Jozef wordt verkocht door zijn broers
Uit haat verkocht, door God naar Egypte gezonden
Samenvatting
Jozef wordt verkocht door zijn broers (Genesis 37) gaat over de zeventienjarige lievelingszoon van Jakob, die een veelvervige rok krijgt en dromen vertelt waarin zijn broers voor hem buigen. De broers haten hem. In Dothan werpen zij hem in een lege kuil en verkopen hem voor twintig zilverlingen aan kooplieden op weg naar Egypte. Jakob rouwt om een zoon die hij dood waant. Later blijkt dat God Jozef vooruit had gezonden.
Bijbelgedeelte
“En Israel had Jozef lief, boven al zijn zonen; want hij was hem een zoon des ouderdoms; en hij maakte hem een veelvervigen rok.”
“En zij zeiden de een tot den ander: Ziet, daar komt die meester-dromer aan!”
“Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.”
“Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.”
“Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.”
Het verhaal
Genesis 37 opent een nieuw deel van het boek met de woorden "Dit zijn Jakobs geschiedenissen" (Genesis 37:2). Jakob woont met zijn grote gezin in Kanaän, het land waar zijn vader Izak als vreemdeling had gewoond. Vanaf hier staat Jozef in het middelpunt, de oudste zoon van Rachel. Zijn hele levensweg, tot de hongersnood en de verzoening, leest u bij Jozef in Egypte. Dit hoofdstuk vertelt hoe die weg begon: met haat in het eigen gezin.
Waarom haatten de broers Jozef?
Jozef was zeventien jaar. Hij weidde de kudde samen met de zonen van Bilha en Zilpa, de andere vrouwen van zijn vader, en hij bracht "hun kwaad gerucht tot hun vader" (Genesis 37:2). Hij vertelde Jakob dus wat er voor kwaads over hen gezegd werd. De tekst zegt niet of dat terecht was. Jakob had Jozef lief "boven al zijn zonen", omdat hij hem op hoge leeftijd gekregen had, en hij maakte hem "een veelvervigen rok" (Genesis 37:3). Die voorkeur was voor iedereen te zien. Toen de broers dat zagen, "haatten zij hem, en konden hem niet vredelijk toespreken" (Genesis 37:4). Er kon geen vriendelijk woord meer af.
Wat droomde Jozef?
Toen kreeg Jozef twee dromen, en hij vertelde ze. In de eerste droom bonden de broers samen schoven op het veld. Jozefs schoof ging rechtop staan, en de schoven van de broers kwamen eromheen en bogen zich voor zijn schoof. De broers begrepen wat dat betekende. Zij vroegen of hij dan werkelijk over hen zou regeren, en zij haatten hem nog meer, om zijn dromen en om zijn woorden (Genesis 37:8).
In de tweede droom bogen de zon, de maan en elf sterren zich voor Jozef neer. Deze droom vertelde hij ook aan zijn vader. Jakob bestrafte hem: moesten zijn vader, zijn moeder en zijn broers zich dan voor hem ter aarde buigen? De broers benijdden Jozef, "doch zijn vader bewaarde deze zaak" (Genesis 37:11). Jakob zette de droom dus niet zomaar opzij.
Wat deden Jozefs broers in Dothan?
De broers trokken met de kudde naar Sichem, ver ten noorden van het dal van Hebron, waar Jakob woonde. Jakob stuurde Jozef hen achterna om te zien hoe het met hen en met de kudde ging. Jozef antwoordde zijn vader: "Zie, hier ben ik" (Genesis 37:13). Bij Sichem vond hij zijn broers niet. Een man trof hem dwalend in het veld aan en vertelde dat zij naar Dothan waren gegaan. Daar vond Jozef hen.
De broers zagen hem al van verre. Nog voordat hij bij hen was, smeedden zij een plan om hem te doden. "Ziet, daar komt die meester-dromer aan" (Genesis 37:19), zeiden zij tegen elkaar. Zij wilden hem doodslaan, in een van de kuilen werpen en zeggen dat een wild dier hem had opgegeten: "zo zullen wij zien, wat van zijn dromen worden zal" (Genesis 37:20). Ruben, de eerstgeborene, hield hen tegen. Hij zei: "Vergiet geen bloed" (Genesis 37:22), en stelde voor Jozef levend in een kuil in de woestijn te werpen. De tekst noemt zijn bedoeling: hij wilde Jozef later redden en naar zijn vader terugbrengen.
Zo gebeurde het. Toen Jozef bij hen kwam, trokken zij hem zijn veelvervige rok uit en wierpen hem in de kuil. De kuil was leeg; er was geen water in. Daarna gingen zij zitten om te eten. Wat Jozef in die kuil deed, vertelt Genesis 37 niet. Jaren later bekenden de broers dat zij zijn benauwdheid hadden gezien, "toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet" (Genesis 42:21).
Hoe werd Jozef verkocht?
Terwijl zij aten, zagen zij een reisgezelschap van Ismaëlieten uit Gilead komen. Hun kamelen droegen specerijen, balsem en mirre naar Egypte. Juda vroeg wat het hun zou opleveren als zij hun broer doodsloegen en zijn bloed verborgen. Hij stelde voor Jozef te verkopen, "want hij is onze broeder, ons vlees" (Genesis 37:27). De broers stemden in. Toen de Midianietische kooplieden voorbijkwamen, trokken zij Jozef uit de kuil en verkochten hem voor twintig zilverlingen. Zo werd Jozef naar Egypte gebracht.
Ruben was er blijkbaar niet bij. Toen hij bij de kuil terugkwam, was Jozef weg. Hij scheurde zijn kleren en zei tegen zijn broers: "De jongeling is er niet" (Genesis 37:30). Waar moest hij nu heen?
Hoe hoorde Jakob dat Jozef weg was?
De broers slachtten een geitenbok en doopten de rok van Jozef in het bloed. Zij lieten de rok naar hun vader brengen met de vraag of dit de rok van zijn zoon was. Jakob herkende hem en riep: "Het is mijns zoons rok! een boos dier heeft hem opgegeten" (Genesis 37:33). De broers zeiden alleen dat zij de rok gevonden hadden; de conclusie lieten zij hun vader zelf trekken. Jakob scheurde zijn kleren, legde een zak om zijn lenden en rouwde vele dagen. Al zijn zonen en dochters probeerden hem te troosten, maar hij weigerde. Hij zei dat hij rouwend naar zijn zoon in het graf zou dalen.
Het hoofdstuk eindigt niet bij Jakob, maar in Egypte. De Midianieten verkochten Jozef aan Potifar, een hoveling van Farao, "overste der trawanten" (Genesis 37:36), dat is het hoofd van de lijfwacht. Jakob rouwde om een zoon die nog leefde. Hoe het Jozef in het huis van Potifar verging, vertelt Genesis 39.
Achtergrond
Jakob woonde in het dal van Hebron. Sichem lag ongeveer tachtig kilometer noordelijker. Jakob had daar eerder een stuk land gekocht (Genesis 33:19), en het was ook de stad waar Simeon en Levi bloedig wraak hadden genomen voor hun zus Dina (Genesis 34:25). Dothan lag nog een eind verder naar het noorden. Dat een karavaan uit Gilead op weg naar Egypte erlangs kwam, past bij een plaats aan een handelsweg.
Het woord dat de Statenvertaling met veelvervig weergeeft, betekent daar veelkleurig. Het Hebreeuwse woord is onzeker; andere uitleggers denken aan een lang kleed met lange mouwen. Hetzelfde woord gebruikt de Bijbel voor de kleding van de dochters van de koning (2 Samuël 13:18). In elk geval was het een kostbaar kleed en een zichtbaar teken van Jakobs voorkeur. Sommige uitleggers zien er ook een aanwijzing in dat Jakob Jozef de plaats van de eerstgeborene gaf. Volgens 1 Kronieken 5:1 ging het eerstgeboorterecht later inderdaad van Ruben over op de zonen van Jozef.
Een kuil was waarschijnlijk een uitgehakte put om regenwater op te vangen. De tekst noemt de kopers zowel Ismaëlieten als Midianieten (Genesis 37:25, 28 en 36). Richteren 8:24 noemt Midianieten ook Ismaëlieten; veel uitleggers zien daarom twee namen voor dezelfde handelaars. Bij een gelofte schatte de wet later een jongen tussen vijf en twintig jaar op twintig sikkelen zilver (Leviticus 27:5). Dat is geen marktprijs, maar het geeft een indruk van het bedrag.
Veel uitleggers wijzen op een pijnlijke herhaling. Jakob bedroog zelf ooit zijn vader met de vellen van geitenbokjes (Genesis 27:16). Nu werd hij door zijn eigen zonen bedrogen met het bloed van een geitenbok.
Betekenis
In Genesis 37 valt de naam van God niet één keer. Toch is Hij de verborgen hoofdpersoon. De dromen van Jozef blijken geen eigen fantasie. Jaren later bogen de broers zich voor hem neer "met de aangezichten ter aarde" (Genesis 42:6), en Jozef dacht toen aan zijn dromen (Genesis 42:9). De broers wilden zien "wat van zijn dromen worden zal" (Genesis 37:20). Het antwoord kwam van God.
De Bijbel legt zelf uit wat er in Dothan gebeurde. Psalm 105 zegt het zo: "Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf" (Psalm 105:17). Jozef zei het later tegen zijn broers: "want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens" (Genesis 45:5). En na de dood van Jakob: "Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht" (Genesis 50:20). Dat maakt de broers niet onschuldig. Zij waren schuldig en wisten het (Genesis 42:21). God is niet de bewerker van hun zonde, maar Hij regeert zo dat zelfs hun kwaad Zijn plan moet dienen. Dat is wat de kerk belijdt over Gods voorzienigheid (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10; Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13).
God werkt ook in de broers zelf. Juda stelde in Dothan voor om Jozef te verkopen. Jaren later bood dezelfde Juda zichzelf aan als slaaf in de plaats van zijn jongste broer Benjamin: "laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven" (Genesis 44:33). Wie Genesis 37 leest, mag die verandering niet overslaan. Het hoofdstuk eindigt in rouw en leugen, maar God was nog niet klaar met dit gezin.
Het Nieuwe Testament neemt Jozef op in de rede van Stefanus: "En de patriarchen, nijdig zijnde, verkochten Jozef, om naar Egypte gebracht te worden; en God was met hem" (Handelingen 7:9). Stefanus laat daarna zien hoe ook Mozes door zijn volk werd verloochend, terwijl God juist Mozes als verlosser zond (Handelingen 7:35). Zijn rede loopt uit op de Rechtvaardige, Die de leiders verraden en gedood hebben (Handelingen 7:52). In die lijn zien veel gereformeerde uitleggers in Jozef iemand die vooruitwijst naar Christus: door de Zijnen verworpen en verkocht, en juist zo de redder van wie Hem verwierpen.
Lessen voor vandaag
God regeert ook waar Zijn naam niet valt. Genesis 37 leest als een geschiedenis van mensen: een vader die voortrekt, een zoon die dromen vertelt, broers die haten. Toch was de HEERE aan het werk. Dat geeft rust aan wie zelf in een donker hoofdstuk zit. Wij zien vaak alleen de kuil, maar God ziet de weg die erachter ligt. Dat is geen goedkope troost: Jozef zat werkelijk in de kuil en riep om genade.
God neemt nijd ernstig. Wat begon met voorkeur en jaloezie, eindigde bijna in moord. De Bijbel zegt het scherp: "Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager" (1 Johannes 3:15). Maar God liet de broers niet met rust; jaren later stonden zij met hun schuld voor Jozef. Wie nijd in het eigen hart herkent, mag die bij God belijden voordat zij ons beheerst.
God maakt een gebroken gezin niet mooier dan het is, maar Hij laat het ook niet los. Er is in dit hoofdstuk geen held. Toch bracht God juist uit deze familie het volk voort waaruit de Heere Jezus zou komen. Dat bemoedigt ouders en kinderen in gezinnen waar het moeilijk is: de HEERE werkt met mensen zoals zij werkelijk zijn, en Hij kan wat zij bedierven ten goede keren.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Jakob woonde met zijn grote gezin in het land Kanaän. Hij had twaalf zonen. Een van hen heette Jozef. Jozef was zeventien jaar. Hij hielp zijn broers bij de kudde van hun vader. Een kudde is een grote groep schapen en geiten.
Jakob had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen. Jozef was geboren toen Jakob al oud was. Jakob maakte voor Jozef een veelvervige rok. Dat is een mooi kleed met veel kleuren. De broers zagen dat hun vader Jozef het liefst had. Daarom haatten zij hem. Ze konden geen vriendelijk woord meer tegen hem zeggen.
Op een keer had Jozef een droom. Hij vertelde die aan zijn broers. Hij zei: "Hoort toch dezen droom, dien ik gedroomd heb". In de droom waren ze samen schoven aan het binden op het veld. Een schoof is een bos graan, bij elkaar gebonden. De schoof van Jozef ging rechtop staan. De schoven van de broers kwamen eromheen en bogen voor zijn schoof. De broers vroegen of Jozef dan werkelijk over hen zou regeren. Zo haatten ze hem nog meer, om zijn dromen en om zijn woorden.
Toen had Jozef nog een droom. Nu bogen de zon, de maan en elf sterren voor hem. Dat vertelde hij aan zijn broers en aan zijn vader. Jakob bestrafte hem. Moesten zijn vader en moeder en broers soms voor Jozef buigen? De broers werden nog jaloerser. Maar Jakob bleef over de droom nadenken.
Op een dag waren de broers met de kudde ver weg, bij Sichem. Jakob zei tegen Jozef dat hij naar hen toe moest gaan. Hij moest kijken hoe het met hen en met de dieren ging. Jozef zei: "Zie, hier ben ik". Hij ging op weg. Bij Sichem vond hij zijn broers niet. Een man vertelde hem dat ze naar Dothan waren gegaan. Daar vond Jozef hen.
De broers zagen hem al van ver aankomen. Ze zeiden tegen elkaar: "Ziet, daar komt die meester-dromer aan". Ze bedachten een slecht plan. Ze wilden Jozef doden en in een kuil gooien. Dan zouden ze zeggen dat een wild dier hem had opgegeten. En dan zouden ze zien wat er van zijn dromen werd. Maar Ruben, de oudste broer, zei: "Vergiet geen bloed". Hij zei dat ze Jozef liever levend in de kuil moesten gooien. Ruben wilde hem later redden en terugbrengen naar zijn vader.
Toen Jozef bij hen kwam, trokken de broers zijn mooie rok uit. Ze gooiden hem in de kuil. Een kuil was een diepe put in de grond. Er zat geen water in. Daarna gingen de broers zitten om te eten. Veel later zeiden de broers tegen elkaar dat Jozef hen om genade had gesmeekt. Maar ze hadden niet geluisterd.
Terwijl ze aten, zagen ze een groep kooplieden met kamelen. Die waren op weg naar Egypte. Toen zei Juda dat het hun niets opleverde om hun broer te doden. Hij was toch hun eigen broer. Juda stelde voor om Jozef te verkopen. Zo gebeurde het. Ze haalden Jozef uit de kuil en verkochten hem voor twintig zilverlingen. Dat zijn zilveren geldstukken. De kooplieden namen Jozef mee naar Egypte.
Later kwam Ruben terug bij de kuil. Jozef was weg. Ruben scheurde zijn kleren. Zo liet je in die tijd zien dat je heel verdrietig was. Hij wist niet wat hij nu moest doen.
De broers slachtten een geitenbok. Ze doopten de rok van Jozef in het bloed. Die rok lieten ze naar hun vader brengen. Ze vroegen of dit de rok van zijn zoon was. Jakob herkende hem. Hij riep: "Het is mijns zoons rok". Hij dacht dat een wild dier Jozef had verscheurd.
Jakob was diep bedroefd. Hij scheurde zijn kleren en trok een zak aan, een ruw kleed van verdriet. Al zijn kinderen probeerden hem te troosten. Maar Jakob wilde niet getroost worden. Hij huilde om Jozef.
Maar Jozef leefde nog. In Egypte verkochten de kooplieden hem aan Potifar. Dat was een belangrijke man, het hoofd van de lijfwacht van Farao, de koning van Egypte. In deze hele geschiedenis wordt de naam van God niet genoemd. Toch was God er wel. Iets verder in de Bijbel staat dat de HEERE met Jozef was. Jaren later bogen de broers zich werkelijk voor Jozef neer, zoals in zijn dromen. Daarna zei Jozef tegen hen dat God Zelf hem vooruit had gestuurd naar Egypte. Zij hadden kwaad bedacht, maar God had het ten goede bedacht. Zo is de HEERE: Hij regeert, ook als mensen kwaad doen.
“Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht” (Genesis 50:20)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak waarom God Jozef niet uit de kuil haalde. Antwoord eerlijk: Jozef had het werkelijk zwaar, en in Genesis 37 krijgt hij van God nog geen uitleg. Later zei Jozef zelf dat hij juist zo door God naar Egypte gezonden was om velen in het leven te houden (Genesis 45:5). Wij begrijpen niet altijd wat God doet, maar Hij weet de weg.
- Maak van Jozef geen held en van de broers geen schurken uit een prentenboek. De tekst vertelt eerlijk dat Jakob een lievelingszoon had en dat Jozef kwade geruchten over zijn broers aan zijn vader vertelde, zonder te zeggen of dat goed was. God werkt met een gebroken gezin. Laat Hem de hoofdpersoon zijn.
- Voor kinderen van vier tot zeven kunt u het plan om Jozef te doden in één zin noemen en de nadruk leggen op de kuil, de verkoop en het verdriet van Jakob. Leg de moeilijke woorden één keer uit: schoof, kuil, zilverling en een zak als rouwkleed. Genesis 37:3-4 kunt u zelf uit de Bijbel voorlezen.
- Een kind kan schrikken van de bebloede rok en de leugen tegen vader Jakob. Zeg dan dat de geschiedenis hier niet ophoudt. Vertel er een volgende keer bij hoe Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte en hoe Jakob hoorde dat zijn zoon leefde (Genesis 45). Zo zien kinderen dat God het kwaad keerde.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat kreeg Jozef van zijn vader Jakob?
- NavertellenWaar gooiden de broers Jozef in?
- VerwonderenWie had Jozef naar Egypte gestuurd, zei Jozef veel later?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat droomde Jozef, en wat deden zijn broers toen ze die dromen hoorden?
- BetekenisJozef zei later dat God Zelf hem naar Egypte had gestuurd. Hoe kan dat, terwijl zijn broers hem verkochten?
- VerbindingJozef werd door zijn eigen broers weggedaan en werd later hun redder. Aan Wie doet dat je denken, en waarom?
- ToepassingDe broers waren zo jaloers dat ze geen vriendelijk woord meer zeiden. Wat kun jij doen als je jaloers bent, en bij Wie vraag je hulp?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Handelingen 7:9-10. Wat zegt Stefanus over Jozef dat Genesis 37 niet met zoveel woorden zegt, en waarom noemt hij Jozef in zijn rede?
- Wie is God?In Genesis 37 wordt Gods naam niet genoemd, maar Psalm 105:17 zegt dat God Jozef zond. Wat zegt dat over hoe God werkt in gewone en zelfs slechte gebeurtenissen?
- Moeilijke vraagAls God het kwaad van de broers ten goede gebruikte, waren zij dan nog schuldig? Lees ook Genesis 42:21. Hoe houdt de Bijbel die twee dingen samen?
- PersoonlijkWaar merk jij dat voortrekken of jaloezie in een gezin of klas veel kapotmaakt, en wat betekent het voor jou dat God ook dan regeert?
Gebedspunt: Dank God dat Hij regeert, ook als mensen kwaad doen, en dat Hij het kwaad ten goede kan keren. Bid om een hart zonder nijd en om vergeving voor wat wij elkaar in het gezin aandoen.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Jozef wordt verkocht door zijn broers
Waar staat het verhaal van Jozef en zijn broers in de Bijbel?
De geschiedenis van Jozef die door zijn broers verkocht wordt, staat in Genesis 37. Daarna volgt in Genesis 38 eerst een geschiedenis over Juda. Vanaf Genesis 39 gaat het verder met Jozef in Egypte: bij Potifar, in de gevangenis en voor Farao. De broers ontmoeten Jozef weer in Genesis 42 tot en met 45, waar hij zich aan hen bekendmaakt. Het boek Genesis eindigt met de dood van Jozef in Genesis 50.
Hoe oud was Jozef toen hij verkocht werd?
Jozef was zeventien jaar toen hij met zijn broers de kudde weidde (Genesis 37:2), en kort daarna werd hij verkocht. Toen hij voor Farao stond, was hij dertig jaar (Genesis 41:46). Tussen die twee momenten liggen dus ongeveer dertien jaar als slaaf in het huis van Potifar en als gevangene. Pas daarna kwam de verhoging, en nog later de ontmoeting met zijn broers.
Was de veelkleurige rok van Jozef een jas in alle kleuren van de regenboog?
Dat is een beeld uit kinderbijbels en musicals. De Statenvertaling spreekt van "een veelvervigen rok" (Genesis 37:3), dat is een veelkleurig kleed. Het Hebreeuwse woord is niet zeker; andere uitleggers denken aan een lang kleed met lange mouwen, en dan aan kleding die niet voor het werk op het veld bedoeld was. Van een regenboog zegt de Bijbel niets. Wel is duidelijk dat het kleed een teken van Jakobs voorkeur was.
Waarom noemt Genesis 37 zowel Ismaëlieten als Midianieten?
In Genesis 37:25 en 27 is sprake van Ismaëlieten en in vers 36 van Midianieten. Vers 28 noemt beide namen in één zin: de Midianietische kooplieden trekken voorbij, en de broers verkopen Jozef "aan deze Ismaelieten". Richteren 8:24 noemt Midianieten ook Ismaëlieten, en daarom zien veel uitleggers hier twee namen voor dezelfde karavaan van handelaars. Anderen denken aan twee groepen die samen reisden. Genesis 39:1 vat het samen: Potifar kocht Jozef "uit de hand der Ismaelieten". Voor de geschiedenis zelf verandert het niets: Jozef werd als slaaf naar Egypte gebracht.
Wat betekent dat God het kwaad ten goede heeft gedacht?
Na de dood van Jakob zei Jozef tegen zijn broers: "Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht" (Genesis 50:20). De broers wilden Jozef kwijt. God gebruikte juist die verkoop om Jozef in Egypte te brengen, zodat hij in de hongersnood velen in leven kon houden, ook zijn eigen familie. God keurde de zonde niet goed, maar Hij regeerde erdoorheen.
Waren de broers van Jozef schuldig als God het zo bestuurde?
Ja. De Bijbel houdt allebei vast: God regeert, en mensen zijn verantwoordelijk voor wat zij doen. De broers wisten het zelf: "wij zijn schuldig aan onzen broeder" (Genesis 42:21). Jozef vergaf hen en wees hen op Gods plan, maar hij noemde wat zij gedaan hadden wel kwaad. Hoe die twee precies samengaan, blijft voor ons een geheim. De Bijbel gebruikt Gods regering nooit als excuus voor zonde.
Wilde Ruben Jozef echt redden?
Ja, de tekst noemt het zelf: Ruben zei dat zij geen bloed moesten vergieten, opdat hij Jozef "uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen" (Genesis 37:22). Toen hij terugkwam, was Jozef al verkocht. Waarom Ruben er op dat moment niet bij was, zegt de tekst niet. Jaren later herinnerde hij zijn broers eraan dat hij hen had gewaarschuwd (Genesis 42:22).
Was Jozef verwaand omdat hij zijn dromen vertelde?
Dat wordt vaak gezegd, maar de tekst oordeelt er niet over. Genesis 37 vertelt dat Jozef zijn dromen aan zijn broers en zijn vader vertelde en dat de broers hem daarom nog meer haatten. Jakob bestrafte hem, maar bewaarde de zaak wel. Of Jozef onverstandig of trots was, laat de Bijbel open. Wel blijkt later dat de dromen van God kwamen: de broers bogen zich werkelijk voor hem neer (Genesis 42:6).
Kwamen de dromen van Jozef uit?
Ja. Toen de broers in de hongersnood koren kwamen kopen in Egypte, bogen zij zich voor Jozef neer, "met de aangezichten ter aarde" (Genesis 42:6). Jozef dacht toen aan de dromen die hij gedroomd had (Genesis 42:9). Later bogen zij zich opnieuw voor hem (Genesis 43:26), en na de dood van Jakob zeiden zij zelfs: "Zie, wij zijn u tot knechten" (Genesis 50:18). Wat de broers wilden verhinderen, gebeurde juist door hun daad.
Wat heeft Jozef met de Heere Jezus te maken?
Het Nieuwe Testament noemt Jozef in de rede van Stefanus: de patriarchen verkochten Jozef uit nijd, "en God was met hem" (Handelingen 7:9). Stefanus laat zien dat Israël vaker de verlossers afwees die God zond, en eindigt bij Christus (Handelingen 7:52). Veel gereformeerde uitleggers zien in Jozef daarom iemand die vooruitwijst naar Christus: door de Zijnen verworpen en verkocht, en juist zo hun redder.
Hoe vertelt u het verhaal van Jozef en zijn broers aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Genesis 37 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Noem het plan van de broers sober en laat het verdriet van Jakob staan. Vertel ook eerlijk dat Gods naam in dit hoofdstuk niet valt, en laat aan het slot zien dat God Jozef vooruit had gezonden (Genesis 45:5).
Stel een vraag over Jozef wordt verkocht door zijn broers
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.