Ga naar hoofdinhoud
2 Samuël2 Samuël 15; 18

De opstand van Absalom

Absalom grijpt naar de troon en David legt zijn zaak bij God

Samenvatting

De opstand van Absalom (2 Samuël 15-18) gaat over de zoon van koning David die het hart van Israël stal en zich in Hebron koning liet noemen. David vluchtte uit Jeruzalem en legde zijn zaak in Gods hand. De HEERE verijdelde de raad van Achitofel. In de strijd bleef Absalom in een eik hangen, en Joab en zijn wapendragers doodden hem. David weende om zijn zoon.

Bijbelgedeelte

“En naar die wijze deed Absalom aan gans Israel, die tot den koning ten gerichte kwamen. Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israel.”
2 Samuël 15:6 (Statenvertaling)
“Maar indien Hij alzo zal zeggen: Ik heb geen lust tot u; zie, hier ben ik, Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is.”
2 Samuël 15:26 (Statenvertaling)
“Toen zeide Absalom, en alle man van Israel: De raad van Husai, den Archiet, is beter dan Achitofels raad. Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht.”
2 Samuël 17:14 (Statenvertaling)
“En de koning gebood Joab, en Abisai, en Ithai, zeggende: Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom. En al het volk hoorde het, als de koning aan al de oversten van Absaloms zaak gebood.”
2 Samuël 18:5 (Statenvertaling)
“Toen werd de koning zeer beroerd, en ging op naar de opperzaal der poort, en weende; en in zijn gaan zeide hij alzo: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!”
2 Samuël 18:33 (Statenvertaling)

Het verhaal

De opstand van Absalom staat in 2 Samuël 15 tot 18. Absalom was de derde zoon van koning David. Na de moord op zijn broer Amnon was hij gevlucht, en na jaren had de koning hem weer gekust (2 Samuël 14:33).

Hoe stal Absalom het hart van Israël?

Absalom liet wagens en paarden voor zich klaarmaken, met vijftig mannen die voor hem uit liepen. ’s Morgens vroeg stond hij langs de weg naar de poort. Wie met een geschil naar de koning kwam, riep hij bij zich. Hij zei dat de zaak goed en recht was, maar dat de koning niemand had om de man te horen. Hij wenste dat men hem tot rechter stelde. Wie voor hem wilde buigen, greep hij vast en kuste hij. "Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israel" (2 Samuël 15:6).

Hoe begon de opstand van Absalom in Hebron?

Daarna vroeg Absalom of hij naar Hebron mocht gaan om een gelofte aan de HEERE te betalen. David zei: "Ga in vrede" (2 Samuël 15:9). Maar Absalom had verspieders door alle stammen gestuurd. Bij het geluid van de bazuin moesten zij zeggen: "Absalom is koning te Hebron" (2 Samuël 15:10). Ook Achitofel, de raadsman van David, koos de kant van Absalom, en het volk bij Absalom werd steeds groter.

Waarom vluchtte David uit Jeruzalem?

Toen een boodschapper meldde dat het hart van Israël Absalom volgde, besloot David te vluchten, zodat de stad niet met het zwaard geslagen zou worden. Het hele land weende met luider stem toen het volk de beek Kidron overstak. De priesters Zadok en Abjathar kwamen met de ark, maar David stuurde de ark terug naar de stad: "indien ik genade zal vinden in des HEEREN ogen, zo zal Hij mij wederhalen" (2 Samuël 15:25). En als de HEERE geen lust meer in hem had, dan zei hij: "zie, hier ben ik, Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is" (2 Samuël 15:26).

Wenend en barrevoets ging David de Olijfberg op. Toen hij hoorde dat Achitofel bij de samenzweerders was, bad hij: "O, HEERE! maak toch Achitofels raad tot zotheid" (2 Samuël 15:31). Boven op de berg, waar David God aanbad, kwam Husai hem tegemoet. David stuurde hem terug naar Jeruzalem om de raad van Achitofel te niet te maken.

Hoe verijdelde de HEERE de raad van Achitofel?

Hoofdstuk 16 en 17 vertellen hoe Simeï, uit het geslacht van Saul, David vervloekte en met stenen wierp. David liet hem begaan: misschien zou de HEERE zijn ellende aanzien (2 Samuël 16:12). In Jeruzalem raadde Achitofel Absalom aan om David nog dezelfde nacht met twaalfduizend man achterna te jagen. Husai raadde het af, en Absalom koos voor Husai. De Bijbel geeft de reden: "Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Samuël 17:14). Zo kreeg David tijd om de Jordaan over te trekken naar Mahanaïm.

Wat gebeurde er in het woud van Efraïm?

David verdeelde zijn volk in drie delen, onder Joab, Abisaï en Ithai. Bij de poort gebood David de drie aanvoerders: "Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom" (2 Samuël 18:5). In het woud van Efraïm werden de mannen van Israël verslagen. Absalom reed op een muildier onder de dichte takken van een grote eik. Zijn hoofd raakte vast aan de eik, en het dier liep onder hem door (2 Samuël 18:9). Een man die het zag, wilde de hand niet aan de zoon van de koning slaan. Maar Joab stak drie pijlen in Absaloms hart, en tien wapendragers doodden hem. Absalom werd in een kuil in het woud geworpen, onder een grote steenhoop.

Waarom weende David om Absalom?

Twee lopers, Ahimaäz en Cuschi, brachten het bericht. Aan beiden vroeg David hetzelfde: of het wel goed was met de jongeling Absalom. Toen hij hoorde dat Absalom dood was, werd hij zeer beroerd. Hij ging naar de opperzaal van de poort en weende om zijn zoon (2 Samuël 18:33). Die dag werd de overwinning voor het hele volk tot rouw (2 Samuël 19:2).

Achtergrond

Wat aan de opstand voorafging, staat in 2 Samuël 13 en 14. Amnon, de eerstgeboren zoon van David, had Tamar, de zuster van Absalom, verkracht. De koning ontstak zeer (2 Samuël 13:21), maar de tekst noemt geen straf. Twee jaar later liet Absalom Amnon doden en vluchtte hij naar Gesur, waar zijn grootvader van moederszijde koning was (2 Samuël 3:3). Daar bleef hij drie jaar. Joab bewerkte zijn terugkeer, maar pas na nog twee jaar zag Absalom het aangezicht van de koning (2 Samuël 14:28 en 2 Samuël 14:33).

Het getal in 2 Samuël 15:7, "ten einde nu van veertig jaren", is een bekende tekstkwestie. Vanaf welk moment die jaren gerekend worden, zegt de tekst niet; sommige oude vertalingen, zoals de Syrische, lezen vier jaren. Het woud van Efraïm lag waarschijnlijk in Gilead, aan de oostkant van de Jordaan, waar Absalom zich gelegerd had (2 Samuël 17:26). Psalm 3 draagt volgens het opschrift de woorden: "als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom" (Psalm 3:1).

Betekenis

De opstand van Absalom staat niet los van wat eraan voorafging. Na Davids zonde met Batseba had de HEERE door Natan gezegd: "Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis" (2 Samuël 12:11). In deze hoofdstukken komt dat woord uit, tot in wat Absalom op het dak deed voor de ogen van heel Israël (2 Samuël 16:22). Lees daarover Natan en het ooilam. God laat Zijn woord niet vallen, ook niet bij Zijn gezalfde koning.

Toch is de HEERE hier niet alleen de Rechter. David neemt de ark niet mee om God aan zijn kant te dwingen. Hij legt zijn toekomst in Gods hand (2 Samuël 15:25-26). Hij bidt, en de tekst laat zien hoe God antwoordt: op de plaats waar David God aanbidt, komt Husai hem tegemoet (2 Samuël 15:32), en later wordt de raad van Achitofel verijdeld omdat de HEERE het zo geboden had (2 Samuël 17:14). Achter de plannen van mensen regeert God. Dezelfde tekst noemt ook het doel: "opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Samuël 17:14). De dood van Absalom is niet alleen het werk van Joab. De HEERE bracht het oordeel over de zoon die tegen zijn vader en tegen de gezalfde koning opstond. Dat maakt de ongehoorzaamheid van Joab aan het bevel van de koning niet goed. Psalm 3, volgens het opschrift uit deze vlucht, belijdt: "Het heil is des HEEREN" (Psalm 3:9).

Het slot laat het hart van een vader zien. David had geboden de jongeling te sparen, en hij wenste in zijn plaats te sterven. Die wens kon hij niet vervullen. Veel uitleggers zien hier een lijn naar de Zoon van David, Die in de plaats van opstandige mensen stierf: "indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons" (Romeinen 5:10). Ook Davids weg over de Kidron en de Olijfberg, verlaten door zijn eigen raadsman, wordt vaak naast de weg van de Heere Jezus gelegd (Johannes 18:1). Dat zijn verbindingen van uitleggers; 2 Samuël trekt ze niet zelf.

Lessen voor vandaag

God regeert, ook als alles lijkt te wankelen. David wist niet hoe het zou aflopen, maar hij wist in Wiens hand hij was. Wie zijn weg aan de HEERE overgeeft, mag zeggen: "Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is" (2 Samuël 15:26). Dat is geen berusting in een blind lot. Het is vertrouwen op de God Die hoort, zoals Hij Davids gebed tegen de raad van Achitofel verhoorde.

Zonde werkt door in een gezin. Wat David in het verborgen deed, en wat hij daarna in zijn huis op zijn beloop liet, droeg bittere vrucht. Absalom trad het gebod "Eert uw vader en uw moeder" (Exodus 20:12) met voeten. Ouders en kinderen mogen hun schuld tegenover elkaar bij de Heere brengen, Die vergeeft wie belijdt.

De rouw van David laat zien hoe een vader een verloren kind liefheeft, ook als het tegen hem opstond. Tegelijk wees Joab hem erop dat hij als koning zijn trouwe knechten beschaamde (2 Samuël 19:5-7). God gaf meer dan David kon geven: Zijn eigen Zoon, voor vijanden. Daarom mogen ouders die om een afgedwaald kind treuren, hun verdriet bij Hem brengen. Wie verder wil lezen, vindt meer in de uitleg bij 2 Samuël 18.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

Koning David had een zoon die Absalom heette. Maar Absalom wilde zelf koning worden, in de plaats van zijn vader.

’s Morgens vroeg ging Absalom langs de weg naar de stadspoort staan. Daar kwamen mensen voorbij die ruzie hadden en de koning wilden vragen wie gelijk had. Absalom riep hen bij zich. Hij zei dat ze gelijk hadden, maar dat de koning niemand had om naar hen te luisteren. Hij wenste dat hij zelf rechter was. Wie voor hem wilde buigen, pakte hij vast en kuste hij. De Bijbel zegt: "Alzo stal Absalom het hart der mannen van Israël".

Na een tijd vroeg Absalom aan zijn vader of hij naar Hebron mocht gaan. Daar wilde hij een belofte aan de HEERE nakomen. David liet hem gaan. Maar Absalom had in het geheim boden door het hele land gestuurd. Als de bazuin klonk, een grote hoorn waarop geblazen werd, moesten ze roepen: "Absalom is koning te Hebron". Absalom liet zelfs Achitofel, de raadgever van David, bij zich halen.

Toen David dat hoorde, zei hij tegen zijn knechten dat ze moesten vluchten. Anders zou Absalom komen en de stad met het zwaard slaan. Het hele land huilde hardop toen de koning de stad uitging.

De priesters kwamen ook mee, met de ark van God, de kist van het verbond. Maar David liet de ark terugbrengen naar de stad. Als de HEERE het goed vond, zou Hij David weer terugbrengen. En als de HEERE het anders wilde, zei David: "zie, hier ben ik, Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is". Zo legde David alles in de hand van God.

Huilend en op blote voeten liep David de Olijfberg op. Toen hoorde hij dat Achitofel bij Absalom was. David bad: "O, HEERE! maak toch Achitofels raad tot zotheid". Hij vroeg dus of de HEERE de plannen van Achitofel wilde laten mislukken. Boven op de berg aanbad David God. Daar kwam zijn vriend Husai hem tegemoet. David stuurde hem terug naar de stad. Daar moest Husai doen alsof hij Absalom wilde dienen, en de raad van Achitofel tegenwerken.

Achitofel gaf Absalom een goed plan: nog diezelfde nacht achter David aan gaan. Maar Husai gaf een ander plan, en Absalom koos voor Husai. De Bijbel zegt waarom: "Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen". Zo verhoorde de HEERE het gebed van David, en kreeg David tijd om over de Jordaan te trekken.

David verdeelde zijn mannen in drie groepen. Voordat ze vertrokken, zei de koning tegen de aanvoerders: "Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom". David vroeg hun om voorzichtig te zijn met zijn zoon.

De strijd was in een bos, het woud van Efraïm. De mannen van Absalom verloren. Absalom reed op een muildier, een dier dat lijkt op een ezel, onder de dichte takken van een grote eik door. Daar bleef zijn hoofd vastzitten. Het muildier liep door, en Absalom bleef hangen tussen hemel en aarde.

Een soldaat zag het en vertelde het aan Joab, een van de aanvoerders. Zelf wilde hij de zoon van de koning niets doen, want de koning had het verboden. Maar Joab deed niet wat de koning gevraagd had. Hij ging met zijn soldaten naar de eik, en zij doodden Absalom.

David zat bij de poort van de stad en wachtte. Er kwamen twee lopers met nieuws. Ze vertelden dat de HEERE David had gered van zijn vijanden. Maar David vroeg aan allebei hetzelfde: of het goed was met Absalom. Toen hoorde hij dat zijn zoon dood was.

David ging naar de kamer boven de poort en huilde. Hij riep: "Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom". Hij wenste dat hij zelf in de plaats van zijn zoon gestorven was.

Zo zorgde de HEERE voor David, toen zijn eigen zoon tegen hem opstond. Zijn plan ging door, ook toen mensen hun eigen plannen maakten.

Om te onthouden
“zie, hier ben ik, Hij doe mij, zo als het in Zijn ogen goed is.” (2 Samuël 15:26)

Tips voor de verteller

  • Deze geschiedenis is bedoeld vanaf ongeveer 8 jaar, omdat de dood van Absalom en de strijd erbij horen. Voor jongere kinderen vertelt u vooral de vlucht van David, zijn gebed en de bewaring door de HEERE, en zegt u kort dat Absalom in de strijd stierf.
  • Veel platen laten Absalom aan zijn lange haar in de boom hangen. De Bijbel zegt dat zijn hoofd vastraakte aan de eik (2 Samuël 18:9). Dat het zijn haar was, is een gangbare uitleg vanuit 2 Samuël 14:26, maar het staat er niet. Vertel wat er staat, en zeg dat eerlijk als een kind ernaar vraagt.
  • Een kind kan vragen waarom God toeliet dat Davids eigen zoon tegen hem opstond. Zeg eerlijk dat de HEERE door Natan had gezegd dat er na Davids zonde kwaad uit zijn eigen huis zou komen (2 Samuël 12:11). Zeg er ook bij dat God David niet losliet: Hij hoorde zijn gebed en bewaarde hem. Vraagt een kind waarom Absalom moest sterven, zeg dan eerlijk dat Absalom tegen zijn vader en tegen de koning die God gegeven had opstond, en dat de Bijbel zegt dat de HEERE het kwaad over Absalom bracht (2 Samuël 17:14). Zeg er ook bij dat Joab tegen het bevel van David inging, en dat David om zijn zoon huilde. Of Absalom zich bekeerde, zegt de Bijbel niet.
  • Lees 2 Samuël 15:25-26 zelf voor uit de Bijbel. Leg uit dat de ark de kist van het verbond was, het teken dat God bij Zijn volk woonde. David nam de ark niet mee als een geluksbrenger, maar vertrouwde op God Zelf.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat wilde Absalom worden in de plaats van zijn vader?
  2. NavertellenWat deed David toen hij hoorde dat Achitofel bij Absalom was?
  3. VerwonderenWat vind jij bijzonder aan hoe de HEERE David hielp?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat deed Absalom bij de poort om het hart van de mensen te stelen?
  2. BetekenisWaarom stuurde David de ark terug naar Jeruzalem? Wat zegt dat over zijn vertrouwen op God?
  3. VerbindingDavid kon niet in de plaats van zijn zoon sterven. Lees Romeinen 5:10. Wat deed God voor mensen die tegen Hem waren?
  4. ToepassingDavid legde alles in Gods hand toen hij niet wist hoe het zou aflopen. Waarover kun jij tot God bidden als je bang bent?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees 2 Samuël 12:10-12. Welke woorden van Natan zie je terugkomen in de opstand van Absalom, en wat zegt dat over Gods woord?
  2. Wie is God?De HEERE verijdelde de goede raad van Achitofel (2 Samuël 17:14). Wat zegt dat over Gods regering, ook als mensen hun eigen plannen maken?
  3. Moeilijke vraagJoab doodde Absalom tegen het bevel van de koning in, en toch zegt 2 Samuël 17:14 dat de HEERE het kwaad over Absalom bracht. Hoe kan God Zijn oordeel uitvoeren door wat mensen tegen een bevel in doen?
  4. PersoonlijkDavid bad tijdens zijn vlucht en legde zijn toekomst in Gods hand. Wat betekent het voor jou om te zeggen dat God mag doen wat goed is in Zijn ogen?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij regeert, ook als mensen tegen Hem en Zijn gezalfde opstaan, en dat Hij het gebed van David verhoorde. Bid voor gezinnen waar ouders en kinderen tegenover elkaar staan.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Opstand tegen vader en koningOvergave aan Gods wilGod verhoort gebedGevolgen van de zondeRouw om een verloren zoon

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De opstand van Absalom

Waar staat het verhaal van de opstand van Absalom in de Bijbel?

De opstand van Absalom staat in 2 Samuël 15 tot 18. Hoofdstuk 15 vertelt hoe Absalom het hart van Israël stal, zich in Hebron koning liet noemen en hoe David vluchtte. Hoofdstuk 16 en 17 gaan over Simeï, Achitofel en Husai. Hoofdstuk 18 vertelt de strijd in het woud van Efraïm, de dood van Absalom en de rouw van David. Wat eraan voorafging, staat in 2 Samuël 13 en 14.

Waarom kwam Absalom in opstand tegen David?

De Bijbel noemt geen motief met zoveel woorden. Wel laat hij zien hoe het ging: Absalom maakte zich populair bij wie recht zocht, en zo "stal Absalom het hart der mannen van Israel" (2 Samuël 15:6). Daarvoor was er veel gebeurd: de schanddaad van Amnon tegen Tamar, de moord op Amnon door Absalom en jaren van ballingschap. Achter dat alles staat het woord van Natan dat er kwaad uit Davids eigen huis zou komen (2 Samuël 12:11).

Bleef Absalom met zijn haar in de eik hangen?

Dat staat er niet. De Bijbel zegt: "zo werd zijn hoofd vast aan den eik, dat hij hangen bleef tussen den hemel en tussen de aarde" (2 Samuël 18:9). Dat zijn lange haar de oorzaak was, is een gangbare uitleg. Die steunt op 2 Samuël 14:26, waar staat dat Absalom zijn haar eens per jaar liet afscheren omdat het te zwaar werd. Het is een mogelijke verklaring, geen woord van de tekst.

Wie doodde Absalom?

Joab, de legeroverste van David. De koning had uitdrukkelijk geboden: "Handelt mij zachtkens met den jongeling, met Absalom" (2 Samuël 18:5). Een soldaat die Absalom zag hangen, weigerde hem aan te raken. Joab nam toch drie pijlen en stak ze in Absaloms hart, en tien wapendragers doodden hem (2 Samuël 18:14-15). Zo ging Joab in tegen het uitdrukkelijke bevel van de koning. Tegelijk zegt de Bijbel dat de HEERE de raad van Achitofel verijdelde, "opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Samuël 17:14).

Wat betekent "Mijn zoon Absalom, mijn zoon"?

Het is de klacht van David toen hij hoorde dat Absalom dood was: "Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware" (2 Samuël 18:33). David rouwde niet om een vijand, maar om zijn kind, ook al was het tegen hem opgestaan. Hij wenste dat hij in de plaats van zijn zoon gestorven was. Joab verweet hem daarna dat hij zijn trouwe knechten beschaamde (2 Samuël 19:5-7).

Wat heeft de opstand van Absalom te maken met David en Batseba?

Na Davids zonde met Batseba en de moord op Uria zei de HEERE door Natan: "het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid" en "Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis" (2 Samuël 12:10-11). De geschiedenis van Amnon, Tamar en Absalom laat zien hoe dat woord uitkwam. Wat Absalom op het dak deed, voor de ogen van heel Israël, vervulde zelfs letterlijk 2 Samuël 12:11 (2 Samuël 16:22).

Welke rol speelden Achitofel en Husai?

Achitofel was de raadsman van David en koos de kant van Absalom. Zijn raad gold in die dagen alsof men naar Gods woord had gevraagd (2 Samuël 16:23). Husai, Davids vriend, ging op Davids verzoek terug naar Jeruzalem en deed alsof hij Absalom wilde dienen (2 Samuël 15:34). Toen Absalom de raad van Husai volgde, zag Achitofel "dat zijn raad niet gedaan was". Hij ging naar zijn huis in zijn stad, gaf bevel aan zijn huis en verhing zich (2 Samuël 17:23). Zo liep de raad uit waarvoor David had gebeden.

Welke psalm schreef David toen hij vluchtte voor Absalom?

Psalm 3. Het opschrift luidt: "Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom" (Psalm 3:1). David klaagt dat velen tegen hem opstaan en zeggen dat hij geen heil bij God heeft. Toch belijdt hij: "Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij" (Psalm 3:4). De psalm eindigt met: "Het heil is des HEEREN" (Psalm 3:9).

Hoe vertelt u de opstand van Absalom aan kinderen?

Deze geschiedenis is bedoeld vanaf ongeveer 8 jaar, omdat de strijd en de dood van Absalom erbij horen. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij 2 Samuël 15, 17 en 18 blijft. Geef de meeste ruimte aan Davids overgave aan God, zijn gebed en hoe de HEERE dat gebed verhoorde. Vertel de dood van Absalom kort en zonder details. Voor jongere kinderen kunt u de vlucht van David centraal zetten.

Stel een vraag over De opstand van Absalom

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder