Dordtse Leerregels hoofdstuk 2, artikel 4: waarom zo kostbaar?
In het kort
Volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 4 is de dood van Christus om twee redenen zo kostbaar. Hij Die stierf is een waarachtig en volkomen heilig mens en tegelijk de eniggeboren Zoon van God. Bovendien droeg Hij in Zijn sterven de toorn van God en de vloek die wij verdiend hadden.
De tekst van DL II,4
En deze dood is daarom van zo grote kracht en waardigheid, omdat de Persoon, Die dien geleden heeft, niet alleen een waarachtig en volkomen heilig mens is, maar ook de eniggeboren Zoon Gods, van éénzelfde eeuwig en oneindig wezen met den Vader en den Heiligen Geest, zodanig als onze Zaligmaker wezen moest. Daarenboven, omdat Zijn dood is vergezelschapt geweest met het gevoel van den toorn Gods en van den vloek, dien wij door onze zonden verdiend hadden.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 3 noemde de dood van Gods Zoon een offerande van oneindige waarde. Artikel 4 van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels legt uit waarom deze dood zo kostbaar is. Het spreekt van een dood 'van zo grote kracht en waardigheid'. Kracht is hier de werking: wat deze dood uitwerkt. Waardigheid is de waarde: wat hij voor God waard is. Het artikel geeft twee redenen. De eerste ligt in de Persoon Die stierf, de tweede in wat Hij in Zijn sterven droeg.
Een waarachtig en heilig mens
De Persoon Die de dood geleden heeft, is 'een waarachtig en volkomen heilig mens'. Waarachtig betekent: echt. Christus had geen schijnlichaam, maar een menselijk lichaam en een menselijke ziel. Daarom kon Hij werkelijk lijden en sterven. Volkomen heilig betekent: zonder enige zonde. De brief aan de Hebreeën noemt Hem een Hogepriester, "heilig, onnozel, onbesmet". Onnozel betekent daar: onschuldig.
Een zondaar kan niet voor de schuld van een ander betalen, want hij heeft zelf schuld. Christus heeft Zichzelf, zoals Hebreeën 9:14 zegt, "Gode onstraffelijk opgeofferd". Onstraffelijk is: zonder smet of gebrek. Zijn offer was zuiver, omdat Hij Zelf zuiver was.
De eniggeboren Zoon van God
Maar het artikel zegt meer. Deze mens is 'ook de eniggeboren Zoon Gods'. Eniggeboren wil zeggen: Hij is Gods Zoon op een wijze die voor geen ander geldt. Johannes noemt Hem "de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is". Het artikel voegt eraan toe dat Hij met de Vader en de Heilige Geest één 'eeuwig en oneindig wezen' heeft. Wezen betekent hier: wat God is. De Zoon is dus even eeuwig en oneindig als de Vader.
Daarom heeft Zijn dood een waarde die geen andere dood heeft. Paulus spreekt in Handelingen 20:28 over de gemeente die God "verkregen heeft door Zijn eigen bloed". Wat de mens Jezus leed, wordt daar aan God toegeschreven, omdat Hij één Persoon is. Het artikel sluit dit deel af met de woorden 'zodanig als onze Zaligmaker wezen moest'. Zaligmaker betekent: Redder. Om zondaren te redden moest Hij waarachtig mens zijn en tegelijk waarachtig God.
De toorn van God en de vloek
Het tweede deel begint met 'Daarenboven'. Dat betekent: bovendien. Zijn dood is 'vergezelschapt geweest met het gevoel van den toorn Gods'. Vergezelschapt betekent: vergezeld. Christus leed dus niet alleen lichamelijke pijn. Hij voelde in Zijn ziel de toorn van God tegen de zonde. Aan het kruis riep Hij met een grote stem: "Waarom hebt Gij Mij verlaten". De Heidelbergse Catechismus spreekt in zondag 16 over Zijn onuitsprekelijke benauwdheid en helse kwelling, vooral aan het kruis.
Hij droeg ook 'den vloek, dien wij door onze zonden verdiend hadden'. Een vloek is het oordeel van God over wie Zijn wet overtreedt. Paulus zegt dat Christus voor ons een vloek werd, zoals artikel 2 al beleed. Let op het woord wij in het artikel. Wat Christus droeg, was niet Zijn eigen schuld, maar de onze. Zo betaalde Hij wat zondaren zelf nooit hadden kunnen betalen.
Rust in Wie Hij is
Dit artikel richt de blik van de mens af en naar Christus toe. De waarde van Zijn offer hangt niet af van de kracht van uw geloof of de diepte van uw berouw. Zij rust in Wie Hij is en in wat Hij gedragen heeft. Volgens Hebreeën 9:14 zal het bloed van Christus "uw geweten reinigen van dode werken". Wie onder zijn schuld gebukt gaat, wordt hier naar dat bloed gewezen.
Bijbelse onderbouwing
“Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”
God heeft Zijn gemeente verkregen door Zijn eigen bloed, omdat de mens Die stierf ook de eeuwige Zoon van God is.
“Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;”
Onze Hogepriester moest heilig, onschuldig en onbesmet zijn, zoals het artikel Christus een volkomen heilig mens noemt.
“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levende God te dienen?”
Christus heeft Zichzelf zonder gebrek aan God geofferd, en Zijn bloed reinigt het geweten van dode werken.
“En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!”
Aan het kruis roept Jezus uit dat God Hem verlaten heeft, en daarin klinkt het gevoel van Gods toorn door.
“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.”
Christus is voor ons een vloek geworden, zoals het artikel zegt dat Hij de vloek droeg die wij verdiend hadden.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De vraag voor wie Christus stierf, komt pas in artikel 8 aan de orde. Eerst stelt de synode in artikel 3 en 4 vast dat zij de waarde van Zijn dood niet kleiner maakt. Die waarde is oneindig, vanwege de Persoon en Zijn lijden.
In dezelfde tijd ontkenden de socinianen dat Christus van eeuwigheid God is. Ook ontkenden zij dat Hij in Zijn dood Gods toorn droeg als betaling voor de zonde. De woorden over het ene eeuwige wezen en over de vloek staan daar recht tegenover.
Om over door te praten
- Welke twee redenen noemt het artikel voor de grote waarde van de dood van Christus?
- Waarom moest onze Zaligmaker volgens het artikel zowel waarachtig mens als de eeuwige Zoon van God zijn?
- Wat laat de kreet aan het kruis zien van wat Christus in Zijn ziel heeft geleden?
- Hoe kan het woord wij in dit artikel uw kijk op het lijden van Christus veranderen?
- Waar zoekt u rust wanneer uw schuld u zwaar valt, en wat leert dit artikel u daarover?