Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Malchus in de Bijbel

Malchos (Μάλχος, Grieks) - “Mogelijk: koning”

Wie was Malchus?

Malchus was de dienstknecht van de hogepriester wiens rechteroor Petrus afhieuw toen Jezus gevangen werd genomen (Johannes 18:10). Alleen Johannes noemt zijn naam. Jezus beval Petrus het zwaard weg te steken (Johannes 18:11), en volgens Lukas raakte Hij het oor aan en genas Hij hem (Lukas 22:51).

Malchus wordt in de Bijbel één keer bij name genoemd: "En de naam van den dienstknecht was Malchus" (Johannes 18:10). De Statenvertaling schrijft zijn naam ook zo. Hij was een dienstknecht van de hogepriester en kwam mee met de bende die Jezus in de nacht voor de kruisiging gevangennam. Alle vier de evangeliën vertellen dat een van de discipelen een zwaard trok en de knecht van de hogepriester het oor afhieuw (Mattheüs 26:51; Markus 14:47; Lukas 22:50; Johannes 18:10). Mattheüs, Markus en Lukas noemen geen namen. Johannes zegt dat Simon Petrus het zwaard trok en dat de knecht Malchus heette. Lukas en Johannes vermelden dat het om het rechteroor ging. Alleen Lukas vertelt dat Jezus "raakte zijn oor aan, en heelde hem" (Lukas 22:51). Johannes noemt Malchus nog één keer, zonder naam. Op de binnenplaats van de hogepriester vroeg een andere dienstknecht, "die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had", aan Petrus: "Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?" (Johannes 18:26). Petrus loochende het, en de haan kraaide. Deze pagina gaat over Malchus zelf. Het gebed van Jezus en Zijn gevangenneming in de hof worden verteld in het bijbelverhaal over Jezus in Gethsemane, en de verloochening op de pagina over Petrus.

Historische context

Het gebeurde in de nacht voor de kruisiging, rond het pascha van omstreeks 30 n.Chr. (het precieze jaar is onzeker). Jezus ging met Zijn discipelen "over de beek Kedron, waar een hof was" (Johannes 18:1), aan de voet van de Olijfberg; Mattheüs noemt de plaats Gethsemane (Mattheüs 26:36). Judas kwam daar met "de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen", met lantaarnen, fakkels en wapens (Johannes 18:3). Johannes noemt ook "de overste over duizend" (Johannes 18:12). Veel uitleggers denken daarom dat er Romeinse soldaten bij waren; anderen menen dat het om de tempelwacht ging. De tekst zegt niet precies hoe de groep was samengesteld. Malchus hoorde bij het huis van de hogepriester. Kajafas was in dat jaar hogepriester, en zijn schoonvader Annas had nog grote invloed; Jezus werd eerst naar Annas gebracht (Johannes 18:13). Welke van de twee de heer van Malchus was, zegt de tekst niet; veel uitleggers denken aan Kajafas, die Johannes in dat jaar hogepriester noemt (Johannes 18:13). Wat Malchus in de hof deed, blijft ook onbekend. Hij wordt dienstknecht genoemd, niet soldaat. Dat Johannes zijn naam kent, past bij wat hij elders vertelt: een discipel "was den hogepriester bekend" en kon Petrus in de zaal binnenbrengen (Johannes 18:15-16). Waarom de andere evangelisten de namen weglaten, zeggen zij niet. Sommige uitleggers vermoeden dat Petrus beschermd moest worden zolang hij leefde; dat blijft een gissing. De naam Malchus is waarschijnlijk Semitisch en wordt meestal verbonden met het woord voor koning (Hebreeuws melech). Zeker is die verklaring niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Hij diende in het huis van de hogepriester en ging die nacht mee met de bende (Johannes 18:3, 18:10)
  • Hij werd door Jezus genezen zonder dat hij erom vroeg (Lukas 22:51)

Theologische betekenis

Het verhaal van Malchus laat zien hoe Jezus Zijn lijden inging. Petrus wilde Hem met het zwaard beschermen, maar Jezus zei: "Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?" (Johannes 18:11). De drinkbeker is het lijden waarover Hij kort tevoren in de hof gebeden had (Mattheüs 26:39). Hij werd niet overmand; Hij gaf Zich over. Bij Mattheüs zegt Hij dat Hij de Vader om meer dan twaalf legioenen engelen kon bidden, maar "hoe zouden dan de Schriften vervuld worden" (Mattheüs 26:53-54). Het zwaard van Petrus past niet bij het Koninkrijk van Christus. Voor Pilatus zei Jezus: "Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben" (Johannes 18:36). Mattheüs voegt het woord toe: "allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan" (Mattheüs 26:52). Uitleggers verschillen over de vraag wat dat zegt over geweld in het algemeen, maar in deze context is het duidelijk: de zaak van Christus wordt niet met wapens verdedigd. Elders geeft de Schrift de overheid het zwaard: "want zij draagt het zwaard niet tevergeefs" (Romeinen 13:4). Hier gaat het om de zaak van Christus en om eigenmachtig geweld van Zijn discipelen. Lukas vertelt als enige dat Jezus het oor aanraakte en genas. In zijn evangelie is dat de laatste genezing voor het kruis. Jezus deed het aan een knecht van Zijn tegenstanders. Daarmee deed Hij wat Hij Zijn discipelen geleerd had: "Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten" (Lukas 6:27). Over de afloop voor Malchus zwijgt de Bijbel. Latere legenden geven hem een vervolg, maar daar is geen bijbelse grond voor.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Malchos (Μάλχος, Grieks)

Betekenis

Mogelijk: koning

Sleutelmomenten

1

Malchus gaat mee met de bende

Judas komt met een bende soldaten en dienaren van de overpriesters en Farizeeën naar de hof over de Kedron. Malchus, de knecht van de hogepriester, is erbij.

Johannes 18:3

2

Petrus slaat toe

Als zij Jezus grijpen, trekt Simon Petrus een zwaard en hakt de knecht van de hogepriester het rechteroor af. Johannes noemt de knecht bij naam: Malchus.

Johannes 18:10

3

Steek uw zwaard in de schede

Jezus beveelt Petrus het zwaard weg te steken. Hij wil de drinkbeker drinken die de Vader Hem gegeven heeft.

Johannes 18:11

4

Wie het zwaard neemt

Bij Mattheüs zegt Jezus dat wie het zwaard neemt, door het zwaard zal vergaan, en dat Hij de Vader om meer dan twaalf legioenen engelen kan bidden.

Mattheüs 26:52

5

Jezus heelt het oor

Lukas vertelt dat Jezus zegt: "Laat hen tot hiertoe geworden", het oor van de knecht aanraakt en hem geneest.

Lukas 22:51

6

Een familielid bij het vuur

Later die nacht herkent een bloedverwant van Malchus Petrus op de binnenplaats van de hogepriester. Petrus loochent opnieuw, en de haan kraait.

Johannes 18:26

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Malchus beter te begrijpen.

Johannes 18:10

“Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.”

Het enige vers waarin de namen van Petrus en Malchus bij dit voorval staan.

Johannes 18:11

“Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?”

Jezus wijst het zwaard af, omdat Hij het lijden uit de hand van de Vader aanvaardt.

Mattheüs 26:52

“Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.”

Mattheüs geeft een eigen woord van Jezus bij hetzelfde moment.

Lukas 22:50-51

“En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af. En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.”

Alleen Lukas, de medicijnmeester (Kolossenzen 4:14), vertelt dat Jezus het oor genas.

Johannes 18:26

“Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?”

Een familielid van Malchus brengt Petrus in het nauw; daarop volgt de derde verloochening.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Malchus leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Petrus meende Jezus te helpen met het zwaard. Zijn moed was echt, maar zijn middel was verkeerd. Ook wij kunnen voor de zaak van Christus willen opkomen met middelen die niet bij Hem passen: harde woorden, macht of dwang. Jezus zegt ook ons: steek uw zwaard in de schede. Dat gaat over eigenmachtig geweld voor Zijn zaak; de overheid draagt het zwaard wel met recht (Romeinen 13:4). Jezus genas de wond van een man die met Zijn vijanden was meegekomen. Hij vroeg niet of Malchus het verdiende. Dat leert ons hoe wij met tegenstanders omgaan: niet het kwade met kwaad vergelden, maar "overwint het kwade door het goede" (Romeinen 12:21). Het verhaal laat ook zien dat Jezus vrijwillig Zijn lijden inging. Hij had de macht om Zich te verdedigen, maar dronk de drinkbeker die de Vader Hem gaf. Daarin ligt de troost van het evangelie: Hij gaf Zich over voor zondaren, ook voor wie Hem tegenstonden. Ten slotte: Malchus is een naam in de marge van het lijdensverhaal, maar de evangelist heeft hem bewaard. Ook de kleinste figuren staan onder het oog van God.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Malchus

Wie was Malchus in de Bijbel?
Malchus was een dienstknecht van de hogepriester. Hij was erbij toen Jezus in de hof over de beek Kedron gevangen werd genomen. Simon Petrus trok een zwaard en hieuw hem het rechteroor af: "En de naam van den dienstknecht was Malchus" (Johannes 18:10). Jezus beval Petrus het zwaard weg te steken, en volgens Lukas genas Hij het oor (Lukas 22:51). Meer vertelt de Bijbel niet over hem.
Waar staat Malchus in de Bijbel?
Alleen in Johannes 18:10 staat de naam Malchus. Het voorval zelf staat in alle vier de evangeliën: Mattheüs 26:51-54, Markus 14:47, Lukas 22:49-51 en Johannes 18:10-11. Daar heet hij alleen "den dienstknecht des hogepriesters" (Markus 14:47). In Johannes 18:26 wordt hij nog genoemd als de man die Petrus het oor had afgehouwen, wanneer een familielid van hem Petrus herkent.
Wie sloeg het oor van Malchus af?
Simon Petrus. Mattheüs, Markus en Lukas noemen geen naam; Mattheüs zegt "een van degenen, die met Jezus waren" (Mattheüs 26:51). Johannes noemt de naam: "Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht" (Johannes 18:10). Volgens Lukas hadden de discipelen eerder die avond gezegd dat zij twee zwaarden bij zich hadden (Lukas 22:38).
Welk oor van Malchus werd afgehouwen?
Het rechteroor. Lukas schrijft dat de discipel de knecht "zijn rechteroor" afhieuw (Lukas 22:50), en Johannes zegt hetzelfde (Johannes 18:10). Mattheüs en Markus spreken alleen van "zijn oor". Waarom het juist het rechteroor was, zegt de tekst niet. Uitleggers noemen soms een schuin neerkomende slag, maar dat blijft een gissing.
Genas Jezus het oor van Malchus?
Ja, dat vertelt Lukas: "En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem" (Lukas 22:51). De andere evangeliën vermelden de genezing niet. In het evangelie van Lukas is dit de laatste genezing voor het kruis. Jezus genas iemand die gekomen was om Hem gevangen te nemen.
Waarom noemt alleen Johannes de naam Malchus?
De Bijbel geeft geen reden. Johannes vertelt dat "een ander discipel" in het huis van de hogepriester bekend was (Johannes 18:15). Als dat Johannes zelf was, zoals vaak wordt aangenomen, dan kende hij dat huis; hij weet ook dat een familielid van Malchus Petrus aansprak (Johannes 18:26). Sommige uitleggers vermoeden dat de andere evangelisten de namen weglieten om Petrus te beschermen zolang hij leefde. Dat is een mogelijke verklaring, geen vaststaand feit.
Was Malchus een soldaat?
Nee, de Bijbel noemt hem "de dienstknecht" van de hogepriester (Johannes 18:10), niet een soldaat. Hij kwam mee met de bende die Judas leidde: krijgsknechten en dienaars van de overpriesters en Farizeeën (Johannes 18:3). Of die krijgsknechten Romeinen waren of de tempelwacht, wordt verschillend uitgelegd. Wat Malchus zelf in de hof deed, zegt de tekst niet.
Werd Malchus later christen?
Dat vertelt de Bijbel niet. Dat Johannes zijn naam bewaarde, betekent niet dat hij later tot de gemeente behoorde; het kan ook komen doordat de evangelist het huis van de hogepriester kende, als hij de andere discipel uit Johannes 18:15 was. Latere legenden geven Malchus een vervolg, maar die hebben geen grond in de Bijbel. Wij weten alleen dat hij genezing ontving uit de hand van Jezus (Lukas 22:51).
Wat kunnen wij leren van het verhaal van Malchus?
Het verhaal leert ons dat de zaak van Christus niet met het zwaard wordt verdedigd: "Steek uw zwaard in de schede" (Johannes 18:11). Het laat zien dat Jezus vrijwillig Zijn lijden inging. En het toont hoe Hij met tegenstanders omging: Hij genas de wond van een man die gekomen was om Hem te vangen. Zo leert Hij ons onze vijanden lief te hebben en het kwade door het goede te overwinnen.

Stel een vraag over Malchus

Wilt u meer weten over Malchus? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Malchus

Bijbelverhalen rond Malchus

Verdiep u verder