Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1900 v.Chr.

Benjamin in de Bijbel

Binjamin (בִּנְיָמִין, Hebreeuws) - “Zoon van de rechterhand”

Wie was Benjamin?

Benjamin was de jongste zoon van Jakob en Rachel. Rachel stierf bij zijn geboorte onderweg naar Bethlehem en noemde hem Ben-oni, maar Jakob noemde hem Benjamin (Genesis 35:18). In Egypte gebruikte Jozef hem om zijn broers op de proef te stellen. Uit zijn stam kwamen Saul en Paulus.

Benjamin is de jongste van de twaalf zonen van Jakob, en de enige die geboren werd nadat Jakob uit Paddan-Aram was teruggekeerd. Zijn verhaal staat in Genesis 35 en in de hoofdstukken 42 tot en met 45, waar de geschiedenis van Jozef haar ontknoping krijgt. Daarna verschijnt hij nog in de geslachtslijst van Genesis 46 en in de zegen van zijn vader in Genesis 49:27. Het eerste wat de Bijbel van hem vertelt, is zijn naam, en het zijn er twee. Rachel stierf bij de geboorte, en het geschiedde "als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin" (Genesis 35:18). Ben-oni wordt meestal uitgelegd als zoon van mijn smart, Benjamin als zoon van de rechterhand. De Statenvertaling schrijft Benjamin zoals wij, en de naam die Rachel gaf met een koppelteken: Ben-oni. In het Nederlands komt men ook de schrijfwijze Benoni tegen. Opvallend is dat Benjamin in Genesis geen enkel woord spreekt. Er wordt over hem gesproken, om hem onderhandeld en voor hem ingestaan. Jakob houdt hem thuis bij de eerste reis naar Egypte, "want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!" (Genesis 42:4). Jozef, voor wie hij de enige volle broer is, eist dat hij meekomt. Juda stelt zich voor hem borg. En als de zilveren beker in zijn zak gevonden wordt, komt het erop aan of de broers hem laten gaan zoals zij ooit Jozef lieten gaan. Zo is Benjamin minder een handelende persoon dan een toetssteen. Aan de manier waarop de anderen met hem omgaan, ziet de lezer wie zij geworden zijn. Later groeit uit hem een kleine maar opvallende stam, waaruit de eerste koning van Israël en de apostel Paulus voortkomen. Niet te verwarren met naamgenoten die veel later leefden, zoals de Benjamin in de geslachtslijst van 1 Kronieken 7:10 en de Benjamin die in de tijd van Ezra en Nehemia wordt genoemd (Ezra 10:32; Nehemia 3:23), van wie niet zeker is of het steeds dezelfde persoon is.

Historische context

Benjamin werd geboren op de terugreis van Jakob uit Paddan-Aram, waar Jakob twintig jaar bij zijn oom Laban had gewoond en elf zonen en een dochter had gekregen. Benjamin kwam als laatste, onderweg van Beth-El naar het zuiden. Er "was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen" (Genesis 35:16), toen Rachel baarde. Rachel werd begraven "aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem" (Genesis 35:19). Eeuwen later wordt haar graf gesitueerd "aan de landpale van Benjamin" (1 Samuël 10:2); hoe dat zich verhoudt tot de weg naar Bethlehem, verklaren uitleggers verschillend. Bij de aartsvaders is elke datering onzeker. Wie de getallen van 1 Koningen 6:1 en Exodus 12:40 volgt, komt voor de generatie van Jozef en Benjamin rond 1900 v.Chr. uit; anderen dateren haar later, rond 1750 v.Chr. Zijn leeftijd noemt de Bijbel nergens. In de familie had Benjamin een bijzondere plaats. Jakob had twee vrouwen en twee bijvrouwen, en de rivaliteit tussen Lea en Rachel tekent het hele gezin. "En Jakob had Rachel lief" (Genesis 29:18), en die voorkeur ging over op haar zonen. Toen Jozef verdwenen was, bleef Benjamin over als de enige zoon van Rachel. Juda zegt het later tegen Jozef: hij "is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief" (Genesis 44:20). De Jozefgeschiedenis speelt in een tijd van hongersnood. Egypte had graan opgeslagen, en de zonen van Jakob trokken erheen om koren te kopen. Jozef, inmiddels onderkoning, herkende hen en eiste dat zij hun kleinste broer zouden meebrengen. Twee gebruiken uit die tijd verklaren details. Bij de maaltijd zaten de broers op volgorde van leeftijd, "de eerstgeborene naar zijn eerstgeboorte, en de jongere naar zijn jonkheid" (Genesis 43:33), terwijl de Egyptenaren apart aten, omdat zij geen brood mochten eten met de Hebreeën (Genesis 43:32). En van de zilveren beker zegt de hofmeester dat zijn heer er iets mee "zekerlijk waarnemen" zal (Genesis 44:5). Veel uitleggers lezen daarin een verwijzing naar waarzeggerij die bij Jozefs vermomming hoort; de tekst zegt niet dat Jozef het werkelijk deed. Benjamin wordt vaak als kind voorgesteld, maar de tekst is voorzichtiger. Juda noemt hem "een jongeling des ouderdoms, den kleinsten" (Genesis 44:20), terwijl de lijst van wie met Jakob naar Egypte trok hem tien zonen geeft (Genesis 46:21). Uitleggers lossen dat verschillend op: sommigen zien hem als een jonge vader, anderen menen dat de lijst ook kleinzonen meetelt, want Numeri 26:40 noemt Naaman en Ard zonen van Bela, Benjamins eerstgeborene. Na Genesis wordt Benjamin een stam. Zijn erfdeel lag "tussen de kinderen van Juda, en tussen de kinderen van Jozef" (Jozua 18:11), met Jebusi, "deze is Jeruzalem", binnen de grenzen (Jozua 18:28).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Geliefd: zijn vader had hem lief en zijn ziel was aan de zijne gebonden (Genesis 44:30)
  • Een broer naar wie Jozef verlangde: Jozef moest om hem wenen (Genesis 43:30)
  • Ontvankelijk voor verzoening: toen Jozef zich bekendmaakte, weende hij aan zijn hals (Genesis 45:14)
  • Door zijn vader een strijdbare toekomst toegezegd; de wolfszegen ziet vooral op de latere stam (Genesis 49:27)

−Zwakke kanten

  • Genesis noemt bij Benjamin zelf geen zonde of zwakheid; wel zag Jakob hem als kwetsbaar en hield hij hem uit voorzorg thuis (Genesis 42:4)
  • Het wolfsbeeld kreeg in de latere stam een donkere kant: de Benjaminieten weigerden de schuldige mannen van Gibea uit te leveren en "wilden niet horen naar de stem van hun broederen" (Richteren 20:13)

Theologische betekenis

De geschiedenis van Benjamin laat zien hoe God een gebroken familie heelt. De broers hadden Jozef verkocht en hun vader jarenlang laten geloven dat hij verscheurd was. Toen Jozef Benjamin liet komen en daarna de beker in zijn zak liet leggen, ontstond dezelfde situatie opnieuw: een zoon van Rachel dreigt te verdwijnen, en de anderen kunnen vrij naar huis. Jozef zegt: "de man, in wiens hand de beker gevonden is, die zal mijn slaaf zijn; doch trekt gijlieden op in vrede tot uw vader" (Genesis 44:17). Ditmaal laten zij hem niet in de steek. Zij scheuren hun klederen en keren allen terug. Juda draagt daarin het zwaarste. Hij had zich bij zijn vader borg gesteld (Genesis 43:9), en nu biedt hij aan in Benjamins plaats slaaf te worden: "laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!" (Genesis 44:33). Dezelfde Juda had ooit voorgesteld Jozef te verkopen (Genesis 37:26-27). Veel uitleggers zien in zijn aanbod een voorafschaduwing van plaatsvervanging: wie schuld heeft, zet zijn vrijheid in voor de onschuldige. De christelijke uitleg wijst daarbij op Christus, die uit Juda gesproten is (Hebreeën 7:14) en van wie gezegd wordt: "Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden" (Hebreeën 7:22). Dat is toepassing, geen uitspraak van Genesis zelf. De voorkeur van Jakob voor de zonen van Rachel had veel leed veroorzaakt. Toch gebruikt God juist die gevoelige plek om de broers te louteren. Jozefs gunst voor Benjamin, zoals het vijfmaal grotere gerecht (Genesis 43:34), lezen veel uitleggers als een toets: zouden zij de bevoorrechte broer opnieuw benijden? De tekst meldt geen afgunst, en kort daarna laten zij hem niet in de steek. Er is iets veranderd. Bij de zegen van Jakob krijgt Benjamin een strijdbaar beeld (Genesis 49:27). In de geschiedenis van de stam komt dat terug, in de richter Ehud (Richteren 3:15) en in de oorlog om Gibea, waarin de stam bijna werd uitgeroeid (Richteren 20 en 21). Mozes zegent hem anders, als "De beminde des HEEREN" die tussen Gods schouders woont (Deuteronomium 33:12). Beide beelden staan naast elkaar: kracht die kan ontsporen, en een plaats dicht bij God. In het Nieuwe Testament noemt Paulus zijn afkomst twee keer: "van den stam Benjamin" (Romeinen 11:1) en "van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen" (Filippenzen 3:5). In Romeinen 11 dient het als bewijs dat God Zijn volk niet verstoten heeft; Paulus zelf is daar het voorbeeld van. Ook bij de verzegelden in Openbaring 7:8 wordt Benjamin genoemd.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Binjamin (בִּנְיָמִין, Hebreeuws)

Betekenis

Zoon van de rechterhand

Betekenis van de naam Benjamin: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geboorte en twee namen

Onderweg naar Efrath bevalt Rachel zwaar en sterft. Zij noemt haar zoon Ben-oni, maar Jakob noemt hem Benjamin. Rachel wordt begraven aan de weg naar Bethlehem.

Genesis 35:16-20

2

Thuisgehouden door Jakob

Als tien broers naar Egypte trekken om koren te kopen, houdt Jakob Benjamin thuis. Na Jozef wil hij niet ook de tweede zoon van Rachel verliezen.

Genesis 42:4

3

Juda wordt borg

Jozef heeft geëist dat de broers hun kleinste broer meebrengen. Jakob weigert eerst, maar geeft toe wanneer Juda zegt: "Ik zal borg voor hem zijn".

Genesis 43:8-9

4

Aan tafel bij Jozef

Jozef ziet Benjamin, zegent hem en moet zich terugtrekken om te wenen. Bij de maaltijd krijgt Benjamin een gerecht dat vijfmaal groter is dan dat van de anderen.

Genesis 43:29-34

5

De beker in zijn zak

Jozef laat zijn zilveren beker in Benjamins zak leggen. De hofmeester achterhaalt de broers, doorzoekt de zakken van de oudste tot de jongste, en vindt de beker bij Benjamin.

Genesis 44:1-12

6

Juda in zijn plaats

De broers keren allen terug. Juda vertelt hoe hun vader aan Benjamin gehecht is en biedt aan zelf slaaf te blijven, zodat de jongeling naar huis kan.

Genesis 44:18-34

7

De omhelzing

Jozef maakt zich bekend, valt Benjamin om de hals en weent, en Benjamin weent aan zijn hals. Bij het afscheid krijgt Benjamin driehonderd zilverlingen en vijf wisselklederen (Genesis 45:22).

Genesis 45:14-15

8

Met Jakob naar Egypte

Benjamin trekt met zijn vader en de hele familie naar Egypte. De geslachtslijst noemt hem met tien zonen.

Genesis 46:19-21

9

De zegen van Jakob

Op zijn sterfbed vergelijkt Jakob Benjamin met een wolf die des morgens roof eet en des avonds buit uitdeelt, een beeld van strijdbaarheid.

Genesis 49:27

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Benjamin beter te begrijpen.

Genesis 35:18

“En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.”

De twee namen van Benjamin: de naam die zijn stervende moeder gaf en de naam die zijn vader koos.

Genesis 42:38

“Maar hij zeide: Mijn zoon zal met ulieden niet aftrekken; want zijn broeder is dood, en hij is alleen overgebleven; zo hem een verderf ontmoette op den weg, dien gij zult gaan, zo zoudt gij mijn grauwe haren met droefenis ten grave doen nederdalen.”

Jakob weigert Benjamin mee te geven. Na het verlies van Jozef is Benjamin de enige zoon van Rachel die hij nog heeft.

Genesis 43:29

“En hij hief zijn ogen op, en zag Benjamin, zijn broeder, den zoon zijner moeder, en zeide: Is dit uw kleinste broeder, waarvan gij tot mij zeidet? Daarna zeide hij: Mijn zoon! God zij u genadig!”

Jozef ziet zijn volle broer terug. Hij zegent hem, nog zonder zich bekend te maken.

Genesis 43:34

“En hij langde hun van de gerechten, die voor hem waren; maar Benjamins gerecht was vijfmaal groter, dan de gerechten van hen allen. En zij dronken, en zij werden dronken met hem.”

Veel uitleggers lezen deze opvallende voorkeur als een toets: zullen de broers de bevoorrechte broer benijden?

Genesis 44:12

“En hij doorzocht, beginnende met den grootste, en voleindigende met den kleinste; en die beker werd gevonden in den zak van Benjamin.”

Het moment waarop de beproeving haar hoogtepunt bereikt. De broers kunnen Benjamin nu achterlaten, zoals zij eens Jozef verkochten.

Genesis 44:33

“Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken!”

Juda biedt zich aan in de plaats van Benjamin. Dit aanbod breekt Jozefs terughoudendheid.

Genesis 45:14

“En hij viel aan den hals van Benjamin, zijn broeder, en weende; en Benjamin weende aan zijn hals.”

De hereniging van de twee zonen van Rachel, na de bekendmaking van Jozef aan zijn broers.

Genesis 49:27

“Benjamin zal als een wolf verscheuren; des morgens zal hij roof eten, en des avonds zal hij buit uitdelen.”

De zegen van Jakob over Benjamin. Het beeld van de wolf wijst op de strijdbaarheid van de latere stam.

Deuteronomium 33:12

“En van Benjamin zeide hij: De beminde des HEEREN, hij zal zeker bij Hem wonen. Hij zal hem den gansen dag overdekken, en tussen Zijn schouders zal hij wonen!”

De zegen van Mozes over de stam Benjamin. Veel uitleggers verbinden het wonen tussen Gods schouders met Jeruzalem, dat Jozua 18:28 tot het erfdeel van Benjamin rekent, op de grens met Juda.

Tijdperiode

~1900 v.Chr.

Benjamin leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Benjamin zegt in Genesis geen woord, en toch draait het verhaal om hem. Dat herinnert ons eraan dat de mensen die het minst opvallen vaak de plek zijn waar zichtbaar wordt hoe wij werkelijk zijn. Hoe wij omgaan met de jongste, de zwakste of degene die wordt voorgetrokken, zegt meer over ons hart dan wat wij over onszelf beweren. Zijn eerste naam was een naam van smart, en zijn vader gaf hem een andere. Rachel sprak vanuit haar sterven, Jakob over de toekomst van zijn zoon. Wie met verdriet begint, hoeft daar niet door bepaald te blijven. God kan wat het leven ons heeft opgelegd ombuigen tot iets waar hoop in zit. De broers kregen een tweede kans om te doen wat zij bij Jozef hadden nagelaten. Juda, die eens had voorgesteld Jozef te verkopen, zet nu zijn eigen vrijheid in voor Benjamin. Berouw wordt hier zichtbaar in daden. Voor ons betekent dat: werkelijke bekering laat zich zien wanneer dezelfde verleiding terugkomt en wij dan anders kiezen. Tot slot laat Jozefs omhelzing zien hoe diep de band tussen broers kan zijn wanneer het verleden wordt uitgesproken en vergeven. "En hij viel aan den hals van Benjamin, zijn broeder, en weende; en Benjamin weende aan zijn hals" (Genesis 45:14). Wij mogen erop vertrouwen dat God ook in onze families breuken kan helen, zelfs na jaren van zwijgen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Benjamin

Wie was Benjamin in de Bijbel?
Benjamin was de jongste van de twaalf zonen van Jakob en de tweede zoon van Rachel, na Jozef. Rachel stierf bij zijn geboorte (Genesis 35:16-19). In het verhaal van Jozef speelt hij een sleutelrol: Jozef eiste dat de broers hem naar Egypte meebrachten en liet daarna zijn zilveren beker in Benjamins zak leggen. Zo werd zichtbaar of de broers veranderd waren. Benjamin werd de stamvader van de stam Benjamin, waaruit koning Saul en de apostel Paulus voortkwamen.
Wat betekent de naam Benjamin?
Benjamin, in het Hebreeuws Binjamin, betekent zoon van de rechterhand. De rechterhand staat in de Bijbel voor kracht, eer en voorspoed. Omdat in het Hebreeuws rechts ook het zuiden aanduidt (men oriënteerde zich naar het oosten), verklaren sommigen de naam als zoon van het zuiden, mogelijk omdat Benjamin als enige in Kanaän werd geboren, ten zuiden van Paddan-Aram, waar zijn broers ter wereld kwamen. De gangbare uitleg blijft zoon van de rechterhand, als tegenhanger van de naam Ben-oni die zijn moeder hem gaf.
Wie was Benoni in de Bijbel?
Benoni is dezelfde persoon als Benjamin. Toen Rachel bij zijn geboorte stierf, noemde zij haar zoon Ben-oni, wat meestal wordt uitgelegd als zoon van mijn smart. De Statenvertaling zegt: "maar zijn vader noemde hem Benjamin" (Genesis 35:18). Jakob gaf zijn jongste zoon dus een nieuwe naam, zoon van de rechterhand. De Statenvertaling schrijft Ben-oni met een koppelteken; Benoni is de gangbare Nederlandse schrijfwijze. Sommige uitleggers lezen Ben-oni als zoon van mijn kracht (vergelijk "mijn kracht" in Genesis 49:3), maar de meesten houden het op smart.
Waar staat Benjamin in de Bijbel?
Benjamin komt vooral voor in Genesis. Zijn geboorte staat in Genesis 35:16-20, zijn rol in de Jozefgeschiedenis in Genesis 42 tot en met 45, de lijst van zijn zonen in Genesis 46:21 en de zegen van zijn vader in Genesis 49:27. Daarna gaat het meestal over de stam Benjamin: de zegen van Mozes in Deuteronomium 33:12, het erfdeel in Jozua 18 en de oorlog om Gibea in Richteren 20 en 21. In het Nieuwe Testament noemt Paulus zich uit de stam Benjamin (Romeinen 11:1, Filippenzen 3:5).
Waarom liet Jakob Benjamin niet naar Egypte gaan?
Jakob was bang Benjamin te verliezen, zoals hij Jozef had verloren. Benjamin was de enige zoon van Rachel die hij nog had. Bij de eerste reis hield hij hem thuis, "Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!" (Genesis 42:4). Toen Jozef eiste dat de broers hun kleinste broer meebrachten, bood Ruben twee van zijn zonen als onderpand aan (Genesis 42:37). Toch weigerde Jakob, omdat hij vreesde dat zij zijn grauwe haren met droefenis ten grave zouden doen nederdalen (Genesis 42:38). Pas toen de honger zwaar werd en Juda zich borg stelde, gaf hij toe (Genesis 43:1-14).
Waarom kreeg Benjamin vijf keer zoveel te eten?
Bij de maaltijd in Egypte liet Jozef zijn broers van zijn eigen gerechten geven, "maar Benjamins gerecht was vijfmaal groter, dan de gerechten van hen allen" (Genesis 43:34). Jozef liet daarmee zijn liefde voor zijn volle broer blijken; veel uitleggers zien er ook een beproeving in. De broers hadden Jozef vroeger benijd omdat hun vader hem voortrok. Nu zagen zij opnieuw een zoon van Rachel bevoorrecht worden. De tekst meldt geen afgunst, en kort daarna lieten zij Benjamin niet in de steek.
Wat is het verhaal van de beker in de zak van Benjamin?
Jozef liet zijn zilveren beker in de zak van Benjamin leggen en zijn hofmeester de broers achterna sturen. De beker werd gevonden "in den zak van Benjamin" (Genesis 44:12). Jozef zei dat alleen Benjamin zijn slaaf zou worden en dat de anderen vrij naar huis mochten. Zo kregen de broers dezelfde keuze als bij Jozef: een zoon van Rachel achterlaten. Zij keerden allen terug, en Juda bood aan in Benjamins plaats slaaf te blijven (Genesis 44:33). Daarop maakte Jozef zich bekend.
Wat betekent "Benjamin zal als een wolf verscheuren"?
Dat is de zegen die Jakob op zijn sterfbed over Benjamin uitsprak: "Benjamin zal als een wolf verscheuren; des morgens zal hij roof eten, en des avonds zal hij buit uitdelen" (Genesis 49:27). Het beeld wijst op strijdbaarheid. De stam Benjamin leverde bekwame strijders, zoals de richter Ehud (Richteren 3:15) en mannen die rechts en links met stenen wierpen (1 Kronieken 12:2). Dezelfde kracht kon ontsporen, zoals in de oorlog om Gibea (Richteren 20). Mozes zegende Benjamin daarnaast als "De beminde des HEEREN" (Deuteronomium 33:12).
Welke bekende personen kwamen uit de stam Benjamin?
Uit de stam Benjamin kwamen onder anderen de richter Ehud (Richteren 3:15), Saul, de eerste koning van Israël (1 Samuël 9:1-2), Mordechai uit het boek Esther (Esther 2:5) en de apostel Paulus (Filippenzen 3:5). De Statenvertaling noemt een Benjaminiet soms "een zoon van Jemini" of "een man van Jemini". Na de scheuring van het rijk bleef de stam Benjamin met Juda verbonden aan het huis van David (1 Koningen 12:21).
Hoe oud was Benjamin toen hij naar Egypte ging?
De Bijbel noemt zijn leeftijd niet. Juda spreekt over hem als "een jongeling des ouderdoms, den kleinsten" (Genesis 44:20), en dat heeft het beeld van een jonge knaap opgeleverd. Maar in de lijst van wie met Jakob naar Egypte trok, krijgt Benjamin tien zonen (Genesis 46:21). Uitleggers verklaren dat verschillend: sommigen denken aan een jonge vader, anderen aan een lijst die ook kleinzonen meetelt; Numeri 26:40 noemt Naaman en Ard zonen van Bela. De uitdrukking legt vooral de nadruk op hem als de jongste en als zoon van Jakobs ouderdom.
Waarom heet het jongste kind de benjamin van het gezin?
De uitdrukking komt rechtstreeks uit Genesis. Benjamin was de jongste van de twaalf zonen van Jakob en werd door zijn vader bijzonder beschermd en liefgehad (Genesis 44:20). Daarom noemen wij in het Nederlands het jongste kind van een gezin, of de jongste van een groep, de benjamin. De uitdrukking draagt vaak iets mee van de bijzondere zorg die Jakob voor zijn jongste had.
Wat kunnen wij leren van Benjamin?
Benjamin spreekt in Genesis geen woord, maar aan hem wordt zichtbaar wie zijn broers geworden zijn. Dat leert ons dat de manier waarop wij omgaan met de jongste of de zwakste veel over ons hart zegt. Zijn twee namen laten zien dat een leven dat met verdriet begint, niet door dat verdriet bepaald hoeft te blijven. En Juda’s borgtocht voor Benjamin en de omhelzing met Jozef tonen dat God berouw en verzoening kan werken in een gebroken familie.

Stel een vraag over Benjamin

Wilt u meer weten over Benjamin? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Benjamin

Bijbelverhalen rond Benjamin

Verdiep u verder