Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Isboseth in de Bijbel

Isboseth (אִישׁ־בֹּשֶׁת, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: man van schande”

Wie was Isboseth?

Isboseth was een zoon van koning Saul. Na Sauls dood op Gilboa maakte Abner hem in Mahanaïm koning over Israël, terwijl Juda David volgde. Hij regeerde twee jaar. Toen Abner naar David overging, verloor hij alle steun; twee van zijn bendeleiders vermoordden hem in zijn huis (2 Samuël 4:5-7).

Isboseth komt voor in 2 Samuël 2 tot en met 4. In de geslachtsregisters heet dezelfde zoon van Saul Esbaäl (1 Kronieken 8:33 en 9:39). Bij de opsomming van Sauls zonen in 1 Samuël 14:49 staat een Isvi; of dat dezelfde persoon is, weten wij niet zeker. Zijn verhaal begint direct na de dood van Saul. Abner, de legeroverste van Saul, "nam Isboseth, Sauls zoon, en voerde hem over naar Mahanaim" (2 Samuël 2:8) en maakte hem koning over Gilead, de Aschurieten, Jizreel, Efraïm, Benjamin en heel Israël (2 Samuël 2:9). Alleen Juda volgde David, die in Hebron regeerde. Het initiatief lag steeds bij anderen. Abner trok ten strijde, Abner onderhandelde met David, en toen Isboseth hem één keer aansprak, op zijn omgang met Rizpa, het bijwijf van Saul, kon hij daarna "Abner verder niet een woord antwoorden, omdat hij hem vreesde" (2 Samuël 3:11). Hij moest zelfs Michal aan David teruggeven. Na de dood van Abner werden zijn handen slap (2 Samuël 4:1), en kort daarna werd hij in zijn eigen huis vermoord. Niet te verwarren met Mefiboset. Dat was de zoon van Jonathan en dus een neef van Isboseth. Zijn val als kind van vijf staat juist in het hoofdstuk over de moord op Isboseth (2 Samuël 4:4).

Historische context

Isboseth leefde rond 1000 voor Christus, in de overgang van Saul naar David. Exacte jaartallen geeft de Bijbel niet. Bij de slag op het gebergte Gilboa sloegen de Filistijnen Jonathan, Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul (1 Samuël 31:2). Isboseth was daar kennelijk niet bij, of overleefde de slag. De Filistijnen namen daarna steden in Israël in (1 Samuël 31:7), en dat verklaart waarschijnlijk waarom Abner hem naar Mahanaïm bracht, aan de overkant van de Jordaan, buiten hun bereik. Volgens 2 Samuël 2:10 was Isboseth veertig jaar toen hij koning werd en regeerde hij twee jaar. David was in die tijd zeven jaar en zes maanden koning over Juda in Hebron (2 Samuël 2:11). Hoe die getallen in elkaar passen, zegt de tekst niet. Sommige uitleggers denken dat Abner eerst jaren nodig had om het noorden te herwinnen, anderen dat er na de dood van Isboseth nog tijd verstreek voordat de oudsten David zalfden. Twee gebruiken helpen het verhaal te verstaan. Het bijwijf van een overleden koning hoorde bij zijn huis; wie tot haar inging, kon daarmee een aanspraak op de troon laten zien (vergelijk 2 Samuël 16:21-22 en 1 Koningen 2:22). Daarom was het verwijt over Rizpa voor Isboseth geen kleinigheid. Ook het eisen van Michal had een politieke kant: zij was een dochter van Saul en de wettige vrouw van David (2 Samuël 3:14). De moordenaars, Rechab en Baena, waren zonen van Rimmon uit Beeroth, uit de stam Benjamin (2 Samuël 4:2), dus uit Isboseths eigen stam. Zij verwachtten beloning, maar David herinnerde hen aan de bode die zich na de dood van Saul op zijn nieuws had beroemd en die hij te Ziklag had laten doden (2 Samuël 4:10). Het hoofd van Isboseth werd begraven in het graf van Abner te Hebron (2 Samuël 4:12).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Sprak Abner aan op een ernstige zaak in het huis van zijn vader (2 Samuël 3:7)
  • Hield zich aan Davids rechtmatige eis over Michal (2 Samuël 3:14-15)

−Zwakke kanten

  • Vreesachtig en afhankelijk: hij kon Abner niet een woord antwoorden (2 Samuël 3:11)
  • Verloor de moed toen zijn steunpilaar wegviel (2 Samuël 4:1)

Theologische betekenis

De Schrift vertelt het koningschap van Isboseth als een korte tussenfase. De HEERE had Saul verworpen en David laten zalven (1 Samuël 16:13), en Abner wist dat ook: hij zwoer het koninkrijk over te brengen "gelijk als de HEERE aan David gezworen heeft" (2 Samuël 3:9). Toch zette hij eerst een zoon van Saul op de troon. "En er was een lange krijg tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David. Doch David ging en werd sterker; maar die van het huis van Saul gingen en werden zwakker" (2 Samuël 3:1). Wat God beloofd heeft, komt tot stand, maar niet altijd snel en zelden zonder strijd. Opvallend is hoe David zich gedraagt. Hij grijpt niet naar de troon van Isboseth. Toen de moordenaars hem het hoofd brachten met de woorden dat de HEERE hem wraak had gegeven, antwoordde David met een eed bij de HEERE, "Die mijn ziel uit alle benauwdheid verlost heeft" (2 Samuël 4:9). Hij had zijn verlossing van God, niet van huurmoordenaars. Daarom noemde hij Isboseth een rechtvaardige man, onschuldig tegenover wie hem doodden, en strafte hij het bloed dat vergoten was (2 Samuël 4:11). Hetzelfde patroon zien wij bij de dood van Saul (2 Samuël 1:14-16) en van Abner (2 Samuël 3:28). Over de naam is voorzichtigheid nodig. Een bekende uitleg is dat de oorspronkelijke vorm Esbaäl was, zoals in 1 Kronieken, en dat in Samuël het woord baal is vervangen door boseth, schande, een woord dat de profeten soms voor de Baälsdienst gebruiken: de Statenvertaling spreekt daar van "die schaamte" (Jeremia 11:13, Hosea 9:10). Bij Jerubbaal en Jerubbeseth (Richteren 6:32, 2 Samuël 11:21) zien wij iets vergelijkbaars. Zeker is die verklaring niet, en de tekst legt hem nergens uit.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Isboseth (אִישׁ־בֹּשֶׁת, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: man van schande

Sleutelmomenten

1

Koning gemaakt door Abner

Na de dood van Saul voert Abner Isboseth naar Mahanaïm en maakt hem koning over Gilead, de Aschurieten, Jizreel, Efraïm, Benjamin en heel Israël. Alleen het huis van Juda volgt David.

2 Samuël 2:8-10

2

De strijd bij de vijver van Gibeon

Abner trekt met de knechten van Isboseth naar Gibeon en treft daar Joab en de knechten van David. Twaalf mannen van Benjamin strijden namens Isboseth; daarna volgt een harde strijd die Abner verliest.

2 Samuël 2:12-17

3

Het verwijt over Rizpa

Isboseth vraagt Abner waarom hij is ingegaan tot Rizpa, het bijwijf van zijn vader. Abner ontsteekt in toorn en zweert het koninkrijk naar David over te brengen. Isboseth zwijgt uit vrees.

2 Samuël 3:7-11

4

Michal teruggegeven

David stuurt boden naar Isboseth en eist zijn vrouw Michal terug. Isboseth laat haar weghalen bij Paltiel, de zoon van Lais.

2 Samuël 3:14-15

5

Vermoord in de middagrust

Na de dood van Abner komen Rechab en Baena in het heetst van de dag het huis binnen, alsof zij tarwe komen halen. Zij doden Isboseth op zijn bed en nemen zijn hoofd mee naar Hebron.

2 Samuël 4:5-7

6

David straft de moordenaars

David noemt Isboseth een rechtvaardige man die in zijn huis is gedood: hij had zijn moordenaars niets misdaan. Hij laat Rechab en Baena doden en het hoofd van Isboseth begraven in het graf van Abner te Hebron.

2 Samuël 4:9-12

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Isboseth beter te begrijpen.

2 Samuël 2:8

“Abner nu, de zoon van Ner, de krijgsoverste, dien Saul gehad had, nam Isboseth, Sauls zoon, en voerde hem over naar Mahanaim,”

Het begin van Isboseths koningschap. Abner neemt het initiatief, Isboseth wordt meegenomen.

2 Samuël 2:10

“Veertig jaren was Isboseth, Sauls zoon, oud, als hij koning werd over Israel; en hij regeerde het tweede jaar; alleenlijk die van het huis van Juda volgden David na.”

Zijn leeftijd en de duur van zijn regering. Het land is verdeeld: Israël onder Isboseth, Juda onder David.

2 Samuël 3:11

“En hij kon Abner verder niet een woord antwoorden, omdat hij hem vreesde.”

Na het verwijt over Rizpa is duidelijk wie de macht heeft. Vanaf hier zoekt Abner een verbond met David.

2 Samuël 4:1

“Als nu Sauls zoon hoorde, dat Abner te Hebron gestorven was, werden zijn handen slap, en gans Israel werd verschrikt.”

Zonder Abner valt de steun onder zijn koningschap weg. De tekst noemt hem hier niet eens bij naam.

2 Samuël 4:11

“Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handen niet eisen, en u van de aarde wegdoen?”

Davids oordeel over de moord. Rechtvaardig betekent hier: onschuldig tegenover zijn moordenaars; hij had de dood niet verdiend. David eist zijn bloed van hen.

1 Kronieken 8:33

“Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.”

In het geslachtsregister heet Isboseth Esbaäl. Zo verbindt Kronieken hem met zijn vader en broers.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Isboseth leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Isboseth werd door Abner op de troon gezet (2 Samuël 2:8-9). Toen Abner wegviel, viel ook zijn koningschap. Wij kunnen ons ook vastklemmen aan mensen en posities die ons dragen. Wie zijn vertrouwen op een mens stelt, staat zwak als die mens verdwijnt. Vaste grond is er alleen in wat de HEERE belooft. Hij zag de zonde in het huis van zijn vader en sprak die uit, maar durfde daarna niets meer te zeggen. Moed die na één weerwoord verdwijnt, zien wij ook bij onszelf. Zwijgen uit vrees voor mensen laat het kwaad zijn gang gaan. David gaf geen ruimte aan wie meende hem met een moord te dienen. Ook wanneer een tegenstander valt, hebben wij geen reden om te juichen over onrecht dat hem is aangedaan. De weg van God loopt niet via list en bloed. Dit verhaal laat ook zien dat Gods beloften soms traag lijken te gaan. David moest jaren wachten terwijl een ander op de troon zat. Ook voor ons is geduld een deel van geloof.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Isboseth

Wie was Isboseth in de Bijbel?
Isboseth was een zoon van koning Saul. Na de dood van Saul en drie van zijn zonen op Gilboa maakte Abner, de legeroverste van Saul, hem koning over Israël, met Mahanaïm als zetel. Alleen Juda volgde David. Isboseth regeerde twee jaar. Toen Abner naar David overliep en daarna door Joab werd gedood, bleef Isboseth zonder steun achter. Twee van zijn bendeleiders vermoordden hem in zijn huis (2 Samuël 4:5-7).
Wat betekent de naam Isboseth?
Isboseth betekent waarschijnlijk man van schande. Een bekende uitleg is dat zijn oorspronkelijke naam Esbaäl was, zoals 1 Kronieken 8:33 hem noemt, en dat het woord baal later is vervangen door boseth, schande, omdat baal aan de afgod deed denken. Bij Jerubbaal en Jerubbeseth (Richteren 6:32, 2 Samuël 11:21) gebeurt iets vergelijkbaars. De Bijbel zelf geeft die verklaring niet; zij blijft een uitleg.
Waar staat Isboseth in de Bijbel?
Het verhaal van Isboseth staat in 2 Samuël 2 tot en met 4. Hoofdstuk 2 vertelt hoe Abner hem koning maakt, hoofdstuk 3 de breuk met Abner en de teruggave van Michal, hoofdstuk 4 de moord op Isboseth en Davids oordeel over de moordenaars. Onder de naam Esbaäl staat hij in de geslachtsregisters van 1 Kronieken 8:33 en 9:39.
Is Isboseth dezelfde als Esbaäl?
Ja, volgens de gangbare uitleg wel. De geslachtsregisters noemen de zonen van Saul: "Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal" (1 Kronieken 8:33). Jonathan, Abinadab en Malchisua sneuvelden op Gilboa (1 Samuël 31:2), zodat Esbaäl de zoon is die overbleef en koning werd. Of de Isvi uit 1 Samuël 14:49 ook dezelfde is, is onzeker.
Hoe lang regeerde Isboseth?
De Bijbel zegt dat Isboseth veertig jaar was toen hij koning werd, en dat hij twee jaar regeerde (2 Samuël 2:10). David regeerde in dezelfde periode zeven jaar en zes maanden in Hebron over Juda (2 Samuël 2:11). Hoe die getallen samenhangen, legt de tekst niet uit. Mogelijk had Abner eerst tijd nodig om het noorden te herwinnen, of verstreek er na de dood van Isboseth nog tijd voordat David koning over heel Israël werd.
Waarom kreeg Isboseth ruzie met Abner?
Isboseth verweet Abner dat hij was ingegaan tot Rizpa, het bijwijf van Saul (2 Samuël 3:7). In die tijd kon zo’n daad een aanspraak op de troon betekenen. Abner werd zeer toornig en vroeg of hij dan een hondskop was (2 Samuël 3:8), en zwoer het koninkrijk naar David over te brengen. Isboseth "kon Abner verder niet een woord antwoorden, omdat hij hem vreesde" (2 Samuël 3:11). Over Abner zelf staat meer op de pagina over Joab.
Hoe stierf Isboseth?
Na de dood van Abner kwamen twee oversten van benden, Rechab en Baena, uit Beeroth in Benjamin, op het heetst van de dag zijn huis binnen. Isboseth lag op zijn bed. Zij doodden hem, hieuwen zijn hoofd af en brachten het naar David in Hebron (2 Samuël 4:5-8). David liet de moordenaars doden en begroef het hoofd van Isboseth in het graf van Abner te Hebron (2 Samuël 4:12).
Was Mefiboset een zoon van Isboseth?
Nee. Mefiboset was de zoon van Jonathan, een broer van Isboseth; Isboseth was dus zijn oom. Het bericht over de val van de vijfjarige Mefiboset staat wel midden in het hoofdstuk over de moord op Isboseth (2 Samuël 4:4). Daarnaast was er nog een Mefiboseth, een zoon van Saul en Rizpa (2 Samuël 21:8), en dus een halfbroer van Isboseth.
Wat kunnen wij leren van Isboseth?
Isboseth laat zien hoe broos een positie is die op een mens rust in plaats van op Gods roeping. Toen Abner viel, viel ook zijn koningschap. Zijn zwijgen uit vrees waarschuwt ons om niet voor mensen terug te deinzen. En Davids reactie op zijn dood leert dat Gods beloften niet door list of geweld vervuld hoeven te worden: wie op de HEERE wacht, hoeft het onrecht van anderen niet te gebruiken.

Stel een vraag over Isboseth

Wilt u meer weten over Isboseth? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Isboseth

Verdiep u verder