Jesaja 49:15 en 16: in de beide handpalmen gegraveerd
Het bekendste woord van dit hoofdstuk is een antwoord op een verwijt. In vers 14 zegt Sion: 'De HEERE heeft mij verlaten, en de HEERE heeft mij vergeten.' Daarop volgt vers 15: 'Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten.' En dan vers 16: 'Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij.'
Twee dingen vallen op. God kiest het sterkste menselijke beeld dat er is, een moeder met haar zuigeling, en zegt vervolgens dat zelfs dat nog te zwak is. En Hij zegt niet dat Hij Sion heeft opgeschreven maar dat Hij haar heeft gegraveerd: ingekerfd, niet uit te wissen. De muren waarover vers 16 spreekt lagen op dat moment in puin; God ziet ze staan. Uit deze twee verzen komt de Nederlandse uitdrukking dat iemand in de palm van Gods hand geschreven staat.
De volledige tekst van Jesaja 49, alle 26 verzen in de Statenvertaling, leest u op Jesaja 49. Zoekt u het hoofdstuk in de Herziene Statenvertaling, dan vindt u op de pagina over de Herziene Statenvertaling (HSV) waar die vertaling online staat; op deze site is zij vanwege licenties niet integraal beschikbaar.
Inleiding tot Jesaja 49
Jesaja 49 is een van de meest troostrijke hoofdstukken in de Bijbel. Het bevat het tweede van de vier 'Knecht van de HEERE' liederen en spreekt over Gods plan voor herstel en redding. Het hoofdstuk combineert profetieën over de terugkeer van Israël uit de Babylonische ballingschap met messiaanse beloften die hun vervulling vinden in Jezus Christus.