Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Rizpa in de Bijbel

Rizpa (רִצְפָּה, Hebreeuws) - “Mogelijk: gloeiende kool”

Wie was Rizpa?

Rizpa was een bijwijf van koning Saul en de moeder van Armoni en Mefiboseth. Toen David haar zonen aan de Gibeonieten uitleverde, waakte zij bij hun lichamen tot de regen kwam (2 Samuël 21:10). Daarna liet David hen begraven in het graf van Kis, met Saul en Jonathan.

Rizpa komt twee keer in de Bijbel voor, beide keren in 2 Samuël. In 2 Samuël 3:7 wordt zij genoemd als "Rizpa, dochter van Aja", het bijwijf van Saul, om wie Isboseth en Abner met elkaar braken. In 2 Samuël 21:8-14 staat haar eigen verhaal: de wake bij de lichamen van haar zonen. Het is een zwaar hoofdstuk. Er was drie jaar honger, en de HEERE zei tot David: "Het is om Saul en om des bloedhuizes wil, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft" (2 Samuël 21:1). De Gibeonieten vroegen geen geld, maar zeven mannen uit Sauls nakomelingen. David spaarde Mefiboset, de zoon van Jonathan, om de eed met Jonathan, maar gaf wel de twee zonen van Rizpa en vijf zonen van Sauls dochter Merab, die in de Statenvertaling Michals zuster heet. Wat Rizpa daarna deed, beschrijft de tekst in één zin. Zij nam een zak, spreidde die uit op een rots, en "liet het gevogelte des hemels op hen niet rusten des daags, noch het gedierte van het veld des nachts" (2 Samuël 21:10). Zij zegt geen woord in het hele verhaal. Toen David hoorde wat zij gedaan had, liet hij de beenderen van Saul en Jonathan halen uit Jabes, waar zij begraven lagen (1 Samuël 31:13), en zette ze met de gehangenen bij in het graf van Kis. Niet te verwarren met Mefiboset, de zoon van Jonathan. De Statenvertaling schrijft beiden Mefiboseth (2 Samuël 21:7-8). De zoon van Rizpa was een halfbroer van Jonathan en van Isboseth.

Historische context

Het verhaal speelt in de regering van David, rond 1000 voor Christus. Wanneer precies, zegt de Bijbel niet; 2 Samuël 21 tot en met 24 worden vaak gezien als een aanhangsel bij de geschiedenis van David, niet in chronologische volgorde. Veel uitleggers plaatsen de honger vóór de opstand van Absalom (vergelijk 2 Samuël 16:8). De Gibeonieten waren geen Israëlieten, "maar van het overblijfsel der Amorieten" (2 Samuël 21:2). In de tijd van Jozua hadden zij met list een verbond gesloten, en de oversten van Israël hadden hun bij de HEERE gezworen dat zij in leven zouden blijven (Jozua 9:15, Jozua 9:19-20). Saul brak die eed "in zijn ijver voor de kinderen van Israel en Juda" (2 Samuël 21:2). Waar en wanneer dat gebeurde, vertelt de Bijbel nergens anders. Een bijwijf was een wettige bijvrouw, lager in rang dan de hoofdvrouw. Na de dood van Saul bleef Rizpa tot zijn huis behoren; daarom raakte de omgang van Abner met haar aan de positie van Isboseth (2 Samuël 3:7). De zeven werden gedood "in de dagen van den oogst, in de eerste dagen, in het begin van den gersteoogst" (2 Samuël 21:9), in het voorjaar. Rizpa bleef "totdat er water op hen drupte van den hemel". In Israël valt de regen meestal pas weer in het najaar; dan zou de wake maanden hebben geduurd. Het kan ook om een ongewone regenbui gaan. De tekst laat het open. De regen na drie jaar honger wordt vaak gezien als het teken dat God het land weer zegende; de tekst zegt na de begrafenis: "Alzo werd God na dezen den lande verbeden" (2 Samuël 21:14). Een onbegraven lichaam was een diepe schande. De wet bepaalde dat een opgehangene niet aan het hout mocht overnachten (Deuteronomium 21:22-23). Waarom dat hier anders ging, legt de tekst niet uit. Uitleggers zien het verband met de verzoening voor het land, die pas met de regen haar einde vond.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Trouw tot na de dood: zij bleef dag en nacht bij haar zonen (2 Samuël 21:10)
  • Volhardend, van de gersteoogst tot de regen (2 Samuël 21:10)
  • Haar stille daad bewoog de koning tot recht doen aan de doden (2 Samuël 21:11-12)

Theologische betekenis

2 Samuël 21 stelt vragen die de tekst niet wegneemt. Waarom moesten zonen sterven voor de daad van hun vader, terwijl de wet zegt dat de kinderen niet voor de vaders gedood zullen worden (Deuteronomium 24:16)? De tekst laat wel zien hoe zwaar God een eed neemt. Israël had de Gibeonieten bij de HEERE trouw gezworen; Saul brak dat woord. "Het bloed ontheiligt het land," zegt de wet (Numeri 35:33). De HEERE noemt niet alleen Saul, maar ook "des bloedhuizes" (2 Samuël 21:1); veel uitleggers zien daarin dat Sauls huis aan de daad deel had. Deuteronomium 24:16 is een regel voor menselijke rechtspraak; hier wijst de HEERE Zelf de oorzaak aan, Die "de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen" (Exodus 20:5). Het ophangen eisten de Gibeonieten (2 Samuël 21:6); de tekst zegt niet dat God het gebood. Een sluitend antwoord geeft de Schrift niet, en wij moeten er ook geen bedenken. Tegenover die harde gerechtigheid staat de vrouw op de rots. Zij verdedigt alleen de waardigheid van de doden. Toch verandert er door haar iets: David hoort van haar, laat de gehangenen begraven en brengt de beenderen van Saul en Jonathan uit Jabes over naar het graf van hun vader Kis. Pas dan staat er: "Alzo werd God na dezen den lande verbeden" (2 Samuël 21:14). De verzoening van het land en de eerbied voor de doden horen in dit verhaal bij elkaar. Wie dit hoofdstuk naast het Nieuwe Testament legt, ziet dat de vloek van het hout een andere richting krijgt. Paulus citeert de wet: "Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt", en zegt dat Christus "een vloek geworden zijnde voor ons" verlost heeft van de vloek der wet (Galaten 3:13). Rizpa kon haar zonen niet redden; Christus droeg de vloek zelf.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Rizpa (רִצְפָּה, Hebreeuws)

Betekenis

Mogelijk: gloeiende kool

Sleutelmomenten

1

Een bijwijf van Saul

Na de dood van Saul vraagt Isboseth aan Abner waarom hij is ingegaan tot Rizpa, het bijwijf van zijn vader. De vraag leidt tot de breuk tussen beide mannen.

2 Samuël 3:7

2

Honger en de eis van de Gibeonieten

Drie jaar lang is er honger. David zoekt het aangezicht van de HEERE en hoort dat het om het bloed van de Gibeonieten is. Zij vragen geen zilver of goud, maar zeven mannen uit de zonen van Saul.

2 Samuël 21:1-6

3

Haar zonen uitgeleverd

David spaart Mefiboset, de zoon van Jonathan, maar geeft Armoni en Mefiboseth, de zonen van Rizpa, en vijf kleinzonen van Saul. De Gibeonieten hangen hen op de berg op, in het begin van de gersteoogst.

2 Samuël 21:8-9

4

De wake op de rots

Rizpa spreidt een zak op een rots en blijft daar. Overdag houdt zij de vogels weg, ’s nachts de wilde dieren, totdat het water van de hemel op de lichamen drupt.

2 Samuël 21:10

5

Een graf voor het huis van Saul

David hoort wat Rizpa heeft gedaan. Hij haalt de beenderen van Saul en Jonathan uit Jabes in Gilead en begraaft hen met de beenderen van de gehangenen in het graf van Kis. Daarna wordt God het land verbeden.

2 Samuël 21:11-14

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Rizpa beter te begrijpen.

2 Samuël 3:7

“Saul nu had een bijwijf gehad, welker naam was Rizpa, dochter van Aja; en Isboseth zeide tot Abner: Waarom zijt gij ingegaan tot mijns vaders bijwijf?”

De eerste vermelding van Rizpa. Haar naam staat in een politieke ruzie tussen twee mannen, zonder dat zij zelf iets zegt.

2 Samuël 21:1

“En er was in Davids dagen een honger, drie jaren, jaar achter jaar; en David zocht het aangezicht des HEEREN. En de HEERE zeide: Het is om Saul en om des bloedhuizes wil, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft.”

De aanleiding van het drama. De oorzaak van de honger ligt bij Sauls schending van de eed aan de Gibeonieten.

2 Samuël 21:8

“Maar de koning nam de twee zonen van Rizpa, dochter van Aja, die zij Saul gebaard had, Armoni en Mefiboseth; daartoe de vijf zonen van Michals zuster, Sauls dochter, die zij Adriel, den zoon van Barzillai, den Meholathiet, gebaard had;”

De namen van haar zonen. Deze Mefiboseth is een zoon van Saul, niet de zoon van Jonathan die David spaarde.

2 Samuël 21:10

“Toen nam Rizpa, de dochter van Aja, een zak, en spande dien voor zich uit op een rotssteen, van het begin van den oogst, totdat er water op hen drupte van den hemel; en zij liet het gevogelte des hemels op hen niet rusten des daags, noch het gedierte van het veld des nachts.”

De wake van Rizpa. De zak was een teken van rouw; zij maakte er een plaats van om te blijven.

2 Samuël 21:11

“En het werd David aangezegd, wat Rizpa, de dochter van Aja, Sauls bijwijf, gedaan had.”

Haar daad blijft niet onopgemerkt. Het bericht brengt de koning in beweging.

2 Samuël 21:14

“En zij begroeven de beenderen van Saul en zijn zoon Jonathan in het land van Benjamin te Zela, in het graf van zijn vader Kis, en deden alles, wat de koning geboden had. Alzo werd God na dezen den lande verbeden.”

Het slot. Na de begrafenis wordt God het land verbeden: de honger is voorbij.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Rizpa leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Rizpa zegt in de hele Bijbel geen woord. Wij kennen haar alleen van wat zij deed: blijven. Voor wie rouwt om een verlies dat niet ongedaan te maken is, is dat herkenbaar. Rouw is soms niets anders dan waken bij wat verloren is. De Schrift schaamt zich daar niet voor; zie ook het onderwerp Rouw in de Bijbel. Haar trouw bracht de koning in beweging. Wat zij deed, leek nutteloos, want haar zonen waren dood. Maar haar volharding werd gezien en leidde tot recht voor de doden en voor het huis van Saul. Kleine, stille trouw kan anderen wakker maken. Het verhaal leert ook eerlijkheid in onze vragen. 2 Samuël 21 strijkt de vraag naar Gods gerechtigheid niet glad, en wij hoeven dat ook niet te doen. Wij mogen naast Rizpa staan zonder een sluitende verklaring te geven. Ook dan blijft waar wat Klaagliederen zegt: "Want Hij plaagt of bedroeft des mensenkinderen niet van harte" (Klaagliederen 3:33). Haar verhaal doet ook denken aan Hem die de vloek van het hout droeg (Galaten 3:13), zodat wie in Hem gelooft niet onder de vloek blijft.

Veelgestelde vragen over Rizpa

Wie was Rizpa in de Bijbel?
Rizpa was een bijwijf van koning Saul, de dochter van Aja. Zij was de moeder van twee zonen van Saul, Armoni en Mefiboseth. Toen David deze zonen aan de Gibeonieten uitleverde om de bloedschuld van Saul, waakte Rizpa bij hun lichamen. Zij spreidde een zak uit op een rots en hield dag en nacht vogels en wilde dieren weg, totdat de regen kwam (2 Samuël 21:10).
Waar staat Rizpa in de Bijbel?
Rizpa wordt alleen in 2 Samuël genoemd. In 2 Samuël 3:7 is zij de aanleiding tot de ruzie tussen Isboseth en Abner. Haar eigen verhaal staat in 2 Samuël 21:8-14: de uitlevering van haar zonen aan de Gibeonieten, haar wake op de rots en de begrafenis van het huis van Saul die daarop volgde.
Wat betekent de naam Rizpa?
De naam Rizpa betekent mogelijk gloeiende kool. Het woord dat in Jesaja 6:6 met "een gloeiende kool" is vertaald, lijkt op de naam. Een verwant woord betekent elders een stenen vloer, "een plaveisel" (Ezechiël 40:17). Of de naam werkelijk die betekenis had, weten wij niet zeker. De Bijbel zelf legt de naam niet uit.
Waarom ging het tussen Isboseth en Abner om Rizpa?
Rizpa was het bijwijf van de overleden koning Saul en bleef tot zijn huis behoren. Wie tot het bijwijf van een koning inging, kon daarmee een aanspraak op zijn huis laten zien (vergelijk 2 Samuël 16:21-22 en 1 Koningen 2:22). Daarom verweet Isboseth het Abner (2 Samuël 3:7). Of Abner werkelijk naar de troon greep, zegt de tekst niet. Rizpa zelf zegt in deze scène geen woord; over de breuk die volgde, staat meer op de pagina over Isboseth.
Waarom werden de zonen van Rizpa gedood?
Er was drie jaar honger in Israël. De HEERE zei tot David dat dit was om het bloed dat Saul onder de Gibeonieten had vergoten (2 Samuël 21:1). Israël had hun in de tijd van Jozua bij de HEERE gezworen hen in leven te laten (Jozua 9:15). De Gibeonieten eisten zeven zonen van Saul. David gaf onder anderen de twee zonen van Rizpa, Armoni en Mefiboseth (2 Samuël 21:8).
Hoe lang waakte Rizpa bij haar zonen?
Rizpa waakte "van het begin van den oogst, totdat er water op hen drupte van den hemel" (2 Samuël 21:10). De gersteoogst valt in het voorjaar. Als de gewone regen van het najaar bedoeld is, waakte zij maanden. Het kan ook om een ongewone bui gaan. Het exacte aantal dagen noemt de Bijbel niet. Wel is duidelijk dat zij dag en nacht bleef.
Was het rechtvaardig dat de zonen van Saul moesten sterven?
De Bijbel geeft daarop geen sluitend antwoord, en eerlijkheid vraagt dat wij er ook geen bedenken. De tekst laat zien hoe zwaar God een gezworen eed neemt en dat vergoten bloed het land ontheiligt (Numeri 35:33). Tegelijk zegt de wet dat kinderen niet voor hun vaders gedood mogen worden (Deuteronomium 24:16). De HEERE noemt wel "des bloedhuizes" (2 Samuël 21:1); sommige uitleggers denken daarom dat Sauls huis aan de daad deel had, maar hoe, zegt de tekst niet. De vraag mag blijven staan.
Wie waren Armoni en Mefiboseth, de zonen van Rizpa?
Armoni en Mefiboseth waren zonen van Saul en Rizpa (2 Samuël 21:8). Verder weten wij niets over hen. Deze Mefiboseth is niet dezelfde als Mefiboset, de kreupele zoon van Jonathan; die werd juist gespaard om de eed tussen David en Jonathan (2 Samuël 21:7). De Statenvertaling schrijft beide namen als Mefiboseth; op deze site heet de zoon van Jonathan Mefiboset. De zoon van Rizpa was een halfbroer van Jonathan en Isboseth.
Wat kunnen wij leren van Rizpa?
Rizpa leert ons dat rouw en trouw samen kunnen gaan, ook als er niets meer te herstellen is. Zij bleef bij haar zonen, zonder woorden, dag en nacht. Haar stille volharding werd gezien en bracht David ertoe recht te doen aan de doden. En haar verhaal leert ons eerlijk te zijn: moeilijke vragen naar Gods gerechtigheid hoeven niet weggepoetst te worden om toch op Hem te vertrouwen.

Stel een vraag over Rizpa

Wilt u meer weten over Rizpa? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Rizpa

Verdiep u verder