Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1500 v.Chr.

Sifra en Pua in de Bijbel

Sjifra en Poea (שִׁפְרָה en פּוּעָה, Hebreeuws) - “Sifra waarschijnlijk schoonheid; Pua onzeker”

Wie waren Sifra en Pua?

Sifra en Pua waren twee vroedvrouwen in Egypte in de tijd voor de geboorte van Mozes. De koning van Egypte beval hun de pasgeboren Hebreeuwse jongens te doden, maar zij vreesden God en lieten de kinderen leven. God deed hun goed en gaf hun een eigen huis (Exodus 1:15-21).

Sifra en Pua komen alleen voor in Exodus 1:15-21. Het zijn zeven verzen, en toch staan hun namen erin, terwijl de koning van Egypte in het hele verhaal naamloos blijft. De Statenvertaling noemt hen "de vroedvrouwen der Hebreinnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was" (Exodus 1:15). Het verhaal speelt kort voor de geboorte van Mozes. De Israëlieten waren in Egypte talrijk geworden, en een nieuwe koning zag dat als een gevaar. Dwangarbeid hielp niet: hoe meer het volk verdrukt werd, hoe meer het groeide (Exodus 1:12). Daarom gaf de koning de vroedvrouwen een bevel dat blijkbaar in stilte moest worden uitgevoerd: elke jongen bij de geboorte doden, elk meisje laten leven. "Doch de vroedvrouwen vreesden God" (Exodus 1:17). Zij lieten de jongens leven. Toen de koning hen riep, gaven zij een antwoord over de Hebreeuwse vrouwen dat hij niet kon controleren. God beloonde hen, en het volk werd nog machtiger. Pas daarna gaf de koning het bevel aan heel zijn volk om de jongens in de rivier, de Nijl, te werpen (Exodus 1:22), het bevel waaronder Jochebed haar zoon verborg. Sifra is niet te verwarren met Zippora, de vrouw van Mozes. Ook de naam Pua komt elders voor, maar dan als mannennaam in de stam Issaschar (1 Kronieken 7:1); in het Hebreeuws wordt die naam anders gespeld.

Historische context

Exodus geeft geen jaartal en noemt de koning niet bij naam. Wie de uittocht rond 1446 voor Christus plaatst, op grond van 1 Koningen 6:1, komt voor de geboorte van Mozes rond 1525 voor Christus, want hij was tachtig toen hij voor de farao stond (Exodus 7:7). Sifra en Pua werkten dan kort voor 1525 voor Christus, afgerond rond 1500 voor Christus. Een andere gangbare datering plaatst de uittocht in de dertiende eeuw voor Christus. Beide dateringen blijven onzeker. Een vroedvrouw hielp vrouwen bij de bevalling. Exodus 1:16 spreekt over "de stoelen": waarschijnlijk een baarstoel of twee stenen waarop de vrouw zat of knielde. Op dat moment kon een vroedvrouw een kind ongemerkt laten sterven; daarop rekende de koning blijkbaar. Dat maar twee vroedvrouwen genoemd worden voor een groot volk, leggen veel uitleggers zo uit dat Sifra en Pua de leidsters van de vroedvrouwen waren, die het bevel aan anderen moesten doorgeven. De tekst zegt dat niet uitdrukkelijk. De Hebreeuwse woorden in Exodus 1:15 kunnen twee dingen betekenen: Hebreeuwse vroedvrouwen, of vroedvrouwen voor de Hebreeuwse vrouwen. De Statenvertaling schrijft "de vroedvrouwen der Hebreinnen", wat beide lezingen openlaat. Hun namen zijn Semitisch, wat op Hebreeuwse vrouwen wijst; Josephus (Joodse oudheden, boek 2) maakt er Egyptische vroedvrouwen van. Een Egyptische papyrus uit het Middenrijk, de Brooklyn-papyrus, noemt onder Aziatische dienaren een vrouw met een vergelijkbare naam als Sifra. Dat zegt niets over deze vroedvrouw, maar laat zien dat zulke namen in Egypte voorkwamen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Godvrezend: zij vreesden God meer dan de koning (Exodus 1:17)
  • Moedig: zij hielden vol, ook toen de koning hen ter verantwoording riep (Exodus 1:18)
  • Beschermend: zij behielden de knechtjes in het leven (Exodus 1:17)

−Zwakke kanten

  • Hun antwoord aan de koning was waarschijnlijk niet de hele waarheid; uitleggers verschillen over de vraag of het een leugen was (Exodus 1:19)

Theologische betekenis

De Schrift noemt de reden van hun daad twee keer: "de vroedvrouwen vreesden God" (Exodus 1:17) en "dewijl de vroedvrouwen God vreesden" (Exodus 1:21). Vreze Gods is in de Bijbel ontzag en gehoorzaamheid tegenover God, en het is "het beginsel der wetenschap" (Spreuken 1:7). Bij Sifra en Pua werd dat ontzag concreet: wie God vreest, kan de koning niet volgen in het doden van kinderen. Hetzelfde zeiden later de apostelen: "Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen" (Handelingen 5:29). Hun antwoord aan de koning (Exodus 1:19) is lang besproken. Sommige uitleggers zien er een leugen in, en zeggen met Augustinus en Calvijn dat God hun godsvrucht beloonde en niet hun onwaarheid. Anderen menen dat het antwoord voor een deel waar was. De tekst velt geen oordeel en wijst als grond voor de beloning alleen de vreze Gods aan. Uitleggers bespreken hun antwoord vaak samen met dat van Rachab, die de verspieders verborg en de mannen van Jericho op een dwaalspoor zette (Jozua 2:4-5). God deed hun goed en "bouwde Hij haar huizen" (Exodus 1:21). Een huis bouwen betekent in het Oude Testament een gezin of nageslacht geven, zoals Rachel en Lea "het huis van Israel gebouwd hebben" (Ruth 4:11). Wie levens spaarde, kreeg zo, naar de gangbare uitleg, zelf een gezin. Het past bij het woord: "die Mij eren, zal Ik eren" (1 Samuël 2:30). Hier wordt voor het eerst geprobeerd het volk van God al bij de geboorte uit te roeien. Eeuwen later doodde Herodes de kinderen van Bethlehem (Mattheüs 2:16). Veel uitleggers zien in beide verhalen hoe God Zijn belofte bewaart door mensen die weinig macht hebben.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Sjifra en Poea (שִׁפְרָה en פּוּעָה, Hebreeuws)

Betekenis

Sifra waarschijnlijk schoonheid; Pua onzeker

Betekenis van de naam Pua: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Het bevel van de koning

De koning van Egypte roept de vroedvrouwen Sifra en Pua en beveelt hun elke pasgeboren Hebreeuwse jongen te doden en de meisjes te laten leven.

Exodus 1:15-16

2

Zij vreesden God

De vroedvrouwen doen niet wat de koning gezegd heeft. Omdat zij God vrezen, laten zij de jongens leven.

Exodus 1:17

3

Ter verantwoording geroepen

De koning vraagt waarom zij de knechtjes in leven hebben gelaten. Zij antwoorden dat de Hebreeuwse vrouwen sterk zijn en al gebaard hebben voordat de vroedvrouw komt.

Exodus 1:18-19

4

God doet hun goed

God doet de vroedvrouwen goed, en het volk wordt zeer machtig. Omdat zij God vreesden, bouwt Hij hun huizen.

Exodus 1:20-21

5

Het bevel aan heel Egypte

Nu de vroedvrouwen niet meewerken, maakt de farao zijn hele volk tot uitvoerder: alle pasgeboren zonen moeten in de rivier geworpen worden.

Exodus 1:22

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Sifra en Pua beter te begrijpen.

Exodus 1:15

“Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreinnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was;”

De enige plaats waar hun namen staan.

Exodus 1:16

“En zeide: Wanneer gij de Hebreinnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!”

Het bevel aan de vroedvrouwen: elke jongen bij de geboorte doden. Waarschijnlijk moest het ongemerkt gebeuren, zodat het als een sterfgeval bij de bevalling leek.

Exodus 1:17

“Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.”

Het kernvers: de vreze Gods weegt voor hen zwaarder dan het bevel van de koning.

Exodus 1:19

“En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreinnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard.”

Hun antwoord aan de koning, waarover uitleggers verschillend oordelen.

Exodus 1:20

“Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.”

Het plan van de koning mislukt: het volk groeit, en God zegent de vroedvrouwen.

Exodus 1:21

“En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen.”

De beloning: een huis bouwen betekent hier waarschijnlijk een gezin en nageslacht geven.

Tijdperiode

~1500 v.Chr.

Sifra en Pua leefden in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Sifra en Pua laten zien dat de vreze Gods vrijmaakt van mensenvrees. "De siddering des mensen legt een strik" (Spreuken 29:25), maar wie God vreest, kan zelfs een koning weerstaan. Dat vraagt geen grote positie. Het waren twee vrouwen in hun gewone werk, bij een geboorte, waar niemand meekeek. Ook leren wij hoe kostbaar het leven van kleine kinderen in Gods ogen is. De koning wilde de jongens laten verdwijnen zonder dat iemand het merkte. De vroedvrouwen beschermden juist die kwetsbaren. Wie met zorg voor zwangere vrouwen, pasgeborenen of anderen die zichzelf niet kunnen verdedigen te maken heeft, mag in hen een voorbeeld zien. Verder laat hun verhaal zien dat gehoorzaamheid aan God soms ongehoorzaamheid aan mensen betekent. De Bijbel vraagt eerbied voor de overheid, maar niet waar zij beveelt wat God verbiedt. Dat is geen vrijbrief voor eigen zin, maar een grens die de Schrift zelf trekt (Handelingen 5:29). Ten slotte: God ziet en beloont trouw die niemand anders ziet. Wie God eert, wordt door Hem geëerd.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Sifra en Pua

Wie waren Sifra en Pua in de Bijbel?
Sifra en Pua waren twee vroedvrouwen in Egypte, kort voor de geboorte van Mozes. De koning van Egypte beval hun de pasgeboren jongens van de Hebreeuwse vrouwen te doden. Zij vreesden God en deden het niet. Toen de koning hen ter verantwoording riep, zeiden zij dat de Hebreeuwse vrouwen al gebaard hadden voordat de vroedvrouw kwam. God deed hun goed en gaf hun een eigen huis (Exodus 1:15-21).
Wat betekenen de namen Sifra en Pua?
Sifra komt waarschijnlijk van een Hebreeuws werkwoord dat mooi of helder zijn betekent; de naam betekent dan schoonheid of de mooie. De betekenis van Pua is onzeker. Sommigen verbinden de naam met glans, anderen met een woord voor meisje uit een verwante taal. Beide verklaringen zijn voorzichtige uitleg; de Bijbel zelf verklaart de namen niet.
Waar staan Sifra en Pua in de Bijbel?
Sifra en Pua staan alleen in Exodus 1:15-21. Daar geeft de koning van Egypte hun zijn bevel, weigeren zij het uit te voeren, worden zij ter verantwoording geroepen en zegent God hen. Hun namen staan in Exodus 1:15. Verder in de Bijbel worden zij niet meer genoemd, al loopt het verhaal direct door naar de geboorte van Mozes in Exodus 2.
Waren Sifra en Pua Hebreeuwse of Egyptische vroedvrouwen?
Dat is niet zeker. De Hebreeuwse woorden in Exodus 1:15 kunnen betekenen: Hebreeuwse vroedvrouwen, of vroedvrouwen voor de Hebreeuwse vrouwen. De Statenvertaling schrijft "de vroedvrouwen der Hebreinnen". Hun namen zijn Semitisch, wat op Hebreeuwse vrouwen wijst, en dat is de meest gangbare uitleg. Josephus maakt er Egyptische vroedvrouwen van. In beide gevallen staat er dat zij God vreesden.
Logen Sifra en Pua tegen de farao?
Daarover verschillen uitleggers. Sifra en Pua zeiden tegen de koning dat de Hebreeuwse vrouwen al gebaard hadden voordat de vroedvrouw kwam (Exodus 1:19). Augustinus en Calvijn zagen er een leugen in en zeiden dat God hun godsvrucht beloonde, niet hun onwaarheid. Anderen menen dat het antwoord voor een deel waar was. De tekst oordeelt er niet over en noemt als reden van de zegen alleen dat zij God vreesden (Exodus 1:21).
Wat betekent dat God de vroedvrouwen huizen bouwde?
Waarschijnlijk dat God hun een gezin en nageslacht gaf. In Exodus 1:21 staat: "zo bouwde Hij haar huizen", en een huis bouwen betekent in het Oude Testament vaak een gezin of nageslacht geven. Zo zegt Ruth 4:11 dat Rachel en Lea het huis van Israël gebouwd hebben. De meeste uitleggers lezen het daarom zo dat God Sifra en Pua kinderen en een eigen familie gaf. Wie het leven van kinderen spaarde, kreeg zelf een gezin.
Waren Sifra en Pua dezelfde als Jochebed en Mirjam?
Volgens de Bijbel niet. Exodus 1 noemt de vroedvrouwen bij hun eigen namen, Sifra en Pua. Jochebed en Mirjam komen pas in de geschiedenis van Mozes in beeld, in Exodus 2 nog naamloos, bij name in Exodus 6:19, Exodus 15:20 en Numeri 26:59. Een latere joodse overlevering, in de Talmoed en bij Rasji, stelt Sifra gelijk aan Jochebed en Pua aan Mirjam. Zij leest de huizen van Exodus 1:21 als het priesterhuis van Aaron en het koningshuis van David. Dat is overlevering, geen gegeven uit de tekst.
Is Sifra dezelfde als Zippora, en Pua dezelfde als Pua uit Issaschar?
Nee. Sifra, de vroedvrouw uit Exodus 1:15, is een andere vrouw dan Zippora, de Midianitische vrouw van Mozes uit Exodus 2. Ook de naam Pua komt elders voor, bij twee mannen uit de stam Issaschar: een zoon van Issaschar (1 Kronieken 7:1, in Genesis 46:13 Puwa) en de vader van de richter Thola (Richteren 10:1). In het Hebreeuws wordt hun naam anders gespeld, en met de vroedvrouw hebben zij niets te maken.
Waarom waren er maar twee vroedvrouwen voor heel Israël?
De Bijbel noemt alleen Sifra en Pua, maar zegt niet dat zij de enige vroedvrouwen waren. Voor een volk dat het land vervulde (Exodus 1:7) waren twee vrouwen te weinig. Veel uitleggers denken daarom dat zij de leidsters van de vroedvrouwen waren, aan wie de koning zijn bevel gaf om het door te geven. Dat is een redelijke uitleg, maar de tekst zegt het niet.
Wat kunnen wij leren van Sifra en Pua?
Sifra en Pua leren ons dat de vreze Gods sterker is dan de angst voor mensen. Zij gehoorzaamden God boven de koning, in hun gewone werk en zonder publiek. Zij beschermden kinderen die zichzelf niet konden verdedigen. En God zag hun trouw: hun namen staan in de Bijbel, terwijl de machtige koning naamloos bleef. Wie God eert, wordt door Hem geëerd (1 Samuël 2:30).

Stel een vraag over Sifra en Pua

Wilt u meer weten over Sifra en Pua? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Sifra en Pua

Bijbelverhalen rond Sifra en Pua

Verdiep u verder