De Geboorte van Jezus (Lukas 2:1-7)
Lukas 2 opent met een van de meest bekende verhalen uit de Bijbel: de geboorte van Jezus Christus. Lukas plaatst deze gebeurtenis zorgvuldig in de historische context door keizer Augustus en de volkstelling te noemen. Dit benadrukt dat Jezus' komst geen mythe is, maar een historische werkelijkheid.
De reis naar Bethlehem vanwege de volkstelling laat zien hoe God menselijke gebeurtenissen gebruikt om Zijn plan te volbrengen. De profetie uit Micha 5:2 dat de Messias in Bethlehem geboren zou worden, gaat zo letterlijk in vervulling. Het feit dat er geen plaats was in de herberg en Jezus geboren werd in een stal, onderstreept het thema van nederigheid dat door heel het evangelie van Lukas loopt.
De Aankondiging aan de Herders (Lukas 2:8-20)
De keuze om de geboorte van Jezus eerst aan herders te verkondigen is zeer betekenisvol. In de toenmalige samenleving stonden herders laag op de sociale ladder en werden zij vaak gewantrouwd. Door juist hen als eersten de blijde boodschap te geven, toont God dat Zijn redding voor iedereen is, vooral voor de gewonen en nederigen.
De engelen verkondigen 'vrede op aarde voor de mensen die Hij behaagt' (vers 14). Dit is geen algemene wereldvrede, maar de vrede tussen God en mens die door Jezus mogelijk wordt gemaakt. De herders reageren met geloof en haast - zij gaan onmiddellijk kijken en worden de eerste evangelisten door het verhaal te vertellen.