Verwerping 1: Een dood zonder vast doel
Die leren: Dat God de Vader Zijn Zoon tot den dood des kruises verordineerd heeft, zonder zekeren en bepaalden raad van iemand zekerlijk zalig te maken; alzo dat de noodzakelijkheid, nuttigheid en waardigheid van de verwerving des doods van Christus wel zouden hebben kunnen bestaan, en in alle delen volmaakt, volkomen en in haar geheel blijven, zelfs al ware het, dat de verworven verlossing niet één enig mens immermeer metterdaad ware toegeëigend geweest.
Want deze leer strekt tot versmading van de wijsheid des Vaders en van de verdienste van Jezus Christus, en strijdt tegen de Schrift. Want zo zegt onze Zaligmaker: Ik stel Mijn leven voor de schapen, en Ik ken ze (Joh. 10:15,27). En de profeet Jesaja van den Zaligmaker: Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jes. 53:10). Eindelijk, zij stoot om het artikel des geloofs, waarmede wij geloven: De algemene Christelijke Kerk.
De eerste dwaling zegt dat de Vader Zijn Zoon tot de dood overgaf zonder vast plan om iemand zalig te maken. De dood van Christus zou dan volmaakt zijn, ook als niemand ooit gered werd. De synode antwoordt met de woorden van de Heiland: "Ik stel Mijn leven voor de schapen". Christus stierf dus voor mensen die Hij kent. Over de Knecht des HEEREN zegt Jesaja: "zo zal Hij zaad zien". Ten slotte zou zo een leer het geloof in de algemene christelijke kerk aantasten.