Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Maria van Bethanië in de Bijbel

Mirjam (Hebreeuws) of Maria (Μαρία, Grieks) - “Onzeker; mogelijk geliefde of bitter”

Wie was Maria van Bethanië?

Maria van Bethanië was de zus van Martha en Lazarus en een vriendin van Jezus. Zij zat aan Zijn voeten en luisterde naar Zijn woord (Lukas 10:39). Zes dagen voor het pascha zalfde zij Zijn voeten met kostbare nardus (Johannes 12:3). Zij is niet Maria Magdalena en niet de moeder van Jezus.

Maria van Bethanië komt voor in twee evangeliën. Zij staat in Lukas 10:38-42, in Johannes 11, bij de dood en opwekking van haar broer Lazarus, en in Johannes 12:1-8, bij een maaltijd in Bethanië. Johannes stelt haar voor aan de hand van wat zij later zou doen: "Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf" (Johannes 11:2). De Statenvertaling noemt haar gewoon Maria. De naam was in die tijd veel gegeven; het is de Griekse vorm van Mirjam, de naam van de zus van Mozes. Daarom draagt zij hier de toevoeging "van Bethanië", naar het dorp dat Johannes "het vlek van Maria en haar zuster Martha" noemt (Johannes 11:1). In elk van de drie verhalen zien wij haar op dezelfde plek: aan de voeten van Jezus. Bij het bezoek in Lukas 10 zit zij daar en hoort Zijn woord, terwijl Martha druk is met dienen. Na de dood van Lazarus valt zij huilend aan Zijn voeten neer. Bij de maaltijd zes dagen voor het pascha zalft zij Zijn voeten met een pond nardus en droogt ze af met haar haren. In het eerste en het laatste verhaal krijgt zij kritiek, en beide keren neemt Jezus het voor haar op. Maria van Bethanië is niet te verwarren met Maria, de moeder van Jezus, en ook niet met Maria Magdalena, die naar haar toenaam waarschijnlijk uit Magdala in Galilea kwam. In de westerse kerk zijn Maria van Bethanië, Maria Magdalena en de zondares die in Lukas 7 de voeten van Jezus zalfde later tot één persoon samengevoegd. Dat is een latere traditie; de evangeliën zelf maken die gelijkstelling niet. Martha en Lazarus hebben elk een eigen rol in deze verhalen; hier staat Maria centraal.

Historische context

De verhalen over Maria spelen in de jaren van Jezus' openbare optreden, omstreeks 30 na Christus. Bethanië lag op de oostelijke helling van de Olijfberg; Johannes noteert: "Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar" (Johannes 11:18), iets minder dan drie kilometer. Voor pelgrims uit Galilea was het een van de laatste dorpen voor de stad. Lukas noemt het dorp niet. Hij vertelt het bezoek in het deel van zijn evangelie waarin Jezus op weg is naar Jeruzalem en zegt alleen dat Hij "kwam in een vlek" (Lukas 10:38). Omdat beide zusters bij Lukas en Johannes hetzelfde karakter hebben, nemen vrijwel alle uitleggers aan dat het om hetzelfde gezin gaat. Maria's houding had in die tijd een vaste betekenis. Wie aan de voeten van een leraar zat, was zijn leerling; Paulus zegt dat hij "aan de voeten van Gamaliel onderwezen" was (Handelingen 22:3). Dat een vrouw zo bij een rabbi zat, was ongebruikelijk. Gastvrijheid was daarentegen een vanzelfsprekende plicht, en voor een groep reizigers betekende dat veel werk. Johannes 11 laat Joodse rouwgebruiken zien. Na de begrafenis kwamen familie en bekenden de zusters troosten (Johannes 11:19); thuis zitten en bezoek ontvangen hoorde, voor zover latere Joodse bronnen laten zien, bij de rouw. De Joden die met Maria in huis waren, dachten dat zij naar het graf ging "opdat zij aldaar wene" (Johannes 11:31). Het graf was een spelonk met een steen ervoor (Johannes 11:38). Na de opwekking geloofden velen van hen "die tot Maria gekomen waren" (Johannes 11:45), terwijl de leiders besloten Jezus te doden (Johannes 11:53). De zalving in Johannes 12 vindt plaats "zes dagen voor het pascha" (Johannes 12:1), daags voor de intocht in Jeruzalem. Nardus was een geurige olie uit het Himalayagebied, ingevoerd en zeer duur. Judas schatte de waarde op driehonderd penningen (Johannes 12:5); omdat een dagloner een penning per dag verdiende (Mattheüs 20:2), was dat bijna een jaarloon. Gasten werd soms het hoofd gezalfd, maar de voeten zalven en met loshangend haar afdrogen was ongewoon. Mattheüs 26:6-13 en Markus 14:3-9 vertellen over een zalving in Bethanië, in het huis van Simon, de melaatse, door een vrouw zonder naam die de zalf op het hoofd van Jezus goot. De meeste uitleggers zien hierin dezelfde gebeurtenis als in Johannes 12. Lukas 7:36-50 beschrijft een andere zalving, eerder in Jezus' optreden en vermoedelijk in Galilea (vergelijk Lukas 7:11), in het huis van een Farizeeër, door een vrouw die "een zondares was" (Lukas 7:37). De evangeliën verbinden die vrouw niet met Maria van Bethanië; de samenvoeging gaat terug op paus Gregorius de Grote aan het eind van de zesde eeuw. De oosterse kerken hebben de vrouwen altijd onderscheiden, en in de twintigste eeuw liet ook de Rooms-Katholieke kerk de gelijkstelling in haar kalender los.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Leergierig: zij zat aan de voeten van Jezus en hoorde Zijn woord (Lukas 10:39)
  • Gericht op het ene nodige, ook toen er werk lag (Lukas 10:42)
  • Eerlijk in haar verdriet: zij legde haar rouw aan de voeten van Jezus neer (Johannes 11:32)
  • Bereid om te komen: toen zij hoorde dat de Meester haar riep, stond zij haastig op (Johannes 11:29)
  • Toegewijd en royaal: zij gaf kostbare nardus voor Jezus zonder te rekenen (Johannes 12:3)

Theologische betekenis

In Lukas 10 is Maria het voorbeeld van een leerling. Zij zat aan de voeten van Jezus en "Zijn woord hoorde" (Lukas 10:39). Jezus zegt dat dit het ene nodige is en dat het haar niet afgenomen zal worden (Lukas 10:42). Dat is geen afwijzing van Martha's dienen, maar een rangorde: eerst het woord van Christus ontvangen, dan dienen. Dat een vrouw hier zonder voorbehoud als leerling wordt erkend, valt in die tijd op. In Johannes 11 brengt Maria haar verdriet bij Jezus. Haar woorden zijn bijna dezelfde als die van Martha, maar het gesprek verloopt anders. Met Martha spreekt Jezus over de opstanding; toen Hij Maria zag wenen, werd Hij "zeer bewogen in den geest", en daarna staat er: "Jezus weende" (Johannes 11:33-35). Wij zien hier de Zoon van God als waarachtig mens, die met de rouwenden meeleeft, vlak voordat Hij Lazarus uit het graf roept. De zalving in Johannes 12 staat op een scharnierpunt. De leiders hebben besloten Jezus te doden (Johannes 11:53), en de volgende dag trekt Hij Jeruzalem binnen als "de Koning Israels" (Johannes 12:13). Maria zalft Hem daartussen. Jezus legt de daad zelf uit: "zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis" (Johannes 12:7). Of Maria dat zelf zo bedoelde, zegt de tekst niet; Jezus geeft er die betekenis aan. In Markus, die waarschijnlijk dezelfde zalving vertelt, zegt Hij: "Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon" (Markus 14:8), en Hij belooft dat overal waar het evangelie gepredikt wordt, "tot haar gedachtenis gesproken" zal worden over wat zij deed (Markus 14:9). Johannes zet haar liefde scherp naast de berekening van Judas, die over de armen sprak "omdat hij een dief was" (Johannes 12:6). Het antwoord van Jezus speelt de armen niet uit tegen Hemzelf, maar zegt dat er een uur is dat niet terugkomt: "Mij hebt gij niet altijd" (Johannes 12:8). De latere samenvoeging van Maria met Maria Magdalena en de zondares uit Lukas 7 heeft het beeld van haar lang bepaald. De evangeliën geven daar geen grond voor. Wie de teksten volgt, ziet een vrouw die niet als bekeerde zondares wordt getekend, maar als een leerling die luisterde, in haar verdriet bij Jezus bleef en Hem eerde vlak voor Zijn lijden.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Mirjam (Hebreeuws) of Maria (Μαρία, Grieks)

Betekenis

Onzeker; mogelijk geliefde of bitter

Betekenis van de naam Maria: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Aan de voeten van Jezus

Als Jezus bij Martha te gast is, gaat haar zus Maria aan Zijn voeten zitten en hoort Zijn woord. Zij neemt de plaats van een leerling in.

Lukas 10:38-39

2

Het goede deel

Martha vraagt Jezus haar zus aan het werk te zetten. Jezus antwoordt dat één ding nodig is en dat Maria het goede deel heeft gekozen, dat haar niet afgenomen zal worden.

Lukas 10:40-42

3

Het bericht over Lazarus

Als Lazarus ziek wordt, sturen de zusters Jezus bericht. Johannes stelt Maria hier voor als degene die de Heere gezalfd heeft.

Johannes 11:1-3

4

Maria blijft in huis

Na de begrafenis komen velen de zusters troosten. Als Jezus nadert, gaat Martha Hem tegemoet, maar Maria blijft in huis zitten.

Johannes 11:19-20

5

De Meester roept u

Martha roept haar zus heimelijk: de Meester is er en roept haar. Maria staat haastig op en gaat naar Hem toe; de Joden in huis volgen haar.

Johannes 11:28-31

6

Tranen aan Zijn voeten

Maria valt aan de voeten van Jezus en zegt dat haar broer niet gestorven zou zijn als Hij er was geweest. Als Jezus haar ziet wenen, wordt Hij diep bewogen en weent Hij zelf.

Johannes 11:32-35

7

De zalving in Bethanië

Zes dagen voor het pascha zalft Maria bij een maaltijd de voeten van Jezus met een pond zeer kostbare nardus en droogt ze af met haar haren. Het hele huis ruikt naar de zalf.

Johannes 12:1-3

8

Laat af van haar

Judas vindt dat de zalf verkocht had moeten worden voor de armen. Jezus neemt het voor Maria op: zij heeft dit bewaard voor de dag van Zijn begrafenis.

Johannes 12:4-8

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Maria van Bethanië beter te begrijpen.

Lukas 10:39

“En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.”

De eerste vermelding van Maria. Aan de voeten van een leraar zitten was de houding van een leerling.

Lukas 10:42

“Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.”

Jezus neemt het voor Maria op. Het luisteren naar Zijn woord heeft voorrang en blijft haar deel.

Johannes 11:2

“(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)”

Johannes stelt Maria voor met de zalving, die hij pas in hoofdstuk 12 vertelt. Hij gaat ervan uit dat zijn lezers het verhaal kennen.

Johannes 11:28-29

“En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u. Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.”

Maria bleef in huis tot zij hoorde dat Jezus naar haar vroeg. Toen ging zij meteen.

Johannes 11:32

“Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.”

Opnieuw aan de voeten van Jezus, nu in rouw. Zij zegt hetzelfde als Martha, maar Jezus gaat met haar geen gesprek over de opstanding aan.

Johannes 11:33

“Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;”

De tranen van Maria raken Jezus diep. Kort daarna staat er: Jezus weende (Johannes 11:35).

Johannes 12:3

“Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.”

De zalving in Bethanië, zes dagen voor het pascha. De zalf was volgens Judas driehonderd penningen waard.

Johannes 12:7-8

“Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis. Want de armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.”

Jezus verdedigt Maria tegen Judas en verbindt haar daad met Zijn naderende dood en begrafenis.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Maria van Bethanië leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Maria leert ons dat het ene nodige is te luisteren naar het woord van Christus. Er is in ons leven, ook in de kerk, altijd werk dat roept. Jezus keurt dat werk niet af, maar Hij zegt wel wat voorrang heeft. Wie eerst aan Zijn voeten zit, ontvangt iets wat niet afgenomen wordt. Wij leren ook dat wij met ons verdriet bij Jezus mogen komen. Maria zei Hem eerlijk wat zij dacht: als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn. Jezus gaf haar geen uitleg en geen verwijt. Hij werd bewogen en weende. Wie rouwt, mag weten dat de Heere niet op afstand blijft. Zoals Maria geroepen werd en haastig opstond, roept Hij ook ons bij Zich, en wij mogen naar Hem toe gaan. Verder laat Maria zien dat liefde voor Christus niet rekent. Wat de omstanders in het verslag van Markus "verlies" noemden (Markus 14:4), noemde Jezus "een goed werk" aan Hem (Markus 14:6). Wij hoeven niet alles in nut en opbrengst uit te drukken wat wij voor Hem doen. Tegelijk zegt Jezus erbij dat de armen er altijd zijn; toewijding aan Hem en zorg voor de naaste horen samen. Ten slotte mogen wij leren van de stille plaats die Maria inneemt. Zij preekte niet en leidde niemand, maar zij deed wat zij kon (Markus 14:8). Jezus vond dat genoeg om haar daad overal te laten noemen waar het evangelie verkondigd wordt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Maria van Bethanië

Wie was Maria van Bethanië in de Bijbel?
Maria van Bethanië was de zus van Martha en Lazarus en woonde in Bethanië, vlak bij Jeruzalem. Jezus was bevriend met het gezin. Lukas vertelt hoe Maria aan Zijn voeten zat en naar Zijn woord luisterde (Lukas 10:39). Bij de dood van Lazarus viel zij huilend aan Zijn voeten (Johannes 11:32), en zes dagen voor het pascha zalfde zij Zijn voeten met kostbare nardus (Johannes 12:3).
Wat betekent de naam Maria?
Maria is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Mirjam, de naam van de zus van Mozes. De betekenis is onzeker. Voorgestelde verklaringen zijn onder meer geliefde, bitter en weerspannig; geen daarvan staat vast. De naam was in de tijd van Jezus zo gewoon dat de evangeliën vrouwen met deze naam onderscheiden naar hun woonplaats of familie, zoals Maria van Bethanië en Maria Magdalena.
Waar staat Maria van Bethanië in de Bijbel?
Maria van Bethanië komt voor in twee evangeliën. In Lukas 10:38-42 zit zij aan de voeten van Jezus terwijl Martha dient. In Johannes 11 speelt zij een rol bij de dood en opwekking van haar broer Lazarus, vooral in Johannes 11:1-2, 11:19-20 en 11:28-45. In Johannes 12:1-8 zalft zij de voeten van Jezus. Mattheüs 26:6-13 en Markus 14:3-9 vertellen een zalving in Bethanië zonder haar naam te noemen.
Is Maria van Bethanië dezelfde als Maria Magdalena?
Nee, volgens de evangeliën niet. Maria van Bethanië woonde met Martha en Lazarus in Bethanië bij Jeruzalem. Maria Magdalena kwam, naar haar toenaam, waarschijnlijk uit Magdala in Galilea; uit haar waren "zeven duivelen uitgegaan" (Lukas 8:2), en zij staat bij het kruis en het lege graf. In de westerse kerk zijn beide vrouwen sinds paus Gregorius de Grote (eind zesde eeuw) wel samengevoegd, maar dat is een latere traditie zonder grond in de tekst.
Is Maria van Bethanië de zondares uit Lukas 7?
De evangeliën zeggen dat niet. Lukas 7:36-50 beschrijft een vrouw "welke een zondares was" die in het huis van een Farizeeër, vermoedelijk in Galilea, de voeten van Jezus zalfde. Lukas noemt haar naam niet. Omdat ook Maria van Bethanië de voeten van Jezus zalfde en met haar haren afdroogde, zijn de twee later gelijkgesteld. Dat beide gastheren Simon heten (Lukas 7:40; Markus 14:3), droeg bij aan de verwarring, maar het was een veelvoorkomende naam. De plaats, het huis en de omstandigheden verschillen echter; de meeste uitleggers zien twee verschillende zalvingen.
Is Maria van Bethanië de moeder van Jezus?
Nee. Maria, de moeder van Jezus, kwam uit Nazareth in Galilea en was getrouwd met Jozef. Maria van Bethanië was de zus van Martha en Lazarus en woonde in Judea, vlak bij Jeruzalem. In het Nieuwe Testament dragen meer vrouwen de naam Maria, onder wie ook Maria Magdalena en Maria, de vrouw van Klopas (Johannes 19:25). De evangeliën onderscheiden hen door hun familie of woonplaats.
Wat betekent het goede deel dat Maria koos?
Toen Jezus bij Martha te gast was, ging Maria "aan de voeten van Jezus" zitten en hoorde Zijn woord (Lukas 10:39). Dat was de houding van een leerling. Martha vroeg Jezus haar zus te laten helpen, maar Hij zei: "Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden" (Lukas 10:42). Het goede deel is het luisteren naar Zijn woord. Jezus keurt het dienen niet af, maar zegt wat voorrang heeft en wat blijft.
Waarom zalfde Maria de voeten van Jezus?
Johannes geeft geen motief van Maria zelf, maar wel de uitleg van Jezus: "zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis" (Johannes 12:7). De zalving gebeurde zes dagen voor het pascha, kort nadat de leiders hadden besloten Jezus te doden. Veel uitleggers zien er een daad van dankbare liefde in, na de opwekking van haar broer, die Jezus verbindt met Zijn naderende dood.
Hoeveel was de nardus van Maria waard?
Judas schatte de waarde op driehonderd penningen (Johannes 12:5). Een dagloner verdiende in die tijd een penning per dag (Mattheüs 20:2), dus het ging om bijna een jaarloon. Het was een pond "onvervalsten, zeer kostelijken nardus" (Johannes 12:3), een geurige olie die van ver werd ingevoerd. Judas zei dat de opbrengst naar de armen had kunnen gaan, maar Johannes tekent aan dat hij een dief was.
Is de zalving in Mattheüs 26 en Markus 14 hetzelfde als in Johannes 12?
Waarschijnlijk wel. Alle drie de verhalen spelen in Bethanië kort voor het pascha, er is kritiek over de waarde van de zalf, en Jezus verbindt de daad met Zijn begrafenis. Mattheüs en Markus noemen de vrouw niet bij naam, plaatsen de maaltijd in het huis van Simon, de melaatse, en laten de zalf op het hoofd van Jezus gieten; Johannes noemt Maria en de voeten. Zij kan zowel het hoofd als de voeten gezalfd hebben.
Wat gebeurde er later met Maria van Bethanië?
Het Nieuwe Testament zwijgt over haar verdere leven; de laatste vermelding is de zalving in Johannes 12. Middeleeuwse legenden laten haar, steeds samengevoegd met Maria Magdalena, naar Zuid-Frankrijk reizen. Die verhalen hebben geen grond in de Bijbel. Wel beloofde Jezus volgens Mattheüs 26:13 en Markus 14:9, die waarschijnlijk dezelfde zalving vertellen, dat overal waar het evangelie gepredikt wordt, over haar daad gesproken zal worden.
Wat kunnen wij leren van Maria van Bethanië?
Maria leert ons dat luisteren naar het woord van Jezus het ene nodige is, ook als er veel te doen is (Lukas 10:42). Zij laat zien dat wij met ons verdriet bij Hem mogen komen en dat Hij met ons meeleeft (Johannes 11:32-35). Haar zalving leert dat liefde voor Christus niet rekent: wat de omstanders verlies noemden (Markus 14:4), noemde Jezus een goed werk aan Hem (Markus 14:6).

Stel een vraag over Maria van Bethanië

Wilt u meer weten over Maria van Bethanië? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Maria van Bethanië

Bijbelverhalen rond Maria van Bethanië

Verdiep u verder