Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1900 v.Chr.

Ruben in de Bijbel

Reoeven (רְאוּבֵן, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: ziet, een zoon”

Wie was Ruben?

Ruben was de eerstgeboren zoon van Jakob en Lea en de stamvader van de stam Ruben. Hij redde Jozef van de dood door voor te stellen hem in een kuil te werpen (Genesis 37:21-22). Omdat hij bij Bilha had gelegen, verloor hij zijn eerstgeboorterecht. Zijn naam wordt verklaard als: ziet, een zoon.

Ruben komt vooral voor in Genesis 29 tot 50, in de verhalen over Jakob en zijn twaalf zonen. Daarna leeft zijn naam voort in de stam Ruben, die in Numeri, Jozua, Richteren en 1 Kronieken terugkeert en nog in Openbaring 7:5 wordt genoemd. De Statenvertaling schrijft zijn naam gewoon als Ruben; in het Hebreeuws luidt hij Reoeven, in het Engels Reuben. Zijn moeder Lea gaf hem de naam bij zijn geboorte: "zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben" (Genesis 29:32). De naam klinkt als: ziet, een zoon. Lea verbindt dat zien met de HEERE, die haar heeft gezien in haar verdriet als de minder geliefde vrouw van Jakob. Het verhaal van Ruben is dat van een eerstgeborene die zijn plaats niet waarmaakt. Als jongen brengt hij zijn moeder dudaim uit het veld (Genesis 30:14). Als volwassen man ligt hij bij Bilha, de bijvrouw van zijn vader (Genesis 35:22). Wanneer zijn broers Jozef willen doden, is hij degene die het tegenhoudt, met het plan Jozef later stil naar huis te brengen (Genesis 37:21-22). Dat plan mislukt: als hij bij de kuil terugkomt, is Jozef al verkocht. In Egypte spreekt Ruben opnieuw. Hij herinnert zijn broers aan zijn waarschuwing (Genesis 42:22) en biedt zijn vader zijn eigen zonen als onderpand voor Benjamin (Genesis 42:37). Jakob gaat daar niet op in. Aan het einde van zijn leven noemt Jakob Ruben "mijn eerstgeborene, mijn kracht", maar zegt ook: "gij zult de voortreffelijkste niet zijn!" (Genesis 49:3-4). Ruben is geen schurk en geen held. Hij is een man met een geweten en goede bedoelingen, die op beslissende momenten tekortschiet.

Historische context

Ruben leefde in de tijd van de aartsvaders. Een exacte datering is niet te geven; gewoonlijk wordt deze periode rond 1900 v.Chr. geplaatst, met de nodige onzekerheid. Hij werd geboren in Haran, in Paddan-Aram, waar Jakob twintig jaar bij zijn oom Laban diende (Genesis 29:4-5; Genesis 31:41; Genesis 35:26). Het gezin waarin Ruben opgroeide, was gespannen. Jakob had twee vrouwen, de zussen Lea en Rachel, en daarnaast hun dienstmaagden Bilha en Zilpa. Jakob had Rachel lief en Lea minder; de namen die Lea aan haar eerste zonen gaf, laten dat verdriet horen (Genesis 29:31-35). Ruben was dus de oudste zoon van de minder geliefde vrouw. Het verhaal van de dudaim, waarschijnlijk alruinvruchten waaraan men in de oudheid een vruchtbaarheidsbevorderende werking toeschreef, laat zien hoe de rivaliteit tussen de zussen ook de kinderen raakte (Genesis 30:14-16). In het oude Nabije Oosten had de eerstgeborene een bijzondere positie. Hij kreeg doorgaans een dubbel erfdeel en zou na de vader het hoofd van de familie worden. Dat verklaart waarom de daad van Genesis 35:22 zo zwaar woog. Kort na de dood van Rachel lag Ruben bij Bilha, de dienstmaagd van Rachel en de bijvrouw van zijn vader. Veel uitleggers zien daarin niet alleen een zedelijke zonde, maar ook een poging om vóór zijn tijd de plaats van zijn vader in te nemen. Latere voorbeelden in de Bijbel wijzen in die richting: Absalom ging in tot de bijwijven van David om te laten zien dat hij met zijn vader had gebroken (2 Samuël 16:21-22), en Salomo zag in het verzoek van Adonia om Abisag een greep naar het koningschap (1 Koningen 2:22). De tekst van Genesis zelf zegt alleen: "en Israel hoorde het." Jozef werd door zijn broers gehaat omdat Jakob hem voortrok (Genesis 37:3-4). De broers weidden de kudde bij Sichem en daarna bij Dothan, ver van het dal van Hebron waar Jakob woonde (Genesis 37:14-17). Daar vond het plan plaats om Jozef te doden. Als oudste had Ruben verantwoordelijkheid tegenover zijn vader, wat zijn reactie bij de lege kuil verklaart: "ik, waar zal ik heengaan?" (Genesis 37:30). Ruben ging met zijn vier zonen Hanoch, Pallu, Hezron en Karmi mee naar Egypte (Genesis 46:8-9). Bij de volkstelling in de woestijn telde de stam Ruben zes en veertig duizend en vijfhonderd mannen (Numeri 1:21). De stam vestigde zich later met Gad en de halve stam Manasse ten oosten van de Jordaan (Numeri 32:1-5; Numeri 32:33). Ruben kreeg daar het zuidelijke deel: het vlakke land van Aroer aan de beek Arnon tot Medeba en Hesbon (Jozua 13:15-17).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Wilde het leven van zijn broer sparen (Genesis 37:21)
  • Voelde zich verantwoordelijk tegenover zijn vader (Genesis 37:29-30)
  • Had een gevoelig geweten en noemde de schuld bij naam (Genesis 42:22)
  • Was bereid zich in te zetten voor Benjamin (Genesis 42:37)

−Zwakke kanten

  • Schond het bed van zijn vader door bij Bilha te liggen (Genesis 35:22)
  • Was ongestadig, volgens Jakob als snel afstromend water (Genesis 49:4)
  • Deed een overhaast aanbod met het leven van zijn eigen zonen (Genesis 42:37)

Theologische betekenis

In de Schrift staat Ruben in het teken van de eerstgeboorte. Jakob begint zijn laatste woorden met hem: "Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht" (Genesis 49:3). Maar direct daarop volgt het oordeel: "gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen" (Genesis 49:4). Wat Ruben door geboorte had, verloor hij door zijn zonde. 1 Kronieken 5:1-2 legt uit wat er met de eerstgeboorte gebeurde. Het recht van de eerstgeborene werd verdeeld. Het dubbele erfdeel ging naar de kinderen van Jozef: Jakob nam Efraïm en Manasse aan als zijn eigen zonen, "als Ruben en Simeon" (Genesis 48:5), zodat Jozef twee stammen kreeg. De leiding ging naar Juda: "Want Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem" (1 Kronieken 5:2). Uit Juda kwamen David en, naar het vlees, Christus. Daarmee past Ruben in een lijn die door heel Genesis loopt: God houdt Zich niet aan de volgorde van geboorte. Izak gaat voor Ismaël, Jakob voor Ezau, Efraïm voor Manasse (Genesis 48:19-20). Bij Ruben is het verschil dat hij de voorrang verloor door eigen schuld. Hebreeën 12:16 waarschuwt met het voorbeeld van Ezau, die het recht van zijn eerstgeboorte weggaf; Ruben verspeelde het op een andere manier, maar met hetzelfde resultaat. Toch is het laatste woord over Ruben niet het oordeel. Mozes zegende de stam met de woorden "Dat Ruben leve, en niet sterve, en dat zijn lieden van getal zijn!" (Deuteronomium 33:6). De geschiedenis van de stam was wisselvallig. Dathan en Abiram, nakomelingen van Ruben, kwamen met Korach in opstand tegen Mozes (Numeri 16:1). In het lied van Debora wordt Ruben verweten dat hij bleef zitten "tussen de stallingen" (Richteren 5:16). Maar de stam trok wel gewapend mee over de Jordaan (Jozua 4:12), en in Openbaring 7:5 worden uit het geslacht van Ruben twaalf duizend verzegeld. Het Nieuwe Testament noemt Christus "de Eerstgeborene uit de doden" (Kolossenzen 1:18). Tegenover Ruben, die als eerstgeborene faalde, staat Christus als de Eerstgeborene die volkomen trouw bleef. In Hem krijgen ook de schuldigen een plaats in het volk van God.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Reoeven (רְאוּבֵן, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: ziet, een zoon

Betekenis van de naam Ruben: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Eerstgeborene van Lea

Lea baart haar eerste zoon en noemt hem Ruben, omdat de HEERE haar verdrukking heeft aangezien. Zij hoopt dat Jakob haar nu zal liefhebben.

Genesis 29:32

2

De dudaim

Tijdens de tarweoogst vindt Ruben dudaim in het veld en brengt ze naar zijn moeder. Rachel vraagt erom, en de zussen sluiten een ruil.

Genesis 30:14

3

Ruben en Bilha

Na de dood van Rachel ligt Ruben bij Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Jakob hoort het, maar de tekst vermeldt op dat moment geen reactie.

Genesis 35:22

4

Ruben spaart Jozef

Wanneer de broers Jozef willen doden, zegt Ruben dat zij geen bloed moeten vergieten. Hij stelt voor Jozef in een kuil te werpen, met de bedoeling hem later naar zijn vader terug te brengen. Bij zijn terugkeer is de kuil leeg en scheurt hij zijn klederen.

Genesis 37:21-22

5

Verwijt in Egypte

Als de broers in Egypte in de problemen komen, wijst Ruben hen erop dat hij hen gewaarschuwd had. Jozef verstaat het en wendt zich af om te wenen.

Genesis 42:21-24

6

Twee zonen als onderpand

Ruben biedt zijn vader aan twee van zijn zonen te doden als hij Benjamin niet terugbrengt. Jakob weigert Benjamin mee te geven.

Genesis 42:37

7

Met zijn zonen naar Egypte

Ruben gaat als eerstgeborene met zijn zonen Hanoch, Pallu, Hezron en Karmi mee naar Egypte.

Genesis 46:8-9

8

Jakobs laatste woorden

Jakob noemt Ruben zijn eerstgeborene en zijn kracht, maar vergelijkt hem met snel afstromend water en ontneemt hem de voorrang vanwege zijn zonde met Bilha.

Genesis 49:3-4

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Ruben beter te begrijpen.

Genesis 29:32

“En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.”

De geboorte en naamgeving van Ruben. Lea verbindt zijn naam met de HEERE die haar verdriet heeft gezien.

Genesis 35:22

“En het geschiedde, als Israel in dat land woonde, dat Ruben heenging, en lag bij Bilha, zijns vaders bijwijf; en Israel hoorde het. En de zonen van Jakob waren twaalf.”

De zonde waardoor Ruben later zijn voorrang verloor. De tekst vertelt het kort en zonder commentaar.

Genesis 37:21-22

“Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij zeide: Laat ons hem niet aan het leven slaan. Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen.”

Ruben redt Jozef van de dood. De verteller voegt toe dat hij Jozef heimelijk naar Jakob wilde terugbrengen.

Genesis 37:29-30

“Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen. En hij keerde weder tot zijn broederen, en zeide: De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?”

Ruben was er niet bij toen Jozef verkocht werd. Zijn wanhoop laat zien hoe zwaar hij zijn verantwoordelijkheid als oudste voelde.

Genesis 42:22

“En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!”

Ruim twintig jaar later spreekt het geweten van de broers. Jozef verstaat het gesprek, terwijl zij denken dat hij hen niet begrijpt.

Genesis 42:37

“Toen sprak Ruben tot zijn vader, zeggende: Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng; geef hem in mijn hand, en ik zal hem weder tot u brengen!”

Een vurig maar overhaast aanbod. Jakob gaat er niet op in; later stelt Juda zich wel met succes borg voor Benjamin (Genesis 43:9).

Genesis 49:3-4

“Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte! Snelle afloop als der wateren, gij zult de voortreffelijkste niet zijn! want gij hebt uws vaders leger beklommen; toen hebt gij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen!”

De laatste woorden van Jakob over zijn oudste zoon. Hij erkent zijn plaats, maar ontneemt hem de voorrang.

Deuteronomium 33:6

“Dat Ruben leve, en niet sterve, en dat zijn lieden van getal zijn!”

De zegen van Mozes over de stam Ruben. Na het oordeel van Genesis 49 klinkt hier een bede om behoud.

Tijdperiode

~1900 v.Chr.

Ruben leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Ruben wilde het goede, maar deed het half. Hij sprak zich uit tegen het doden van Jozef (Genesis 37:21), maar zijn plan om hem te redden hield hij voor zich: hij bedacht een omweg om Jozef later stil te bevrijden en voerde die niet door. Toen hij terugkwam, was het te laat (Genesis 37:29). Wij kennen die neiging om het goede te willen zonder er echt voor te gaan staan. Ruben leert ons dat goede bedoelingen niet genoeg zijn als wij ze niet op tijd en met moed uitvoeren. Zijn leven laat ook zien dat zonde gevolgen heeft die lang kunnen doorwerken. Over Genesis 35:22 wordt verder gezwegen, maar op zijn sterfbed komt Jakob erop terug (Genesis 49:4). Wat verborgen of vergeten lijkt, is dat voor God niet. Dat is geen reden tot angst, wel een reden om schuld niet te laten liggen maar haar te belijden. Het geweten van Ruben sprak in Egypte, maar zijn woorden "Heb ik het tot u niet gezegd" (Genesis 42:22) dragen ook iets van zelfrechtvaardiging. Hij was niet onschuldig: hij was erbij geweest en had niet doorgezet. Wanneer wij anderen op hun schuld wijzen, doen wij er goed aan eerst ons eigen deel te erkennen. Ten slotte laat Ruben zien hoe groot Gods genade is. Hij verloor zijn eerstgeboorte, maar niet zijn plaats onder de twaalf stammen. Mozes bad dat Ruben zou leven (Deuteronomium 33:6), en in Openbaring 7:5 staat zijn naam nog. Voor wie schuld heeft, betekent dat: God schrijft mensen niet af. In Christus, de ware Eerstgeborene, is er plaats voor wie tekortschoot.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Ruben

Wie was Ruben in de Bijbel?
Ruben was de eerstgeboren zoon van Jakob en Lea en de stamvader van een van de twaalf stammen van Israël. Hij voorkwam dat zijn broers Jozef doodden, door voor te stellen hem in een kuil te werpen (Genesis 37:21-22). Omdat hij bij Bilha, de bijvrouw van zijn vader, had gelegen (Genesis 35:22), verloor hij zijn voorrang als eerstgeborene. Jakob zei over hem: "gij zult de voortreffelijkste niet zijn!" (Genesis 49:4).
Wat betekent de naam Ruben?
De naam Ruben (Hebreeuws Reoeven) wordt meestal verklaard als: ziet, een zoon. Lea gaf hem die naam en legde hem zelf uit: "Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben" (Genesis 29:32). Het woord zien in de naam verwijst dus naar God, die Lea zag in haar verdriet als minder geliefde vrouw. De naam is daarmee een kleine belijdenis: God ziet wie over het hoofd gezien wordt.
Is Ruben een bijbelse naam?
Ja. Ruben is de naam van de oudste zoon van Jakob, de stamvader van de stam Ruben (Genesis 29:32). De Statenvertaling schrijft hem als Ruben, net als het moderne Nederlands. In het Engels is de vorm Reuben. Als voornaam is Ruben in Nederland en Vlaanderen gangbaar. De Bijbel kent geen andere persoon met deze naam; de stam Ruben is naar hem genoemd.
Waar staat Ruben in de Bijbel?
Ruben zelf staat in Genesis: zijn geboorte (Genesis 29:32), de dudaim (Genesis 30:14), zijn zonde met Bilha (Genesis 35:22), de redding van Jozef (Genesis 37), de reizen naar Egypte (Genesis 42) en de laatste woorden van Jakob (Genesis 49:3-4). De stam Ruben komt daarna terug in onder meer Numeri 1, 16 en 32, Deuteronomium 33:6, Jozua 22, Richteren 5:15-16, 1 Kronieken 5 en Openbaring 7:5.
Hoe redde Ruben Jozef?
Toen de broers Jozef bij Dothan zagen aankomen, wilden zij hem doden. Ruben zei: "Laat ons hem niet aan het leven slaan" en stelde voor hem in een kuil te werpen (Genesis 37:21-22); die kuil was droog (Genesis 37:24). De verteller voegt toe dat hij Jozef daarna naar zijn vader wilde terugbrengen. Maar terwijl Ruben weg was, werd Jozef verkocht. Bij zijn terugkeer was de kuil leeg; hij scheurde zijn klederen en zei: "De jongeling is er niet; en ik, waar zal ik heengaan?" (Genesis 37:30).
Waarom verloor Ruben zijn eerstgeboorterecht?
Ruben verloor zijn eerstgeboorterecht omdat hij bij Bilha had gelegen, de bijvrouw van zijn vader (Genesis 35:22). Jakob noemt dat in zijn laatste woorden: "want gij hebt uws vaders leger beklommen" (Genesis 49:4). 1 Kronieken 5:1 zegt het uitdrukkelijk: omdat hij "zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorte gegeven aan de kinderen van Jozef". De leiding ging naar Juda (1 Kronieken 5:2). Een latere rabbijnse uitleg in de Talmud leest Genesis 35:22 milder: Ruben zou alleen het bed van zijn vader hebben verplaatst. 1 Kronieken 5:1 noemt het echter een ontheiliging van het bed van zijn vader.
Wat betekent "Snelle afloop als der wateren"?
Met deze woorden typeert Jakob zijn oudste zoon (Genesis 49:4). Water dat snel wegloopt, of opbruist en weer wegzakt, is een beeld van onbestendigheid. Ruben had kracht en aanzien als eerstgeborene, maar miste vastheid van karakter. Daarom volgt direct: "gij zult de voortreffelijkste niet zijn!" Uitleggers vertalen het Hebreeuwse woord verschillend, met onstuimig, ongestadig of overmoedig, maar de strekking is dezelfde: Ruben kon zijn hoge positie niet dragen.
Wat waren de dudaim die Ruben vond?
Ruben vond de dudaim tijdens de tarweoogst in het veld en bracht ze naar zijn moeder Lea (Genesis 30:14). Meestal worden ze opgevat als alruinvruchten (mandragora), soms liefdesappels genoemd. In de oudheid geloofde men dat ze de vruchtbaarheid bevorderden. Dat verklaart waarom de onvruchtbare Rachel erom vroeg en Lea in ruil een nacht met Jakob gunde (Genesis 30:15-16). Het verhaal laat vooral zien hoe diep de rivaliteit tussen de twee zussen ging.
Waarom bood Ruben zijn twee zonen aan?
Toen Jakob weigerde Benjamin mee naar Egypte te laten gaan, zei Ruben: "Dood twee mijner zonen, zo ik hem tot u niet wederbreng" (Genesis 42:37). Hij wilde zo laten zien hoe ernstig hij zijn belofte meende. Jakob ging er niet op in: "zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven" (Genesis 42:38). Later stelde Juda zich zelf borg: "Ik zal borg voor hem zijn" (Genesis 43:9). Dat aanbod nam Jakob wel aan.
Wie waren de zonen van Ruben?
Ruben had vier zonen: Hanoch, Pallu, Hezron en Karmi (Genesis 46:9). In Exodus 6:13 en 1 Kronieken 5:3 schrijft de Statenvertaling de laatste als Charmi. Uit Pallu kwam Eliab voort, en diens zonen Dathan en Abiram kwamen met Korach in opstand tegen Mozes en Aaron (Numeri 26:8-9). De stam die uit Ruben voortkwam, telde bij de eerste volkstelling in de woestijn zes en veertig duizend en vijfhonderd mannen (Numeri 1:21).
Waar woonde de stam Ruben?
De stam Ruben woonde ten oosten van de Jordaan. Omdat Ruben en Gad veel vee hadden, vroegen zij Mozes om het weidegebied van Jaezer en Gilead (Numeri 32:1-5). Ruben kreeg uiteindelijk het zuidelijke deel, van de beek Arnon tot Medeba en Hesbon (Jozua 13:15-17). Mozes stemde in op voorwaarde dat hun mannen gewapend meetrokken bij de verovering van Kanaän (Numeri 32:20-22). Na die tijd bouwden zij een altaar aan de Jordaan, niet om te offeren, maar als getuige dat ook zij bij de HEERE hoorden (Jozua 22:26-27).
Wat kunnen wij leren van Ruben?
Ruben leert ons dat goede bedoelingen niet genoeg zijn als wij ze niet met moed uitvoeren: hij wilde Jozef redden, maar was er niet toen het erop aankwam. Ook laat hij zien dat zonde lang kan doorwerken; Jakob kwam op zijn sterfbed terug op wat Ruben jaren eerder had gedaan (Genesis 49:4). Tegelijk toont zijn verhaal Gods trouw: Mozes bad "Dat Ruben leve, en niet sterve" (Deuteronomium 33:6), en de stam bleef deel van Israël.

Stel een vraag over Ruben

Wilt u meer weten over Ruben? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Ruben

Bijbelverhalen rond Ruben

Verdiep u verder