Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 2, artikel 3: het volmaakte offer

In het kort

Dordtse Leerregels 2, artikel 3 belijdt dat de dood van Gods Zoon het volmaakte offer voor de zonden is. Dat offer is uniek en hoeft nooit herhaald te worden. Het heeft oneindige kracht en waarde, en is ruim genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen.

De tekst van DL II,3

Deze dood des Zoons Gods is de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonden; van oneindige kracht en waardigheid, overvloediglijk genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 3 van hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels gaat over het volmaakte offer van Christus. Artikel 2 beleed dat God Zijn Zoon als Borg gaf, Die in onze plaats zonde en vloek werd aan het kruis. Artikel 3 zegt nu wat die dood waard is. Het is maar één zin, maar elk woord telt. De dood van Christus heet enig, volmaakt, oneindig van waarde en genoeg voor de hele wereld.

Offerande en genoegdoening

Het artikel begint met 'Deze dood des Zoons Gods'. Het woord deze wijst terug naar artikel 2: het gaat om de dood die Christus als Borg stierf. Die dood heet hier 'offerande en genoegdoening'. Een offerande is een offer dat aan God gebracht wordt. Genoegdoening is een betaling die voldoet aan wat Gods gerechtigheid eist.

De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 16 hetzelfde. Om Gods gerechtigheid en waarheid kon er voor onze zonden op geen andere manier betaald worden dan door de dood van Gods Zoon. Zondag 15 noemt Zijn lijden daarom het enige zoenoffer.

Enig en volmaakt

Het artikel noemt deze dood 'de enige en volmaakte offerande'. In het Oude Testament brachten de priesters dag aan dag hun offers. Die moesten steeds opnieuw gebracht worden, omdat het bloed van dieren de zonden niet kon wegnemen. Bij Christus is dat anders. De brief aan de Hebreeën zegt over Zijn offer: "dat heeft Hij eenmaal gedaan". Hij is geopenbaard "om de zonde te niet te doen, door Zijnzelfs offerande".

Volmaakt betekent: compleet, zonder dat er iets aan ontbreekt. Er hoeft niets bij, geen tweede offer en geen eigen verdienste. Hebreeën 10 zegt: "Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden". Wie op dit offer vertrouwt, hoeft het dus niet aan te vullen.

Van oneindige kracht en waarde

Daarna zegt het artikel dat deze dood is 'van oneindige kracht en waardigheid'. Waardigheid betekent hier: waarde. De kracht van dit offer heeft geen grens. Waarom dat zo is, legt artikel 4 uit. Hij Die stierf, was niet alleen een waarachtig en heilig mens, maar ook de eniggeboren Zoon van God. Petrus schrijft dat wij niet met zilver of goud verlost zijn, "maar door het dierbaar bloed van Christus".

Genoeg voor de hele wereld

Het artikel eindigt met 'overvloediglijk genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld'. Overvloediglijk betekent: ruimschoots. Genoegzaam betekent: toereikend. Verzoening is het herstel van de vrede tussen God en mensen, doordat de schuld betaald is. Johannes noemt Christus "een verzoening voor onze zonden", en niet alleen voor de onze, "maar ook voor de zonden der gehele wereld".

Dat is niet alles wat de leerregels over de verzoening zeggen. Artikel 8 belijdt dat God met de dood van Zijn Zoon een bijzonder doel had: al Zijn uitverkorenen krachtig te verlossen en zalig te maken. Beide staan in hetzelfde hoofdstuk. Het offer is groot genoeg voor allen, en God bedoelde het om Zijn uitverkorenen zeker te behouden. Wie een van beide weglaat, doet het hoofdstuk tekort.

Geen zonde te groot voor dit offer

Dit offer is volmaakt en oneindig, en artikel 5 zegt dat het Evangelie aan iedereen verkondigd moet worden. Niemand hoeft dus te denken dat zijn zonden te groot zijn voor de dood van Christus. U wordt geroepen om met uw zonden tot Hem te komen en niet op iets van uzelf te steunen. Wie op dit ene offer vertrouwt, mag rusten in wat Christus volbracht heeft.

Bijbelse onderbouwing

  • Hebreeën 9:26

    “(Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnzelfs offerande.”

    Christus is eenmaal geopenbaard om de zonde teniet te doen door het offer van Zichzelf, zodat Hij niet steeds opnieuw hoeft te lijden.

    Uitleg bij Hebreeën 9

  • Hebreeën 10:14

    “Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”

    Met één offer heeft Christus voor altijd volmaakt wie geheiligd worden, zodat er aan Zijn offer niets ontbreekt.

  • 1 Johannes 2:2

    “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”

    Johannes noemt Christus een verzoening ook voor de zonden der gehele wereld, en met die woorden belijdt artikel 3 dat het offer genoeg is voor allen.

  • Hebreeën 7:27

    “Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft.”

    Christus offerde Zichzelf eenmaal, en daarom noemt het artikel Zijn dood de enige offerande.

  • 1 Petrus 1:19

    “Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;”

    Wij zijn verlost met het dierbare bloed van Christus en niet met zilver of goud, en die kostbaarheid bedoelt het artikel met 'oneindige kracht en waardigheid'.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De synode wees de remonstrantse leer af dat Christus voor alle en ieder mens verzoening verworven heeft. Toch ontkende zij niet dat het offer groot genoeg is voor de hele wereld. Met artikel 3 belijdt zij die genoegzaamheid juist uitdrukkelijk. Het verschil lag niet bij de waarde van het offer, maar bij Gods bedoeling ermee. Daarover gaat artikel 8, en de verwerpingen van dit hoofdstuk wijzen de remonstrantse opvatting af.

Om over door te praten

  1. Wat betekenen de woorden offerande en genoegdoening in artikel 3, en waarom zijn ze allebei nodig?
  2. Waarom hoefde het offer van Christus niet herhaald te worden, terwijl de offers in het Oude Testament steeds terugkwamen?
  3. Hoe kunnen artikel 3 en artikel 8 van dit hoofdstuk naast elkaar staan zonder dat een van beide wordt weggedrukt?
  4. Wat betekent het voor u dat het tekort nooit in het offer van Christus ligt, wanneer u uw eigen zonden ziet?

Verder lezen