Dordtse Leerregels hoofdstuk 2, artikel 8: voor wie stierf Hij?
In het kort
Dordtse Leerregels 2, artikel 8 beantwoordt de vraag voor wie Christus stierf om hen werkelijk zalig te maken. Het was Gods vrije raad dat de levendmakende kracht van Zijn dood al de uitverkorenen toekomt. Hun schenkt Christus het geloof, Hij reinigt hen van al hun zonden en bewaart hen tot het einde.
De tekst van DL II,8
Want dit is geweest de gans vrije raad, de genadige wil en het voornemen van God den Vader, dat de levendmakende en zaligmakende kracht van den dierbaren dood Zijns Zoons zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen, om die alleen met het rechtvaardigmakend geloof te begiftigen, en door ditzelve onfeilbaar tot de zaligheid te brengen;
dat is: God heeft gewild, dat Christus door het bloed Zijns kruises (waarmede Hij het nieuwe verbond bevestigd heeft) uit alle volken, stammen, geslachten en tongen, diegenen allen, en die alleen, krachtiglijk zou verlossen, die van eeuwigheid tot zaligheid verkoren, en van den Vader Hem gegeven zijn; hen zou begiftigen met het geloof, hetwelk Hij hun, gelijk ook andere zaligmakende gaven des Heiligen Geestes, door Zijn dood heeft verworven; en hen van al hun zonden, zowel de aangeborene als de werkelijke, zowel na als vóór het geloof begaan, door Zijn bloed zou reinigen, tot het einde toe getrouwelijk bewaren, en ten laatste zonder enige vlek en rimpel heerlijk voor Zich stellen.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 8 van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels gaat over een vraag die al eeuwen besproken wordt: voor wie stierf Christus? De artikelen ervoor zeiden dat de dood van Christus genoegzaam is voor de zonden van de hele wereld. Ook moet het Evangelie aan alle volken worden verkondigd. Artikel 8 laat zien wat God met de dood van Zijn Zoon bedoelde. Het geeft de grond voor artikel 7: wie gelooft, ontvangt dat alleen uit genade.
De vrije raad van God de Vader
Het artikel spreekt van 'de gans vrije raad, de genadige wil en het voornemen van God den Vader'. Een raad is hier een besluit dat God in Zijn wijsheid genomen heeft. Gans vrij betekent: geheel vrij, door niets buiten God bepaald. Niemand had er recht op.
Wat besloot de Vader? Dat 'de levendmakende en zaligmakende kracht' van de dood van Zijn Zoon zou reiken tot alle uitverkorenen. Levendmakend betekent: wie geestelijk dood is, krijgt nieuw leven. Het artikel spreekt hier dus niet over de waarde van het offer, maar over de kracht die werkelijk redt. Die kracht bestemde God voor hen die Hij verkoren had. Door het geloof wilde Hij hen 'onfeilbaar tot de zaligheid' brengen, dat wil zeggen: zonder dat het kan mislukken.
Allen en alleen de uitverkorenen
De tweede alinea begint met 'dat is' en legt het nader uit. Tussen haakjes zegt het artikel dat Christus met het bloed van Zijn kruis 'het nieuwe verbond bevestigd' heeft. Bevestigen betekent hier: vastmaken.
Christus zou 'diegenen allen, en die alleen' verlossen die van eeuwigheid verkoren en Hem door de Vader gegeven zijn. Hij zou hen krachtiglijk verlossen, dat wil zeggen: met kracht die werkelijk doorwerkt. Zij komen 'uit alle volken, stammen, geslachten en tongen'. Het lied in Openbaring 5 zegt dat het Lam met Zijn bloed kocht "uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie".
Jezus zegt Zelf: "de goede herder stelt zijn leven voor de schapen". In Zijn gebed vóór Zijn lijden bidt Hij "voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt". Het artikel volgt die woorden. Christus kende de Zijnen en stierf om hen werkelijk te behouden. Daarom heet Hij Jezus, want "Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden".
Ook het geloof is verworven
Christus zou de uitverkorenen ook 'begiftigen met het geloof'. Begiftigen betekent: als geschenk geven. Volgens het artikel heeft Christus dat geloof, net als andere gaven van de Heilige Geest, 'door Zijn dood' verworven. Het geloof is dus geen voorwaarde die de mens zelf moet aanbrengen. Het is een vrucht van het kruis. Wat Christus verwierf, past Hij ook toe.
Gereinigd en heerlijk voorgesteld
Christus reinigt hen van 'al hun zonden, zowel de aangeborene als de werkelijke'. De aangeboren zonde is de verdorvenheid waarmee ieder mens ter wereld komt. Werkelijke zonden zijn de zonden die iemand daadwerkelijk doet. Ook zonden die gelovigen na hun bekering doen, vallen eronder.
Hij zal hen 'tot het einde toe getrouwelijk bewaren'. Getrouwelijk betekent: trouw, zonder op te geven. Het doel is dat Hij hen 'zonder enige vlek en rimpel heerlijk voor Zich' stelt. Die woorden sluiten aan bij Efeze 5. Christus wil Zijn Gemeente Zichzelf heerlijk voorstellen als een Gemeente "die geen vlek of rimpel heeft". Hij gaf Zich voor Zijn bruid.
Geen inperking van de verkondiging
Dit artikel doet niets af aan artikel 5. De belofte van het Evangelie moet aan alle mensen zonder onderscheid verkondigd worden, met het bevel van bekering en geloof. Dat God de Zijnen kent, is geen reden om de nodiging te beperken. Juist door die prediking roept God hen.
U hoeft dus niet eerst te weten of u uitverkoren bent voordat u tot Christus mag komen. Hij zegt: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen". Wie tot Hem vlucht, mag weten dat Zijn dood niet onzeker of vergeefs was. Hij stierf om de Zijnen werkelijk zalig te maken.
Bijbelse onderbouwing
“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.”
Christus stelt als de goede Herder Zijn leven voor de schapen, en zo zegt het artikel dat Hij krachtig verlost wie de Vader Hem gegeven heeft.
“Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.”
Christus bidt uitdrukkelijk voor hen die de Vader Hem gegeven heeft, zoals het artikel zegt dat de uitverkorenen Hem gegeven zijn.
“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;”
Paulus zegt dat Christus Zich voor Zijn Gemeente heeft overgegeven, zoals een bruidegom zijn bruid liefheeft.
“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
De Naam Jezus zegt dat Hij Zijn volk werkelijk zalig zal maken van hun zonden, en dat niet alleen mogelijk maakt.
“En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.”
Christus verliest niets van wat de Vader Hem gegeven heeft, en zo belijdt het artikel dat Hij de Zijnen tot het einde toe bewaart.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De tussenzin over het nieuwe verbond hangt samen met de tweede verwerping van dit hoofdstuk. Daar wijst de synode de leer af dat Christus door Zijn dood de Vader alleen een recht verwierf. Met dat recht zou de Vader opnieuw een verbond met de mensen kunnen sluiten, van genade of van werken, zoals het Hem beliefde. Volgens het artikel heeft Christus het verbond met Zijn bloed juist werkelijk bevestigd.
Op het hoofdpunt, de vraag voor wie Christus stierf, verkleint artikel 8 de waarde van Zijn dood niet, want artikel 3 noemde die overvloedig genoegzaam. Het antwoord ligt in Gods bedoeling. De eerste verwerping van dit hoofdstuk wijst af dat God Zijn Zoon overgaf zonder vast besluit om iemand zeker zalig te maken.
Om over door te praten
- Welke woorden in artikel 8 laten zien dat de dood van Christus de uitverkorenen werkelijk zalig maakt en niet alleen een mogelijkheid opent?
- Hoe verhoudt dit artikel zich tot artikel 5, waar staat dat het Evangelie aan alle mensen verkondigd moet worden?
- Wat betekent het dat ook het geloof door de dood van Christus verworven is?
- Hoe kan de belofte dat Christus de Zijnen tot het einde bewaart u troosten wanneer u uw eigen zwakheid ziet?