Dordtse Leerregels hoofdstuk 2: Van den dood van Christus, en de verlossing der mensen door dezen
In het kort
Dordtse Leerregels hoofdstuk 2 beschrijft hoe God door de dood van Christus mensen verlost. God is rechtvaardig en ook barmhartig, en het offer van Zijn Zoon is van oneindige waarde. Het Evangelie moet aan allen gepredikt worden, en Christus stierf om de uitverkorenen werkelijk te verlossen.
Dordtse Leerregels hoofdstuk 2 gaat over de dood van Christus en de verlossing der mensen door Hem. Het is het kortste hoofdstuk van de Leerregels: negen artikelen, met daarna de verwerping van zeven dwalingen. Het begint niet bij de vraag voor wie Christus stierf. Het begint bij God Zelf: wie Hij is en wat Zijn gerechtigheid vraagt. Pas daarna komt de bedoeling van het kruis ter sprake.
Recht en barmhartigheid (artikel 1-2)
Artikel 1 noemt God ten hoogste barmhartig en ook ten hoogste rechtvaardig. Zijn gerechtigheid eist dat de zonde gestraft wordt, met tijdelijke en eeuwige straffen. Die straf ontgaan wij alleen als aan Gods gerechtigheid genoeg geschiedt. Dat heet genoegdoening: betalen wat het recht vraagt.
Wij kunnen dat zelf niet. Daarom gaf God uit barmhartigheid Zijn Zoon als Borg, dat is iemand die voor de schuld van een ander instaat.
Een offer van oneindige waarde (artikel 3-4)
De dood van de Zoon van God is de enige en volmaakte offerande voor de zonden. Artikel 3 noemt haar overvloedig genoegzaam voor de zonden van de hele wereld: er is meer dan genoeg. Artikel 4 noemt twee redenen: de Persoon Die stierf, en de toorn en vloek die Hij droeg.
Het Evangelie voor allen (artikel 5-7)
Verder moet de belofte van het Evangelie aan alle volken en mensen gepredikt worden, zonder onderscheid en met bevel van bekering en geloof. Die belofte zegt dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat. Wie het Evangelie hoort en toch niet gelooft, gaat verloren door eigen schuld. Het ligt nooit aan een tekort in het offer. Wie wel gelooft, ontvangt dat alleen uit genade, die God niemand verschuldigd is.
De bedoeling van het kruis (artikel 8-9)
Artikel 8 zegt wat God met de dood van Zijn Zoon wilde. Het was Zijn vrije raad dat de kracht van die dood alle uitverkorenen, en alleen hen, zou toekomen. Christus verwierf voor hen ook het geloof, reinigt hen van hun zonden en bewaart hen tot het einde. Hij zei Zelf: "de goede herder stelt zijn leven voor de schapen".
Artikel 9 belijdt dat dit besluit altijd vervuld wordt. Er zal altijd een Kerk zijn die Christus liefheeft en dient. Paulus schrijft dat "Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven". Zo houdt het hoofdstuk twee dingen bij elkaar: een ruime prediking aan allen en een zekere verlossing van de Zijnen.
De artikelen van hoofdstuk II
- Artikel 1‘God is niet alleen ten hoogste barmhartig …’Artikel 1 van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels belijdt Gods gerechtigheid naast Zijn barmhartigheid.
- Artikel 2‘Maar alzo wij zelven niet kunnen genoegdoen …’Volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 2 is Christus onze Borg: Hij staat in voor de schuld die wij zelf niet kunnen betalen.
- Artikel 3‘Deze dood des Zoons Gods is de enige en volmaakte offerande …’Dordtse Leerregels 2, artikel 3 belijdt dat de dood van Gods Zoon het volmaakte offer voor de zonden is.
- Artikel 4‘En deze dood is daarom van zo grote kracht en waardigheid …’Volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 4 is de dood van Christus om twee redenen zo kostbaar.
- Artikel 5‘Voorts is de belofte des Evangelies …’De belofte van het Evangelie moet volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 5 aan alle volken en mensen zonder onderscheid verkondigd worden.
- Artikel 6‘Doch dat velen, door het Evangelie geroepen zijnde, zich niet bekeren …’Dat velen het Evangelie horen en toch verloren gaan, ligt volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 6 niet aan het offer van Christus.
- Artikel 7‘Maar zo velen als waarachtiglijk geloven …’Geloof uit genade is de kern van Dordtse Leerregels 2, artikel 7: wie waarachtig gelooft en behouden wordt, dankt dat alleen aan Gods genade.
- Artikel 8‘Want dit is geweest de gans vrije raad …’Dordtse Leerregels 2, artikel 8 beantwoordt de vraag voor wie Christus stierf om hen werkelijk zalig te maken.
- Artikel 9‘Deze raad, voortkomende uit de eeuwige liefde Gods …’Dordtse Leerregels 2, artikel 9 belijdt dat de kerk blijft, omdat Gods raad om Zijn uitverkorenen te verlossen zeker wordt vervuld.
Bijbelse onderbouwing
“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.”
Christus werd voor ons een vloek aan het hout, zoals artikel 2 zegt dat Hij in onze plaats zonde en vervloeking aan het kruis geworden is.
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
Johannes noemt Christus een verzoening voor de zonden van de gehele wereld, wat aansluit bij artikel 3 over de oneindige waarde van Zijn offer.
“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.”
Christus noemt Zich de goede Herder Die Zijn leven stelt voor de schapen, en zo spreekt Hij over de bedoeling van Zijn dood die artikel 8 belijdt.
“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;”
Christus heeft Zijn Gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven, zoals artikel 9 Hem de Bruidegom noemt Die voor Zijn bruid Zijn leven gaf.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Hoofdstuk 2 beantwoordt het tweede artikel van de Remonstrantie van 1610. Daarin stond dat Christus voor alle en ieder mens gestorven is, maar dat alleen de gelovigen de vergeving werkelijk ontvangen. Voor de remonstranten maakte de dood van Christus de verlossing voor iedereen mogelijk. Of iemand haar ontving, hing af van zijn geloof.
De synode wilde de waarde van het offer niet kleiner maken dan de Schrift die tekent. Zij wilde ook de verkondiging van het Evangelie aan allen niet beperken. Daarom belijdt zij eerst dat de dood van Christus genoeg is voor de hele wereld en aan allen gepredikt moet worden. Daarna zegt zij dat God met die dood een vast doel had: de uitverkorenen werkelijk te verlossen.
Om over door te praten
- Waarom begint hoofdstuk 2 bij Gods gerechtigheid en barmhartigheid, en niet direct bij de vraag voor wie Christus stierf?
- Wat betekent het voor de prediking dat het offer van Christus overvloedig genoegzaam is voor de zonden van de hele wereld?
- Hoe houdt dit hoofdstuk de verkondiging aan allen en de verlossing van de uitverkorenen bij elkaar?
- Wat betekent het voor uw eigen geloof dat u alles wat u van Christus ontvangt, alleen uit genade ontvangt?