Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Pontius Pilatus in de Bijbel

Pontios Pilatos (Grieks) - “Mogelijk: gewapend met een werpspies”

Wie was Pontius Pilatus?

Pontius Pilatus was de Romeinse stadhouder over Judea (ongeveer 26-36 n.Chr.) die Jezus in Jeruzalem verhoorde. Hij zei: "Ik vind geen schuld in Hem" (Johannes 18:38), maar gaf Hem onder druk van de menigte over om gekruisigd te worden. Zijn naam staat in de Apostolische Geloofsbelijdenis: Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus.

Pontius Pilatus komt in alle vier de evangeliën voor, in het lijdensverhaal van Mattheüs 27, Markus 15, Lukas 23 en Johannes 18 en 19. Daarbuiten noemen Lukas 3:1 en Lukas 13:1 hem. Na Pinksteren keert zijn naam terug in de prediking van de apostelen (Handelingen 3:13, Handelingen 13:28), in het gebed van de gemeente in Jeruzalem (Handelingen 4:27) en in 1 Timotheüs 6:13. De Statenvertaling noemt hem vaak eenvoudig "den stadhouder" (Mattheüs 27:11); de gevangene die naast Jezus werd voorgesteld, heet daar Bar-abbas (Barabbas). Pilatus was geen Jood, maar de vertegenwoordiger van Rome. Alleen hij kon een doodvonnis laten uitvoeren. Daarom brachten de overpriesters Jezus na het verhoor bij Kajafas naar hem toe. De evangeliën tekenen een rechter die geen schuld vindt en dat ook hardop zegt, maar die stap voor stap toegeeft: hij stuurt Jezus door naar Herodes, biedt de menigte de keus tussen Jezus en Bar-abbas, laat Hem geselen en toont Hem met de woorden "Ziet, de Mens!" (Johannes 19:5). Ten slotte geeft hij Hem over om gekruisigd te worden. Het bekendste beeld van Pilatus is de man die water neemt en zijn handen wast voor de schare (Mattheüs 27:24). Zijn bekendste woord is de vraag aan Jezus: "Wat is waarheid?" (Johannes 18:38). Na de kruisiging komt hij nog enkele keren voor: de Joden vragen hem de benen van de gekruisigden te laten breken (Johannes 19:31), hij staat Jozef van Arimathea het lichaam van Jezus toe (Mattheüs 27:58, Johannes 19:38), en hij laat de overpriesters het graf met een wacht verzekeren (Mattheüs 27:65). Pontius Pilatus is niet te verwarren met Herodes Antipas, de viervorst van Galilea, die Jezus op dezelfde dag ondervroeg (Lukas 23:7-12). Pilatus was de Romeinse bestuurder van Judea; Herodes was een vazalvorst uit het huis van Herodes de Grote, die onder Rome over Galilea regeerde.

Historische context

Judea stond sinds 6 n.Chr. rechtstreeks onder een Romeinse bestuurder uit de ridderstand. Pilatus bekleedde dat ambt ongeveer van 26 tot 36 n.Chr., onder keizer Tiberius. Lukas dateert het optreden van Johannes de Doper aan de hand van hem: "als Pontius Pilatus stadhouder was over Judea" (Lukas 3:1). Het proces van Jezus valt omstreeks 30 n.Chr.; sommige uitleggers denken aan 33 n.Chr. De stadhouder woonde gewoonlijk in Caesarea aan de kust. Op de grote feesten, als Jeruzalem vol pelgrims was, kwam hij met troepen naar de stad om onrust te voorkomen. Zo was hij er ook op het pascha waarop Jezus werd gearresteerd. Het verhoor vond plaats in "het rechthuis" (Johannes 18:28), de ambtswoning van de stadhouder; of dat het paleis van Herodes was of de burcht Antonia, is onder historici omstreden. De aanklagers gingen er niet binnen, "opdat zij niet verontreinigd zouden worden" (Johannes 18:28), en daarom ging Pilatus steeds heen en weer tussen binnen en buiten. Het vonnis sprak hij uit vanaf de rechterstoel, op de plaats "genaamd Lithostrotos, en in het Hebreeuws Gabbatha" (Johannes 19:13). De Joodse raad mocht volgens Johannes 18:31 niemand ter dood brengen. Kruisiging was een Romeinse straf, vooral voor opstandelingen en slaven. Dat verklaart waarom de aanklacht voor Pilatus politiek werd: Jezus zou de keizer schattingen ontzeggen en Zich koning noemen (Lukas 23:2). Het sterkste drukmiddel kwam aan het eind: "Indien gij Dezen loslaat, zo zijt gij des keizers vriend niet" (Johannes 19:12). Buiten de Bijbel is Pilatus goed bekend. De Joodse geschiedschrijver Josephus vertelt dat hij legertekens met keizerbeelden Jeruzalem liet binnenbrengen en tempelgeld gebruikte voor een waterleiding, wat telkens tot hevig verzet leidde. Philo van Alexandrië beschrijft hem als hard en onbuigzaam. Volgens Josephus werd hij na een bloedig optreden tegen Samaritanen door de stadhouder van Syrië naar Rome teruggestuurd. Dat beeld past bij Lukas 13:1, waar sprake is van Galileeërs "welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had". Ook de Romeinse geschiedschrijver Tacitus vermeldt dat Christus onder Tiberius door Pilatus ter dood werd gebracht. In 1961 vonden archeologen in het theater van Caesarea een kalkstenen blok met een Latijnse inscriptie waarop zijn naam staat, met de titel prefect van Judea. Munten die onder zijn bestuur in Judea geslagen werden, waren al eerder bekend, maar dragen zijn naam niet. Deze Pilatus-inscriptie is de eerste gevonden inscriptie met zijn naam en bevestigt, met een deels aangevulde tekst, zijn ambtstitel.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Erkende herhaaldelijk de onschuld van Jezus (Lukas 23:14)
  • Doorzag de nijd van de aanklagers (Mattheüs 27:18)
  • Zocht Jezus los te laten (Johannes 19:12)
  • Hield zijn opschrift vast tegen de overpriesters in (Johannes 19:22)

−Zwakke kanten

  • Gaf tegen zijn eigen oordeel in toe aan de menigte (Markus 15:15)
  • Liet een onschuldige geselen en kruisigen (Johannes 19:1)
  • Probeerde zijn verantwoordelijkheid af te wassen (Mattheüs 27:24)

Theologische betekenis

De evangeliën laten zien dat Jezus niet stierf als misdadiger. De rechter zelf verklaart Hem onschuldig, bij Lukas drie keer (Lukas 23:4, Lukas 23:14, Lukas 23:22), en zijn vrouw noemt Hem "dien Rechtvaardige" (Mattheüs 27:19). Toch wordt Hij veroordeeld. Zo wordt zichtbaar wat Petrus later schrijft: "Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen" (1 Petrus 3:18). De Heidelbergse Catechismus vraagt in zondag 15 waarom Christus onder de rechter Pontius Pilatus geleden heeft, en antwoordt dat Hij onschuldig door de wereldlijke rechter veroordeeld werd, om ons zo te bevrijden van het strenge oordeel van God dat over ons zou gaan. Het gesprek in het rechthuis zet twee soorten macht tegenover elkaar. Pilatus beroept zich op zijn macht om te kruisigen of los te laten; Jezus antwoordt: "Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware" (Johannes 19:11). Ook Zijn koningschap legt Jezus uit: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:36). De gemeente in Jeruzalem las het optreden van Herodes en Pontius Pilatus later in het licht van Psalm 2 en beleed dat zij deden "al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had" (Handelingen 4:28). Dat ontslaat de betrokkenen niet van hun schuld: Petrus houdt het volk voor dat zij Jezus verloochenden "voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude loslaten" (Handelingen 3:13). Ook het opschrift heeft betekenis gekregen. Pilatus liet in drie talen schrijven dat Jezus de Koning der Joden was en weigerde het te veranderen (Johannes 19:19-22). Veel uitleggers zien daarin een onbedoeld getuigenis: de heidense rechter maakt boven het kruis bekend wie daar sterft. Dat zijn naam in de Apostolische Geloofsbelijdenis staat, is geen eerbetoon. De belijdenis dat Christus geleden heeft onder Pontius Pilatus verankert het lijden in de geschiedenis: het gebeurde op een aanwijsbare plaats, in een bekende tijd, onder een bestuurder die ook buiten de Bijbel bekend is. Paulus houdt Timotheüs hetzelfde gegeven voor: Christus heeft "onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd" (1 Timotheüs 6:13).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Pontios Pilatos (Grieks)

Betekenis

Mogelijk: gewapend met een werpspies

Sleutelmomenten

1

Stadhouder over Judea

Lukas dateert het optreden van Johannes de Doper in de tijd dat Pilatus Judea bestuurde, onder keizer Tiberius.

Lukas 3:1

2

Verhoor in het rechthuis

De overpriesters brengen Jezus vroeg in de morgen bij Pilatus. Hij vraagt of Jezus de Koning der Joden is, hoort dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is en vraagt: "Wat is waarheid?"

Johannes 18:28-38

3

Doorgestuurd naar Herodes

Als Pilatus hoort dat Jezus uit Galilea komt, stuurt hij Hem naar Herodes. Die bespot Hem en zendt Hem terug; die dag worden Pilatus en Herodes vrienden.

Lukas 23:6-12

4

Bar-abbas of Jezus

Pilatus laat de schare kiezen wie hij op het feest zal loslaten. Zijn vrouw laat hem waarschuwen om een droom, maar de menigte vraagt Bar-abbas.

Mattheüs 27:15-21

5

De handen gewassen

Als er oproer dreigt, wast Pilatus zijn handen voor de schare en verklaart zich onschuldig. Hij laat Bar-abbas los en laat Jezus geselen.

Mattheüs 27:24-26

6

Ziet, de Mens

Pilatus toont de gegeselde Jezus met de doornenkroon. In het gesprek dat volgt, zegt Jezus dat Pilatus geen macht over Hem zou hebben als die hem niet van boven gegeven was.

Johannes 19:4-11

7

Overgegeven om gekruisigd te worden

Pilatus zoekt Jezus los te laten, maar zwicht voor het verwijt dat hij dan geen vriend van de keizer is. Vanaf de rechterstoel geeft hij Hem over.

Johannes 19:12-16

8

Het opschrift op het kruis

Pilatus laat in het Hebreeuws, Grieks en Latijn schrijven dat Jezus de Koning der Joden is, en weigert het op verzoek van de overpriesters te veranderen.

Johannes 19:19-22

9

Het lichaam voor Jozef

Pilatus verwondert zich dat Jezus al gestorven is, laat het navragen bij de hoofdman over honderd en schenkt Jozef van Arimathea het lichaam.

Markus 15:43-45

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Pontius Pilatus beter te begrijpen.

Lukas 3:1

“En in het vijftiende jaar der regering van den keizer Tiberius, als Pontius Pilatus stadhouder was over Judea, en Herodes een viervorst over Galilea, en Filippus, zijn broeder, een viervorst over Iturea en over het land Trachonitis, en Lysanias een viervorst over Abilene;”

Lukas plaatst het evangelie in de wereldgeschiedenis. Pilatus en Herodes, die later samen over Jezus zullen oordelen, staan hier al naast elkaar.

Johannes 18:37

“Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.”

Jezus ontkent Zijn koningschap niet, maar legt uit wat voor koning Hij is: Hij geeft getuigenis van de waarheid.

Johannes 18:38

“Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.”

De bekendste vraag van Pilatus. Hij wacht geen antwoord af, maar verklaart wel meteen dat hij geen schuld vindt.

Mattheüs 27:24

“Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.”

Het gebaar waaraan Pilatus spreekwoordelijk is geworden. Hij noemt Jezus rechtvaardig en geeft Hem toch over.

Johannes 19:5

“Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon, en het purperen kleed. En Pilatus zeide tot hen: Ziet, de Mens!”

Pilatus toont de gegeselde Jezus, waarschijnlijk om medelijden te wekken. Zijn woorden werden later bekend in de Latijnse vorm Ecce homo.

Johannes 19:11

“Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.”

Jezus erkent het gezag van Pilatus, maar plaatst het onder God. Tegelijk zegt Hij dat er verschil is in schuld.

Johannes 19:22

“Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.”

Pilatus weigert het opschrift aan te passen. Wie bij het kruis langskwam, kon in drie talen lezen dat Jezus de Koning der Joden was.

Handelingen 4:27

“Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;”

In het gebed van de gemeente in Jeruzalem staan Herodes en Pilatus samen voor de machten die zich tegen de Gezalfde keerden, zoals Psalm 2 had gezegd.

1 Timotheüs 6:13

“Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,”

Paulus houdt Timotheüs de trouw van Christus voor Pilatus voor als voorbeeld. Ook de geloofsbelijdenis noemt Pilatus om het lijden in de tijd te plaatsen.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Pontius Pilatus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Pilatus laat zien dat weten wat juist is niet hetzelfde is als het doen. Hij zei meer dan eens dat hij geen schuld vond, en gaf Jezus toch over. Wij kennen die spanning: de goede overtuiging hebben, maar wijken als het ons positie, rust of aanzien kost. Zijn verhaal vraagt ons eerlijk te kijken naar de momenten waarop wij liever de menigte volgen dan ons geweten. Zijn handen wassen maakte hem niet onschuldig. Verantwoordelijkheid laat zich niet wegspoelen met een gebaar of afschuiven met "gijlieden moogt toezien" (Mattheüs 27:24). Wij kunnen een beslissing aan anderen toeschrijven, maar wat wij zelf doen of nalaten, blijft van ons. Pilatus stond tegenover de Waarheid en vroeg: "Wat is waarheid?" (Johannes 18:38). Of hij het spottend, vermoeid of oprecht bedoelde, zegt de tekst niet; hij wachtte in elk geval geen antwoord af. Die vraag leeft ook nu. Het evangelie wijst daarbij niet naar een systeem, maar naar een Persoon: "Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem" (Johannes 18:37). Het verhaal troost ook. Wie onrechtvaardig behandeld wordt, mag weten dat Christus Zelf door een onrechtvaardige rechter werd veroordeeld, en dat geen aardse macht verder reikt dan wat haar "van boven gegeven" is (Johannes 19:11). Wanneer de kerk belijdt dat Hij geleden heeft onder Pontius Pilatus, klinkt daarin mee dat Hij onschuldig leed, voor schuldigen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Pontius Pilatus

Wie was Pontius Pilatus in de Bijbel?
Pontius Pilatus was de Romeinse stadhouder over Judea, ongeveer van 26 tot 36 n.Chr. Hij verhoorde Jezus in Jeruzalem, verklaarde meer dan eens dat hij geen schuld in Hem vond, maar gaf Hem onder druk van de overpriesters en de menigte over om gekruisigd te worden (Johannes 19:16). Hij komt voor in alle vier de evangeliën en wordt later genoemd in Handelingen en in 1 Timotheüs 6:13.
Wat betekent de naam Pontius Pilatus?
Pontius is een Romeinse familienaam; Pilatus was zijn bijnaam. De betekenis van Pilatus is niet zeker. Vaak wordt hij verbonden met het Latijnse pilum, de werpspies van de Romeinse soldaat, zodat de naam iets als gewapend met een werpspies zou betekenen. Anderen denken aan pileatus, iemand die de vilten muts (pileus) van de vrijgelatene draagt. In het Grieks van het Nieuwe Testament luidt de naam Pontios Pilatos. De Bijbel zelf geeft geen verklaring van de naam.
Waar staat Pontius Pilatus in de Bijbel?
Pilatus staat in het lijdensverhaal van alle vier de evangeliën: Mattheüs 27, Markus 15, Lukas 23 en Johannes 18 en 19. Lukas noemt hem ook in Lukas 3:1, bij de datering van Johannes de Doper, en in Lukas 13:1, bij de Galileeërs die hij liet doden. Verder komt zijn naam voor in Handelingen 3:13, 4:27 en 13:28, en in 1 Timotheüs 6:13.
Waarom waste Pilatus zijn handen?
Pilatus waste zijn handen toen hij zag dat hij niets bereikte en dat er oproer dreigde. Met dat gebaar verklaarde hij voor de schare: "Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien" (Mattheüs 27:24). Het wassen van de handen als teken van onschuld kende ook het Oude Testament (Deuteronomium 21:6-7). Toch gaf hij Jezus daarna zelf over. De uitdrukking zijn handen in onschuld wassen verbindt dit gebaar met de woorden van Psalm 26:6: "Ik was mijn handen in onschuld".
Wat bedoelde Pilatus met "Wat is waarheid?"
Pilatus stelde die vraag nadat Jezus had gezegd dat Hij gekomen was om van de waarheid te getuigen (Johannes 18:37-38). De tekst zegt niet hoe hij het bedoelde. Sommige uitleggers horen er spot in, anderen vermoeidheid of twijfel. Wel is duidelijk dat Pilatus geen antwoord afwachtte: hij ging meteen naar buiten en zei dat hij geen schuld in Jezus vond.
Waarom staat Pontius Pilatus in de geloofsbelijdenis?
In de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt de kerk dat Christus geleden heeft onder Pontius Pilatus. Zijn naam plaatst het lijden van Christus in de geschiedenis: het gebeurde in een bekende tijd, onder een bekende bestuurder. De Heidelbergse Catechismus (zondag 15, vraag 38) voegt eraan toe dat Christus zo onschuldig door de wereldlijke rechter werd veroordeeld, om ons te bevrijden van het strenge oordeel van God. Ook 1 Timotheüs 6:13 noemt Pilatus.
Is er buiten de Bijbel bewijs voor Pontius Pilatus?
Ja. In 1961 werd in het theater van Caesarea een kalkstenen blok gevonden met een Latijnse inscriptie waarop de naam Pontius Pilatus staat, met de titel prefect van Judea. Daarnaast schrijven de Joodse auteurs Josephus en Philo van Alexandrië over zijn bestuur, en de Romeinse geschiedschrijver Tacitus vermeldt dat Christus onder Tiberius door Pilatus ter dood werd gebracht.
Wie was de vrouw van Pilatus?
De Bijbel noemt haar naam niet. Mattheüs 27:19 vertelt alleen dat zijn vrouw hem tijdens het proces liet zeggen: "Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil." Latere, buitenbijbelse overleveringen noemen haar Procula of Claudia Procula, en in de oosters-orthodoxe traditie wordt zij als heilige vereerd. Dat zijn tradities, geen gegevens uit de Schrift.
Wat is het verschil tussen Pilatus en Herodes?
Pilatus was de Romeinse stadhouder over Judea; Herodes Antipas was viervorst over Galilea, een vorst uit het huis van Herodes de Grote die onder Rome regeerde. Omdat Jezus uit Galilea kwam, stuurde Pilatus Hem naar Herodes, die toen in Jeruzalem was. Herodes bespotte Jezus en zond Hem terug, en op die dag werden de twee vrienden, terwijl zij eerder vijanden waren (Lukas 23:6-12).
Wat stond er op het opschrift dat Pilatus boven het kruis liet zetten?
Volgens Johannes 19:19 stond er: "JEZUS De NAZARENER De KONING DER JODEN", in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn. De overpriesters wilden dat Pilatus schreef dat Jezus gezegd had de Koning der Joden te zijn, maar hij antwoordde: "Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven" (Johannes 19:22). De afkorting INRI op kruisbeelden komt van de Latijnse woorden van dit opschrift.
Wat gebeurde er met Pontius Pilatus na de kruisiging?
De Bijbel vertelt het niet. Volgens Josephus werd Pilatus na een hard optreden tegen Samaritanen door de stadhouder van Syrië naar Rome gestuurd om zich te verantwoorden; dat was omstreeks 36 n.Chr. Over zijn verdere leven bestaan alleen latere overleveringen, die elkaar tegenspreken: de kerkhistoricus Eusebius meldt dat hij zich van het leven beroofde, terwijl de Ethiopische kerk hem juist als bekeerde heilige vereert.
Wat kunnen wij leren van Pontius Pilatus?
Pilatus leert ons dat weten wat juist is niet genoeg is als wij het niet doen. Hij vond geen schuld in Jezus en gaf Hem toch over uit angst voor oproer en voor zijn positie bij de keizer (Mattheüs 27:24, Johannes 19:12). Zijn handen wassen nam zijn verantwoordelijkheid niet weg. Tegelijk laat zijn verhaal zien dat Christus onschuldig werd veroordeeld, voor schuldigen, en dat geen aardse macht verder reikt dan wat van boven gegeven is.

Stel een vraag over Pontius Pilatus

Wilt u meer weten over Pontius Pilatus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Pontius Pilatus

Bijbelverhalen rond Pontius Pilatus

Verdiep u verder