Jefta in de Bijbel
Jiftach (יִפְתָּח, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: hij opent”
Wie was Jefta?
Jefta was een richter van Israël uit Gilead, de zoon van een hoer, die door zijn halfbroers was verstoten. De oudsten haalden hem terug om tegen Ammon te strijden. Hij won, maar zijn gelofte trof zijn enige dochter (Richteren 11:30-40). Daarna richtte hij Israël zes jaren. De Statenvertaling schrijft Jeftha.
Jefta komt het verhaal binnen als buitenstaander. "Jeftha nu, de Gileadiet, was een strijdbaar held, maar hij was een hoerekind" (Richteren 11:1). Zijn vader heette Gilead, net als de streek ten oosten van de Jordaan waar hij vandaan kwam. De zonen van Gileads eigen vrouw joegen hem weg: in het huis van hun vader zou hij niet erven. Jefta week uit naar het land Tob, en daar verzamelden zich "ijdele mannen" om hem heen (Richteren 11:3). Zijn geschiedenis staat in Richteren 10:6-18, Richteren 11:1-40 en Richteren 12:1-7. Toen de Ammonieten Gilead binnenvielen, kwamen dezelfde oudsten die hem hadden laten gaan, hem terughalen. Jefta onderhandelde eerst met de koning van Ammon, met een uitvoerige terugblik op de geschiedenis van Israël, en trok pas ten strijde toen dat niets opleverde. Daarbij deed hij de gelofte waarom hij vooral bekend is: wat hem bij thuiskomst uit de deur van zijn huis tegemoet zou komen, zou des HEEREN zijn en ten brandoffer geofferd worden (Richteren 11:31). Het was zijn enige dochter. Wat er daarna precies met haar gebeurde, is een vraag waarover joodse en christelijke uitleggers al eeuwen verschillend denken: een werkelijk offer of een levenslange toewijding aan de HEERE. Na de overwinning volgde een bittere strijd met de stam Efraïm, bekend geworden door het woord Schibboleth (Richteren 12:6). Jefta richtte Israël zes jaren en werd begraven in de steden van Gilead. In de Statenvertaling heet hij Jeftha. De Hebreeuwse vorm is Jiftach, en Engelse bijbels schrijven Jephthah. Buiten Richteren noemt Samuel hem in 1 Samuël 12:11 bij de verlossers die de HEERE zond, en Hebreeën 11:32 noemt hem samen met Gideon, Barak en Simson onder de geloofsgetuigen.
Historische context
Jefta leefde in de late richterentijd, waarschijnlijk rond 1100 voor Christus; een precies jaartal geeft de Bijbel niet. Hij kwam na de richters Thola en Jaïr (Richteren 10:1-5) en vóór Ebzan, Elon en Abdon (Richteren 12:8-15). In zijn boodschap aan de koning van Ammon zegt hij dat Israël toen al driehonderd jaren in Hesbon en omgeving woonde (Richteren 11:26). Dat is een van de weinige tijdsaanduidingen in het boek; samen met 1 Koningen 6:1 wordt het gebruikt om de richterentijd te dateren, al lopen de berekeningen uiteen. Gilead is het heuvelland ten oosten van de Jordaan, waar de stammen Gad en Manasse woonden. Ten oosten daarvan lag Ammon, een volk dat volgens Deuteronomium 2:19 van Lot afstamde en waarvan Israël het land niet mocht innemen. Achttien jaren lang onderdrukten de Ammonieten Gilead, en zij trokken zelfs over de Jordaan tegen Juda, Benjamin en Efraïm (Richteren 10:8-9). Het land Tob, waar Jefta als balling woonde, lag buiten Israël, vermoedelijk ten noordoosten van Gilead; in 2 Samuël 10:6 leveren de mannen van Tob nog soldaten aan Ammon. Jefta's thuisplaats Mizpa in Gilead is mogelijk dezelfde plaats als het Mizpa van Jakob en Laban (Genesis 31:49). De koning van Ammon eiste het land tussen de Arnon en de Jabbok terug. Jefta antwoordde dat Israël dat land niet van Ammon of Moab had genomen, maar van Sihon, de koning van de Amorieten, die Israël de doortocht had geweigerd (Richteren 11:19-22; vergelijk Numeri 21:24). Dat Jefta daarbij Kamos noemt, de god van Moab, verklaren uitleggers meestal uit het feit dat het betwiste gebied vroeger Moabitisch was geweest. Twee gebruiken vragen om toelichting. Een gelofte was een vrijwillige maar bindende belofte aan God: "naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen" (Numeri 30:2). Leviticus 27:1-8 regelt dat wie een mens aan de HEERE had toegewijd, die met zilver kon lossen. Wat "verbannen" was, kon volgens Leviticus 27:28-29 niet gelost worden; uitleggers verschillen erover of Jefta's gelofte onder het een of het ander viel. Mensenoffers waren uitdrukkelijk verboden; Deuteronomium 12:31 noemt het verbranden van zonen en dochters voor de goden een gruwel. Bij Israëls buren kwam het wel voor: de koning van Moab offerde zijn eerstgeboren zoon op de muur (2 Koningen 3:27). Het tweede gebruik is de taal. De Efraïmieten konden de klank sj niet zeggen: zij zeiden "Sibbolet" in plaats van "Schibboleth" (Richteren 12:6). Bij de doorwaadplaatsen van de Jordaan werd dat verschil in uitspraak een herkenningsteken van leven of dood.
Karaktereigenschappen
+Positieve eigenschappen
- Moedig: hij stelde zijn ziel in zijn hand en trok tegen Ammon op (Richteren 12:3)
- Zoekt eerst de weg van overleg en zet de zaak geduldig uiteen (Richteren 11:12-27)
- Laat de uitkomst aan de HEERE als Rechter over (Richteren 11:27)
- Legt zijn afspraken met de oudsten voor het aangezicht des HEEREN (Richteren 11:11)
- Neemt zijn woord tegenover God ernstig, ook tot zijn eigen schade (Richteren 11:35; vergelijk Psalm 15:4), al hangt het van de uitleg af of het houden van deze gelofte goed was
−Zwakke kanten
- Een overhaaste gelofte waarvan hij de gevolgen niet overzag (Richteren 11:30-31)
- Hard tegenover Efraïm: de strijd bij de Jordaan kostte tweeënveertigduizend Efraïmieten het leven (Richteren 12:4-6)
Theologische betekenis
Het verhaal van Jefta begint niet bij hem maar bij God. Israël diende de goden van de volken rondom en kreeg in zijn nood eerst te horen: "daarom zal Ik u niet meer verlossen" (Richteren 10:13). Pas toen het volk de vreemde goden wegdeed, staat er: "Toen werd Zijn ziel verdrietig over den arbeid van Israel" (Richteren 10:16). De verlossing is genade en geen beloning, en God gebruikt daarvoor een man die door zijn familie was verstoten (vergelijk Psalm 118:22). Opvallend is de volgorde in Richteren 11:29-31. Eerst komt de Geest des HEEREN op Jefta, daarna doet hij de gelofte. God had niet om die belofte gevraagd; de overwinning hing er niet van af. Het slot van Richteren vat de tijd samen: "een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen" (Richteren 21:25). Over de vervulling van de gelofte bestaan twee lezingen. De eerste neemt "ik zal het offeren ten brandoffer" (Richteren 11:31) letterlijk: Jefta heeft zijn dochter werkelijk geofferd. Daarvoor pleit dat er staat dat hij "aan haar volbracht zijn gelofte" (Richteren 11:39). Josephus las het zo (Joodse oudheden, boek 5), net als de oudere rabbijnse traditie en veel kerkvaders. Dan toont het verhaal hoe ver Israël van de wet was afgedwaald, want God noemt zulke offers iets dat Hij niet heeft geboden (Jeremia 7:31). De tweede lezing ziet een levenslange toewijding aan de HEERE in ongehuwde staat. Daarvoor pleit dat het Hebreeuwse woordje dat de Statenvertaling in vers 31 met en weergeeft, ook de betekenis of kan hebben: het zal des HEEREN zijn, of ik zal het als brandoffer offeren. Verder beweent de dochter haar maagdom en niet haar leven, en direct na de vervulling staat: "en zij heeft geen man bekend". De Statenvertaling heeft in vers 40 "aan te spreken", wat aan een bezoek doet denken, al geeft zij hetzelfde werkwoord in Richteren 5:11 weer met "spreekt aldaar te zamen van", zodat ook haar gedenken mogelijk is. Hanna gaf later haar zoon aan de HEERE "al de dagen zijns levens" (1 Samuël 1:11). David Kimchi las het zo, en ook in de gereformeerde traditie is deze lezing verdedigd, al zijn gereformeerde uitleggers verdeeld. De tekst zelf beslist de vraag niet. Hebreeën 11:32 noemt Jefta in de rij van geloofsgetuigen van wie de brief zegt dat zij "koninkrijken hebben overwonnen" en "uit zwakheid krachten hebben gekregen" (Hebreeën 11:33-34). Welke daad bij wie hoort, zegt de brief niet. Veel uitleggers denken bij Jefta aan zijn vertrouwen op "de HEERE, Die Rechter is" (Richteren 11:27), en niet aan zijn gelofte.
Naamsbetekenis
Oorspronkelijke naam
Jiftach (יִפְתָּח, Hebreeuws)
Betekenis
Waarschijnlijk: hij opent
Betekenis van de naam Jeftha: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen
Sleutelmomenten
Verstoten door zijn broers
Jefta is een strijdbaar held, maar de zoon van een hoer. Zijn halfbroers zetten hem uit het huis van hun vader, en hij gaat naar het land Tob, waar een groep mannen zich bij hem aansluit.
Richteren 11:1-3
Teruggehaald als hoofd van Gilead
Als Ammon Gilead aanvalt, vragen de oudsten Jefta om hun overste te worden. Hij herinnert hen eraan dat zij hem gehaat hebben, en spreekt af dat hij hoofd blijft als de HEERE de overwinning geeft. Te Mizpa legt hij zijn woorden voor het aangezicht des HEEREN.
Richteren 11:4-11
Boden naar de koning van Ammon
Jefta probeert eerst het conflict met woorden op te lossen. Hij zet uiteen hoe Israël het land van Sihon kreeg en laat het oordeel over aan de HEERE, Die Rechter is. De koning van Ammon luistert niet.
Richteren 11:12-28
De Geest des HEEREN en de gelofte
De Geest des HEEREN komt op Jefta en hij trekt door Gilead en Manasse. Op weg naar de strijd belooft hij: wat hem bij zijn terugkeer uit de deur van zijn huis tegemoet komt, zal des HEEREN zijn en ten brandoffer geofferd worden.
Richteren 11:29-31
Overwinning op Ammon
De HEERE geeft de Ammonieten in zijn hand. Jefta verslaat hen van Aroer tot Minnith, twintig steden, tot aan Abel-Keramim, en Ammon wordt voor Israël vernederd.
Richteren 11:32-33
Zijn dochter komt hem tegemoet
Bij zijn huis in Mizpa komt zijn enige kind hem tegemoet met trommels en reien. Jefta scheurt zijn kleren. Zijn dochter antwoordt dat hij moet doen wat uit zijn mond gegaan is.
Richteren 11:34-36
Twee maanden en de vervulling
Zij vraagt twee maanden om met haar vriendinnen op de bergen haar maagdom te bewenen. Daarna volbrengt Jefta zijn gelofte aan haar. Jaarlijks gaan de dochters van Israël vier dagen heen om haar "aan te spreken".
Richteren 11:37-40
Schibboleth en zijn dood
Efraïm verwijt Jefta dat hij hen niet riep en dreigt zijn huis te verbranden. In de strijd die volgt, worden de vluchtende Efraïmieten bij de doorwaadplaatsen van de Jordaan herkend aan hun uitspraak. Jefta richt Israël zes jaren en wordt begraven in Gilead.
Richteren 12:1-7
Belangrijke bijbelteksten
De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jefta beter te begrijpen.
Richteren 11:1
“Jeftha nu, de Gileadiet, was een strijdbaar held, maar hij was een hoerekind; doch Gilead had Jeftha gegenereerd.”
De opening van zijn geschiedenis: een held, maar met een afkomst die hem in zijn familie tot buitenstaander maakte.
Richteren 11:27
“Ook heb ik tegen u niet gezondigd, maar gij doet kwalijk bij mij, dat gij tegen mij krijgt; de HEERE, Die Rechter is, richte heden tussen de kinderen Israels en tussen de kinderen Ammons!”
Het slot van zijn boodschap aan de koning van Ammon. Jefta legt het oordeel bij de HEERE; het is de enige plaats in Richteren waar de HEERE zelf Rechter genoemd wordt.
Richteren 11:29
“Toen kwam de Geest des HEEREN op Jeftha, dat hij Gilead en Manasse doortrok; want hij trok door tot Mizpa in Gilead, en van Mizpa in Gilead trok hij door tot de kinderen Ammons.”
De Geest komt op Jefta vóórdat hij de gelofte doet. De overwinning was geen tegenprestatie voor zijn belofte.
Richteren 11:30-31
“En Jeftha beloofde den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij de kinderen Ammons ganselijk in mijn hand zult geven; Zo zal het uitgaande, dat uit de deur van mijn huis mij tegemoet zal uitgaan, als ik met vrede van de kinderen Ammons wederkom, dat zal des HEEREN zijn, en ik zal het offeren ten brandoffer.”
De gelofte zelf. Over de betekenis van het laatste zinsdeel lopen de uitleggingen uiteen.
Richteren 11:35
“En het geschiedde, als hij haar zag, zo verscheurde hij zijn klederen, en zeide: Ach, mijn dochter! gij hebt mij ganselijk nedergebogen, en gij zijt onder degenen, die mij beroeren; want ik heb mijn mond opengedaan tot den HEERE, en ik zal niet kunnen teruggaan.”
Het moment van de thuiskomst. Jefta beseft wat zijn woorden betekenen en meent dat hij niet terug kan.
Richteren 11:36
“En zij zeide tot hem: Mijn vader! hebt gij uw mond opengedaan tot den HEERE, doe mij, gelijk als uit uw mond gegaan is; naardien u de HEERE volkomene wraak gegeven heeft van uw vijanden, van de kinderen Ammons.”
Het antwoord van zijn dochter, wier naam de Bijbel niet noemt. Zij ziet de overwinning als werk van de HEERE.
Richteren 11:39-40
“En het geschiedde ten einde van twee maanden dat zij tot haar vader wederkwam, die aan haar volbracht zijn gelofte, die hij beloofd had; en zij heeft geen man bekend. Voorts werd het een gewoonheid in Israel, Dat de dochteren Israels van jaar tot jaar heengingen, om de dochter van Jeftha, de Gileadiet, aan te spreken, vier dagen in het jaar.”
De verzen waarop beide uitleggingen van de gelofte steunen. Of de jaarlijkse vier dagen een bezoek of een gedachtenis waren, lezen uitleggers verschillend.
Richteren 12:6
“Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibboleth; maar hij zeide: Sibbolet, en kon het alzo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de veren van de Jordaan, dat te dier tijd van Efraim vielen twee en veertig duizend.”
Het wachtwoord bij de Jordaan. Het woord sjibbolet is in het Nederlands blijven bestaan als herkenningsteken van een groep.
Hebreeën 11:32
“En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuel, en de profeten;”
Jefta staat in de rij van de geloofsgetuigen, naast Gideon, Barak en Simson (in de Statenvertaling hier Samson).
Tijdperiode
~1100 v.Chr.
Jefta leefde in de tijd van het Oude Testament.
Gerelateerde personen
Lessen voor vandaag
Jefta's broers zetten hem buiten de deur om iets waaraan hij zelf niets kon doen. Toch was hij de man door wie God Gilead verloste. Wie zich door familie of omgeving afgeschreven voelt, mag weten dat het oordeel van mensen niet het laatste woord is. Ook onze woorden tegenover God vragen om voorzichtigheid. Jefta beloofde iets waarvan hij de gevolgen niet overzag, en die gevolgen troffen zijn enige kind. Prediker zegt het nuchter: "Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt" (Prediker 5:4). De Heere Jezus leert ons eenvoudig te spreken: "laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen" (Mattheüs 5:37). Wij hoeven God niet met beloften over te halen; de Geest was al op Jefta gekomen voordat hij iets beloofde. Zijn dochter krijgt in de Bijbel geen naam, maar wel een stem, en haar antwoord is vol vertrouwen op wat de HEERE gedaan had. Israël vergat haar niet: jaarlijks gingen de dochters van Israël vier dagen heen om haar "aan te spreken" (Richteren 11:40). De Schrift laat degene die de zwaarste prijs betaalde niet vergeten, en wij mogen dat ook niet doen. Het slot van het verhaal waarschuwt. Kort na de overwinning op Ammon streden Gileadieten en Efraïmieten tegen elkaar, en een verschil in uitspraak werd een grens van leven of dood. Gekwetste trots aan de ene kant en hardheid aan de andere kant maakten van broeders vijanden. Ook in gemeenten en families kan een kleine sjibbolet een grote scheiding worden.
Bijbelse plaatsen
Veelgestelde vragen over Jefta
Wie was Jefta in de Bijbel?
Wat betekent de naam Jefta?
Waar staat Jefta in de Bijbel?
Hoe schrijft u Jefta: Jefta, Jeftha of Jiftach?
Wat was de gelofte van Jefta?
Heeft Jefta zijn dochter echt geofferd?
Hoe heette de dochter van Jefta?
Waarom werd Jefta door zijn broers verstoten?
Wat betekent Schibboleth?
Waarom staat Jefta in Hebreeën 11?
Wat kunnen wij leren van Jefta?
Stel een vraag over Jefta
Wilt u meer weten over Jefta? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Stel een vraag over JeftaVerdiep u verder
Bijbelse tijdlijn
Bekijk Jefta in de context van de bijbelse geschiedenis.
Bijbelse onderwerpen
Ontdek thema's die verbonden zijn met het leven van Jefta.
Lees de Bijbel
Lees het verhaal van Jefta in de Bijbel.
Bijbeluitleg
Lees commentaar en uitleg bij de bijbelgedeelten over Jefta.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over Jefta aan onze AI-assistent.
Woordstudie
Bestudeer de oorspronkelijke betekenis van bijbelse namen en begrippen.
Heidelbergse Catechismus
Ontdek de gereformeerde leer over bijbelse personen en thema's.