Ga naar hoofdinhoud
JohannesJohannes 18:28-40; 19:1-16

Jezus voor Pilatus

De onschuldige Koning wordt overgeleverd om gekruist te worden

Samenvatting

Jezus voor Pilatus is de geschiedenis uit Johannes 18:28-40 en 19:1-16 over het verhoor van Jezus door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, op de morgen na Zijn gevangenneming. Jezus zegt dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. Pilatus vindt geen schuld in Hem, maar de menigte kiest Barabbas en roept om de kruisiging. Toch geeft Pilatus Hem over om gekruist te worden.

Bijbelgedeelte

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (Statenvertaling)
“Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.”
Johannes 18:37 (Statenvertaling)
“Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.”
Johannes 18:38 (Statenvertaling)
“Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.”
Johannes 19:11 (Statenvertaling)

Het verhaal

Johannes 18:28-40 en 19:1-16 vertellen hoe Jezus op de morgen na Zijn gevangenneming voor Pontius Pilatus stond, de Romeinse stadhouder over Judea. In dezelfde nacht was Hij door Annas en Kajafas verhoord, en had Petrus Hem verloochend (zie Petrus verloochent Jezus). Ook Mattheüs 27, Markus 15 en Lukas 23 vertellen dit verhoor.

Waarom brachten zij Jezus naar Pilatus?

Vroeg in de morgen leidden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis. Zelf gingen zij niet naar binnen, om niet onrein te worden, zodat zij het pascha konden eten. Pilatus kwam dus naar buiten en vroeg welke beschuldiging zij hadden. Zij antwoordden alleen dat zij Hem niet zouden overgeleverd hebben als Hij geen kwaaddoener was. Toen Pilatus zei dat zij Hem zelf naar hun wet moesten oordelen, zeiden zij: "Het is ons niet geoorloofd iemand te doden" (Johannes 18:31). Johannes voegt eraan toe dat zo het woord van Jezus vervuld werd over de dood die Hij sterven zou (Johannes 18:32).

Wat vroeg Pilatus aan Jezus?

Binnen vroeg Pilatus aan Jezus of Hij de Koning der Joden was. Jezus vroeg terug of Pilatus dat uit zichzelf zei. Pilatus antwoordde dat hij geen Jood was: Jezus’ eigen volk en de overpriesters hadden Hem overgeleverd. Wat had Hij gedaan? Jezus antwoordde: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:36). Als het van deze wereld was, zouden Zijn dienaren voor Hem gestreden hebben. Pilatus vroeg: "Zijt Gij dan een Koning"? Jezus bevestigde het en zei dat Hij gekomen was "opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou" (Johannes 18:37). Pilatus vroeg: "Wat is waarheid"? Toen hij dat gezegd had, ging hij weer naar buiten. Daar zei hij: "Ik vind geen schuld in Hem" (Johannes 18:38).

Waarom werd Barabbas losgelaten in plaats van Jezus?

Pilatus herinnerde aan de gewoonte om op het pascha een gevangene los te laten, en bood aan de Koning der Joden vrij te laten. Maar zij riepen allen dat zij Barabbas wilden. Johannes zegt er kort bij dat Barabbas een moordenaar was (Johannes 18:40). Markus vertelt dat de overpriesters de schare daartoe bewogen hadden (Markus 15:11), en dat Pilatus wist dat zij Jezus door nijd hadden overgeleverd (Markus 15:10).

Waarom liet Pilatus Jezus geselen?

Toen nam Pilatus Jezus en liet Hem geselen. Johannes zegt niet waarom. Bij Lukas zegt Pilatus dat hij Hem wilde kastijden en dan loslaten (Lukas 23:16, 22); misschien hoopte hij dat de geseling genoeg zou zijn. De krijgsknechten vlochten een kroon van doornen, zetten die op Zijn hoofd, deden Hem een purperen kleed om en spotten: "Wees gegroet, Gij Koning der Joden" (Johannes 19:3). Zij gaven Hem slagen in het gezicht. Daarna bracht Pilatus Hem naar buiten en zei: "Ziet, de Mens" (Johannes 19:5). Maar de overpriesters en hun dienaars riepen: "Kruis Hem, kruis Hem" (Johannes 19:6). Zij zeiden dat Hij moest sterven, omdat Hij Zich Gods Zoon gemaakt had.

Wat antwoordde Jezus toen Pilatus over zijn macht sprak?

Toen Pilatus dat hoorde, werd hij nog banger. Hij ging weer naar binnen en vroeg Jezus waar Hij vandaan kwam, maar Jezus gaf hem geen antwoord. Pilatus zei dat hij macht had om Hem te kruisigen en macht om Hem los te laten. Jezus antwoordde: "Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware" (Johannes 19:11). Daarom had hij die Jezus aan Pilatus had overgeleverd, groter zonde.

Hoe gaf Pilatus Jezus over om gekruisigd te worden?

Vanaf dat moment zocht Pilatus Jezus los te laten. Maar zij riepen dat hij dan geen vriend van de keizer was. Toen ging Pilatus op de rechterstoel zitten, op de plaats die Lithostrotos heette, en in het Hebreeuws Gabbatha. Het was de voorbereiding van het pascha, omstreeks de zesde ure. Pilatus zei: "Ziet, uw Koning" (Johannes 19:14). Zij riepen dat Hij weggedaan en gekruist moest worden, en de overpriesters antwoordden: "Wij hebben geen koning, dan den keizer" (Johannes 19:15). Toen gaf Pilatus Hem over om gekruist te worden, en zij leidden Jezus weg (Johannes 19:16). Wat daarna volgt, staat bij de kruisiging.

Achtergrond

Pilatus was de stadhouder over Judea onder keizer Tiberius (Lukas 3:1). Het rechthuis was de plaats waar hij in Jeruzalem recht sprak. Of dat het paleis van Herodes was of de burcht bij de tempel, is niet zeker. De joodse raad mocht onder de Romeinen waarschijnlijk zelf geen doodvonnis voltrekken; daarom kwam Jezus bij Pilatus. De kruisiging was een Romeinse straf.

De andere evangeliën vullen Johannes aan. Lukas vertelt dat Pilatus Jezus naar Herodes zond (Lukas 23:7-12). Mattheüs schrijft dat de vrouw van Pilatus hem liet zeggen: "Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige" (Mattheüs 27:19), en dat Pilatus zijn handen waste voor de schare (Mattheüs 27:24). Met "de Joden" bedoelt Johannes in dit gedeelte vooral de overpriesters en hun aanhang (Johannes 19:6); Jezus en Zijn discipelen waren zelf Joden.

Betekenis

In Johannes 18 lijkt Pilatus de rechter en Jezus de beklaagde. Maar het is Jezus Die spreekt over Zijn Koninkrijk, over de waarheid en over de macht die van boven gegeven wordt. Pilatus heeft macht, maar alleen omdat God het hem geeft (Johannes 19:11). Jezus wordt niet het slachtoffer van een toevallige afloop. Hij gaat de weg die de Vader Hem gegeven heeft. De gemeente in Jeruzalem bad later dat Herodes en Pontius Pilatus vergaderd waren "om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou" (Handelingen 4:28). Toch blijft de schuld van de mensen staan: Jezus zegt Zelf dat wie Hem overleverde groter zonde had.

Driemaal zegt Pilatus dat hij geen schuld in Jezus vindt, en toch geeft hij Hem over. De Onschuldige wordt veroordeeld en de moordenaar Barabbas gaat vrij. Zo wijst deze geschiedenis vooruit naar wat de apostelen later zeggen: Christus heeft geleden, "Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen" (1 Petrus 3:18). De Heidelbergse Catechismus (Zondag 15) legt uit waarom het van belang is dat Hij onder een wereldlijke rechter veroordeeld werd: Hij werd onschuldig veroordeeld om de Zijnen te verlossen van het oordeel van God. Ook de Apostolische Geloofsbelijdenis noemt Pilatus bij name: Christus heeft geleden onder Pontius Pilatus.

Het Koninkrijk van Christus is echt, maar het komt niet met zwaarden. Zijn dienaren streden niet, want Hij was gekomen om de waarheid te getuigen. Wie uit de waarheid is, hoort Zijn stem (Johannes 18:37).

Lessen voor vandaag

Christus is Koning, ook als de wereld Hem afwijst. De soldaten bespotten Hem met een doornenkroon en een purperen kleed, en Pilatus zei tot de Joden: "Ziet, uw Koning". Wat als spot klonk, was waar. Wij mogen Hem erkennen als de Koning Wiens Rijk niet van hier is, en ons niet laten leiden door wat de menigte roept.

De vraag van Pilatus, "Wat is waarheid"?, wordt nog steeds gesteld, vaak zonder op een antwoord te wachten. Het antwoord stond voor hem. Jezus zegt elders: "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven" (Johannes 14:6). Wie de waarheid zoekt, wordt naar Hem gewezen en wordt geroepen om naar Zijn stem te luisteren.

Alle macht, ook die van de overheid, komt van boven (Johannes 19:11) en moet voor Hem verantwoord worden. Pilatus wist dat Jezus onschuldig was, en gaf Hem toch over om de vrede met de menigte en met de keizer te bewaren. Het is mogelijk het goede te zien en het toch niet te doen. De Heere vraagt niet alleen dat wij weten wat recht is, maar dat wij Hem volgen, ook als dat ons iets kost.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

Het was nog vroeg in de morgen in Jeruzalem. In de nacht hadden de hogepriesters de Heere Jezus ondervraagd. Nu brachten ze Hem naar Pilatus. Pilatus was de stadhouder. Hij bestuurde het land voor de keizer van Rome. De Joodse leiders zeiden dat zij zelf niemand mochten doden.

De priesters gingen niet naar binnen in het huis van Pilatus. Dan zouden ze onrein worden, en dan mochten ze het pascha niet eten. Het pascha was het grote feest waarop Israël dacht aan de uittocht uit Egypte. Daarom kwam Pilatus naar buiten. Hij vroeg wat Jezus gedaan had. Ze zeiden alleen dat Hij een kwaaddoener was.

Toen ging Pilatus weer naar binnen. Hij riep Jezus bij zich en vroeg of Hij de Koning van de Joden was. De Heere Jezus zei: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld". Als Zijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Zijn dienaren voor Hem gevochten hebben. Jezus zei ook dat Hij gekomen was om van de waarheid te getuigen: de waarheid over God. Iedereen die bij de waarheid hoort, luistert naar Zijn stem. Pilatus vroeg: "Wat is waarheid"? Toen hij dat gezegd had, ging hij meteen weer naar buiten. Hij zei tegen de mensen dat hij geen schuld in Hem vond.

Pilatus wilde Jezus vrijlaten. Elk jaar mocht er met het paasfeest een gevangene vrij. Daarom vroeg Pilatus of hij de Koning van de Joden moest loslaten. Maar de mensen riepen dat ze Barabbas wilden. Barabbas was een moordenaar.

Toen liet Pilatus de Heere Jezus geselen. Dat is slaan met een zweep. De soldaten maakten een kroon van doornen. Die zetten ze op Zijn hoofd. Ze deden Hem een purperen mantel om, zoals een koning draagt. Ze lachten Hem uit en zeiden dat Hij de Koning van de Joden was. En ze sloegen Hem in het gezicht.

Pilatus bracht Jezus weer naar buiten, met de doornenkroon en de purperen mantel, en liet Hem aan de mensen zien. Maar de overpriesters en hun dienaars riepen: "Kruis Hem, kruis Hem". Ze zeiden dat Jezus moest sterven, omdat Hij gezegd had dat Hij Gods Zoon was.

Toen werd Pilatus nog banger. Hij vroeg Jezus waar Hij vandaan kwam. Jezus gaf geen antwoord. Pilatus zei dat hij de macht had om Hem te laten kruisigen of om Hem los te laten. Toen sprak de Heere Jezus: "Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware". Pilatus had alleen macht omdat hij die van God gekregen had.

Pilatus probeerde nog steeds Jezus vrij te laten. Maar de mensen riepen dat hij dan geen vriend van de keizer was. Toen ging Pilatus op zijn rechterstoel zitten. Hij zei: "Ziet, uw Koning". Maar ze riepen dat Hij gekruisigd moest worden. Toen gaf Pilatus de Heere Jezus over om gekruisigd te worden. De soldaten namen Jezus mee.

Zo eindigt deze geschiedenis. Pilatus vond geen schuld in Jezus, en toch werd Hij veroordeeld. De Heere Jezus wist wat er ging gebeuren. Hij is de Koning, en Hij ging deze weg Zelf, om zondaren te redden.

Om te onthouden
“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Tips voor de verteller

  • Vertel de geseling, de doornenkroon en de slagen zoals de tekst ze geeft: in een paar zinnen, zonder pijn of bloed erbij. Kinderen vragen vaak waarom de Heere Jezus Zich niet verdedigde. U kunt zeggen dat Hij Zelf zei dat Zijn dienaren niet zouden strijden, omdat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is, en dat Hij deze weg ging om zondaren te redden (1 Petrus 3:18). Voor kinderen onder de 8 kunt u de spot en de slagen kort samenvatten.
  • Een kind kan vragen of alle Joden Jezus wilden doden. Zeg eerlijk dat het vooral de overpriesters en hun dienaars waren die riepen (Johannes 19:6), en dat Jezus en Zijn discipelen zelf ook Joden waren. Leg ook uit dat het niet alleen hun schuld was: Jezus stierf voor de zonden van mensen uit alle volken.
  • Leg de woorden stadhouder, geselen, purper en rechterstoel kort uit. Vul niet in wat Pilatus dacht of hoe Jezus keek; de tekst zegt alleen dat Pilatus banger werd. Lees na de vertelling Johannes 18:33-38 uit de Bijbel zelf voor.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenNaar wie brachten de priesters de Heere Jezus?
  2. NavertellenWie wilden de mensen vrij hebben in plaats van Jezus?
  3. VerwonderenWat zei Jezus over Zijn Koninkrijk?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat zei Pilatus over Jezus toen hij weer naar buiten ging, en wat deed hij aan het eind toch?
  2. BetekenisJezus zei dat Pilatus zijn macht van boven had gekregen. Wat bedoelde Hij daarmee?
  3. VerbindingBarabbas was schuldig en ging vrij, Jezus was onschuldig en werd veroordeeld. Wat zegt dat over waarom Jezus stierf?
  4. ToepassingPilatus wist wat goed was, maar deed wat de mensen riepen. Wanneer is het voor jou moeilijk om te doen wat goed is?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Handelingen 4:27-28. Hoe kan het dat Pilatus schuldig is, terwijl gebeurde wat Gods raad bepaald had?
  2. Wie is God?Jezus zegt: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld". Wat voor Koning is Hij dan, en waar regeert Hij?
  3. Moeilijke vraagPilatus vroeg: "Wat is waarheid"? Veel mensen denken nu dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. Wat zou Jezus daarop zeggen, met Johannes 14:6 erbij?
  4. PersoonlijkJezus zegt dat wie uit de waarheid is, Zijn stem hoort. Hoe merk jij of je naar Zijn stem luistert?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij als de Onschuldige veroordeeld wilde worden, in de plaats van schuldigen. Bid of Hij ook onze Koning wil zijn en of wij naar Zijn stem mogen horen.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

het koningschap van Christuswaarheidonschuldig veroordeeldGods raad en menselijke schuld

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jezus voor Pilatus

Waar staat het verhaal van Jezus voor Pilatus in de Bijbel?

Alle vier de evangeliën vertellen het verhoor van Jezus door Pilatus: Mattheüs 27:1-26, Markus 15:1-15, Lukas 23:1-25 en Johannes 18:28-40 en 19:1-16. Johannes vertelt het uitvoerigst en bewaart het gesprek over Jezus’ Koninkrijk en de waarheid (Johannes 18:33-38). Alleen Lukas vertelt dat Pilatus Jezus naar Herodes zond (Lukas 23:7-12), en alleen Mattheüs noemt de droom van Pilatus’ vrouw en het wassen van de handen (Mattheüs 27:19-24).

Wat bedoelde Jezus met "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld"?

Jezus bedoelde dat Zijn Koninkrijk niet voortkomt uit deze wereld en niet werkt zoals de rijken van de wereld. Hij zei erbij: als het van deze wereld was, zouden Zijn dienaren gestreden hebben (Johannes 18:36). Hij was geen opstandeling tegen de keizer. Toch is Hij werkelijk Koning: "Gij zegt, dat Ik een Koning ben" (Johannes 18:37). Hij regeert door de waarheid, en wie uit de waarheid is, hoort Zijn stem.

Wat bedoelde Pilatus met "Wat is waarheid"?

Johannes schrijft niet wat Pilatus bedoelde. Wel zegt hij dat Pilatus direct na die vraag naar buiten ging (Johannes 18:38), zonder op een antwoord te wachten. Veel uitleggers lezen er onverschilligheid of spot in; anderen vermoeden vertwijfeling. Zeker is dat het antwoord voor hem stond: Jezus had net gezegd dat Hij gekomen was om der waarheid getuigenis te geven, en Hij noemt Zichzelf elders "de Weg, en de Waarheid, en het Leven" (Johannes 14:6).

Waarom liet Pilatus Jezus kruisigen als hij geen schuld in Hem vond?

Pilatus zei driemaal dat hij geen schuld in Jezus vond (Johannes 18:38; Johannes 19:4; Johannes 19:6). Toch gaf hij Hem over. De tekst noemt de druk: de menigte riep dat hij geen vriend van de keizer zou zijn als hij Jezus losliet (Johannes 19:12). Markus zegt dat hij "der schare genoeg doen" wilde (Markus 15:15). Mattheüs vertelt dat hij zag dat er oproer kwam, en dat hij toen voor de schare zijn handen waste (Mattheüs 27:24). Pilatus koos voor zijn eigen positie boven het recht.

Wat bedoelde Pilatus met "Ziet, de Mens"?

Johannes zegt niet wat Pilatus ermee bedoelde. Hij vertelt wel wat eraan voorafging: Pilatus kwam naar buiten en zei dat hij in Jezus geen schuld vond, en toen kwam Jezus uit, "dragende de doornenkroon, en het purperen kleed" (Johannes 19:4-5). Uitleggers denken vaak dat Pilatus wilde laten zien dat deze gegeselde en bespotte Man geen gevaar was, of dat hij medelijden wilde wekken. Het hielp niet: de overpriesters en hun dienaars riepen: "Kruis Hem, kruis Hem" (Johannes 19:6).

Waarom zei Jezus dat Pilatus zijn macht van boven had?

Pilatus zei dat hij macht had om Jezus te kruisigen of los te laten. Jezus antwoordde: "Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware" (Johannes 19:11). Daarmee zei Hij dat alle macht van God komt, ook de macht van een Romeinse stadhouder. Pilatus regeerde niet over de afloop; God deed wat Zijn raad bepaald had (Handelingen 4:28). Toch bleef Pilatus verantwoordelijk, en wie Jezus overleverde had groter zonde.

Waar sprak Pilatus het vonnis over Jezus uit?

Pilatus ging zitten "op den rechterstoel, in de plaats, genaamd Lithostrotos, en in het Hebreeuws Gabbatha" (Johannes 19:13). Lithostrotos is een Grieks woord voor een met stenen geplaveide plaats. Waar die plaats precies lag, is niet zeker, omdat ook niet vaststaat of het rechthuis het paleis van Herodes was of de burcht bij de tempel. Johannes noemt ook de tijd: de voorbereiding van het pascha, omtrent de zesde ure (Johannes 19:14). Hoe dat uur zich verhoudt tot de derde ure bij Markus 15:25, daarover verschillen uitleggers.

Waarom zeiden de overpriesters: wij hebben geen koning dan den keizer?

Toen Pilatus vroeg: "Zal ik uw Koning kruisigen"?, antwoordden de overpriesters: "Wij hebben geen koning, dan den keizer" (Johannes 19:15). Kort daarvoor hadden de Joden Pilatus onder druk gezet: wie Jezus losliet, was des keizers vriend niet, want wie zichzelf koning maakt, wederspreekt de keizer (Johannes 19:12). Zo maakten zij er een politieke zaak van. Veel uitleggers wijzen erop hoe zwaar dit woord is uit de mond van Israëls leiders, want de Schrift noemt de HEERE de Koning van Zijn volk (1 Samuël 12:12).

Hoe vertelt u Jezus voor Pilatus aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar, omdat de geseling, de spot en het doodvonnis bij de geschiedenis horen. Vertel die in de woorden van de tekst, zonder lijdensdetails erbij. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus zegt: dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is, en dat Pilatus geen macht had dan van boven. Laat de vertelling eindigen waar Johannes 19:16 eindigt. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Jezus voor Pilatus

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder