Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1150 v.Chr.

Abimelech in de Bijbel

Abimelech (אֲבִימֶלֶךְ, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk mijn vader is koning”

Wie was Abimelech?

Abimelech was een zoon van de richter Gideon bij een bijwijf uit Sichem. Na de dood van zijn vader doodde hij zijn zeventig broers en liet hij zich in Sichem koning maken. Na drie jaar kwam de stad in opstand; bij Thebez stierf hij door een molensteen die een vrouw op hem wierp (Richteren 9).

Abimelech, de zoon van Gideon, staat in Richteren 8:31 en in heel Richteren 9. Gideon heet in dat hoofdstuk steeds Jerubbaal, de naam die hij kreeg toen hij het altaar van Baal omwierp (Richteren 6:32). Van de zonen van Gideon noemt de Bijbel verder alleen Jether, de eerstgeborene (Richteren 8:20), en Jotham, de jongste, bij name. Later haalt Joab zijn dood aan, in het bericht over de dood van Uria (2 Samuël 11:21). De lijn van het verhaal is somber. Gideon had het koningschap geweigerd: "Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen" (Richteren 8:23). Na zijn dood keerde Israël terug naar de Baals en stelde zich "Baal-Berith tot een God" (Richteren 8:33). In die leegte trad Abimelech op. Hij deed een beroep op zijn verwantschap met Sichem, "dat ik uw been en uw vlees ben" (Richteren 9:2), liet zich betalen uit de tempel van Baal-Berith en ruimde zijn broers uit de weg. Zijn koningschap duurde drie jaar en eindigde in een reeks verwoestingen, met als slot zijn eigen dood bij de toren van Thebez. Midden in het hoofdstuk staat de fabel van Jotham (Richteren 9:7-21). De olijfboom, de vijgenboom en de wijnstok weigeren koning te worden, want zij hebben iets goeds te geven. Alleen de doornenbos neemt het aan, en dreigt dat er vuur uit hem zal uitgaan dat de cederen van de Libanon verteert. De rest van het hoofdstuk laat zien hoe die woorden uitkomen. Abimelech is niet te verwarren met Abimelech, de koning van Gerar, die met Abraham (Genesis 20 en 21) en met Izak (Genesis 26) te maken had. Ook de Abimelech in het opschrift van Psalm 34 is een ander. Beide komen hieronder in een eigen vraag aan bod.

Historische context

Abimelech leefde in de richterentijd, kort na de dood van Gideon. Een exact jaartal geeft de Bijbel niet; als wij de geschiedenis van Gideon rond het midden van de twaalfde eeuw voor Christus plaatsen, valt die van Abimelech rond 1150 voor Christus, met een ruime marge. Na hem stond Thola op "om Israel te behouden" (Richteren 10:1). Sichem was een oude stad in het gebergte van Efraïm, tussen de bergen Gerizim en Ebal. Abraham bouwde daar al een altaar (Genesis 12:6-7), Jakob kocht er een stuk land van de zonen van Hemor (Genesis 33:19), en Jozua vernieuwde daar het verbond en begroef er de beenderen van Jozef (Jozua 24:1 en 24:32). Toch woonden er in de tijd van Abimelech ook mensen die zich op de oude Kanaänitische heer van de stad beriepen: Gaal riep op om "de mannen van Hemor, den vader van Sichem" te dienen (Richteren 9:28). De moeder van Abimelech kwam uit deze stad. Jotham noemt haar een dienstmaagd (Richteren 9:18); de verteller noemt haar een bijwijf (Richteren 8:31). De burgers van Sichem dienden Baal-Berith, of de god Berith (Richteren 8:33 en 9:46). De naam betekent waarschijnlijk heer van het verbond. Het is een wrange tegenstelling: op de plaats waar Israël onder Jozua het verbond met de HEERE had vernieuwd, gaf een tempel van een verbondsbaal het geld voor een moord. Sichem wordt meestal gezocht bij Tell Balata, bij het huidige Nablus. Bij opgravingen daar in de twintigste eeuw kwam een groot versterkt tempelgebouw aan het licht; sommigen brengen dat in verband met het huis van de god Berith. Die verbinding is mogelijk, maar niet zeker. Andere plaatsen uit het verhaal zijn moeilijker aan te wijzen. Het huis van Millo was waarschijnlijk een versterking of een groep burgers die bij Sichem hoorde. Jotham vluchtte naar Beer, Abimelech woonde in Aruma, en Thebez wordt vaak gezocht ten noordoosten van Sichem; zekerheid is er niet. Dat Abimelech Sichem afbrak en "bezaaide haar met zout" (Richteren 9:45), wordt meestal uitgelegd als een teken van vervloeking: de stad moest onvruchtbaar en onbewoond blijven. De molensteen die een vrouw op zijn hoofd wierp, was vermoedelijk de bovenste steen van een handmolen, het werktuig waarmee vrouwen dagelijks graan maalden. Dat een vrouw hem doodde, gold als een schande. Abimelech vroeg daarom zijn wapendrager hem te doorsteken, "opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood" (Richteren 9:54). Toch bleef juist dat bekend. Generaties later, in de tijd van David, noemt Joab nog de vrouw die van de muur te Thebez een stuk van een molensteen wierp (2 Samuël 11:21). Gideon heet daar Jerubbeseth, een vorm waarin het woord Baal lijkt vervangen door een woord voor schande, zoals ook bij Isboseth.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Doortastend: na de dood van zijn vader nam hij direct het initiatief (Richteren 9:1)
  • Tactisch bekwaam: hij versloeg Gaal en de stad met hinderlagen in het veld (Richteren 9:34 en 9:43)
  • Ging zelf voorop: "Wat gij mij hebt zien doen, haast u, doet als ik" (Richteren 9:48)

−Zwakke kanten

  • Heerszuchtig: hij zocht de macht die zijn vader had geweigerd (Richteren 9:2)
  • Bloeddorstig: hij doodde zijn zeventig broers op één steen (Richteren 9:5)
  • Meedogenloos, ook tegen eigen aanhangers: hij verwoestte Sichem en verbrandde de toren met wie erin waren (Richteren 9:45-49)

Theologische betekenis

In Richteren 9 is er geen buitenlandse vijand en geen verlosser. De ellende komt van binnenuit. Dat past bij de neergang die Richteren beschrijft, van Othniël naar het slot: "een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen" (Richteren 17:6). Abimelech is daarvan een vroeg en scherp voorbeeld. Zijn koningschap staat tegenover het woord van zijn vader: "de HEERE zal over u heersen" (Richteren 8:23). De naam Abimelech, mijn vader is koning, klinkt in dat licht wrang. Later zou God Israël wel een koning geven, maar een die Hij zelf verkoos (Deuteronomium 17:15). Abimelech werd niet geroepen, niet gezalfd en niet door de HEERE gegeven; hij nam de macht met zilver uit een afgodstempel en met het bloed van zijn broers. Daarom rekenen de meeste uitleggers Saul en niet Abimelech als de eerste koning van Israël. De fabel van Jotham legt uit wat er gebeurt. De vruchtbare bomen weigeren, omdat zij hun vettigheid, zoetigheid en most niet willen verlaten. Alleen de doornenbos, die niets te geven heeft, wil koning zijn, en biedt een schaduw die hij niet heeft. Jotham wenst dat het vuur dat uitgaat van Abimelech Sichem verteert, en dat het vuur van Sichem Abimelech verteert (Richteren 9:20). Zo is het gegaan. De slotverzen zeggen dat God het kwaad liet wederkeren en dat "de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen" (Richteren 9:57). Opvallend is dat God in dit verhaal stil lijkt, maar niet afwezig is. Hij zond "een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem" (Richteren 9:23), opdat het bloed van de zeventig zonen op de daders zou komen. God gebruikt de ontrouw van de kwaden om hen te oordelen, zonder zelf het kwaad te doen. Het hoofdstuk laat ook zien hoe nauwkeurig die vergelding is: de broers werden gedood "op een steen" (Richteren 9:5), en Abimelech stierf door een steen. Veel uitleggers denken hier aan Spreuken 26:27: "die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren". Tegenover Abimelech, die zijn broers doodde om koning te worden, stelt het Nieuwe Testament de Koning van Wie geschreven staat dat "Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen" (Hebreeën 2:11), en Die kwam "om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Mattheüs 20:28).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Abimelech (אֲבִימֶלֶךְ, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk mijn vader is koning

Sleutelmomenten

1

Zoon van een bijwijf in Sichem

Gideon heeft zeventig zonen bij vele vrouwen. Zijn bijwijf in Sichem baart hem ook een zoon, en hij noemt hem Abimelech.

Richteren 8:31

2

Steun van Sichem en Baal-Berith

Abimelech laat via de broeders van zijn moeder aan de burgers van Sichem vragen of zij liever zeventig mannen of één man over zich hebben, en herinnert aan zijn verwantschap. Zij geven hem zeventig zilverlingen uit het huis van Baal-Berith, waarmee hij ijdele en lichtvaardige mannen huurt.

Richteren 9:1-4

3

Zeventig broers gedood

In Ofra doodt hij zijn broers, de zonen van Jerubbaal, op één steen. Alleen Jotham, de jongste, ontkomt omdat hij zich verborgen had.

Richteren 9:5

4

Koning bij Sichem

Alle burgers van Sichem en het huis van Millo maken Abimelech koning bij de hoge eik die bij Sichem is.

Richteren 9:6

5

De fabel van Jotham

Vanaf de berg Gerizim vertelt Jotham hoe de bomen een koning zochten en alleen de doornenbos bereid vonden. Hij wenst dat vuur uitgaat van Abimelech en van Sichem, en vlucht naar Beer.

Richteren 9:7-21

6

Een boze geest en de opstand van Gaal

Na drie jaar zendt God een boze geest tussen Abimelech en de burgers van Sichem. Gaal, de zoon van Ebed, zet de stad tegen hem op, maar Abimelech verslaat hem met een hinderlaag.

Richteren 9:22-41

7

Sichem en de toren verwoest

Abimelech neemt Sichem in, breekt de stad af en bezaait haar met zout. De burgers van de toren vluchten naar het huis van de god Berith; hij steekt het in brand, en ongeveer duizend mannen en vrouwen komen om.

Richteren 9:42-49

8

Dood bij Thebez

Bij de aanval op de toren van Thebez werpt een vrouw een stuk van een molensteen op zijn hoofd. Zijn wapendrager doorsteekt hem. De verteller besluit: zo deed God het kwaad van Abimelech en van Sichem op hen wederkeren.

Richteren 9:50-57

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Abimelech beter te begrijpen.

Richteren 8:31

“En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.”

De eerste vermelding van Abimelech: een zoon van Gideon bij een bijwijf uit Sichem.

Richteren 9:2

“Spreekt toch voor de oren van alle burgers van Sichem: Wat is u beter, dat zeventig mannen, alle zonen van Jerubbaal, over u heersen, of dat een man over u heerse? Gedenkt ook, dat ik uw been en uw vlees ben.”

Abimelech speelt in op verwantschap en vrees. Van zijn broers heeft geen van allen gezegd dat zij wilden heersen.

Richteren 9:5

“En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.”

De moord waarmee zijn koningschap begint. Alleen Jotham blijft over.

Richteren 9:15

“En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon.”

De kern van Jothams fabel: de doornenbos belooft schaduw die hij niet heeft en dreigt met vuur.

Richteren 9:23

“Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;”

God grijpt in, niet met een verlosser maar door de bondgenoten tegen elkaar te keren.

Richteren 9:53

“Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan.”

Het einde bij de toren van Thebez. De naamloze vrouw doet wat geen leger deed.

Richteren 9:56

“Alzo deed God wederkeren het kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen.”

De verteller geeft zelf de uitleg: dit was Gods vergelding. De moord op de broers was ook kwaad tegen zijn vader.

Richteren 9:57

“Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.”

Ook Sichem, dat Abimelech steunde, ontvangt zijn deel. De fabel van Jotham is uitgekomen.

2 Samuël 11:21

“Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem van den muur, dat hij te Thebez stierf? Waarom zijt gij tot den muur genaderd? Dan zult gij zeggen: Uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.”

Joab voorziet dat David de dood van Abimelech zal aanhalen als bekend voorbeeld van het gevaar om te dicht bij een stadsmuur te komen.

Tijdperiode

~1150 v.Chr.

Abimelech leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal van Abimelech begint met een volk dat snel vergeet. Gideon had Israël verlost, maar na zijn dood deden de kinderen Israëls "geen weldadigheid bij het huis van Jerubbaal" (Richteren 8:35). Wie de HEERE vergeet, vergeet ook wat Hij door mensen heeft gegeven. Dankbaarheid tegenover God en tegenover hen die Hij ons gaf, gaan samen. Het verhaal gaat ook over macht. Abimelech wilde heersen en gebruikte alles wat daarvoor nodig was: familiebanden, geld uit een afgodstempel, gehuurde mannen en geweld tegen zijn eigen broers. Zulke heerszucht is niet beperkt tot koningen. Zij kan ook leven in een kerkenraad, een bedrijf of een gezin. De Heere Jezus zei: "zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar" (Mattheüs 20:26). De fabel van Jotham laat ons nadenken over wie wij volgen. De burgers van Sichem kozen voor een doornenbos, en dat werd hun ondergang. Wie leiders kiest op grond van verwantschap of eigenbelang, en niet op grond van trouw aan God, kan zich zwaar vergissen. Richteren 9 is ook een troost voor wie onrecht ziet zonder dat God direct lijkt in te grijpen. Drie jaar lang heerste Abimelech. Toch was God niet blind voor het bloed van de zeventig broers. Zijn vergelding kwam, nauwkeurig en rechtvaardig. Dat leert ons de wraak aan God te laten en zelf het goede te doen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Abimelech

Wie was Abimelech in de Bijbel?
Abimelech was een zoon van de richter Gideon, ook Jerubbaal genoemd, bij een bijwijf uit Sichem (Richteren 8:31). Na de dood van zijn vader liet hij zich door de burgers van Sichem koning maken, nadat hij zijn zeventig broers op één steen had gedood; alleen de jongste, Jotham, ontkwam (Richteren 9:5). Na drie jaar kwam Sichem in opstand. Abimelech verwoestte de stad, maar kwam om bij de toren van Thebez, toen een vrouw een stuk van een molensteen op zijn hoofd wierp (Richteren 9:53).
Wat betekent de naam Abimelech?
De naam betekent waarschijnlijk: mijn vader is koning. Bij de zoon van Gideon is dat opvallend, want zijn vader had het koningschap geweigerd met de woorden: "Ik zal over u niet heersen; ook zal mijn zoon over u niet heersen; de HEERE zal over u heersen" (Richteren 8:23). De Bijbel legt de naam zelf niet uit. Ook de koning van Gerar uit Genesis heette Abimelech; mogelijk was het daar een gebruikelijke koningsnaam.
Waar staat Abimelech in de Bijbel?
Abimelech, de zoon van Gideon, staat in Richteren 8:31 en in heel Richteren 9. In 2 Samuël 11:21 noemt Joab zijn dood bij Thebez. Een andere Abimelech, de koning van Gerar, staat in Genesis 20, Genesis 21:22-34 en Genesis 26. In het opschrift van Psalm 34 staat opnieuw de naam Abimelech, en 1 Kronieken 18:16 noemt een priester Abimelech, de zoon van Abjathar.
Wie was de moeder van Abimelech?
Haar naam staat niet in de Bijbel. Richteren 8:31 noemt haar het bijwijf van Gideon dat te Sichem was. Jotham spreekt in zijn rede van "een zoon zijner dienstmaagd" (Richteren 9:18). Haar familie in Sichem speelde een grote rol: Abimelech ging eerst naar de broeders van zijn moeder, en zij overtuigden de burgers van de stad met het argument "Hij is onze broeder" (Richteren 9:3). Zo werd zijn afkomst uit Sichem de basis van zijn macht.
Was Abimelech een koning van Israël?
Hij liet zich koning noemen, maar was geen koning van God gegeven. De burgers van Sichem maakten hem koning bij de hoge eik (Richteren 9:6), en de tekst zegt dat hij "drie jaren over Israel geheerst" had (Richteren 9:22). Zijn macht lijkt vooral in en rond Sichem te hebben gelegen. Hij werd niet door een profeet gezalfd en niet door de HEERE verkozen (vergelijk Deuteronomium 17:15). Daarom geldt Saul doorgaans als de eerste koning van Israël.
Wat is de fabel van Jotham?
De fabel van Jotham staat in Richteren 9:8-15. Jotham, de jongste zoon van Gideon, riep haar vanaf de berg Gerizim de burgers van Sichem toe. De bomen zoeken een koning. De olijfboom, de vijgenboom en de wijnstok weigeren, want zij hebben vrucht te geven. Alleen de doornenbos wil koning zijn en zegt: "maar indien niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon" (Richteren 9:15). De doornenbos staat voor Abimelech. Het is de eerste fabel die de Bijbel vertelt.
Wie was Jotham, de zoon van Gideon?
Jotham was de jongste zoon van Gideon. Hij ontkwam als enige aan de moord op zijn broers, "want hij had zich verstoken" (Richteren 9:5). Vanaf de berg Gerizim vertelde hij de burgers van Sichem de fabel van de bomen en sprak hij een vloek uit. Daarna vluchtte hij naar Beer (Richteren 9:21). Zijn vloek kwam uit (Richteren 9:57). De tekst spreekt van zeventig gedode broers, al ontkwam Jotham: zeventig is het ronde getal van Gideons zonen (Richteren 8:30). Hij is niet dezelfde als Jotham, de latere koning van Juda (2 Koningen 15:32).
Hoe stierf Abimelech?
Abimelech belegerde de toren van Thebez en wilde de deur in brand steken. Toen wierp een vrouw van boven een stuk van een molensteen op zijn hoofd, "en zij verpletterde zijn hersenpan" (Richteren 9:53). Hij liet zijn wapendrager hem doorsteken, "opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood" (Richteren 9:54). De verteller voegt eraan toe dat God zo het kwaad liet wederkeren dat Abimelech aan zijn zeventig broers had gedaan (Richteren 9:56).
Is Abimelech de zoon van Gideon dezelfde als Abimelech de koning van Gerar?
Nee. Abimelech, de koning van Gerar, leefde eeuwen eerder, in de tijd van de aartsvaders. Hij nam Sara weg toen Abraham zei dat zij zijn zuster was, en gaf haar terug na een waarschuwing van God in een droom (Genesis 20). Later sloot hij met Abraham een verbond bij Berseba (Genesis 21:22-34). Met Izak overkwam hem iets vergelijkbaars rond Rebekka, en ook met hem sloot hij een verbond (Genesis 26). Omdat er veel tijd tussen Genesis 20 en 26 ligt, denken sommige uitleggers dat het daar om twee koningen met dezelfde naam of titel gaat.
Wie is Abimelech in Psalm 34?
Het opschrift van Psalm 34 luidt: "Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging" (Psalm 34:1). Het verhaal daarachter staat in 1 Samuël 21:10-15, waar de koning van Gath Achis heet. Veel uitleggers zien Abimelech daarom als een titel van Filistijnse koningen, of als een tweede naam van Achis. Met de zoon van Gideon heeft deze Abimelech niets te maken.
Waarom noemt Joab Abimelech in 2 Samuël 11?
Toen Uria op bevel van David bij de muur van Rabba sneuvelde, verwachtte Joab dat David boos zou worden en zou vragen: "Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem van den muur, dat hij te Thebez stierf?" (2 Samuël 11:21). Dan moest de bode antwoorden dat ook Uria dood was. Joab rekende er dus op dat David dit voorbeeld zelf kende.
Wat kunnen wij leren van Abimelech?
Abimelech leert ons waar heerszucht zonder God op uitloopt: hij gebruikte familie, geld uit een afgodstempel en geweld tegen zijn eigen broers, en eindigde zelf door een steen. Zijn geschiedenis waarschuwt tegen het kiezen van leiders om eigenbelang, zoals Sichem deed. Zij troost ook: God zag het onrecht en liet het kwaad op de daders wederkeren (Richteren 9:56-57). Tegenover Abimelech staat Christus, Die niet kwam om te heersen, maar om te dienen (Mattheüs 20:28).

Stel een vraag over Abimelech

Wilt u meer weten over Abimelech? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Abimelech

Verdiep u verder