Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Martha in de Bijbel

Marta (Aramees) of Martha (Μάρθα, Grieks) - “Waarschijnlijk vrouwe of meesteres”

Wie was Martha?

Martha was de zus van Maria en Lazarus uit Bethanië en een vriendin van Jezus. Zij ontving Hem in haar huis en was druk met dienen, terwijl Maria luisterde (Lukas 10:38-42). Bij het graf van Lazarus beleed zij dat Jezus de Christus is, de Zoon van God.

Martha komt voor in twee evangeliën. Lukas vertelt in Lukas 10:38-42 over een bezoek van Jezus aan haar huis; Johannes noemt haar in Johannes 11 bij de dood en opwekking van haar broer Lazarus, en in Johannes 12:1-2 bij een maaltijd in Bethanië. Meer bijbelplaatsen over haar zijn er niet, en toch kennen veel bijbellezers haar naam. De Statenvertaling schrijft haar naam als Martha, de spelling die ook hier gebruikt wordt; in nieuwere vertalingen en veel Nederlandse teksten staat Marta. De naam is Aramees en betekent waarschijnlijk vrouwe of meesteres. Het bekendste verhaal is dat van Martha en Maria. Jezus is op reis, Martha "ontving Hem in haar huis" (Lukas 10:38), en terwijl haar zus aan Zijn voeten zit en luistert, is zij "zeer bezig met veel dienens" (Lukas 10:40). Als zij Jezus vraagt Maria tot de orde te roepen, antwoordt Hij: "Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig" (Lukas 10:41-42). Wie Martha alleen uit dat verhaal kent, mist de helft. In Johannes 11 is zij degene die Jezus tegemoetgaat als Lazarus gestorven is. Tegen haar spreekt Jezus de woorden "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25), en zij antwoordt met een volledige belijdenis: Hij is de Christus, de Zoon van God (Johannes 11:27). Daarna zien wij haar opnieuw dienen aan tafel (Johannes 12:2). Haar zus Maria is niet te verwarren met de andere vrouwen die Maria heten: zij is Maria van Bethanië, niet Maria de moeder van Jezus en niet Maria Magdalena. Het verhaal van de opwekking zelf staat uitgewerkt bij Lazarus; deze pagina volgt Martha.

Historische context

De gebeurtenissen rond Martha vallen in de jaren van Jezus’ openbare optreden, omstreeks 30 na Christus. Johannes plaatst het gezin in Bethanië, "het vlek van Maria en haar zuster Martha" (Johannes 11:1). Het dorp lag "omtrent vijftien stadien" van Jeruzalem (Johannes 11:18), iets minder dan drie kilometer, op de oostelijke helling van de Olijfberg. Lukas noemt de plaats niet. Hij vertelt het bezoek in het deel van zijn evangelie waarin Jezus op weg is naar Jeruzalem (Lukas 9:51), en zegt alleen dat Hij "kwam in een vlek". Vrijwel alle uitleggers nemen aan dat het om dezelfde zusters gaat als bij Johannes, omdat de karakters zo goed overeenkomen. Veel uitleggers menen dat Lukas de verhalen in dit reisgedeelte niet strikt chronologisch ordent, zodat het bezoek ook in Bethanië kan hebben plaatsgevonden. Opvallend is dat Lukas het huis "haar huis" noemt. Een man als hoofd van het gezin wordt nergens genoemd. Daaruit is wel afgeleid dat Martha de oudste was, of weduwe; de tekst zegt dat niet. Wel past het bij wat Lukas vaker laat zien: vrouwen die Jezus ontvingen en Hem dienden uit wat zij bezaten (Lukas 8:3). De houding van Maria had in die tijd een vaste betekenis. Wie "aan de voeten" van een leraar zat, was leerling; Paulus zegt van zichzelf dat hij "aan de voeten van Gamaliel" onderwezen was (Handelingen 22:3). Voor zover wij uit latere joodse bronnen weten, was het ongebruikelijk dat een vrouw zo bij een rabbi zat. De gastvrijheid die Martha bood, was daarentegen een vanzelfsprekende plicht, en voor een groep reizigers betekende dat veel werk. Johannes 11 laat de Joodse rouwgebruiken zien. Na een begrafenis kwamen familie en bekenden de nabestaanden troosten; Johannes noemt "velen uit de Joden" die naar Martha en Maria waren gekomen (Johannes 11:19). Graven waren uitgehouwen spelonken, afgesloten met een steen (Johannes 11:38). Martha’s opmerking dat haar broer "vier dagen aldaar gelegen" had, wijst op het besef dat er geen twijfel meer mogelijk was: het lichaam ontbond al. Martha’s woorden over "de opstanding ten laatsten dage" (Johannes 11:24) passen bij de verwachting van veel Joden in die tijd. De Farizeeën beleden de opstanding, de Sadduceeën ontkenden haar (Handelingen 23:8); de verwachting gaat terug op teksten als Daniël 12:2. Johannes 12 speelt zes dagen voor het pascha. Mattheüs 26:6 en Markus 14:3 vertellen over een zalving in Bethanië in het huis van Simon, de melaatse. Of het om dezelfde maaltijd gaat en of Martha iets met dat huis te maken had, zeggen de evangeliën niet; daarover lopen de meningen uiteen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Gastvrij: zij ontving Jezus in haar huis (Lukas 10:38)
  • Dienstbaar en praktisch: zij nam de zorg voor de maaltijd op zich, ook later in Bethanië (Johannes 12:2)
  • Eerlijk tegenover Jezus: zij sprak haar ergernis en haar verdriet rechtstreeks tegen Hem uit (Lukas 10:40; Johannes 11:21)
  • Een duidelijke geloofsbelijdenis: Jezus is de Christus, de Zoon van God (Johannes 11:27)
  • Initiatiefrijk: zij ging Jezus tegemoet terwijl anderen thuis bleven (Johannes 11:20)

−Zwakke kanten

  • Zorgen en drukte drongen het luisteren naar Jezus naar de achtergrond (Lukas 10:41)
  • Zij legde haar zus de maat aan en wilde dat Jezus partij koos (Lukas 10:40)
  • Bij het graf rekende zij nog met wat menselijk mogelijk was (Johannes 11:39)

Theologische betekenis

Het korte verhaal in Lukas 10 draait om één zin: "Maar een ding is nodig" (Lukas 10:42). Jezus zet daarmee dienen en luisteren niet tegenover elkaar alsof het ene goed en het andere slecht is. Hij zegt wel wat voorrang heeft. Maria heeft "het goede deel uitgekozen", het woord van Jezus, en dat zal haar niet afgenomen worden. Lukas plaatst het verhaal direct na de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, die eindigt met "Ga heen, en doe gij desgelijks" (Lukas 10:37). Samen vormen ze een evenwicht: het doen van de liefde en het horen van het woord. Dat Martha dient, wordt nergens afgekeurd. Het woord dat Lukas voor haar bezigheid gebruikt, is verwant aan het woord waarvan ook diaken is afgeleid. Jezus zegt van Zichzelf dat Hij in het midden van Zijn discipelen is "als een die dient" (Lukas 22:27). Het probleem is niet het dienen maar de onrust: "gij bekommert en ontrust u over vele dingen" (Lukas 10:41), en zij gaat haar zus en zelfs Jezus beoordelen. In Johannes 11 krijgt Martha de theologische kern van het hoofdstuk te horen. "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Johannes 11:25) is een van de Ik-ben-woorden in dit evangelie. Martha gelooft al in een opstanding op de laatste dag; Jezus maakt duidelijk dat die hoop niet los van Hem bestaat, maar in Hem persoonlijk aanwezig is. Haar antwoord is opmerkelijk volledig: "Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou" (Johannes 11:27). Het lijkt op de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16:16, en het zijn bijna dezelfde woorden waarmee Johannes het doel van zijn evangelie formuleert: "opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods" (Johannes 20:31). In het evangelie dat dit geloof wil wekken, wordt het hier uitgesproken door een vrouw in rouw. Toch laat Johannes ook zien dat belijden en volledig verstaan niet hetzelfde zijn. Bij het graf aarzelt Martha, en Jezus wijst haar opnieuw op Zijn woord (Johannes 11:40). Geloof wordt niet afgewezen omdat het nog vragen heeft; het wordt teruggebracht bij de belofte. Martha’s geschiedenis eindigt, zover de Bijbel haar vertelt, waar zij begon: met dienen (Johannes 12:2). Het verschil is dat het dienen nu omgeven is door wat zij gezien en beleden heeft.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Marta (Aramees) of Martha (Μάρθα, Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk vrouwe of meesteres

Betekenis van de naam Martha: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Martha ontvangt Jezus

Op Zijn reis komt Jezus in een dorp waar Martha Hem in haar huis ontvangt. Zij neemt de rol van gastvrouw op zich.

Lukas 10:38

2

Martha, Martha

Martha is druk met dienen en vraagt Jezus of het Hem niets kan schelen dat Maria haar alleen laat werken. Jezus antwoordt dat zij zich over veel dingen zorgen maakt, maar dat één ding nodig is, en dat Maria het goede deel heeft gekozen.

Lukas 10:40-42

3

Het bericht over Lazarus

Als Lazarus ziek wordt, laten de zusters Jezus weten: "Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank." Johannes voegt toe dat Jezus Martha, haar zus en Lazarus liefhad, en noemt Martha daarbij als eerste.

Johannes 11:3-5

4

Martha gaat Jezus tegemoet

Als Martha hoort dat Jezus komt, gaat zij Hem tegemoet, terwijl Maria thuis blijft. Zij zegt dat haar broer niet gestorven zou zijn als Hij er was geweest, en dat God Hem ook nu zal geven wat Hij vraagt.

Johannes 11:20-22

5

De Opstanding en het Leven

Jezus zegt dat Lazarus zal opstaan. Martha denkt aan de opstanding op de laatste dag, waarop Jezus zegt: Ik ben de Opstanding en het Leven. Hij vraagt haar of zij dat gelooft.

Johannes 11:23-26

6

Martha’s belijdenis

Martha antwoordt met een belijdenis: zij gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.

Johannes 11:27

7

Bij het graf

Als Jezus de steen laat wegnemen, wijst Martha erop dat haar broer al vier dagen dood is. Jezus herinnert haar eraan dat zij de heerlijkheid van God zal zien als zij gelooft.

Johannes 11:39-40

8

Martha dient aan tafel

Zes dagen voor het pascha wordt in Bethanië een maaltijd voor Jezus gehouden. Martha dient, Lazarus zit mee aan tafel en Maria zalft de voeten van Jezus.

Johannes 12:1-3

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Martha beter te begrijpen.

Lukas 10:38

“En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.”

De eerste vermelding van Martha. Lukas spreekt van "haar huis": zij is hier de gastvrouw.

Lukas 10:40

“Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.”

Martha richt haar klacht niet tot Maria maar tot Jezus. Zij vraagt Hem in feite partij te kiezen.

Lukas 10:41-42

“En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.”

De dubbele aanspreking klinkt eerder bewogen dan streng. Jezus wijst Martha niet af, maar wijst haar op wat voorrang heeft.

Johannes 11:5

“Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.”

Johannes noemt Martha hier als eerste. Wat er in Lukas 10 gebeurde, deed aan die liefde niets af.

Johannes 11:21-22

“Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven; Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.”

Teleurstelling en vertrouwen in één adem. Martha zegt wat zij voelt, en blijft bij Jezus.

Johannes 11:25-26

“Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?”

Een van de Ik-ben-woorden uit het Johannesevangelie, gesproken tegen Martha en besloten met een persoonlijke vraag.

Johannes 11:27

“Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.”

Martha’s belijdenis, in bijna dezelfde woorden waarmee Johannes het doel van zijn evangelie noemt (Johannes 20:31).

Johannes 11:39

“Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.”

Dezelfde Martha die net beleed, rekent bij het graf met wat menselijk mogelijk is. Jezus brengt haar terug bij Zijn woord.

Johannes 12:2

“Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten.”

De laatste vermelding van Martha: zij dient opnieuw, nu met de opgewekte Lazarus aan tafel.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Martha leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Martha laat ons zien dat het mogelijk is druk bezig te zijn voor Jezus en Hem intussen niet te horen. Wat zij deed, Hem gastvrij ontvangen en voor de maaltijd zorgen, was op zich niet verkeerd. Maar de zorg nam haar zo in beslag dat zij geen rust had voor Zijn woord. Dat herkennen velen van ons, ook in kerkelijk werk. Het ene nodige is niet nog meer doen, maar eerst luisteren. Wij leren ook iets van de manier waarop Jezus met haar omgaat. Hij zegt twee keer haar naam en wijst haar terecht zonder haar af te wijzen. Johannes vertelt dat Hij Martha liefhad (Johannes 11:5). Wie zich in haar herkent, staat niet buiten, maar wordt uitgenodigd om ook aan Zijn voeten te gaan zitten. Verder mogen wij onze teleurstelling eerlijk tegen God uitspreken. Martha zei zonder omwegen: als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn. Jezus beantwoordde die klacht niet met een verwijt, maar met de belofte dat Hij de Opstanding en het Leven is. Verdriet en geloof sluiten elkaar niet uit; bij Martha vond het geloof juist in het verdriet woorden. Ten slotte gaat het in het geloof uiteindelijk om de vraag die Jezus aan Martha stelde: "Gelooft gij dat?" (Johannes 11:26). Zij kon niet alles overzien, en bij het graf twijfelde zij opnieuw. Toch hield zij vast aan wie Hij is. Dat is ook voor ons genoeg om mee verder te gaan, en daarna weer te dienen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Martha

Wie was Martha in de Bijbel?
Martha was de zus van Maria en Lazarus en woonde in Bethanië, vlak bij Jeruzalem. Jezus was bevriend met het gezin en kwam meer dan eens bij hen. Lukas vertelt hoe Martha Hem in haar huis ontving en druk was met dienen, terwijl Maria luisterde (Lukas 10:38-42). Bij de dood van Lazarus ging Martha Jezus tegemoet en beleed zij dat Hij de Christus is, de Zoon van God (Johannes 11:27).
Wat betekent de naam Martha?
Martha is een Aramese naam die waarschijnlijk vrouwe of meesteres betekent; het is de vrouwelijke vorm van een woord voor heer. De betekenis past bij de rol die Lukas haar geeft, de vrouw des huizes die gasten ontvangt, maar de Bijbel legt zelf geen verband tussen haar naam en haar karakter.
Waar staat Martha in de Bijbel?
Martha komt voor in twee evangeliën. In Lukas 10:38-42 ontvangt zij Jezus in haar huis en speelt het verhaal van Martha en Maria. In Johannes 11 speelt zij een hoofdrol bij de dood en opwekking van Lazarus, vooral in Johannes 11:20-28 en Johannes 11:39-40. In Johannes 12:2 dient zij bij een maaltijd in Bethanië. Mattheüs en Markus noemen haar niet bij name.
Wat is het verhaal van Martha en Maria?
Jezus komt op Zijn reis in een dorp, waar Martha Hem in haar huis ontvangt. Haar zus Maria gaat aan Zijn voeten zitten en luistert naar Zijn woord, terwijl Martha "zeer bezig met veel dienens" is. Martha vraagt Jezus of het Hem niet raakt dat haar zus haar alleen laat werken. Hij antwoordt: "Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; Maar een ding is nodig" (Lukas 10:38-42).
Wat bedoelde Jezus met "een ding is nodig"?
Jezus bedoelde het luisteren naar Zijn woord. Maria had "het goede deel uitgekozen", en dat zou haar niet afgenomen worden (Lukas 10:42). Het gaat niet om een keuze tussen werken en stilzitten, maar om wat voorrang heeft. Lukas plaatst het verhaal direct na de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan; samen laten ze zien dat het doen van de liefde en het horen van Gods woord bij elkaar horen.
Keurde Jezus het werk van Martha af?
Nee. Jezus zegt nergens dat dienen verkeerd is; Hij noemt Zichzelf zelfs iemand die dient (Lukas 22:27). Wat Hij aanwijst, is de onrust: Martha bekommert en ontrust zich over vele dingen (Lukas 10:41) en wil dat Hij haar zus terechtwijst. De dubbele aanspreking "Martha, Martha" klinkt bewogen. Johannes vertelt bovendien dat Jezus Martha liefhad (Johannes 11:5) en dat zij later gewoon weer diende (Johannes 12:2).
Wat zei Martha bij het graf van Lazarus?
Toen Martha hoorde dat Jezus kwam, ging zij Hem tegemoet en zei: "Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven" (Johannes 11:21). Jezus zei tegen haar dat Hij de Opstanding en het Leven is. Zij antwoordde: "Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou" (Johannes 11:27). Bij het graf wees zij erop dat haar broer al vier dagen dood was (Johannes 11:39).
Is het Martha of Marta?
Beide spellingen komen voor en bedoelen dezelfde vrouw. De Statenvertaling schrijft Martha, en die spelling wordt ook op deze site gebruikt. In nieuwere bijbelvertalingen en in veel Nederlandse teksten staat Marta. Ook de volgorde varieert: men spreekt van Martha en Maria of van Maria en Martha, in beide gevallen over de twee zusters uit Bethanië.
Is de zus van Martha dezelfde als Maria Magdalena?
Nee, volgens de evangeliën niet. De zus van Martha is Maria van Bethanië, die volgens Johannes de voeten van Jezus zalfde (Johannes 12:3). Maria Magdalena kwam uit Magdala in Galilea en wordt genoemd bij het kruis en het lege graf. In de westerse kerk zijn deze vrouwen wel samengevoegd, maar dat is een latere traditie. Martha’s zus is ook niet Maria, de moeder van Jezus.
Was Martha getrouwd?
De Bijbel zegt het niet. Lukas spreekt van "haar huis" (Lukas 10:38) en noemt geen echtgenoot. Daaruit is wel afgeleid dat Martha weduwe was of als oudste zus het huishouden leidde. Sommigen verbinden haar met Simon, de melaatse, omdat Mattheüs 26:6 en Markus 14:3 een zalving in zijn huis in Bethanië plaatsen. Dat blijft een gissing; de evangeliën leggen dat verband niet.
Wat gebeurde er later met Martha?
Het Nieuwe Testament zwijgt over haar verdere leven; de laatste vermelding is de maaltijd in Bethanië (Johannes 12:2). Latere overleveringen vullen dat in. Volgens een middeleeuwse legende reisde zij naar Zuid-Frankrijk en werkte zij daar in de omgeving van Tarascon. Zulke verhalen hebben geen grond in de Bijbel en worden ook door historici als legende beschouwd.
Wat kunnen wij leren van Martha?
Martha leert ons dat drukte voor Jezus het luisteren naar Hem kan verdringen, en dat het ene nodige Zijn woord is. Zij laat ook zien dat wij teleurstelling en verdriet eerlijk tegen Hem mogen uitspreken, en dat geloof juist daar woorden kan vinden. Haar belijdenis in Johannes 11:27 en haar dienen in Johannes 12:2 laten zien dat luisteren, geloven en dienen bij elkaar horen.

Stel een vraag over Martha

Wilt u meer weten over Martha? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Martha

Bijbelverhalen rond Martha

Verdiep u verder