Ga naar hoofdinhoud
1 Samuël1 Samuël 24; 26

David spaart Saul

Twee keer kan David zijn vervolger doden, en hij doet het niet

Samenvatting

David spaart Saul gaat over 1 Samuël 24 en 26: twee keer heeft David koning Saul, die hem vervolgt, in zijn macht. In een spelonk bij En-gedi snijdt hij alleen een slip van Sauls mantel af; in het legerkamp in de woestijn Zif neemt hij Sauls spies en waterfles mee. Hij wil zijn hand niet uitsteken tegen de gezalfde des HEEREN en laat het oordeel aan God over.

Bijbelgedeelte

“Doch het geschiedde daarna, dat Davids hart hem sloeg, omdat hij de slip van Saul afgesneden had.”
1 Samuël 24:6 (Statenvertaling)
“Zie toch, mijn vader, ja, zie de slip uws mantels in mijn hand; want als ik de slip uws mantels afgesneden heb, zo heb ik u niet gedood; beken en zie, dat er in mijn hand geen kwaad, noch overtreding is, en ik tegen u niet gezondigd heb; nochtans jaagt gij mijn ziel, dat gij ze wegneemt.”
1 Samuël 24:12 (Statenvertaling)
“De HEERE zal richten tussen mij en tussen u, en de HEERE zal mij wreken aan u; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.”
1 Samuël 24:13 (Statenvertaling)
“De HEERE late het verre van mij zijn, dat ik mijn hand legge aan den gezalfde des HEEREN! zo neem toch nu de spies, die aan zijn hoofdeinde is, en de waterfles, en laat ons gaan.”
1 Samuël 26:11 (Statenvertaling)
“De HEERE dan vergelde aan een iegelijk zijn gerechtigheid en zijn getrouwheid; want de HEERE had u heden in mijn hand gegeven; maar ik heb mijn hand niet willen uitsteken, aan den gezalfde des HEEREN.”
1 Samuël 26:23 (Statenvertaling)

Het verhaal

1 Samuël 24 en 26 vertellen twee keer hoe David zijn vervolger koning Saul in zijn macht heeft en hem laat leven. David was al door Samuël gezalfd (zie David wordt gezalfd), maar Saul was nog koning. Na de overwinning op Goliath was Saul David gaan wantrouwen; twee keer had hij met zijn spies naar hem geworpen (1 Samuël 18:11; 19:10). Sindsdien leefde David als vluchteling, met ongeveer zeshonderd man (1 Samuël 23:13).

Wat gebeurde er tussen David en Saul in de grot?

David verbleef in de vestingen van En-gedi. Saul hoorde het, nam drieduizend uitgelezen mannen uit heel Israël mee en zocht hem op de rotsen der steenbokken. Bij de schaapskooien aan de weg ging Saul een spelonk binnen, zonder te weten dat David en zijn mannen daar aan de zijden van de spelonk zaten. De mannen zagen hun kans. Zij zeiden dat dit de dag was waarop de HEERE Davids vijand in zijn hand gaf (1 Samuël 24:5). Een eerdere belofte met die woorden vermeldt de Bijbel niet; het is hun uitleg van wat er gebeurde. David stond op en sneed stilletjes een slip van Sauls mantel af.

Waarom sloeg Davids hart hem?

Daarna gebeurde er iets in David: "dat Davids hart hem sloeg, omdat hij de slip van Saul afgesneden had" (1 Samuël 24:6). Hij zei tegen zijn mannen dat de HEERE het ver van hem moest houden zijn hand tegen Saul uit te steken, "want hij is de gezalfde des HEEREN" (1 Samuël 24:7). Met woorden hield hij zijn mannen tegen, en Saul verliet ongedeerd de spelonk.

Toen ging David naar buiten en riep de koning na. Hij boog zich ter aarde en liet de afgesneden slip zien als bewijs: hij had Saul kunnen doden en had het niet gedaan. Hij vroeg waarom Saul luisterde naar mensen die zeiden dat David zijn kwaad zocht. En hij legde de zaak bij God neer: "De HEERE zal richten tussen mij en tussen u" (1 Samuël 24:13). Saul begon te wenen. Hij erkende dat David rechtvaardiger was dan hij, en dat David koning zou worden. Hij liet David zweren dat hij zijn nakomelingen niet zou uitroeien. David zwoer het. Saul ging naar huis, en David trok met zijn mannen terug naar de vesting.

Hoe spaarde David Saul voor de tweede keer?

Later verraadden de Zifieten opnieuw waar David zich verborg, en weer trok Saul uit met drieduizend man, nu naar de woestijn Zif. David liet verspieders gaan en zag waar Saul lag, in de wagenburg, met zijn legeroverste Abner en het volk om zich heen. In de nacht sloop David met Abisai, de broer van Joab, het kamp binnen. Saul sliep, zijn spies in de aarde bij zijn hoofd. Abisai wilde hem met één stoot doden. David weigerde: "Verderf hem niet; want wie heeft zijn hand aan den gezalfde des HEEREN gelegd, en is onschuldig gebleven"? (1 Samuël 26:9). De HEERE zou Saul Zelf slaan, of zijn dag zou komen, of hij zou in een strijd omkomen. David nam alleen de spies en de waterfles mee. Niemand werd wakker, "want er was een diepe slaap des HEEREN op hen gevallen" (1 Samuël 26:12).

Hoe liep het af tussen David en Saul?

Van een bergtop aan de overkant riep David Abner aan: hij had zijn heer de koning niet bewaakt, en de spies was weg. Saul herkende Davids stem. David vroeg wat hij misdaan had dat de koning hem bleef najagen. Toen zei Saul: "Ik heb gezondigd" (1 Samuël 26:21), en hij beloofde David geen kwaad meer te doen. David zei dat een van de jongemannen de spies kon komen halen, en vertrouwde zich toe aan de HEERE, Die ieder vergeldt naar zijn trouw. Saul zegende hem, en zij gingen uiteen. Daarna vertelt de Bijbel geen ontmoeting meer tussen hen. David bleef op zijn hoede en week uit naar het land der Filistijnen (1 Samuël 27:1).

Achtergrond

En-gedi ligt aan de westkant van de Dode Zee, in een rotsachtig gebied met veel grotten. De woestijn Zif ligt in het heuvelland van Juda, ten zuidoosten van Hebron. Twee psalmen noemen in hun opschrift de spelonk waarin David zich verborg: Psalm 57:1 en Psalm 142:1. Welke spelonk precies bedoeld is, zeggen ze niet.

Dat Saul de spelonk inging "om zijn voeten te dekken" (1 Samuël 24:4), is een beleefde omschrijving die ook in Richteren 3:24 voorkomt; uitleggers verstaan het als: zijn behoefte doen. Dat Saul in de grot sliep, staat er dus niet. De slaap hoort bij het tweede verhaal. Een wagenburg is het midden van het legerkamp, waar ook de bagage stond.

De versnummering van 1 Samuël 24 wijkt in de Statenvertaling één vers af van veel andere, ook Engelse, bijbels: vers 1 hier is daar het laatste vers van hoofdstuk 23. Wie verzen vergelijkt, ziet daarom bijvoorbeeld 24:6 waar elders 24:5 staat.

Betekenis

In beide hoofdstukken handelt de HEERE achter de schermen. David zegt het zelf: "de HEERE had u heden in mijn hand gegeven" (1 Samuël 26:23). In het kamp van Saul is het de HEERE Die Saul, Abner en het hele volk een diepe slaap geeft. Toch leest David die gelegenheid niet als een opdracht. Wat God laat gebeuren, is niet hetzelfde als wat God wil dat wij doen.

De sleutel ligt in het woord gezalfde. Saul was door de HEERE als koning aangewezen (1 Samuël 10:1). Hij was verworpen, maar God had hem nog niet weggenomen, en dat bleef aan God. Daarom noemt David drie wegen waarop Saul zou sterven, en geen daarvan is Davids hand (1 Samuël 26:10). Saul viel later in de strijd tegen de Filistijnen (1 Samuël 31:4-6). Veel uitleggers zien in de afgesneden slip een teken van het koningschap (1 Samuël 15:27-28); dat zou verklaren waarom Davids hart hem sloeg, al zegt de tekst het niet.

David laat het recht aan God: "De HEERE zal richten tussen mij en tussen u" (1 Samuël 24:13). Dat is geen berusting, want hij spreekt Saul openlijk aan op zijn onrecht. Het is vertrouwen dat God rechtvaardig oordeelt en Zijn belofte Zelf waarmaakt. Paulus schrijft later: "Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats" (Romeinen 12:19). Dit wijst vooruit naar Christus, van Wie Petrus zegt dat Hij, als Hij leed, "niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt" (1 Petrus 2:23).

Sauls tranen en zijn "Ik heb gezondigd" klinken als berouw, maar ze veranderen zijn weg niet; dezelfde woorden sprak hij al tegen Samuël (1 Samuël 15:24). Davids eed aan Saul (1 Samuël 24:22) en zijn verbond met Jonathan (1 Samuël 20:15) krijgen later een vervolg in David en Mefiboseth, waar David weldadigheid doet "om Jonathans wil" (2 Samuël 9:1). Meer over het tweede hoofdstuk leest u in de uitleg bij 1 Samuël 26.

Lessen voor vandaag

De HEERE oordeelt rechtvaardig, en daarom hoeven wij geen wraak te nemen. Dat is geen zwakte. David noemde het onrecht bij de naam, maar hij liet de vergelding aan God. Wie onrecht lijdt, mag dat bij de HEERE neerleggen in plaats van het zelf recht te zetten. "Vergeldt niemand kwaad voor kwaad" (Romeinen 12:17).

Niet elke kans komt met Gods goedkeuring. Davids mannen zagen een gelegenheid en noemden die Gods wil. Ook wij zeggen soms dat iets zo moest zijn omdat het zo uitkwam. Gods wil leren wij uit Zijn Woord, niet uit de omstandigheden alleen. Davids hart sloeg hem al om een stukje mantel; een geweten dat door God gevormd is, waarschuwt voordat het verder gaat.

God maakt Zijn beloften waar in Zijn tijd. David was gezalfd, maar hij hoefde zijn koningschap niet te grijpen. Het vergde jaren van vluchten en wachten. Wie op de HEERE wacht, mag het moeilijke van vandaag in Zijn hand laten, met geduld en zonder bitterheid. Zo kon David bidden: "Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden" (Psalm 142:6).

Ook gezag dat faalt, blijft door God gegeven. David bleef Saul eren als de gezalfde des HEEREN en sprak hem toch eerlijk aan. Dat vraagt van ons respect voor wie gezag over ons heeft, ook als wij het niet met hen eens zijn.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

David was door Samuël gezalfd. Later zou hij koning worden over Israël. Maar nog was Saul de koning. En Saul wilde David doden. Daarom moest David vluchten. Hij leefde met zijn mannen in de woestijn, tussen de rotsen.

Toen hoorde Saul dat David in de woestijn van En-gedi was. Saul nam drieduizend soldaten mee. Ze zochten David hoog tussen de rotsen, waar de steenbokken leven: wilde geiten die goed kunnen klimmen.

Bij de weg waren schaapskooien. Daar was ook een grot. Saul ging de grot in. Maar hij wist niet wie daar zaten. Diep in de grot, aan de zijkanten, zaten David en zijn mannen!

De mannen van David zeiden dat dit zijn kans was. Nu had de HEERE zijn vijand in zijn hand gegeven, zeiden ze. David stond op. Heel stil ging hij naar Saul toe. Hij sneed een stuk van de mantel van Saul af. Saul merkte er niets van.

Maar daarna sloeg Davids hart hem, zegt de Bijbel. Dat betekent: hij voelde dat hij iets verkeerds had gedaan. Hij zei tegen zijn mannen dat hij de koning niets mocht doen, "want hij is de gezalfde des HEEREN". God Zelf had Saul koning gemaakt. David hield zijn mannen tegen.

Saul ging de grot uit. Toen ging David ook naar buiten. Hij riep: "Mijn heer koning"! Saul keek om. David boog diep, met zijn gezicht naar de grond. Hij liet het stuk van de mantel zien. Zo kon Saul zien: David had hem kunnen doden, maar deed het niet. David zei: "De HEERE zal richten tussen mij en tussen u". Richten betekent hier: eerlijk oordelen wie goed en wie fout is. David liet dat aan de HEERE over.

Toen begon Saul te huilen. Hij zei dat David rechtvaardiger was dan hij. David had hem goed gedaan, en Saul had David kwaad gedaan. Saul wist dat David koning zou worden. Hij liet David beloven dat hij later de familie van Saul niets zou doen. David beloofde het. Saul ging naar huis. David ging met zijn mannen terug naar hun schuilplaats.

Maar Saul hield niet op. Een tijd later ging hij weer op zoek naar David, nu in de woestijn van Zif. Weer had hij drieduizend soldaten bij zich. David stuurde verspieders. Dat zijn mannen die stilletjes gaan kijken. Zo wist hij waar Saul was. David vroeg wie met hem mee wilde. Abisai, de broer van Joab, wilde dat. In de nacht gingen ze naar het kamp van Saul. Saul lag te slapen. Zijn speer stak naast zijn hoofd in de grond. Abner, de aanvoerder van het leger, en alle soldaten sliepen om hem heen.

Abisai wilde Saul met de speer doodsteken. Eén keer zou genoeg zijn, zei hij. Maar David zei: "Verderf hem niet". Dat betekent: maak hem niet dood. De HEERE Zelf zou bepalen wanneer Saul zou sterven. David nam alleen de speer en de waterfles mee, die bij het hoofd van Saul stonden. Niemand werd wakker. De HEERE had hen allemaal in een diepe slaap laten vallen.

David ging naar de overkant en klom op een berg, ver weg. Daar riep hij Abner. Hij zei dat Abner niet goed op de koning had gepast. De speer van de koning was weg! Saul herkende de stem van David. David vroeg waarom Saul hem nog steeds achternazat. Wat had hij dan verkeerd gedaan? Toen zei Saul: "Ik heb gezondigd". Hij beloofde dat hij David geen kwaad meer zou doen.

David zei dat een jongeman de speer kon komen halen. Hij vertrouwde op de HEERE: Hij zou David uit alle nood redden. Saul zegende David. Toen ging David verder, en Saul ging terug naar huis.

Twee keer had David de koning in zijn macht. Twee keer liet hij hem leven. Hij wachtte op de HEERE. Want de HEERE had David als koning gekozen, en Hij zou hem op Zijn eigen tijd koning maken.

Om te onthouden
“De HEERE zal richten tussen mij en tussen u, en de HEERE zal mij wreken aan u; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.” (1 Samuël 24:13)

Tips voor de verteller

  • Leg vooraf uit wat "de gezalfde des HEEREN" betekent: Saul was door Samuël met olie gezalfd, als teken dat Saul door God koning was gemaakt. David was ook gezalfd, maar moest wachten tot het koningschap hem door God gegeven werd. Voor de jongsten kunt u het tweede deel, in het legerkamp, samenvatten in een paar zinnen en de grot de meeste ruimte geven.
  • Kinderen vragen vaak waarom David Saul niet gewoon doodmaakte, omdat Saul toch slecht was. Antwoord eerlijk: Saul deed David groot onrecht, en David zei dat ook. Maar God had Saul koning gemaakt, en alleen God mocht hem wegnemen. David liet het oordeel aan God over. Leg bij de onthoudtekst uit dat wreken hier betekent: God zal het recht maken, niet David.
  • Vertel niet dat Saul in de grot ging slapen; dat staat er niet. De tekst geeft een andere, gewone reden, die u voor kinderen niet hoeft te noemen: Saul ging de grot in. De slaap hoort bij de tweede geschiedenis, en daar zegt de Bijbel dat die slaap van de HEERE kwam. Laat die zin goed uitkomen, want daar wordt zichtbaar dat God aan het werk is.
  • Maak van David geen voorbeeld van een aardige jongen die lief is voor zijn vijand. Het zwaartepunt is dat David op de HEERE vertrouwt en het recht aan Hem overlaat. U kunt 1 Samuël 24:9-13 zelf voorlezen uit de Bijbel; die woorden zijn ook voor kinderen goed te volgen als u "slip" uitlegt als een stuk van de rand van de mantel.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat sneed David van de mantel van Saul af?
  2. NavertellenWat nam David mee uit het kamp van Saul?
  3. VerwonderenWaarom werd niemand in het kamp van Saul wakker?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenHoe vaak kon David Saul doden, en waar was dat?
  2. BetekenisDavid noemde Saul "de gezalfde des HEEREN". Waarom wilde hij hem daarom niets doen?
  3. VerbindingVan de Heere Jezus staat er: Hij "gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt" (1 Petrus 2:23). Aan Wie liet David het oordeel over Saul over?
  4. ToepassingWat kun jij doen als iemand je onrecht doet, en waarom mag je het dan aan de HEERE overlaten?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Romeinen 12:17-21. Welke woorden van David in 1 Samuël 24 en 26 passen bij wat Paulus schrijft, en wat doet God volgens Paulus met het kwaad?
  2. Wie is God?David zegt dat de HEERE Saul in zijn hand had gegeven, en toch doodt hij hem niet. Wat is het verschil tussen een kans die God geeft en wat God van ons vraagt?
  3. Moeilijke vraagSaul huilde bij de spelonk (1 Samuël 24:17) en zei later "Ik heb gezondigd" (1 Samuël 26:21). Toch vluchtte David daarna naar de Filistijnen (1 Samuël 27:1). Was Sauls berouw echt? Waaraan herken je echte bekering?
  4. PersoonlijkIs er iemand die jou onrecht heeft gedaan? Wat betekent het voor jou dat God rechtvaardig oordeelt en dat jij geen wraak hoeft te nemen?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij rechtvaardig oordeelt en dat wij het recht aan Hem mogen overlaten. Bid om een hart dat geen kwaad met kwaad vergeldt, en dank voor de Heere Jezus, Die Zijn zaak overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Thema's in dit verhaal

De wraak aan God overlatenDe gezalfde des HEERENWachten op Gods tijdEen geraakt gewetenGoed doen aan een vijand

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over David spaart Saul

Waar staat het verhaal van David die Saul spaart in de Bijbel?

Het staat twee keer in 1 Samuël. In hoofdstuk 24 spaart David Saul in een spelonk bij En-gedi en snijdt hij alleen een slip van zijn mantel af. In hoofdstuk 26 spaart hij Saul in diens legerkamp in de woestijn Zif en neemt hij zijn spies en waterfles mee. Daartussen staat in hoofdstuk 25 de geschiedenis van Nabal en Abigaïl. Daarna wijkt David uit naar de Filistijnen (1 Samuël 27).

Waarom wilde David Saul niet doden?

Omdat Saul door God tot koning gezalfd was. David zei: "want hij is de gezalfde des HEEREN" (1 Samuël 24:7). Saul was verworpen, maar alleen God mocht hem wegnemen. David liet het oordeel aan God over: "De HEERE zal richten tussen mij en tussen u" (1 Samuël 24:13). Hij rekende erop dat de HEERE Saul op Zijn tijd zou wegnemen, door een slag van God, een natuurlijke dood of de strijd (1 Samuël 26:10).

Wat betekent de slip van Sauls mantel die David afsneed?

De tekst legt het niet uit. Een slip is een stuk van de rand van een mantel. Veel uitleggers zien in de slip een teken van Sauls koningschap: toen Saul eerder de slip van Samuëls mantel greep en die scheurde, zei Samuël dat de HEERE het koninkrijk van Saul had afgescheurd (1 Samuël 15:27-28). In die lezing raakte David met het afsnijden al aan wat alleen God kon geven. Of David daaraan dacht, zegt de tekst niet. Wel liet de slip Saul zien dat David hem had kunnen doden (1 Samuël 24:12).

Sliep Saul in de grot toen David een stuk van zijn mantel afsneed?

Nee, dat staat er niet, hoewel het vaak zo verteld wordt. Saul ging de spelonk in "om zijn voeten te dekken" (1 Samuël 24:4), een beleefde omschrijving die uitleggers verstaan als zijn behoefte doen (vergelijk Richteren 3:24). David sneed de slip stilletjes af. Van slapen is sprake in de tweede geschiedenis, in het legerkamp in de woestijn Zif, waar de HEERE een diepe slaap op Saul en zijn mannen liet vallen (1 Samuël 26:12).

Zijn 1 Samuël 24 en 26 hetzelfde verhaal?

De tekst vertelt twee verschillende gebeurtenissen. De plaats verschilt (een spelonk bij En-gedi tegenover een legerkamp in de woestijn Zif), en ook het verloop: in de spelonk sluipt David zelf naar Saul toe, in het kamp gaat Abisai met hem mee; de eerste keer neemt hij een slip mee, de tweede keer een spies en een waterfles. Sommige uitleggers menen dat het om één gebeurtenis gaat die twee keer verteld wordt, maar de gereformeerde uitleg leest ze als twee gebeurtenissen, zoals de Bijbel ze geeft.

Wat betekent "de gezalfde des HEEREN"?

Een gezalfde is iemand op wie olie is uitgegoten als teken dat God iemand voor een ambt aanwijst. Samuël zalfde Saul tot koning (1 Samuël 10:1). Daarom noemt David hem steeds de gezalfde des HEEREN: zijn ambt kwam van God, ook al was hij als koning verworpen. Het Hebreeuwse woord voor gezalfde is in het Nederlands Messias geworden. David hield hieraan vast tot na Sauls dood (2 Samuël 1:14).

Wie was Abisai, die met David het kamp van Saul binnenging?

Abisai was de zoon van Zeruja en de broer van Joab (1 Samuël 26:6), later een van Davids legeraanvoerders. Toen David vroeg wie met hem naar het kamp van Saul zou gaan, zei Abisai: "Ik zal met u afgaan". In het kamp wilde hij Saul met één stoot van de spies doden, maar David hield hem tegen: "Verderf hem niet" (1 Samuël 26:9). Het verschil tussen beide mannen laat zien dat David niet uit angst handelde, maar uit ontzag voor de HEERE.

Veranderde Saul nadat David hem gespaard had?

Niet blijvend. Beide keren weende of beleed Saul: "Gij zijt rechtvaardiger dan ik" (1 Samuël 24:18) en "Ik heb gezondigd" (1 Samuël 26:21). Toch ging hij na de eerste keer opnieuw op jacht, en na de tweede keer vertrouwde David hem niet en vluchtte naar de Filistijnen (1 Samuël 27:1). Dezelfde woorden "Ik heb gezondigd" had Saul al tegen Samuël gezegd (1 Samuël 15:24). Uitleggers zien hier spijt over de gevolgen zonder een omkeer van het hart.

Hoe vertelt u het verhaal van David en Saul in de grot aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij 1 Samuël 24 en 26 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Leg kort uit wat "de gezalfde des HEEREN" betekent en laat zien dat David het oordeel aan de HEERE overlaat. Vertel niet dat Saul in de grot sliep; de slaap die de HEERE gaf, hoort bij het legerkamp. Voor jonge kinderen kunt u het tweede deel inkorten.

Stel een vraag over David spaart Saul

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder