Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 2, artikel 2: Christus onze Borg

In het kort

Volgens Dordtse Leerregels 2, artikel 2 is Christus onze Borg: Hij staat in voor de schuld die wij zelf niet kunnen betalen. God gaf Zijn eniggeboren Zoon uit oneindige barmhartigheid. Hij nam onze plaats in en werd aan het kruis zonde en vloek voor ons.

De tekst van DL II,2

Maar alzo wij zelven niet kunnen genoegdoen, en ons van den toorn Gods bevrijden, zo heeft God uit oneindige barmhartigheid Zijn eniggeboren Zoon ons tot een Borg gegeven, Die, opdat Hij voor ons zoude genoegdoen, voor ons of in onze plaats, zonde en vervloeking aan het kruis geworden is.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

In artikel 2 van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels wordt Christus onze Borg genoemd. Artikel 1 had gezegd dat Gods gerechtigheid straf eist, en dat wij die straf alleen ontgaan als aan Gods recht genoeg gedaan wordt. Artikel 2 sluit daar direct op aan. Het zegt eerst wat wij niet kunnen. Daarna zegt het wat God gedaan heeft. Zo staan onze onmacht en Gods genade vlak naast elkaar.

Wij kunnen zelf niet betalen

Het artikel begint met de woorden 'alzo wij zelven niet kunnen genoegdoen'. Alzo betekent hier: omdat. Genoegdoen is betalen wat Gods recht vraagt, zodat de schuld werkelijk vereffend is. Dat kunnen wij niet. Wij kunnen ons ook niet 'van den toorn Gods bevrijden'. Wie onder Gods toorn ligt, kan zich daar niet zelf uit losmaken.

De Heidelbergse Catechismus zegt hetzelfde in zondag 5. Daar wordt gevraagd of wij door onszelf kunnen betalen. Het antwoord is dat wij de schuld juist elke dag groter maken. Ook de psalmdichter wist dat: "de verlossing hunner ziel is te kostelijk". Kostelijk betekent hier: zo kostbaar dat geen mens die prijs kan opbrengen.

Uit oneindige barmhartigheid

Waar wij vastlopen, handelt God. Hij heeft 'uit oneindige barmhartigheid' Zijn Zoon gegeven. De oorzaak van de verlossing ligt dus niet in de mens, maar in Gods ontferming, die geen grens kent. Het artikel noemt Christus 'Zijn eniggeboren Zoon'. Eniggeboren betekent: de enige Zoon, zoals niemand anders Gods Zoon is. Johannes schrijft dat God "Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft". God laat Zijn recht dus niet varen om barmhartig te kunnen zijn. Hij geeft Zelf Wie aan Zijn recht voldoet.

Wat een Borg is

God gaf Zijn Zoon 'ons tot een Borg'. Een borg is iemand die instaat voor de schuld van een ander. Kan die ander niet betalen, dan betaalt de borg. Zo staat Christus in voor de schuld van de Zijnen. De Hebreeënbrief zegt: "Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden". Hij staat met Zijn eigen leven in voor dat nieuwe verbond.

Het artikel noemt ook het doel: 'opdat Hij voor ons zoude genoegdoen'. Zoude is een oude vorm van zou. Christus kwam dus niet alleen om een voorbeeld te geven. Hij kwam om te betalen wat wij schuldig waren. Zondag 6 van de catechismus legt uit waarom de Middelaar daarvoor waarachtig mens en ook waarachtig God moest zijn.

In onze plaats tot een vloek

Het artikel zegt het met nadruk: 'voor ons of in onze plaats'. De woorden in onze plaats leggen uit wat voor ons hier betekent. Christus stierf niet alleen in ons voordeel, maar als Plaatsvervanger. Hij nam de plek in die bij ons hoorde.

Daar is Hij 'zonde en vervloeking aan het kruis geworden'. Vervloeking betekent: onder de vloek, dat is onder het oordeel van God. Paulus schrijft: "Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt". Christus Zelf zondigde niet, maar God legde onze zonde op Hem. In de brief aan de Galaten staat dat Christus ons verlost heeft, "een vloek geworden zijnde voor ons". Paulus wijst daarbij op de wet, die vervloekt noemt wie aan het hout hangt.

Goed nieuws voor schuldigen

Dit artikel is geen koele redenering over recht en betaling. Het wijst wie zijn schuld voor God kent naar een Borg Die wel betaald heeft. Jesaja zegt van de Knecht van de HEERE: "de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem". Wie op Christus ziet, hoeft zijn hoop niet te bouwen op wat hij zelf kan inbrengen.

Bijbelse onderbouwing

  • 2 Korinthe 5:21

    “Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”

    God heeft Christus, Die geen zonde kende, voor ons tot zonde gemaakt, zodat Hij in onze plaats stond.

    Uitleg bij 2 Korinthe 5

  • Galaten 3:13

    “Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.”

    Christus verloste ons van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, en dat bedoelt het artikel met 'vervloeking aan het kruis'.

  • Hebreeën 7:22

    “Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.”

    Jezus wordt hier Borg van een beter verbond genoemd, hetzelfde woord dat het artikel voor Christus gebruikt.

  • Psalm 49:9

    “(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);”

    De verlossing van een ziel is te kostbaar voor een mens, en daarom belijdt het artikel dat wij zelf niet kunnen genoegdoen.

  • Jesaja 53:5

    “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

    De straf lag op de Knecht van de HEERE, zoals het artikel zegt dat Christus 'voor ons of in onze plaats' heeft genoeggedaan.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten ontkenden niet dat Christus voor de zonde genoeg had gedaan. Ook zij spraken van Zijn genoegdoening. Het verschil lag in wat die genoegdoening teweegbracht. Volgens de derde verwerping leerden zij dat Christus daarmee alleen voor de Vader de vrijheid verwierf om opnieuw met mensen te handelen. Daartegenover zegt artikel 2 dat Christus 'voor ons of in onze plaats' heeft betaald. De tweede verwerping noemt Hem met de woorden van Hebreeën 7:22 de Borg van een beter verbond.

Om over door te praten

  1. Waarom zegt artikel 2 eerst wat wij niet kunnen, voordat het spreekt over wat God gegeven heeft?
  2. Wat leert het woord Borg over de manier waarop Christus voor de schuld van anderen instaat?
  3. Waarom voegt het artikel aan de woorden voor ons nog toe dat Christus in onze plaats stond?
  4. Hoe kan het besef dat u zelf niet kunt genoegdoen, u leren om alleen op Christus te zien?
  5. Wat betekent het voor uw geloofsleven dat Christus aan het kruis zonde en vloek voor ons werd?