Petrus verloochent Jezus
Driemaal zegt Petrus dat hij Jezus niet kent
Samenvatting
Petrus verloochent Jezus is de geschiedenis uit Lukas 22:54-62 en Mattheüs 26:69-75 over de nacht waarin Jezus gevangen was. Petrus volgt van verre tot in het huis van de hogepriester. Bij het vuur zegt hij driemaal dat hij Jezus niet kent. Dan kraait de haan, zoals Jezus had voorzegd. De Heere keert Zich om en ziet Petrus aan, en Petrus gaat naar buiten en weent bitterlijk.
Bijbelgedeelte
“Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.”
“Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.”
“Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.”
“En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.”
“En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.”
Het verhaal
Lukas 22:54-62 en Mattheüs 26:69-75 vertellen de verloochening van Petrus: in de nacht van Jezus’ gevangenneming zei hij driemaal dat hij Hem niet kende. Het gebeurde in Jeruzalem, in het huis van de hogepriester, kort nadat Jezus in de hof gevangengenomen was (zie Jezus bidt in Gethsemane). Ook Markus 14:66-72 en Johannes 18:15-27 vertellen deze geschiedenis.
Wat had Jezus tegen Petrus gezegd over de haan?
Eerder die avond, na het Pascha, zei Jezus tegen Zijn discipelen dat zij allen in deze nacht aan Hem geërgerd zouden worden. Petrus antwoordde dat hij nooit geërgerd zou worden, ook als alle anderen het werden. Jezus zei tegen hem: "Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen" (Mattheüs 26:34). Petrus hield vol dat hij Jezus geenszins zou verloochenen, al moest hij met Hem sterven, en zo zeiden alle discipelen (Mattheüs 26:35). Lukas bewaart nog een ander woord. De satan had begeerd de discipelen te ziften als de tarwe, maar Jezus zei tegen Simon: "Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude" (Lukas 22:32).
Hoe kwam Petrus bij het vuur van de hogepriester?
Toen Jezus gegrepen werd, vluchtten al de discipelen (Mattheüs 26:56). Jezus werd naar het huis van de hogepriester gebracht, en Petrus volgde van verre (Lukas 22:54). Mattheüs zegt dat hij naar binnen ging en bij de dienaren ging zitten om het einde te zien (Mattheüs 26:58). Johannes vertelt dat een andere discipel, die bij de hogepriester bekend was, hem liet binnenkomen (Johannes 18:15-16). Midden in de zaal hadden zij vuur aangestoken, en Petrus zat tussen hen in (Lukas 22:55).
Hoe verloochende Petrus Jezus drie keer?
Een dienstmaagd zag Petrus bij het vuur zitten. Zij hield haar ogen op hem gericht en zei dat ook deze met Hem was geweest. Petrus ontkende: "Vrouw, ik ken Hem niet" (Lukas 22:57). Kort daarna zei een ander dat hij ook een van hen was, en weer zei Petrus dat hij het niet was (Lukas 22:58). Bij Mattheüs gebeurt deze tweede verloochening bij de voorpoort, tegenover een andere dienstmaagd, en met een eed (Mattheüs 26:71-72).
Ongeveer een uur later hield weer een ander vol dat hij werkelijk bij Jezus hoorde, want hij was ook een Galileeër (Lukas 22:59). Mattheüs zegt dat zijn spraak hem verraadde (Mattheüs 26:73). Toen begon Petrus zich te vervloeken en te zweren: "Ik ken den Mens niet" (Mattheüs 26:74).
Wat gebeurde er toen de haan kraaide?
Terwijl Petrus nog sprak, kraaide de haan. Dan schrijft alleen Lukas: "En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan" (Lukas 22:61). Petrus dacht terug aan het woord dat Jezus tegen hem gezegd had. Daarop volgt: "En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk" (Lukas 22:62). Zo eindigt de geschiedenis bij Lukas en Mattheüs. In dezelfde uren werd Jezus bespot en geslagen door de mannen die Hem bewaakten (Lukas 22:63-65), en beleed Hij voor de hogepriester dat Hij de Christus is (Mattheüs 26:63-64).
Bij die tranen blijft het niet. Op de opstandingsmorgen moesten de vrouwen de boodschap brengen aan de discipelen, en Petrus wordt daarbij apart genoemd (Markus 16:7). Aan het meer van Tiberias vroeg Jezus driemaal aan Petrus of hij Hem liefhad (zie het ontbijt aan het meer).
Achtergrond
Johannes vertelt dat Jezus eerst naar Annas gebracht werd, de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was (Johannes 18:13). Daarna zond Annas Hem gebonden naar Kajafas (Johannes 18:24). Mattheüs noemt alleen Kajafas, bij wie de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren (Mattheüs 26:57). Of beiden in hetzelfde gebouw woonden, zegt de Bijbel niet.
Met de zaal bedoelt de Statenvertaling hier waarschijnlijk de binnenplaats van het huis, waar de dienaren wachtten. Het was nacht en koud, en de dienaren hadden een kolenvuur gemaakt (Johannes 18:18). Petrus kwam uit Galilea, en aan zijn spraak hoorden de mensen in Jeruzalem dat hij niet van hen was.
De evangelisten vertellen de drie keren niet met dezelfde woorden. Bij Mattheüs en Markus spreken een of twee dienstmaagden en daarna de omstanders; bij Lukas een dienstmaagd en twee mannen; bij Johannes de deurwaarster, de groep bij het vuur en een familielid van de man wiens oor Petrus had afgehouwen. Veel uitleggers verklaren dat zo: steeds sprak één persoon en vielen anderen bij. Markus schrijft dat de haan tweemaal kraaide (Markus 14:72); de anderen noemen alleen het kraaien na de derde verloochening.
Betekenis
De eerste die in deze geschiedenis handelt, is niet Petrus maar de Heere. Jezus wist vooraf wat er zou gebeuren en zei het Petrus tot op de haan nauwkeurig (Mattheüs 26:34). Hij had al voor hem gebeden voordat Petrus viel (Lukas 22:32). Het geloof van Petrus hield niet stand door zijn eigen trouw, maar door die voorbede. Paulus schrijft: "Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw" (2 Timotheüs 2:13). Ook nu leeft Christus altijd om voor de Zijnen te bidden (Hebreeën 7:25).
In Lukas 22 staan twee dingen naast elkaar. Binnen werd Jezus bespot en geslagen, en voor de raad beleed Hij dat Hij de Christus is; buiten zei Petrus dat hij Hem niet kende. Jezus bleef trouw aan de discipel die Hem ontrouw werd. Hij is de Herder Die geslagen werd terwijl de schapen verstrooid werden, zoals Hij Zelf met Zacharia 13:7 had gezegd (Mattheüs 26:31).
Dan keert de Heere Zich om en ziet Petrus aan. Die blik brengt het woord van Jezus terug, en Petrus weent bitterlijk. Paulus onderscheidt twee soorten droefheid. De droefheid naar God werkt "een onberouwelijke bekering tot zaligheid", de droefheid der wereld werkt de dood (2 Korinthe 7:10). Ook Judas kreeg berouw, maar hij ging niet terug naar Jezus (Mattheüs 27:3-5). Petrus werd door de Heere teruggehaald. Lukas en Paulus vermelden dat de opgestane Heere aan Simon verscheen (Lukas 24:34; 1 Korinthe 15:5).
Jezus zegt elders ernstig dat Hij wie Hem verloochent voor de mensen, ook zal verloochenen voor Zijn Vader (Mattheüs 10:33). Die waarschuwing wordt hier niet weggenomen. Wel laat Petrus zien dat de Heere een gevallen discipel tot berouw brengt en herstelt. Later zagen de leiders in Jeruzalem de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en zij merkten "dat zij met Jezus geweest waren" (Handelingen 4:13).
Lessen voor vandaag
De Heere kent ons beter dan wij onszelf kennen. Petrus meende het toen hij zei dat hij Jezus nooit zou verloochenen, al moest hij met Hem sterven, en toch viel hij binnen enkele uren, tegenover een dienstmaagd. "Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle" (1 Korinthe 10:12). Jezus had de weg gewezen: waken en bidden, omdat de geest wel gewillig is maar het vlees zwak (Mattheüs 26:41). Wie op eigen vastheid rekent, staat zwakker dan hij denkt.
Christus bidt voor de Zijnen, ook als zij vallen. Dat is geen vrijbrief om te zondigen, maar troost voor wie gevallen is. Het geloof van Petrus hing niet aan zijn belofte, maar aan het gebed van Jezus. Daarom mag wie de Heere met woorden of met zwijgen verloochend heeft, tot Hem terugkeren. "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve" (1 Johannes 1:9).
Echt berouw blijft niet bij zichzelf staan, maar wordt door de Heere Zelf opgezocht. Petrus weende bitterlijk, en de geschiedenis houdt daar niet op. Jezus zocht hem op en gaf hem opnieuw werk: zijn broeders versterken (Lukas 22:32) en Zijn schapen weiden (Johannes 21:17). De Heere Die Petrus aanzag, gebruikt gevallen mensen die Hij Zelf heeft opgericht.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was nacht in Jeruzalem. In de hof Gethsemane hadden soldaten en dienaren de Heere Jezus gevangengenomen. Al Zijn discipelen waren gevlucht. Nu brachten de mannen Jezus naar het huis van de hogepriester. Dat was de belangrijkste priester van Israël.
Eerder die avond had de Heere Jezus gezegd dat Zijn discipelen Hem allemaal in de steek zouden laten. Maar Petrus zei dat hij dat nooit zou doen. Hij zei dat hij zelfs met Jezus zou sterven als het moest. Toen zei de Heere Jezus tegen hem dat hij Hem die nacht drie keer zou verloochenen, nog voordat de haan kraaide. Verloochenen betekent: zeggen dat je iemand niet kent, terwijl je hem wel kent. De Heere Jezus zei ook dat Hij voor Petrus gebeden had. Hij had gebeden dat het geloof van Petrus niet zou ophouden.
Petrus liep achter de mannen aan, maar op een afstand. Zo kwam hij bij het huis van de hogepriester. Hij ging naar binnen, de zaal in. Dat was een plein midden in het huis. Daar hadden de dienaren een vuur gemaakt. Ze zaten bij elkaar om het vuur. Petrus ging tussen hen in zitten. Hij wilde zien hoe het met Jezus zou aflopen.
Toen kwam er een dienstmaagd. Dat was een vrouw die als dienster in het huis werkte. Ze zag Petrus bij het vuur zitten. Ze bleef hem aankijken. Toen zei ze: "Ook deze was met Hem". Maar Petrus zei: "Vrouw, ik ken Hem niet".
Even later liep Petrus naar de poort van het huis. Daar zag een andere dienstmaagd hem. Ze zei tegen de mensen die er stonden dat hij met Jezus was geweest. Weer zei Petrus nee, en hij zwoer er zelfs bij: "Ik ken den Mens niet". Dat was de tweede keer.
Er ging ongeveer een uur voorbij. Toen kwamen een paar mensen die erbij stonden naar Petrus toe. Ze zeiden dat hij zeker bij Jezus hoorde. Ze konden het horen aan zijn manier van praten. Petrus kwam uit Galilea, en daar spraken de mensen anders dan in Jeruzalem. Toen begon Petrus zich te vervloeken en te zweren. Dat betekent: hij zei dat hij gestraft mocht worden als het niet waar was. En hij zei dat hij de Man niet kende. Dat was de derde keer.
Op dat moment, terwijl hij nog sprak, kraaide de haan. Een haan kraait vroeg in de morgen, als de nacht bijna voorbij is.
De Heere Jezus was ook in dat huis. Hij keerde Zich om en keek Petrus aan. Toen moest Petrus denken aan wat Jezus tegen hem gezegd had: "Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen". Alles wat de Heere Jezus gezegd had, was uitgekomen. Petrus ging naar buiten. Daar huilde hij heel erg. De Bijbel zegt dat hij "weende bitterlijk".
Zo eindigt deze geschiedenis: met Petrus die buiten huilde. Petrus had beloofd dat hij trouw zou blijven, maar hij viel. De Heere Jezus bleef wel trouw. Hij wist van tevoren wat Petrus zou doen, en Hij had toch voor hem gebeden. Na Zijn opstanding heeft de Heere Jezus Petrus weer opgezocht. Dat is een andere geschiedenis.
“Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.” (Lukas 22:32)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen vaak of de Heere Jezus nog van Petrus hield. Zeg eerlijk dat Petrus zwaar zondigde, en dat Jezus Petrus toch niet losliet. Hij had al voor hem gebeden (Lukas 22:32). Na de opstanding noemt de engel Petrus apart (Markus 16:7), en aan het meer vraagt Jezus driemaal aan Petrus of hij Hem liefheeft (Johannes 21:15-17). Die geschiedenis kunt u een volgende keer vertellen.
- Leg de woorden verloochenen, hogepriester, dienstmaagd en zweren kort uit. Vul niet in wat Petrus dacht of hoe Jezus keek; de Bijbel zegt alleen dat de Heere Zich omkeerde en Petrus aanzag. Lees na de vertelling Lukas 22:54-62 uit de Bijbel zelf voor. Dat de nacht koud was, staat in Johannes 18:18; u kunt het noemen als u dat gedeelte erbij leest.
- Oudere kinderen vragen soms wat het verschil is tussen Petrus en Judas, omdat ze allebei Jezus ontrouw werden. U kunt zeggen dat ze allebei zondigden en allebei spijt kregen. Maar Judas ging niet terug naar Jezus, en Petrus werd door Jezus teruggehaald (Mattheüs 27:3-5; Lukas 24:34). Vertel aan jonge kinderen niet wat er met Judas gebeurde.
- Kinderen die de evangeliën vergelijken, merken dat Markus zegt dat de haan tweemaal kraaide (Markus 14:72), en dat niet steeds dezelfde mensen spreken. Zeg dat de evangelisten niet allemaal dezelfde details opschrijven. In de kern zijn ze het eens: Petrus zei driemaal dat hij Jezus niet kende, en het ging precies zoals Jezus gezegd had.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWaar zat Petrus toen de dienstmaagd hem zag?
- NavertellenWat gebeurde er toen Petrus voor de derde keer nee zei?
- VerwonderenWat deed de Heere Jezus toen de haan kraaide?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenPetrus zei drie keer dat hij Jezus niet kende. Wat zei hij de derde keer, en wat deed hij erbij?
- BetekenisWaarom moest Petrus zo huilen toen de Heere Jezus naar hem keek en hij aan Zijn woorden dacht?
- VerbindingLees Johannes 21:15-17. Hoe vaak vroeg Jezus aan Petrus of hij Hem liefhad, en waarom juist zo vaak?
- ToepassingWaar kan het moeilijk zijn om te laten merken dat je de Heere Jezus wilt volgen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Lukas 22:31-34. Wat wist Jezus al voordat Petrus viel, en wat had Hij toen al voor Petrus gedaan?
- Wie is God?De Heere keerde Zich om en zag Petrus aan, op het moment dat Petrus Hem verloochende. Wat zegt dat over Wie Jezus is?
- Moeilijke vraagJezus zegt in Mattheüs 10:33 dat Hij wie Hem verloochent, ook zal verloochenen. Toch werd Petrus hersteld. Hoe hangen die twee samen, en wat is het verschil met Judas?
- PersoonlijkPetrus was zeker van zichzelf: hij zou Jezus nooit verloochenen. Waar vertrouw jij op je eigen kracht in plaats van op de Heere?
Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij voor Zijn discipelen bidt, ook als zij falen, en dat Hij Petrus niet losliet. Bid om waar berouw over zonde en om kracht om Hem te belijden.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Petrus verloochent Jezus
Waar staat het verhaal van Petrus die Jezus verloochent in de Bijbel?
Het verhaal staat in alle vier de evangeliën: Mattheüs 26:69-75, Markus 14:66-72, Lukas 22:54-62 en Johannes 18:15-27. Jezus had het vooraf aangekondigd in Mattheüs 26:34, Markus 14:30, Lukas 22:34 en Johannes 13:38. Alleen Lukas vertelt dat de Heere Zich omkeerde en Petrus aanzag (Lukas 22:61). Het herstel van Petrus na de opstanding staat in Johannes 21:15-19.
Wat betekent verloochenen?
Verloochenen betekent ontkennen dat u iemand kent of bij iemand hoort. Petrus zei tegen de dienstmaagd: "Vrouw, ik ken Hem niet" (Lukas 22:57), en later met een eed: "Ik ken den Mens niet" (Mattheüs 26:72). Het is meer dan zwijgen: Petrus maakte zich met woorden los van Jezus, juist op het moment dat Jezus terecht stond. Daarom spreekt Jezus er elders zo ernstig over (Mattheüs 10:33).
Kraaide de haan drie keer?
Nee. Niet de haan kraaide drie keer, maar Petrus verloochende Jezus drie keer voordat de haan kraaide. Zo zei Jezus het: "eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen" (Mattheüs 26:34). Markus vertelt meer en zegt dat de haan tweemaal kraaide, de tweede keer na de derde verloochening (Markus 14:30; Markus 14:72). Mattheüs, Lukas en Johannes noemen alleen dat laatste kraaien.
Waarom verloochende Petrus Jezus?
De Bijbel geeft geen uitgewerkt motief, maar de tekst laat wel zien hoe het ging. Petrus vertrouwde op zijn eigen trouw (Mattheüs 26:35), sliep in Gethsemane in plaats van te waken en te bidden (Mattheüs 26:40-41), en volgde Jezus van verre (Lukas 22:54). Jezus had gezegd dat de satan de discipelen begeerde te ziften als de tarwe (Lukas 22:31). Tussen de dienaren van de hogepriester viel hij, en niet één keer maar drie keer.
Waarom keek Jezus Petrus aan?
Lukas schrijft alleen: "En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan" (Lukas 22:61). Wat er in die blik lag, zegt de tekst niet. Wel zegt Lukas wat hij uitwerkte: Petrus dacht terug aan het woord van Jezus, ging naar buiten en weende bitterlijk. Veel uitleggers zien in die blik zowel ontdekking als ontferming. De Heere liet Petrus niet in zijn verloochening zitten, maar bracht hem tot berouw.
Wat is het verschil tussen Petrus en Judas?
Beiden werden Jezus in dezelfde nacht ontrouw, en beiden kregen berouw. Maar Judas bracht het geld terug naar de overpriesters en ging daarna heen en verworgde zichzelf (Mattheüs 27:3-5). Petrus weende bitterlijk en werd door de Heere teruggehaald. Paulus noemt dat verschil: de droefheid naar God werkt "een onberouwelijke bekering tot zaligheid", de droefheid der wereld werkt de dood (2 Korinthe 7:10). Jezus had voor Petrus gebeden (Lukas 22:32).
Werd Petrus vergeven na de verloochening?
Ja. Na de opstanding moesten de vrouwen de boodschap brengen aan de discipelen "en Petrus" (Markus 16:7). De discipelen in Jeruzalem zeiden: "De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien" (Lukas 24:34), en Paulus noemt dat Hij van Cefas gezien is (1 Korinthe 15:5). Aan het meer vroeg Jezus driemaal: "Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief"? en gaf Hij hem opdracht Zijn schapen te weiden (Johannes 21:15-17).
Waarom vertellen de evangeliën de verloochening verschillend?
De vier evangelisten vertellen dezelfde drie verloocheningen, maar niet steeds met dezelfde mensen en woorden. Bij Mattheüs spreken twee dienstmaagden en daarna de omstanders, bij Lukas een dienstmaagd en twee mannen, bij Johannes de deurwaarster, de groep bij het vuur en een familielid van Malchus. Veel uitleggers verklaren dat steeds één persoon begon en anderen bijvielen. Over de kern zijn alle vier het eens: driemaal ontkende Petrus, en de haan kraaide zoals Jezus gezegd had.
Wat leert de verloochening van Petrus ons?
De geschiedenis leert eerst Wie Jezus is. Hij wist vooraf wat Petrus zou doen, bad voor hem en bleef trouw toen Petrus ontrouw werd (2 Timotheüs 2:13). Ze leert ook dat niemand op zijn eigen vastheid kan bouwen: "die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle" (1 Korinthe 10:12). En ze laat zien dat de Heere een gevallen discipel tot berouw brengt en herstelt. Petrus werd later een vrijmoedig getuige van Christus (Handelingen 4:13).
Hoe vertelt u Petrus die Jezus verloochent aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. De geschiedenis is goed te volgen: de belofte van Petrus, het vuur, drie keer nee, de haan en de blik van Jezus. Geef de meeste ruimte aan wat Jezus vooraf zei en dat Hij voor Petrus gebeden had. Vul niet in wat Petrus dacht. Vertel eerlijk dat Petrus zwaar zondigde, en dat Jezus Petrus na de opstanding opzocht. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over Petrus verloochent Jezus
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Feestdagen bij dit verhaal
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.