Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Kajafas in de Bijbel

Kaïafas (Καϊάφας, Grieks) - “Betekenis onzeker”

Wie was Kajafas?

Kajafas was de Joodse hogepriester in Jeruzalem ten tijde van Jezus’ lijden en een schoonzoon van Annas. Hij zei in de raad dat Jezus moest sterven, omdat het nut was "dat een mens sterve voor het volk" (Johannes 11:50). Bij het nachtelijk verhoor noemde hij Jezus’ belijdenis godslastering en leverde Hem over aan Pilatus.

Kajafas komt in het Nieuwe Testament op een handvol plaatsen voor, maar steeds op een beslissend moment. Lukas noemt hem bij de datering van het optreden van Johannes de Doper (Lukas 3:2). Johannes laat hem aan het woord in de raad na de opwekking van Lazarus (Johannes 11:47-53) en beschrijft hoe Jezus via Annas bij hem kwam (Johannes 18:13-28). Mattheüs vertelt over de samenzwering in zijn zaal en over het nachtelijk verhoor (Mattheüs 26:3-5 en 26:57-68). In Handelingen 4:6 zit hij opnieuw in de raad, nu tegenover Petrus en Johannes. De Statenvertaling schrijft zijn naam als Kajafas, gelijk aan de gangbare Nederlandse spelling. In het Grieks luidt de naam Kaïafas; in Engelstalige literatuur heet hij Caiaphas. Markus en Lukas noemen in het verhaal van het proces geen naam en spreken alleen van de hogepriester (Markus 14:53, Lukas 22:54). Zijn bekendste uitspraak klinkt nuchter en politiek. De raad vreest dat de Romeinen zullen komen "en wegnemen beide onze plaats en volk" (Johannes 11:48), en Kajafas snijdt de discussie af: "Gij verstaat niets" (Johannes 11:49). Het is beter dat één mens sterft dan dat het hele volk verloren gaat. Johannes voegt eraan toe dat hij dat "niet uit zichzelven" zei, maar als hogepriester profeteerde dat Jezus zou sterven voor het volk (Johannes 11:51). Bij Kajafas hoort zijn schoonvader Annas, die in het lijdensverhaal een eigen rol speelt. Jezus werd na de arrestatie "eerst tot Annas" gebracht (Johannes 18:13), die Hem gebonden naar Kajafas zond (Johannes 18:24). Wie Jezus daartussen ondervroeg (Johannes 18:19), is een uitlegvraag: Johannes spreekt van "de hogepriester", en de Statenvertaling zet vers 24 tussen haakjes en in de voltooide tijd, als terugblik. Annas is niet te verwarren met de latere hogepriester Ananias, die Paulus liet slaan (Handelingen 23:2). En de Johannes die in Handelingen 4:6 naast Kajafas staat, hoort bij het hogepriesterlijk geslacht en is niet de apostel. Na Handelingen 4 noemt de Bijbel Kajafas niet meer bij naam.

Historische context

Kajafas was hogepriester in de jaren dat Judea rechtstreeks onder Romeins bestuur stond. De Joodse geschiedschrijver Josephus vermeldt dat de stadhouder Valerius Gratus hem benoemde, omstreeks 18 n.Chr., en dat Vitellius, de stadhouder van Syrië, hem omstreeks 36 n.Chr. afzette, kort nadat Pilatus naar Rome was teruggestuurd. Josephus noemt hem Jozef, die Kajafas genoemd werd. Met ongeveer achttien jaar diende hij veel langer dan de meeste hogepriesters van zijn eeuw, wat wijst op een werkbare verhouding met Rome. Het proces van Jezus valt in zijn ambtsperiode, omstreeks 30 n.Chr.; sommige uitleggers denken aan 33 n.Chr. In de Romeinse tijd was het hogepriesterschap geen ambt voor het leven meer. De Romeinse bestuurders benoemden en ontsloegen hogepriesters naar eigen inzicht. Dat verklaart waarschijnlijk waarom Lukas spreekt van "de hogepriesters Annas en Kajafas" (Lukas 3:2). Annas was volgens Josephus hogepriester van 6 tot 15 n.Chr. en werd daarna door de Romeinen afgezet, maar hij behield zijn gezag; vijf van zijn zonen werden later ook hogepriester. Alleen Johannes vermeldt dat Kajafas zijn schoonzoon was (Johannes 18:13). In Handelingen 4:6 heet Annas nog altijd "de hogepriester": de titel bleef aan hem verbonden. De uitdrukking "deszelven jaars hogepriester" (Johannes 11:49) betekent niet dat het ambt elk jaar wisselde. Johannes bedoelt waarschijnlijk: hogepriester in dat ene, beslissende jaar. De hogepriester zat de raad voor, het hoogste Joodse college in Jeruzalem voor godsdienstige en juridische zaken. De hogepriesterlijke families behoorden waarschijnlijk tot de Sadduceeën; Handelingen 5:17 zegt dat van de hogepriester en "allen, die met hem waren". De raad mocht volgens Johannes 18:31 niemand ter dood brengen. Daarom ging de zaak naar Pilatus, en daarom kreeg de aanklacht daar een politieke kleur (Lukas 23:2). Over de gang van zaken bij het nachtelijk verhoor is veel geschreven. De Misjna, een joodse wetsverzameling die rond 200 n.Chr. op schrift kwam, verbiedt onder meer halsrechtzaken in de nacht en op de vooravond van een feest. Of die regels in Jezus’ tijd al golden, is onzeker. In 1990 werd ten zuiden van de oude stad van Jeruzalem een familiegraf ontdekt met een rijk versierde knekelkist waarop in het Aramees de naam Jozef, zoon van Kajafa staat. Veel archeologen houden haar voor de knekelkist van de hogepriester uit de evangeliën, maar die identificatie is niet onomstreden.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Besluitvaardig: waar de raad vroeg wat te doen, kwam hij met een helder voorstel (Johannes 11:47-50)
  • Als voorzitter van de raad deelde hij de zorg om volk en tempel onder Rome (Johannes 11:48)
  • Bestuurlijk bekwaam: volgens Josephus hield hij zich ongeveer achttien jaar als hogepriester staande

−Zwakke kanten

  • Berekenend: hij woog een mensenleven af tegen politiek belang (Johannes 11:50)
  • Als voorzitter van de raad leidde hij een zitting waarin valse getuigen werden gezocht voor een besluit dat al vaststond (Mattheüs 26:59; Johannes 11:53)
  • Hij bleef zich na de opstanding verzetten en liet de apostelen het spreken verbieden (Handelingen 4:18)

Theologische betekenis

Johannes geeft de woorden van Kajafas een dubbele bodem. Kajafas bedoelde een politieke rekensom: beter één slachtoffer dan een Romeinse strafexpeditie. Johannes leest dezelfde zin als een profetie, gesproken "zijnde hogepriester deszelven jaars" (Johannes 11:51). God sprak door het ambt heen, zonder dat de ambtsdrager het wist of wilde. De evangelist zet er de reikwijdte bij: Jezus zou sterven "niet alleen voor dat volk", maar om ook de verstrooide kinderen Gods tot één te vergaderen (Johannes 11:52). Dat sluit aan bij wat Jezus zelf zei over de andere schapen die Hij moet toebrengen (Johannes 10:16). Zo raakt het verhaal van Kajafas aan de plaatsvervanging. Eén sterft voor het volk: wat Kajafas bedoelde als offer aan de politieke vrede, werd in Gods hand het offer waardoor velen behouden worden. Toch doet dat aan de schuld van Kajafas niets af. Handelingen houdt beide vast: Jezus werd overgegeven "door den bepaalden raad en voorkennis Gods", en toch hebben mensen Hem "door de handen der onrechtvaardigen" gedood (Handelingen 2:23). De gemeente bidt later dat de vijanden van Jezus deden "al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had" (Handelingen 4:28). Gods raad maakt menselijke daden niet onschuldig. Er is ook een scherp contrast tussen twee hogepriesters. De aardse hogepriester verscheurde zijn klederen en veroordeelde de Man die de brief aan de Hebreeën "een groten Hogepriester" noemt (Hebreeën 4:14), Die niet dagelijks offers bracht, maar Zichzelf eenmaal opofferde (Hebreeën 7:27). Waar de hogepriester van dat jaar het volk wilde redden door een ander op te offeren, offerde de ware Hogepriester Zichzelf. Voor Kajafas sprak Jezus een van Zijn duidelijkste belijdenissen uit: "Gij hebt het gezegd", met de aankondiging dat zij de Zoon des mensen zouden zien "komende op de wolken des hemels" (Mattheüs 26:64). Het zitten "ter rechter hand der kracht Gods" verwijst naar Psalm 110:1 ("Zit aan Mijn rechterhand"), het komen op de wolken naar Daniël 7:13. Juist die combinatie maakte het antwoord voor de raad zo zwaarwegend. De raad hoorde er godslastering in; de gemeente belijdt het als waarheid. Jezus’ zwijgen voor Zijn aanklagers (Mattheüs 26:63) wordt vaak verbonden met Jesaja 53:7, waar de Knecht des HEEREN "Zijn mond niet open" deed. Wie Jezus bedoelde met de woorden "die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde" (Johannes 19:11), wordt verschillend uitgelegd: veel uitleggers denken aan Kajafas, anderen aan Judas.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Kaïafas (Καϊάφας, Grieks)

Betekenis

Betekenis onzeker

Sleutelmomenten

1

Hogepriester naast Annas

Lukas dateert het optreden van Johannes de Doper met de woorden "Onder de hogepriesters Annas en Kajafas". Kajafas had het ambt, maar zijn schoonvader Annas bleef een gezaghebbende figuur.

Lukas 3:2

2

De raad na de opwekking van Lazarus

Na de opwekking van Lazarus vreest de raad dat de Romeinen zullen ingrijpen. Kajafas zegt: "Gij verstaat niets", en stelt dat het nut is dat één mens sterft voor het volk.

Johannes 11:47-50

3

Een onbewuste profetie

Johannes schrijft dat Kajafas dit niet uit zichzelf zei, maar als hogepriester profeteerde dat Jezus zou sterven voor het volk en voor de verstrooide kinderen Gods. Van die dag af beraadslaagt de raad hoe zij Hem kunnen doden.

Johannes 11:51-53

4

Samenzwering in zijn zaal

Twee dagen voor het pascha komen overpriesters, schriftgeleerden en ouderlingen bijeen in de zaal van Kajafas. Zij besluiten Jezus met list te vangen, maar niet op het feest, uit vrees voor oproer.

Mattheüs 26:3-5

5

Eerst naar Annas

Na de arrestatie wordt Jezus eerst naar Annas gebracht, die Hem gebonden naar Kajafas zendt. De hogepriester vraagt Hem naar Zijn discipelen en Zijn leer, en een dienaar geeft Jezus een kinnebakslag. Of dat verhoor bij Annas of bij Kajafas plaatsvond, daarover verschillen uitleggers.

Johannes 18:19-24

6

Valse getuigen voor de raad

In de zaal van Kajafas zoekt de raad valse getuigenissen tegen Jezus, maar die stemmen niet overeen. Ten slotte beweren twee getuigen dat Hij de tempel wilde afbreken. De hogepriester vraagt: "Antwoordt Gij niets?"

Mattheüs 26:57-62

7

Bezworen en veroordeeld

Kajafas bezweert Jezus bij de levende God te zeggen of Hij de Christus is. Jezus bevestigt het; Kajafas verscheurt zijn klederen en noemt het godslastering, en de raad verklaart Hem des doods schuldig.

Mattheüs 26:63-66

8

Overgeleverd aan Pilatus

Vroeg in de morgen leiden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis van de Romeinse stadhouder, want de raad mag zelf niemand ter dood brengen.

Johannes 18:28-31

9

Petrus en Johannes voor de raad

Na Pinksteren zitten Annas en Kajafas met de raad tegenover Petrus en Johannes. Zij vragen door welke naam een kreupele genezen is en verbieden de apostelen in de naam van Jezus te spreken.

Handelingen 4:5-18

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Kajafas beter te begrijpen.

Lukas 3:2

“Onder de hogepriesters Annas en Kajafas, geschiedde het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de woestijn.”

Lukas noemt Annas en Kajafas samen. Kajafas had het ambt, maar Annas hield waarschijnlijk zijn gezag en titel.

Johannes 11:49

“En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;”

De raad weet niet wat te doen na de opwekking van Lazarus. Kajafas neemt het woord en snijdt de discussie af.

Johannes 11:50

“En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.”

Een politieke rekensom: één man opofferen om het volk en de tempel te behouden tegenover Rome.

Johannes 11:51

“En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;”

Johannes ziet in dezelfde woorden een profetie. God sprak door het ambt heen, buiten de bedoeling van Kajafas om.

Johannes 18:13

“En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.”

De enige plaats die vermeldt dat Annas de schoonvader van Kajafas was. Jezus werd eerst naar hem gebracht.

Johannes 18:24

“(Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)”

De Statenvertaling zet dit vers tussen haakjes en in de voltooide tijd. Veel gereformeerde uitleggers, onder wie Calvijn, lezen het als terugblik: het verhoor van vers 19-23 vond dan bij Kajafas plaats.

Mattheüs 26:63

“Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?”

Na het zwijgen van Jezus stelt Kajafas de beslissende vraag, onder ede, bij de levende God.

Mattheüs 26:65

“Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.”

Met het scheuren van zijn klederen spreekt Kajafas zijn oordeel uit; verdere getuigen acht hij overbodig.

Handelingen 4:6

“En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.”

De laatste vermelding van Kajafas. Dezelfde mannen die Jezus veroordeelden, ondervragen nu Petrus en Johannes.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Kajafas leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Kajafas laat zien hoe gevaarlijk een redenering is die alleen rekent met nut. Zijn zin klonk verstandig en verantwoordelijk: één mens tegenover het voortbestaan van een volk. Maar wie het recht laat wijken voor het belang, offert vroeg of laat een onschuldige op. Ook in kerk, politiek en werk kennen wij de verleiding om een lastige stem het zwijgen op te leggen omdat dat rust oplevert. Zijn geschiedenis leert ook dat godsdienstig gezag geen waarborg is voor waarheid. Kajafas bekleedde het hoogste ambt van Israël, kende de Schriften en stond aan het hoofd van de tempeldienst. Toch herkende hij de Christus niet toen Die voor hem stond. Ambt en kennis zijn gaven, maar zij vragen een hart dat zich laat gezeggen. Tegelijk is er troost. God liet Zich door Kajafas niet uit Zijn plan drukken. Wat bedoeld was om de beweging rond Jezus te stoppen, werd juist de weg waarlangs de verlossing tot stand kwam. Wie vandaag ziet dat de kerk tegenwerking ondervindt, mag weten dat Gods raad niet afhangt van de welwillendheid van machthebbers. Ten slotte zien wij in Handelingen 4 hoe de rollen omkeren. Dezelfde raad die Jezus had veroordeeld, zat nu tegenover twee vissers die zeiden: "Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben" (Handelingen 4:20). Kajafas had het laatste woord willen hebben, maar dat bleef niet bij hem. Wie tegenover machtige mensen staat, mag zich daaraan vasthouden.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Kajafas

Wie was Kajafas in de Bijbel?
Kajafas was de Joodse hogepriester in Jeruzalem toen Jezus werd gearresteerd, en een schoonzoon van Annas (Johannes 18:13). Na de opwekking van Lazarus zei hij in de raad dat Jezus moest sterven, omdat het nut was "dat een mens sterve voor het volk" (Johannes 11:50). Bij het nachtelijk verhoor in zijn zaal bezwoer hij Jezus te zeggen of Hij de Christus was, noemde Zijn antwoord godslastering en liet Hem aan Pilatus overleveren (Mattheüs 26:57-66). Volgens Josephus was hij hogepriester van ongeveer 18 tot 36 n.Chr.
Wat betekent de naam Kajafas?
De betekenis van de naam is onzeker. Kajafas was waarschijnlijk een familie- of bijnaam: de Joodse geschiedschrijver Josephus noemt hem Jozef, die Kajafas genoemd werd. Voor de Aramese vorm Kajafa zijn verschillende verklaringen voorgesteld, maar geen ervan is zeker. De Statenvertaling schrijft Kajafas, het Grieks Kaïafas en Engelstalige bijbels Caiaphas. Het gaat steeds om dezelfde hogepriester.
Waar staat Kajafas in de Bijbel?
Kajafas wordt in vier boeken bij naam genoemd. Mattheüs noemt hem bij de samenzwering en het verhoor (Mattheüs 26:3 en 26:57). Lukas dateert met hem het optreden van Johannes de Doper (Lukas 3:2). Johannes vermeldt zijn advies na de opwekking van Lazarus en het verhoor via Annas (Johannes 11:49-52 en 18:13-28). In Handelingen 4:6 zit hij in de raad tegenover Petrus en Johannes. Markus noemt zijn naam niet en spreekt alleen van de hogepriester.
Wie was Annas in de Bijbel?
Annas was de schoonvader van Kajafas en een oud-hogepriester met grote invloed. Johannes vertelt dat Jezus na de arrestatie "eerst tot Annas" werd gebracht, "want hij was de vrouws vader van Kajafas" (Johannes 18:13). Annas zond Hem gebonden naar Kajafas (Johannes 18:24); of het verhoor over Zijn discipelen en leer bij Annas of bij Kajafas plaatsvond, daarover verschillen uitleggers (Johannes 18:19). Lukas noemt beiden samen (Lukas 3:2), en in Handelingen 4:6 heet Annas "de hogepriester". Volgens Josephus was hij hogepriester van 6 tot 15 n.Chr. en werden vijf van zijn zonen het later ook.
Waarom werd Jezus eerst naar Annas gebracht?
Johannes geeft als reden dat Annas "de vrouws vader van Kajafas" was (Johannes 18:13). Annas was door de Romeinen als hogepriester afgezet, maar hield in Joodse ogen zijn gezag, en de titel bleef aan hem verbonden (Handelingen 4:6). Daarna ondervroeg "de hogepriester" Jezus over Zijn discipelen en leer (Johannes 18:19). Johannes spreekt daar van de hogepriester; veel uitleggers denken aan Annas, maar de Statenvertaling leest Johannes 18:24 als terugblik, met de voltooide tijd "had ... gezonden", en dan vond dit verhoor bij Kajafas plaats.
Wat bedoelde Kajafas met "een mens sterve voor het volk"?
Kajafas sprak als politicus. De raad vreesde dat de Romeinen bij onrust rond Jezus zouden ingrijpen en tempel en volk zouden wegnemen (Johannes 11:48). Zijn oplossing: het is beter dat één man sterft dan dat het hele volk verloren gaat (Johannes 11:50). Johannes ziet in die woorden meer dan Kajafas bedoelde. Hij zei het "niet uit zichzelven", maar profeteerde als hogepriester dat Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor dat volk, maar om de verstrooide kinderen Gods tot één te vergaderen (Johannes 11:51-52).
Waarom verscheurde Kajafas zijn kleren?
Toen Jezus onder ede bevestigde dat Hij de Christus is en sprak over de Zoon des mensen ter rechterhand Gods, verscheurde de hogepriester zijn klederen en zei: "Hij heeft God gelasterd" (Mattheüs 26:65). Het scheuren van kleren was een teken van ontzetting en rouw. Leviticus 21:10 verbiedt de hogepriester zijn klederen te scheuren, maar dat gebod staat in de context van rouw om een dode. Volgens latere joodse overlevering scheurden rechters hun kleed wanneer zij godslastering hoorden. De raad antwoordde: "Hij is des doods schuldig" (Mattheüs 26:66).
Waarom bracht Kajafas Jezus naar Pilatus?
Omdat de raad onder Romeins bestuur geen doodvonnis mocht voltrekken. Tegen Pilatus zeiden de Joden: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden" (Johannes 18:31). Vroeg in de morgen leidden zij Jezus "van Kajafas in het rechthuis" (Johannes 18:28), de ambtswoning van de Romeinse stadhouder. Daar kreeg de aanklacht een politieke vorm: Jezus zou Zich koning noemen (Lukas 23:2). Toen Pilatus aarzelde, riepen de overpriesters: "Wij hebben geen koning, dan den keizer" (Johannes 19:15).
Is er archeologisch bewijs voor Kajafas?
Mogelijk. In 1990 werd ten zuiden van de oude stad van Jeruzalem een familiegraf gevonden met een rijk versierde knekelkist waarop in het Aramees de naam Jozef, zoon van Kajafa staat. Omdat Josephus de hogepriester Jozef noemt, die Kajafas genoemd werd, zien veel archeologen hierin zijn knekelkist. Zeker is dat niet: de lezing en de identificatie worden door sommige onderzoekers betwijfeld. Het bijbelse verhaal hangt er niet van af, maar de vondst past bij wat de evangeliën en Josephus vertellen.
Wat gebeurde er later met Kajafas?
Na Pinksteren zat Kajafas opnieuw in de raad, toen Petrus en Johannes moesten uitleggen door welke naam een kreupele man genezen was (Handelingen 4:5-7). De raad verbood hun in de naam van Jezus te spreken, maar kon hen niet straffen (Handelingen 4:18-21). Waarschijnlijk was hij ook de hogepriester die de apostelen kort daarna liet oppakken (Handelingen 5:17-18), al noemt Lukas daar geen naam. Volgens Josephus werd hij omstreeks 36 n.Chr. door de Romeinse stadhouder Vitellius afgezet. Over zijn dood zegt de Bijbel niets.
Is Annas dezelfde als de hogepriester Ananias?
Nee. Annas is de schoonvader van Kajafas uit het lijdensverhaal (Johannes 18:13) en uit Handelingen 4:6. De hogepriester Ananias treedt ruim twintig jaar later op, wanneer Paulus voor de raad staat: hij liet Paulus op de mond slaan (Handelingen 23:2) en klaagde hem aan bij de stadhouder Felix (Handelingen 24:1). Josephus noemt hem Ananias, de zoon van Nebedeüs. Ook de Johannes die in Handelingen 4:6 naast Annas en Kajafas staat, hoort bij het hogepriesterlijk geslacht en is niet de apostel Johannes.
Wat kunnen wij leren van Kajafas?
Dat een redenering die alleen rekent met nut een onschuldige kan opofferen. Kajafas klonk verantwoordelijk, maar hij liet het recht wijken voor het politieke belang. Verder dat een hoog geestelijk ambt geen garantie is voor geestelijk inzicht: de hogepriester van Israël herkende de Christus niet toen Die voor hem stond. En dat God ook de plannen van tegenstanders gebruikt: wat Kajafas bedoelde om Jezus uit te schakelen, werd de weg waarlangs Hij stierf "voor het volk" (Johannes 11:51).

Stel een vraag over Kajafas

Wilt u meer weten over Kajafas? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Kajafas

Bijbelverhalen rond Kajafas

Verdiep u verder