Ga naar hoofdinhoud

Hellenbroek hoofdstuk 2: Van de Heilige Schrift

In het kort

Hellenbroek hoofdstuk 2 leert dat de Heilige Schrift het beschreven woord van God is. God liet haar door profeten, evangelisten en apostelen schrijven, gedreven door de Heilige Geest. Zij is volmaakt, genoeg en klaar in wat tot zaligheid nodig is, en daarom mag en moet ieder haar lezen.

De vragen en antwoorden van Hellenbroek, hoofdstuk 2

  1. 1. Wat verstaat gij door de Heilige Schrift?

    Antw.Het beschreven woord van God.

    Bewijsteksten: Johannes 5:39; 2 Timotheüs 3:15
    • Johannes 5:39 Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.
    • 2 Timotheüs 3:15 En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.
  2. 2. Is er altijd een beschreven woord geweest?

    Antw.Neen; vóór Mozes tijd was er een onbeschreven woord.

    Noot. 1877 heeft dezelfde lezing; Callenbach (1892, 1899) heeft 'voor Mozes tijd was er geen beschreven Woord'.

  3. 3. Hoe maakte God dan toen zijn woord bekend?

    Antw.Door mondelijke aanspraak en openbaring aan de Vaderen.

    Bewijsteksten: Genesis 18:1; Genesis 28:12
    • Genesis 18:1 Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
    • Genesis 28:12 En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan de hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.

    Noot. De kopieerbron drukt 'Gen. XVIII:2' bij de woorden 'Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbosschen van Mamre'; die staan in Genesis 18:1 (zo ook de druk van 1877).

  4. 4. Hoe bewaarden zij dat dan onder malkander?

    Antw.Door overlevering van de vaderen tot de kinderen.

    Bewijstekst: Genesis 18:19
    • Genesis 18:19 Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
  5. 5. Waarom kon dat toen zoo beter geschieden?

    Antw.Omdat de menschen toen langer leefden, en minder in getal waren, God zich meermalen openbaarde, en des Satans listen minder waren.

  6. 6. Wie heeft de Heilige Schrift laten beschrijven?

    Antw.God.

    Bewijstekst: 2 Timotheüs 3:16
    • 2 Timotheüs 3:16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;
  7. 7. Door wie heeft Hij ze laten beschrijven?

    Antw.Het Oude Testament door de Profeten, het Nieuwe Testament door de Evangelisten en Apostelen.

    Bewijsteksten: Exodus 17:14; Openbaring 1:19
    • Exodus 17:14 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.
    • Openbaring 1:19 Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen:
  8. 8. Waardoor zijn die in dat schrijven gedreven geweest?

    Antw.Door den H. Geest.

    Bewijstekst: 2 Petrus 1:21
    • 2 Petrus 1:21 Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods van den Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.
  9. 9. Hebben die dan in dat schrijven niet kunnen dwalen?

    Antw.Neen; de Heilige Geest heeft hen in alle waarheid geleid.

    Bewijstekst: Johannes 16:13
    • Johannes 16:13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
  10. 10. Hoeveel Testamenten zijn er in de Heilige Schrift?

    Antw.Twee: het oude en het Nieuwe Testament.

    Bewijsteksten: 2 Korinthe 3:14; Hebreeën 9:15
    • 2 Korinthe 3:14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt.
    • Hebreeën 9:15 En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.
  11. 11. In welke taal is het oude Testament beschreven?

    Antw.In de Hebreeuwsche, en een weinig in de Chaldeeuwsche taal.

  12. 12. In welke taal is het Nieuwe Testament beschreven?

    Antw.In de Grieksche taal.

  13. 13. Is de gansche Schrift een goddelijk boek?

    Antw.Ja, omdat er dingen in zijn, die van niemand dan van God kunnen wezen.

  14. 14. Welke dingen zijn dat?

    Antw.Verborgenheden, als dat God Drieëenig is, de Schepping uit niet in zes dagen, dat Jezus God en mensch is, de Middelaar enz.; en profetieën, dat zijn Voorzeggingen van toekomende zaken, die op hun tijd en plaats ook juist vervuld zijn.

  15. 15. Zijn de Apokryfe boeken Gods woord niet?

    Antw.Neen, omdat er dingen in zijn, die verdicht en met Gods woord strijdig zijn; waarom zij van de Joodsche kerk ook niet voor Goddelijk erkend zijn, aan welke nochtans de woorden Gods waren toebetrouwd.

    Bewijstekst: Romeinen 3:2
    • Romeinen 3:2 Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.
  16. 16. Is de Heilige Schrift volmaakt of onvolmaakt?

    Antw.Volmaakt.

    Bewijstekst: Psalm 19:8
    • Psalm 19:8 De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
  17. 17. Is er dan van de Heilige Schrift niets verloren of niets vervalscht?

    Antw.Neen; zij is nog zoo geheel als zij ooit geweest is.

    Bewijstekst: Mattheüs 5:18
    • Mattheüs 5:18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
  18. 18. Moet men niet nog traditiën of overleveringen van menschen bij de Heilige Schrift hebben?

    Antw.Neen; de Heilige Schrift alleen is genoeg.

    Bewijstekst: Mattheüs 15:9
    • Mattheüs 15:9 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
  19. 19. Is de Heilige Schrift klaar of duister?

    Antw.Klaar, in die dingen, die ter zaligheid noodig zijn.

    Bewijstekst: Psalm 119:105
    • Psalm 119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
  20. 20. Nochtans zegt Petrus, dat er in de brieven van Paulus sommige dingen zijn zwaar om te verstaan?

    Antw.De waarheid van eene zaak kan wel klaar geopenbaard zijn, ofschoon de zaak in zich zelve zwaar om te verstaan blijft, gelijk het is met alle verborgenheden, als Gods Drieëenheid, enz.

    Bewijstekst: 2 Petrus 3:16
    • 2 Petrus 3:16 Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.
  21. 21. Mag en moet men ook de Heilige Schrift lezen?

    Antw.Ja.

    Bewijstekst: Johannes 5:39
    • Johannes 5:39 Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.
  22. 22. Hoe moet dit onderzoek geschieden?

    Antw.1. In Gods vreeze.

    2. Met een biddend hart.

    3. Eerbiedig.

    4. Aandachtig en met een geestelijk oordeel.

    Bewijsteksten: Psalm 111:10; Psalm 119:18; Jesaja 66:5; 1 Korinthe 2:13
    • Psalm 111:10 De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.
    • Psalm 119:18 Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
    • Jesaja 66:5 Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.
    • 1 Korinthe 2:13 Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.

Tekst: A. Hellenbroek, Voorbeeld der Goddelijke Waarheden voor eenvoudigen, die zich bereiden tot de belijdenis des geloofs. Vermeerderd met een hoofdstuk van den Raad des Vredes en de uitdrukking van alle Bijbelplaatsen. 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1908. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1908). De tekst is die van de druk van 1877 (vóór 1900); 1908 is dezelfde uitgave in nieuwere spelling. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Hoofdstuk 1 eindigde bij de Heilige Schrift. Hoofdstuk 2 vraagt daarom eerst wat de Schrift is. Het antwoord is kort: 'Het beschreven woord van God'. Beschreven betekent hier opgeschreven. God heeft gesproken, en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn spreken op schrift kwam. Zo schrijft Paulus aan Timotheüs over de heilige Schriften, "die u wijs kunnen maken tot zaligheid".

Toen er nog niets geschreven was

Vraag 2 zegt dat er vóór de tijd van Mozes 'een onbeschreven woord' was. God sprak wel, maar Zijn woord werd nog niet opgeschreven. God maakte Zijn woord toen bekend 'Door mondelijke aanspraak en openbaring aan de Vaderen'. Mondelijke aanspraak betekent dat God Zelf met hen sprak, zoals de HEERE aan Abraham verscheen bij de eikenbossen van Mamre.

De vaderen bewaarden dat woord 'Door overlevering van de vaderen tot de kinderen'. Overlevering is het doorgeven van ouders aan kinderen. De HEERE zegt van Abraham dat hij "zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen". Volgens vraag 5 kon dat toen beter: men leefde langer, er waren minder mensen, God openbaarde Zich vaker en satan had minder listen.

Door de Heilige Geest gedreven

Wie heeft de Schrift laten beschrijven? Het antwoord van vraag 6 is één woord: God. Paulus zegt: "Al de Schrift is van God ingegeven". God gebruikte daarbij mensen. Het Oude Testament liet Hij schrijven 'door de Profeten', het Nieuwe 'door de Evangelisten en Apostelen'. Zo zei de HEERE tot Mozes: "Schrijf dit ter gedachtenis in een boek".

Vraag 8 zegt dat zij in dat schrijven gedreven zijn door de Heilige Geest. Petrus schrijft dat de heilige mensen Gods "van den Heilige Geest gedreven zijnde" gesproken hebben. Daarom konden zij niet dwalen: de Geest heeft hen 'in alle waarheid geleid'. Wat in de Schrift staat, is waar, omdat God Zelf erachter staat.

Twee testamenten, één goddelijk boek

De Schrift heeft twee delen, het Oude en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is geschreven 'In de Hebreeuwsche, en een weinig in de Chaldeeuwsche taal'. Met het Chaldeeuws bedoelt het boekje de taal die nu meestal Aramees heet. Het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven.

Hoe weet men dat de gehele Schrift van God komt? Er staan 'dingen in zijn, die van niemand dan van God kunnen wezen'. Vraag 14 noemt verborgenheden, zoals dat God drie-enig is en dat Jezus God en mens is. Ook noemt zij profetieën, voorzeggingen van wat nog komen moest, die 'op hun tijd en plaats ook juist vervuld zijn'.

Vraag 15 gaat over de apocriefe boeken. Dat zijn boeken die niet tot de Bijbel behoren. Hellenbroek zegt dat er dingen in staan 'die verdicht en met Gods woord strijdig zijn'. Verdicht betekent verzonnen. De Joodse kerk heeft ze ook niet als goddelijk erkend, terwijl juist aan haar "de Woorden Gods zijn toebetrouwd".

Volmaakt, genoeg en klaar

Vraag 16 noemt de Schrift volmaakt. Psalm 19 zegt: "De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel". Er is niets van 'verloren of niets vervalscht'; zij is 'nog zoo geheel als zij ooit geweest is'. De Heere Jezus zegt dat er "niet een jota noch een tittel van de wet" zal voorbijgaan. Een jota en een tittel zijn de kleinste letter en het kleinste streepje.

Daarom zijn er geen overleveringen van mensen naast de Schrift nodig: 'de Heilige Schrift alleen is genoeg'. Wie menselijke regels naast Gods Woord zet, eert God tevergeefs, want dat zijn "leringen, die geboden van mensen zijn".

Klaar betekent hier helder. De Schrift is 'Klaar, in die dingen, die ter zaligheid noodig zijn'. Wat u moet weten om zalig te worden, staat er duidelijk in: "Uw woord is een lamp voor mijn voet". Toch zegt Petrus dat sommige dingen in de brieven van Paulus "zwaar zijn om te verstaan". Vraag 20 legt uit dat een waarheid klaar geopenbaard kan zijn, terwijl de zaak zelf boven ons verstand uitgaat, zoals de Drie-eenheid.

Hoe u de Schrift onderzoekt

Mag en moet men de Schrift lezen? Ja. De Heere Jezus zegt: "Onderzoekt de Schriften". Vraag 22 noemt vier manieren. Eerst 'In Gods vreeze', want "De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid". Dan 'Met een biddend hart', met de bede: "Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet". Verder eerbiedig, als wie "voor Zijn woord beeft". Ten slotte aandachtig en 'met een geestelijk oordeel': met het licht dat de Heilige Geest geeft.

Bijbelse onderbouwing

  • 2 Timotheüs 3:16

    “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;”

    Paulus noemt al de Schrift van God ingegeven, en zo leert vraag 6 dat God Zelf de Schrift heeft laten beschrijven.

  • 2 Petrus 1:21

    “Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods van den Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”

    De schrijvers spraken niet uit eigen wil, maar gedreven door de Heilige Geest, zoals vraag 8 en 9 zeggen.

  • Psalm 119:105

    “Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.”

    Gods woord geeft licht op de weg, en daarom noemt vraag 19 de Schrift klaar in wat tot zaligheid nodig is.

  • Johannes 5:39

    “Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.”

    De Heere Jezus roept op de Schriften te onderzoeken, want zij getuigen van Hem; dat is de grond van vraag 21.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom is het een zegen dat God Zijn woord niet alleen gesproken, maar ook laten opschrijven heeft?
  2. Wat betekent het voor uw vertrouwen in de Bijbel dat de schrijvers door de Heilige Geest gedreven werden?
  3. Hoe kan de Schrift klaar zijn, terwijl er toch dingen in staan die moeilijk te begrijpen zijn?
  4. Welke van de vier manieren uit vraag 22 vindt u het moeilijkst bij uw eigen bijbellezen, en waarom?

Samen leren thuis

Lees als gezin Psalm 119:105 en Johannes 5:39. Praat aan tafel over de vraag hoe Gods woord vóór Mozes werd doorgegeven, van ouders aan kinderen, en hoe dat nu bij u thuis gebeurt. Bid voor het bijbellezen kort samen om een eerbiedig en biddend hart. Leer samen vraag 1, 6 en 8 uit het hoofd, en vertel elkaar welk bijbelgedeelte u deze week is bijgebleven.