Ga naar hoofdinhoud

Vastentijd 2027 — 40 Dagen voor Pasen

Aswoensdag 17 februari – Stille Zaterdag 27 maart 2027

De Vastentijd (Veertigdagentijd) is een periode van veertig dagen van bezinning, vasten en gebed als voorbereiding op het Paasfeest. Op deze pagina vindt u alles over de bijbelse achtergrond van vasten, de betekenis van Aswoensdag, protestantse en katholieke tradities, en praktische tips om de Vastentijd zinvol in te vullen.

Wat is de Vastentijd (Veertigdagentijd)?

De Vastentijd — ook wel Veertigdagentijd, Lijdenstijd of Passietijd genoemd — is de periode van veertig dagen die voorafgaat aan het Paasfeest. Het is een tijd van inkeer, boetedoening en geestelijke voorbereiding op de herdenking van het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus.

De Vastentijd begint op Aswoensdag en eindigt op Stille Zaterdag, de dag vóór Pasen. De zes zondagen in deze periode worden niet meegerekend als vastendagen, waardoor de Vastentijd in totaal 46 kalenderdagen beslaat maar exact 40 vastendagen telt. Het getal 40 verwijst direct naar de veertig dagen die Jezus vastte in de woestijn (Mattheüs 4:1-11).

In de kerkelijke liturgie wordt de Vastentijd gemarkeerd door de kleur paars — de kleur van boete en bezinning. Er klinkt geen "Halleluja" in de eredienst, er zijn geen bloemen op de avondmaalstafel, en de gemeentezang is ingetogener. Alles wijst naar het kruis, in afwachting van de overweldigende vreugde van de opstandingsmorgen.

De Vastentijd is geen doel op zich, maar een weg. Het is de weg van zelfonderzoek, van het afleggen van wat hindert, van het zoeken naar Gods aangezicht. Het is de weg die leidt van de as van Aswoensdag naar het licht van Pasen — van de dood naar het leven, van de zonde naar de genade.

Aswoensdag — Het begin van de Vasten

De Vastentijd begint op Aswoensdag, in 2027 op woensdag 17 februari. Op deze dag wordt in veel kerken — zowel rooms-katholieke als protestantse — een askruisje op het voorhoofd van de gelovigen getekend. Bij het opleggen van de as klinken de indringende woorden: “Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult gij wederkeren” (Genesis 3:19), of: “Bekeer u en geloof het Evangelie” (Marcus 1:15).

Het askruisje: betekenis en symboliek

De as waarmee het kruisje wordt getekend, is gemaakt van verbrande palmtakken van de vorige Palmzondag. Hierin schuilt een diep symbool: de palmtakken waarmee Jezus als Koning werd binnengehaald, worden as — een herinnering aan onze sterfelijkheid en vergankelijkheid. De palmen van de triomf worden as van de boete. Het einde (dood) en het begin (nieuw leven) raken elkaar.

Het kruisteken op het voorhoofd is tegelijk een verwijzing naar het kruis van Christus. De as herinnert aan de dood, maar het kruis wijst naar de overwinning op de dood. Zo draagt het askruisje een dubbele boodschap: u bent sterfelijk, maar er is hoop door het kruis.

As in de Bijbel

In het Oude Testament is as een teken van rouw en berouw. Job zat in stof en as toen hij zijn zondigheid erkende (Job 42:6). Daniël zocht God met vasten, zak en as (Daniël 9:3). De koning van Ninevé deed zijn koningsmantel af en ging in zak en as zitten toen hij Jona's boodschap hoorde (Jona 3:6). As uitdrukking van berouw is diep geworteld in de bijbelse traditie.

Aswoensdag in de protestantse traditie

Lange tijd was Aswoensdag vooral een rooms-katholieke traditie, maar in de afgelopen decennia hebben steeds meer protestantse kerken de aswoensdagdienst (her)ontdekt. De Protestantse Kerk in Nederland biedt orde van dienst aan voor Aswoensdag, en in veel gemeenten wordt het askruisje opgelegd of staat er een asschaal waaruit gemeenteleden zelf as kunnen nemen. Het gaat niet om een ritueel als verdienste, maar om een uitwendig teken van inwendig berouw.

Bijbelse basis — Het getal 40 in de Bijbel

Het getal veertig komt opvallend vaak voor in de Bijbel en staat steeds voor een periode van beproeving, voorbereiding of loutering die uitloopt op een nieuw begin. De Vastentijd is geworteld in deze bijbelse patronen.

1

Jezus in de woestijn

Jezus vastte veertig dagen en nachten in de woestijn vóór het begin van Zijn openbare bediening. Tijdens deze periode werd Hij driemaal door de duivel verzocht, maar wees elke verzoeking af met het Woord van God. Deze veertig dagen vormen het directe bijbelse fundament voor de Vastentijd. Jezus toont dat geestelijke voorbereiding en afhankelijkheid van God voorafgaan aan grote opdrachten.

Lees: Mattheüs 4:1-11; Marcus 1:12-13; Lucas 4:1-13

2

Mozes op de berg Sinaï

Mozes was veertig dagen en nachten op de berg bij God, zonder te eten of te drinken, toen hij de tafelen van het verbond ontving — de Tien Geboden. Na het gouden kalf ging Mozes opnieuw veertig dagen de berg op om te pleiten voor het volk. Deze periodes van vasten gingen samen met intense ontmoeting met God en voorbede voor anderen.

Lees: Exodus 24:18; 34:28; Deuteronomium 9:9-18

3

Elia naar de Horeb

Na zijn overwinning op de Baälpriesters op de Karmel vluchtte Elia voor koningin Izebel. Een engel gaf hem voedsel en water, en in de kracht van dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten naar de berg Horeb (Sinaï). Daar ontmoette hij God — niet in de storm of het vuur, maar in het suizen van een zachte stilte.

Lees: 1 Koningen 19:1-18

4

De stad Ninevé

De profeet Jona kondigde aan dat Ninevé binnen veertig dagen verwoest zou worden. Het volk van Ninevé reageerde met vasten en boetedoening — van de koning tot de geringste inwoner. God zag hun berouw en spaarde de stad. Dit verhaal laat zien dat oprecht vasten en bekering Gods hart bereiken.

Lees: Jona 3:4-10

5

De zondvloed

Het regende veertig dagen en veertig nachten bij de zondvloed. Na het oordeel kwam er een nieuw begin. Het getal veertig staat in de Bijbel vaak voor een periode van beproeving die uitloopt op vernieuwing en herstel.

Lees: Genesis 7:4, 12

6

De verspieders

De twaalf verspieders verkenden het beloofde land gedurende veertig dagen. Hun verslag leidde tot een geloofscrisis. Het volk vertrouwde niet op God en moest veertig jaar door de woestijn trekken — één jaar voor elke dag. Ongeloof verlengt de woestijntijd.

Lees: Numeri 13:25; 14:34

Jezus' veertig dagen in de woestijn

Direct na Zijn doop door Johannes de Doper werd Jezus door de Heilige Geest naar de woestijn geleid. Veertig dagen en nachten vastte Hij, zonder voedsel. In die periode van extreme kwetsbaarheid kwam de duivel om Hem te verzoeken. Het verhaal van de drie verzoekingen staat in Mattheüs 4:1-11 en Lucas 4:1-13.

De drie verzoekingen

1. Stenen tot brood— De duivel zei: “Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden worden.” Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt” (Mattheüs 4:3-4). Dit is de verzoeking van het materialisme: de verleiding om lichamelijke behoeften boven geestelijk voedsel te stellen.

2. Spring van de tempel— De duivel nam Jezus mee naar het dak van de tempel en zei: “Als U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan naar beneden, want de engelen zullen U dragen.” Jezus antwoordde: “U zult de Heere, uw God, niet verzoeken” (Mattheüs 4:5-7). Dit is de verzoeking van de hoogmoed: God op de proef stellen in plaats van Hem te vertrouwen.

3. Alle koninkrijken— De duivel toonde Jezus alle koninkrijken van de wereld en zei: “Dit alles zal ik U geven als U neerknielt en mij aanbidt.” Jezus antwoordde: “Ga weg, satan! Want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen” (Mattheüs 4:8-10). Dit is de verzoeking van de macht: een snelle weg naar heerschappij zonder het kruis.

Bij elke verzoeking antwoordde Jezus met de Schrift. Hij overwon niet door bovennatuurlijke kracht, maar door het Woord van God. Dit is een krachtige les voor de Vastentijd: het Woord is ons wapen in de geestelijke strijd (Efeze 6:17).

Geschiedenis en oorsprong van de Vastentijd

De wortels van de Vastentijd gaan terug tot de vroege kerk. Al in de tweede en derde eeuw vastten christenen één of twee dagen vóór Pasen als voorbereiding op de viering van de opstanding. In de loop van de derde eeuw werd deze vastenperiode uitgebreid tot een week, en uiteindelijk tot veertig dagen.

Het Concilie van Nicea (325 n.Chr.) is het eerste oecumenische concilie dat de veertigdaagse vastenperiode vóór Pasen vermeldt. In de vierde eeuw kreeg de Vastentijd haar huidige vorm: veertig dagen van vasten, gebed en aalmoezen geven. De periode diende oorspronkelijk ook als voorbereidingstijd voor catechumenen (doopleerlingen) die met Pasen zouden worden gedoopt.

Aswoensdag als begin van de Vastentijd werd ingevoerd onder paus Gregorius de Grote (rond 600 n.Chr.). Vóór die tijd begon de vasten op de eerste zondag van de Vastentijd (Quadragesima). Door Aswoensdag als startpunt te nemen, kwamen de veertig vastendagen precies uit (de zondagen niet meegerekend).

In de Middeleeuwen was het vasten streng: slechts één maaltijd per dag, geen vlees, geen eieren, geen zuivel. Vis was wel toegestaan — vandaar de traditie van vis eten op vrijdag. In de loop der eeuwen werden de regels versoepeld, maar de geestelijke kern bleef: een periode van inkeer en bekering.

De Reformatie bracht een verschuiving. Luther, Calvijn en andere reformatoren verwierpen het verplichte karakter van het vasten als een uiterlijke verdienste, maar erkenden de waarde van vasten als persoonlijke geestelijke oefening. Calvijn schreef dat vasten “een heilige en wettige instelling” is wanneer het gepaard gaat met oprecht berouw en afhankelijkheid van God.

Protestantse visie op vasten — Soberheid en bezinning

In de protestantse traditie ligt de nadruk niet op vasten als verplichting of verdienste, maar als vrijwillige geestelijke oefening. De reformatoren waarschuwden tegen de gedachte dat vasten God gunstig zou stemmen of verdiensten zou opleveren. Tegelijkertijd erkenden zij dat vasten een bijbels middel is om het hart te richten op God.

Maarten Lutherschreef in zijn Grote Catechismus dat vasten een “uitwendige oefening” is die kan helpen om het lichaam te beteugelen en de geest te scherpen voor het gebed. Hij benadrukte dat het vasten nooit een voorwaarde mag zijn voor Gods genade, maar een vrucht van geloof en dankbaarheid.

Johannes Calvijnonderscheidde drie soorten vasten: (1) het vasten bij rouw en boetedoening, (2) het vasten als voorbereiding op gebed, en (3) het vasten als oefening in zelfbeheersing. Hij noemde vasten “een uitstekend hulpmiddel” mits het niet ontaardde in bijgeloof of wetticisme.

In de hedendaagse protestantse kerken in Nederland wordt de Vastentijd steeds meer (her)ontdekt. Veel gemeenten organiseren een Veertigdagentijdproject met dagelijkse bezinningen, gemeenschappelijke maaltijden, en diaconale acties. De Protestantse Kerk in Nederland biedt jaarlijks materiaal aan voor de Veertigdagentijd. Het gaat niet om het naleven van regels, maar om het scheppen van ruimte voor God.

De Heidelbergse Catechismus spreekt in Zondag 12 over de drievoudige ambt van Christus als Profeet, Priester en Koning. In de Vastentijd staan we bijzonder stil bij Zijn priesterlijk ambt: het offer dat Hij bracht aan het kruis. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 21) belijdt dat Christus Zich “in onze plaats voor Zijn Vader gesteld heeft om Diens toorn te stillen.”

Rooms-katholieke traditie — As, vasten en abstinentie

In de rooms-katholieke kerk is de Vastentijd een van de belangrijkste liturgische periodes. De drie pijlers zijn: vasten, gebed en aalmoezen geven. Deze drie praktijken gaan terug op Jezus' onderwijs in de Bergrede (Mattheüs 6:1-18).

Vastenregels

Op Aswoensdag en Goede Vrijdag geldt voor katholieken de plicht om te vasten (slechts één volle maaltijd per dag, naast twee kleinere maaltijden die samen niet meer zijn dan een volle maaltijd). Daarnaast is er de plicht tot abstinentie (onthouding van vlees) op alle vrijdagen van de Vastentijd. De vastenplicht geldt voor gelovigen tussen 18 en 59 jaar; de abstinentieplicht vanaf 14 jaar.

Drie pijlers van de Vasten

Vasten is het bewust minderen van voedsel of andere genoegens. Het doel is niet lichamelijke kastijding, maar geestelijke vrijheid: vrij worden van gehechtheden om meer ruimte te maken voor God.

Gebedis de kern van de Vastentijd. Veel gelovigen nemen zich voor om dagelijks extra tijd te besteden aan gebed, bijbellezing of meditatie. De kruisweg (Via Crucis) is een bijzondere devotie in de Vastentijd, waarbij de veertien staties van Jezus' lijdensweg worden overwogen.

Aalmoezen gevenis de uiting van barmhartigheid. Door te geven aan wie minder heeft, beantwoorden gelovigen aan Jezus' oproep: “Wat u gedaan hebt voor een van de geringsten van Mijn broeders, dat hebt u voor Mij gedaan” (Mattheüs 25:40). Veel parochies organiseren vastenacties voor goede doelen wereldwijd.

Praktisch — Hoe de Vastentijd invullen als christen

Of u nu protestantse of katholiek bent, de Vastentijd biedt een waardevolle structuur voor geestelijke groei. Hieronder zes praktische suggesties om de komende veertig dagen zinvol in te vullen.

Stel een duidelijk voornemen

Kies aan het begin van de Vastentijd één of twee concrete voornemens. Dit kan het opgeven van iets zijn (zoals snoep, sociale media of alcohol) of het toevoegen van iets (zoals dagelijks bijbellezen, een extra gebedstijd, of het helpen van een naaste). Schrijf uw voornemen op en deel het eventueel met een vertrouwde gelovige die u kan bemoedigen.

Begin elke dag met gebed

Maak van de Vastentijd een periode van verdiept gebed. Begin elke ochtend met een kort gebed waarin u God vraagt om Zijn nabijheid en kracht. Gebruik de Psalmen als leidraad — Psalm 51 (de boetepsalm van David) en Psalm 139 zijn bijzonder geschikt voor de Vastentijd.

Lees dagelijks in de Bijbel

Volg een leesplan dat past bij de Vastentijd. U kunt bijvoorbeeld het Evangelie naar Marcus lezen (het kortste evangelie, goed te lezen in veertig dagen), of u richten op de lijdensgeschiedenis in de vier evangeliën. De BijbelAssistent kan een persoonlijk leesplan voor u samenstellen.

Oefen soberheid en eenvoud

Vasten gaat niet alleen over eten. Het is een oefening in soberheid: minder consumeren, minder schermtijd, minder drukte. Door het loslaten van het overbodige ontstaat er ruimte voor het wezenlijke. Veel christenen merken dat fysiek vasten (bijvoorbeeld één maaltijd overslaan) hen helpt om geestelijk scherper te worden.

Wees barmhartig

De profeet Jesaja leert dat echt vasten samengaat met gerechtigheid: brood delen met wie honger heeft, de onderdrukte vrijlaten, de naakte kleden (Jesaja 58:6-7). Gebruik de Vastentijd om concreet iets voor een ander te doen: een gift aan een goed doel, een bezoek aan een eenzame, of hulp aan wie dat nodig heeft.

Vier de zondagen

De zondagen in de Vastentijd tellen officieel niet mee als vastendagen. De zondag is de dag van de opstanding en wordt gevierd als een klein Paasfeest. Dit betekent niet dat u op zondag alles loslaat, maar het herinnert u eraan dat de Vastentijd een weg is náár de vreugde van Pasen.

Bijbelteksten over vasten en bezinning

De Bijbel spreekt op veel plaatsen over vasten, berouw en inkeer. Onderstaande teksten zijn bijzonder geschikt om te lezen en te overdenken tijdens de Vastentijd.

Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten slotte honger.

Mattheüs 4:1-2

En wanneer u vast, toon dan geen somber gezicht, zoals de huichelaars. Want zij mismaken hun gezicht, zodat het door de mensen gezien zou worden wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, als u vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, zodat het door de mensen niet gezien wordt wanneer u vast, maar door uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Mattheüs 6:16-18

Is dit niet het vasten dat Ik verkies: dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt, dat u de banden van het juk ontbindt, dat u de onderdrukten vrij laat heengaan en dat u elk juk breekt? Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie honger lijdt, en de ellendige ontheemden in huis brengt?

Jesaja 58:6-7

Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid.

Joël 2:12-13

Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest. Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.

Psalm 51:12-13

Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.

Psalm 139:23-24

Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.

2 Korinthe 7:10

Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen! Wees ellendig, treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid. Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.

Jakobus 4:8-10

Vasten en gebed — Geestelijke disciplines

In de Bijbel gaan vasten en gebed vaak hand in hand. Vasten is niet slechts het overslaan van maaltijden, maar een geestelijke discipline die het gebed verdiept en de afhankelijkheid van God vergroot. Wanneer het lichaam vast, wordt de geest scherper en ontvankelijker voor Gods stem.

Bijbelse voorbeelden van vasten en gebed

Daniëlvastte en bad toen hij de profetie over de zeventig jaar ballingschap ontdekte: “Ik richtte mijn gezicht tot de Heere God, om Hem te zoeken met gebed en smeking, met vasten, zak en as” (Daniël 9:3). Zijn gebed leidde tot een van de diepste openbaringen in het Oude Testament.

Nehemiavastte en bad toen hij hoorde dat Jeruzalem in puin lag: “Toen ik deze woorden hoorde, ging ik zitten, huilde en bedreef dagen rouw. Ik vastte en bad voor het aangezicht van de God van de hemel” (Nehemia 1:4). Zijn vasten mondde uit in actie: de herbouw van de stadsmuur.

Estherriep het hele volk op tot een driedaags vasten toen de Joden met uitroeiing werden bedreigd: “Vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, nacht en dag” (Esther 4:16). Dit gemeenschappelijke vasten ging vooraf aan Esthers moedige optreden voor de koning.

De vroege kerkvastte bij belangrijke beslissingen. Toen de gemeente in Antiochië Barnabas en Saulus uitzond, was dat “terwijl zij de Heere dienden en vastten” (Handelingen 13:2-3). Vasten was een vast onderdeel van het geestelijk leven in de eerste gemeente.

Vasten als geestelijk wapen

Jezus leerde dat sommige vormen van geestelijke strijd alleen te winnen zijn door gebed en vasten (Marcus 9:29, sommige handschriften). Vasten is geen magisch middel, maar een manier om het eigen vlees te kruisigen en zich volledig op God te richten. In de Vastentijd oefenen christenen zich in deze discipline, niet als prestatie, maar als overgave.

De weg naar Pasen — Vastentijd als voorbereiding

De Vastentijd is geen losse periode van soberheid, maar een doelgerichte reis naar het hart van het christelijk geloof: het Paasfeest. Alles in de Vastentijd wijst vooruit naar het kruis en het lege graf. De as van Aswoensdag herinnert aan de dood; de opstanding van Pasen overwint de dood.

De laatste twee weken van de Vastentijd vormen de Lijdenstijd of Passietijd. De vijfde zondag (Judica) markeert het begin van deze intensieve periode waarin het lijden van Christus centraal staat. De laatste week is de Stille Week (Goede Week), die loopt van Palmzondag tot Pasen.

Op Goede Vrijdag herdenken we het lijden en sterven van Christus aan het kruis. Op Stille Zaterdag is het stil — de Heer ligt in het graf. En dan, op Paaszondag, breekt het licht door: “Hij is hier niet, want Hij is opgewekt!” (Mattheüs 28:6). De veertig dagen van vasten, gebed en bezinning vinden hun vervulling in de vreugde van de opstanding.

Zoals de Israëlieten veertig jaar door de woestijn trokken naar het beloofde land, zo trekt de christen veertig dagen door de vasten naar het beloofde feest van Pasen. De woestijn is geen straf, maar een vormingsplaats. In de stilte en de soberheid leert God ons wat werkelijk belangrijk is.

De kerkvader Augustinus schreef: “De Vastentijd is de tiende van het jaar die wij aan God teruggeven.” Veertig dagen op 365 is bijna een tiende. Het is een periode van teruggeven, van loslaten, van opnieuw leren ontvangen. Wie de weg van de Vastentijd bewust gaat, zal Pasen des te dieper vieren.

Verdiep u in de Vastentijd

Stel uw vragen over vasten, Aswoensdag of de Bijbelse achtergrond van de Veertigdagentijd aan de BijbelAssistent en ontvang uitleg met bijbelverwijzingen.

Veelgestelde vragen over de Vastentijd

Wanneer begint de Vastentijd 2027?

De Vastentijd 2027 begint op Aswoensdag 17 februari 2027. De Vastentijd duurt 40 dagen (de zondagen niet meegerekend) en eindigt op Stille Zaterdag, de dag voor Pasen. Pasen 2027 valt op zondag 28 maart.

Wat is Aswoensdag?

Aswoensdag is de eerste dag van de Vastentijd. In veel kerken wordt op deze dag een askruisje op het voorhoofd getekend als teken van vergankelijkheid en boetedoening. De as wordt gemaakt van verbrande palmtakken van de vorige Palmzondag. Bij het opleggen van de as klinken de woorden: "Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren" (Genesis 3:19).

Hoe lang duurt de Vastentijd?

De Vastentijd duurt precies 40 dagen, van Aswoensdag tot Stille Zaterdag. De zes zondagen in deze periode worden niet meegerekend als vastendagen, omdat de zondag altijd de dag van de opstanding is. Inclusief de zondagen zijn het dus 46 kalenderdagen.

Waarom duurt de Vastentijd precies 40 dagen?

Het getal 40 verwijst naar de 40 dagen die Jezus vastte in de woestijn (Mattheüs 4:1-11). Het getal komt vaker voor in de Bijbel als periode van beproeving en voorbereiding: Mozes was 40 dagen op de Sinaï, Elia liep 40 dagen naar de Horeb, en het volk Israël trok 40 jaar door de woestijn.

Vieren protestanten ook de Vastentijd?

Ja, steeds meer protestanten herontdekken de Vastentijd als een waardevolle periode van bezinning en geestelijke groei. In de Reformatie verdween de nadruk op verplicht vasten, maar de geestelijke disciplines van gebed, bijbellezen en soberheid pasten altijd al binnen het protestantse geloof. Veel protestantse kerken hebben een Veertigdagentijd-programma.

Wat mag je niet eten in de Vastentijd?

In de rooms-katholieke traditie geldt op Aswoensdag en Goede Vrijdag de verplichting om te vasten (maar één volle maaltijd per dag) en geen vlees te eten. Op alle vrijdagen in de Vastentijd wordt vlees gemeden. Veel protestanten kiezen ervoor om zelf een vorm van vasten in te vullen: snoep, alcohol, sociale media of andere gewoonten opgeven als geestelijke oefening.

Wat is het verschil tussen Vastentijd en Veertigdagentijd?

Vastentijd en Veertigdagentijd zijn twee namen voor dezelfde periode. "Vastentijd" benadrukt het aspect van vasten en onthouding. "Veertigdagentijd" verwijst naar de duur van 40 dagen. In de rooms-katholieke traditie spreekt men vaker van "Vasten" of "Veertigdagentijd", terwijl protestanten ook de term "Lijdenstijd" of "Passietijd" gebruiken voor (een deel van) deze periode.

Wat is het askruisje op Aswoensdag?

Het askruisje is een kruis van as dat op Aswoensdag op het voorhoofd wordt getekend. De as symboliseert vergankelijkheid, sterfelijkheid en boetedoening. Het herinnert ons aan de woorden uit Genesis 3:19: "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren." De as wordt gemaakt van de verbrande palmtakken van de vorige Palmzondag, waardoor het einde (dood) en het begin (nieuw leven) met elkaar verbonden worden.

Hoe kan ik de Vastentijd praktisch invullen?

Er zijn veel manieren om de Vastentijd in te vullen: (1) iets opgeven, zoals snoep, alcohol, sociale media of tv-kijken; (2) iets toevoegen, zoals dagelijks bijbellezen, extra gebedstijd, of stille tijd; (3) barmhartigheid tonen door concreet iets voor een ander te doen; (4) soberder leven door minder te consumeren. Het belangrijkste is dat uw vastenpraktijk u dichter bij God brengt en u voorbereidt op Pasen.

Wat zijn de zondagen van de Vastentijd?

De zes zondagen in de Vastentijd hebben elk een eigen naam en thema. In de Latijnse traditie: Invocavit, Reminiscere, Oculi, Laetare, Judica en Palmzondag. De vierde zondag (Laetare, "Verheug u") markeert het midden van de Vastentijd en heeft een iets feestelijker karakter — de liturgische kleur is roze in plaats van paars.

Waarom is de liturgische kleur van de Vastentijd paars?

Paars is de liturgische kleur van boete, bezinning en voorbereiding. Het wordt gebruikt in de Vastentijd en in de Adventstijd. Paars drukt uit dat de gemeente zich in een periode van inkeer en verwachting bevindt. Op Laetare (de vierde zondag) kan roze worden gebruikt als teken van vreugde te midden van de vasten.

Is vasten gezond?

Kortdurend vasten kan lichamelijke voordelen hebben, maar het primaire doel van vasten in de Vastentijd is geestelijk: dichter bij God komen, ruimte scheppen voor gebed, en leren om niet afhankelijk te zijn van aardse genoegens. Raadpleeg bij medische vragen altijd een arts, vooral bij chronische aandoeningen, zwangerschap of het gebruik van medicijnen.

Verdiep u verder

Ontdek meer over de Vastentijd, het lijden van Christus en verwante bijbelse thema's.