kronieken 3:5 heet zij Bath-Sua, de dochter van Ammiel. Volgens 2 Samuël 11:3 heette haar vader Eliam, en haar man was Uria de Hethiet, een van de helden van David (2 Samuël 23:39). Haar verhaal begint niet met iets wat zij zelf doet. In de tijd "als de koningen uittrekken" blijft David in Jeruzalem, terwijl zijn leger de Ammonitische stad Rabba belegert. Vanaf het dak van het paleis ziet hij een vrouw die zich wast. Hij laat navragen wie zij is, hoort dat zij getrouwd is met Uria, en laat haar toch halen (2 Samuël 11:1-4). Als zij hem laat weten dat zij zwanger is, probeert David het eerst te verbergen en laat hij ten slotte Uria in de strijd ombrengen. Na de rouwtijd neemt hij haar in zijn huis. De verteller sluit af met een oordeel: "Doch deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN" (2 Samuël 11:27). Daarna volgen de bestraffing door de profeet Natan, de dood van het kind en de geboorte van Salomo, aan wie God door Natan een tweede naam geeft: Jedid-Jah (2 Samuël 12:24-25). Jaren later, als David oud is en zijn zoon Adonia zich tot koning uitroept, treedt Batseba zelf naar voren. Samen met Natan herinnert zij David aan zijn eed, en Salomo wordt gezalfd (1 Koningen 1). Als koningsmoeder zit zij aan de rechterhand van haar zoon (1 Koningen 2:19). Over Uria, de man die op Davids bevel sneuvelde, gaat een eigen pagina. Mattheüs noemt Batseba in het geslachtsregister van Jezus niet bij naam, maar als "degene, die Uria's vrouw was geweest" (Mattheüs 1:6).
Historische context
Batseba leefde in de tijd van koning David, rond 1000 voor Christus. De Bijbel geeft geen jaartallen; Davids regering wordt doorgaans geplaatst tussen ongeveer 1010 en 970 voor Christus. De gebeurtenissen van 2 Samuël 11 vallen in de oorlog tegen de Ammonieten, toen Joab hun hoofdstad Rabba belegerde (2 Samuël 11:1, 2 Samuël 12:26-29). Over haar familie geeft de Bijbel een paar gegevens. Haar vader heette Eliam (2 Samuël 11:3). Onder de helden van David staat een Eliam, de zoon van Achitofel de Giloniet (2 Samuël 23:34). Als dat dezelfde man is, was Batseba een kleindochter van Achitofel, de raadsman die later met Absalom tegen David samenspande (2 Samuël 15:12). Sommige uitleggers zien daarin een verklaring voor zijn keuze, maar de tekst legt dat verband zelf niet. In 1 Kronieken 3:5 heet zij Bath-Sua en haar vader Ammiel; dat wordt meestal gezien als een andere vorm van dezelfde namen. Uria was een Hethiet, een man van niet-Israëlitische afkomst die in Davids leger diende en tot zijn helden behoorde (2 Samuël 23:39). Zijn trouw staat tegenover Davids handelen: hij weigerde naar huis te gaan zolang de ark en het leger in tenten verbleven (2 Samuël 11:11). Een paar details vragen uitleg. De opmerking dat zij "zich van haar onreinigheid gezuiverd" had (2 Samuël 11:4), verwijst naar de reiniging na de maandelijkse onreinheid (vergelijk Leviticus 15:19). Veel uitleggers lezen daarin dat het kind niet van Uria kon zijn. Dat David haar liet halen, laat zien hoe ongelijk de verhouding was: hij was de koning, zij de vrouw van een van zijn soldaten. De tekst vertelt niets over wat zij dacht of wilde. In 1 Koningen 1 en 2 komt een ander gebruik naar voren: de positie van de moeder van de koning. Salomo staat voor Batseba op, buigt zich voor haar en laat een stoel voor haar zetten aan zijn rechterhand (1 Koningen 2:19). Ook elders in Koningen en Jeremia blijkt dat de koningsmoeder een eigen plaats aan het hof had (1 Koningen 15:13, Jeremia 13:18). Een joodse overlevering ziet in de moeder van koning Lemuel uit Spreuken 31:1 Batseba, met Lemuel als een andere naam voor Salomo. De Bijbel zelf zegt dat niet.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Zij rouwde om haar man Uria (2 Samuël 11:26)
- Moedig en helder toen het erop aankwam: zij sprak de oude koning aan op zijn eed (1 Koningen 1:17-21)
- Eerbiedig tegenover de koning, ook terwijl zij haar zaak bepleitte (1 Koningen 1:31)
Theologische betekenis
De Schrift richt het oordeel over wat er in 2 Samuël 11 gebeurt op David. De verteller zegt dat "deze zaak, die David gedaan had" kwaad was in de ogen des HEEREN (2 Samuël 11:27), en in de gelijkenis van Natan is Batseba het ooilam van de arme man: weggenomen door de rijke (2 Samuël 12:1-4). God zegt tegen David: "zijn huisvrouw hebt gij u ter vrouwe genomen" (2 Samuël 12:9). Ook 1 Koningen 15:5 vat Davids leven samen als recht in de ogen des HEEREN, "dan alleen in de zaak van Uria, den Hethiet". Toch blijft het niet bij oordeel. Na de dood van het eerste kind troost David zijn vrouw, zij baart Salomo, "en de HEERE had hem lief" (2 Samuël 12:24). Juist de zoon van deze vrouw wordt de erfgenaam van de belofte uit 2 Samuël 7, de koning die de tempel bouwt. God schrijft Zijn geschiedenis niet om de gebrokenheid heen, maar er dwars doorheen. Dat maakt de zonde niet kleiner: Natan kondigt aan dat het zwaard niet van Davids huis zal wijken (2 Samuël 12:10), en de hoofdstukken erna laten zien hoe dat uitkomt. In het Nieuwe Testament noemt Mattheüs haar in het geslachtsregister van Jezus, naast Tamar, Rachab en Ruth (Mattheüs 1:3-6). Hij noemt haar niet bij naam maar als "degene, die Uria's vrouw was geweest". Daarmee houdt hij de herinnering aan Uria en aan Davids zonde levend. Veel uitleggers zien in deze vier vrouwen een aanwijzing dat de Messias voortkomt uit een geslacht met buitenstaanders en gebroken geschiedenissen, en dat Zijn komst genade is en geen beloning. Batseba zelf was een Israëlitische, de dochter van Eliam; bij haar wijst Mattheüs via Uria, de Hethiet, en via Davids zonde. Volgens 1 Kronieken 3:5 was ook Nathan een zoon van Bath-Sua: een andere zoon dan Salomo, en niet de profeet Natan. Het geslachtsregister in Lukas 3:31 loopt via "den zoon van Nathan, den zoon van David". Als het om dezelfde moeder gaat, staat zij zo in beide geslachtsregisters van Jezus. Ten slotte heeft haar geschiedenis een plaats gekregen in de eredienst van Israël. Het opschrift van Psalm 51 verbindt Davids boetepsalm met het moment "nadat hij tot Bathseba was ingegaan" (Psalm 51:2). Wat in het verborgen begon, werd openlijk beleden: "Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd" (Psalm 51:6). Die belijdenis maakt het onrecht tegen Uria en Batseba niet ongedaan, maar laat zien waar vergeving te vinden is.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Bat-sjeva (בַּת־שֶׁבַע, Hebreeuws)
Betekenis
Mogelijk: dochter van de eed
Betekenis van de naam Bathseba: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
David laat haar halen
Vanaf het dak van zijn paleis ziet David een vrouw die zich wast. Hij hoort dat zij Batseba is, de vrouw van Uria, en laat haar toch halen. Kort daarna laat zij hem weten: "Ik ben zwanger geworden."
2 Samuël 11:2-5
Weduwe en vrouw van David
Als Batseba hoort dat Uria dood is, rouwt zij om haar man; na de rouwtijd neemt David haar in zijn huis en baart zij hem een zoon. De verteller noemt wat David deed kwaad in de ogen des HEEREN.
2 Samuël 11:26-27
Natan noemt de zonde bij naam
Na de gelijkenis van het ooilam zegt Natan namens God dat David Uria heeft verslagen en zijn vrouw heeft genomen. Daarom zal het zwaard van Davids huis niet wijken.
2 Samuël 12:9-10
De dood van het kind
Het kind dat Batseba David gebaard heeft, wordt ernstig ziek. David vast en ligt de nacht over op de aarde, maar op de zevende dag sterft het kind.
2 Samuël 12:15-23
De geboorte van Salomo
David troost Batseba, en zij baart een zoon die zij Salomo noemt. De HEERE heeft hem lief, en door de profeet Natan krijgt het kind de naam Jedid-Jah.
2 Samuël 12:24-25
Batseba spreekt de oude koning aan
Als Adonia zich tot koning uitroept, raadt Natan Batseba aan David aan zijn eed te herinneren. Zij gaat naar de koning en zegt dat zij en haar zoon anders als zondaars zullen gelden.
1 Koningen 1:11-21
Davids eed vernieuwd
David laat Batseba terugroepen en zweert opnieuw dat Salomo hem zal opvolgen, nog diezelfde dag. Zij buigt zich ter aarde en zegt: "Mijn heer de koning David leve in eeuwigheid!"
1 Koningen 1:28-31
Koningsmoeder aan de rechterhand
Salomo ontvangt zijn moeder met eer en laat een stoel aan zijn rechterhand zetten. Haar verzoek om Abisag aan Adonia te geven wijst hij af, omdat hij er een greep naar de troon in ziet. Of Batseba die lading doorzag, zegt de tekst niet.
1 Koningen 2:19-22
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Batseba beter te begrijpen.
2 Samuël 11:3
“En David zond henen, en ondervraagde naar deze vrouw; en men zeide: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de huisvrouw van Uria, den Hethiet?”
De eerste keer dat haar naam valt. David weet vanaf het begin dat zij getrouwd is.
2 Samuël 11:27
“En als de rouw was overgegaan, zond David heen, en nam haar in zijn huis; en zij werd hem ter vrouwe, en baarde hem een zoon. Doch deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN.”
Het oordeel van de verteller richt zich op wat David gedaan had.
2 Samuël 12:9
“Waarom hebt gij dan het woord des HEEREN veracht, doende wat kwaad is in Zijn ogen? Gij hebt Uria, den Hethiet, met het zwaard verslagen, en zijn huisvrouw hebt gij u ter vrouwe genomen; en hem hebt gij met het zwaard van de kinderen Ammons doodgeslagen.”
Via Natan noemt God beide zonden van David: de moord op Uria en het nemen van zijn vrouw.
2 Samuël 12:24
“Daarna troostte David zijn huisvrouw Bathseba, en ging tot haar in, en lag bij haar; en zij baarde een zoon, wiens naam zij noemde Salomo; en de HEERE had hem lief.”
Na het verlies van haar eerste kind wordt Salomo geboren. Batseba geeft hem zelf zijn naam.
Psalm 51:2
“Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.”
Het opschrift van Psalm 51 verbindt Davids boetepsalm met wat hij Batseba en Uria had aangedaan.
1 Koningen 1:17
“En zij zeide tot hem: Mijn heer! gij hebt uw dienstmaagd bij den HEERE, uw God, gezworen: Voorzeker Salomo, uw zoon, zal na mij koning zijn, en hij zal op mijn troon zitten!”
Batseba herinnert de oude koning aan zijn eed, terwijl Adonia zich al koning laat noemen.
1 Koningen 1:31
“Toen neigde zich Bathseba met het aangezicht ter aarde, en boog zich neder voor den koning, en zeide: Mijn heer de koning David leve in eeuwigheid!”
Haar antwoord op Davids vernieuwde eed dat Salomo hem zal opvolgen.
1 Koningen 2:19
“Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.”
De eer die Salomo zijn moeder bewijst, laat de plaats van de koningsmoeder aan het hof zien.
Mattheüs 1:6
“En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;”
Mattheüs noemt haar niet bij naam, maar via Uria. Zo blijft Davids zonde in het geslachtsregister zichtbaar.
Tijdperiode
~1000 v.Chr.
Batseba leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Het verhaal van Batseba laat eerst zien hoe macht misbruikt kan worden. David hoefde alleen boden te sturen. Wie gezag heeft, in een gezin, een gemeente of op het werk, draagt een grotere verantwoordelijkheid voor wie van hem afhankelijk is. De Bijbel noemt dat onrecht bij naam, ook als het een koning is die het begaat. Daarnaast leert dit verhaal ons voorzichtig te zijn met oordelen. De Schrift beschrijft niet wat Batseba dacht of wilde, en richt het oordeel op David. Waar de tekst zwijgt, past het ons niet om haar alsnog een rol toe te dichten. Dat geldt ook voor de manier waarop wij spreken over mensen die door de zonde van een ander getroffen zijn. Verder zien wij dat God doorgaat in levens die gebroken zijn. Batseba verloor haar man en haar eerste kind. Toch staat er bij de geboorte van Salomo dat de HEERE hem liefhad. Wie verlies of onrecht heeft meegemaakt, mag weten dat dit niet het laatste woord hoeft te zijn. Ten slotte laat 1 Koningen 1 een andere kant van Batseba zien. Toen het erop aankwam, ging zij naar de koning en sprak zij helder over de belofte die hij gedaan had. Er is een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken, en zij herkende het moment. Ook wij mogen met eerbied en duidelijkheid opkomen voor wat God beloofd heeft en voor wie aan ons is toevertrouwd.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Batseba
Wie was Batseba in de Bijbel?
Wat betekent de naam Batseba?
Waar staat Batseba in de Bijbel?
Hoe schrijft u de naam: Bathseba of Batseba?
Wat gebeurde er tussen David en Batseba?
Was Batseba medeschuldig aan het overspel?
Wie was Uria, de man van Batseba?
Hoeveel kinderen had Batseba?
Hoe werd de zoon van Batseba koning?
Waarom staat Batseba in het geslachtsregister van Jezus?
Wat heeft Psalm 51 met Batseba te maken?
Wat kunnen wij leren van Batseba?
Stel een vraag over Batseba
Wilt u meer weten over Batseba? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over BatsebaBijbelverhalen rond Batseba
Verdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Batseba in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Batseba.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Batseba in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Batseba.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Batseba aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.