Artikel 4 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Kanonieke boeken der Heilige Schrift
In het kort
Artikel 4 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt de canonieke boeken van de Bijbel. Het zijn negenendertig boeken van het Oude en zevenentwintig van het Nieuwe Testament. De kerk heeft deze boeken niet uitgevonden of gekozen. Zij erkent ze als de regel die God haar gegeven heeft.
De tekst van NGB 4
Wij vervatten de Heilige Schrift in twee boeken, des Ouden en des Nieuwen Testaments, welke zijn kanonieke boeken, waar niets tegen valt te zeggen. Deze worden aldus geteld in de Kerk Gods.
De boeken des Ouden Testaments: de vijf boeken van Mozes, te weten: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium; het boek van Jozua, der Richteren, Ruth; twee boeken van Samuël, en twee boeken der Koningen, twee boeken der Kronieken genaamd Paralipomenon; het eerste van Ezra, Nehemia, Esther, Job; de Psalmen van David; drie boeken van Salomo, namelijk: de Spreuken, de Prediker, en het Hooglied; de vier grote profeten: Jesaja, Jeremía (met deszelfs Klaagliederen), Ezechiël en Daniël; en voorts de andere twaalf kleine profeten, namelijk: Hoséa, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Hábakuk, Zefánja, Haggaï, Zacharia, Maleáchi.
Het Nieuwe Testament: de vier evangelisten: Mattheüs, Markus, Lukas, Johannes; de Handelingen der apostelen; de veertien brieven van den apostel Paulus, te weten: aan de Romeinen, twee aan de Korinthiërs, aan de Galaten, aan de Efeziërs, aan de Filippensen, aan de Kolossensen, twee aan de Thessalonicensen, twee aan Timotheüs, aan Titus, aan Filémon, aan de Hebreeën; de zeven brieven der andere apostelen, te weten: de brief van Jakobus, twee brieven van Petrus, drie van Johannes, de brief van Judas; en de Openbaring van den apostel Johannes.
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Artikel 4 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat over de canonieke boeken van de Bijbel. Artikel 3 beleed dat God Zijn Woord liet opschrijven. Nu volgt de vraag welke boeken dat zijn. Het artikel geeft daarop geen lange redenering, maar een lijst. Eerst noemt het de boeken van het Oude Testament, daarna die van het Nieuwe. Samen zijn het zesenzestig boeken. Wie de lijst naast een Statenbijbel legt, vindt dezelfde boeken in dezelfde volgorde.
Wat canoniek betekent
Het artikel noemt deze boeken 'kanonieke boeken, waar niets tegen valt te zeggen'. Het woord canon komt uit het Grieks en betekent: meetlat of regel. Een canoniek boek is dus een boek dat als regel geldt voor geloof en leven. Daaraan meet de kerk wat zij leert, en niet andersom. De toevoeging 'waar niets tegen valt te zeggen' betekent dat er tegen deze boeken geen gegronde bedenking bestaat. Hun plaats in de Schrift staat vast.
Erkend, niet uitgevonden
Dan volgt een korte zin: 'Deze worden aldus geteld in de Kerk Gods'. Tellen betekent hier: opnoemen en rekenen tot. De kerk heeft de lijst niet bedacht of naar eigen smaak samengesteld. Zij erkent welke boeken God haar gegeven heeft. Paulus zegt van Israël dat hun "de Woorden Gods zijn toebetrouwd". Israël kreeg de Schriften om ze te bewaren en door te geven, niet om ze te maken.
Zo is het ook met de kerk van het Nieuwe Testament. Paulus schrijft dat de gemeente gebouwd is "op het fondament der apostelen en profeten". Het fundament ligt er eerst, en daarop wordt gebouwd. De kerk staat dus onder de Schrift en niet erboven. Waarom wij deze boeken als Gods Woord geloven, werkt artikel 5 verder uit.
Het Oude Testament in groepen
De lijst van het Oude Testament begint met 'de vijf boeken van Mozes'. Dan volgen de geschiedenisboeken, van Jozua tot en met Esther. Bij de Kronieken staat de oude naam Paralipomenon, die uit de Griekse en Latijnse vertalingen komt. Daarna komen Job, de Psalmen en 'drie boeken van Salomo'. Ten slotte noemt het artikel de vier grote en de twaalf kleine profeten. Groot en klein zeggen iets over de omvang van de boeken, niet over hun waarde.
Bij Jeremia staat 'met deszelfs Klaagliederen', dat wil zeggen: met zijn Klaagliederen. Het artikel spreekt ook van 'het eerste van Ezra'. Artikel 6 noemt later een derde en vierde boek van Ezra, en die horen niet bij de canon. Zo komt het Oude Testament op negenendertig boeken. Na Zijn opstanding zei Christus dat vervuld moest worden wat van Hem geschreven is "in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen". Zo noemde Hij de Schriften van Israël als één geheel.
Het Nieuwe Testament in groepen
Het Nieuwe Testament opent met 'de vier evangelisten': Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes. Dan volgt het boek Handelingen. Daarna noemt het artikel 'de veertien brieven van den apostel Paulus'. Daarbij rekent de belijdenis ook de brief aan de Hebreeën, zoals de westerse kerk al eeuwenlang deed. Wie die brief schreef, zegt de brief zelf niet. Dat hij tot de Schrift behoort, staat voor de belijdenis vast. Dan komen de zeven brieven van de andere apostelen en de Openbaring: samen zevenentwintig boeken.
Al in het Nieuwe Testament ziet u dat de brieven van Paulus als Schrift gelezen werden. Petrus schrijft dat sommigen die brieven verdraaien, "gelijk ook de andere Schriften". Hij zet ze daarmee naast de boeken van het Oude Testament.
Vastheid voor wie de Bijbel leest
Een lijst met namen kan droog lijken. Toch geeft dit artikel rust. U hoeft niet te zoeken naar verborgen boeken of naar een geheime bron naast de Bijbel. God heeft aangewezen waar Zijn Woord te vinden is. Elk boek op de lijst hoort erbij: de Kronieken, de kleine profeten en ook de korte brief aan Filemon. Wie de Bijbel opent, mag weten dat hij in elk van die boeken met Gods eigen Woord te maken heeft.
Bijbelse onderbouwing
“En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.”
Na Zijn opstanding noemt Christus de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen als de Schriften waarin van Hem geschreven is.
“Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.”
Paulus noemt het als eerste voorrecht van Israël dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd om te bewaren.
“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;”
De gemeente is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, zodat de kerk de Schrift erkent en er niet boven staat, zoals het artikel belijdt.
“Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.”
Petrus plaatst de brieven van Paulus naast de andere Schriften en waarschuwt dat mensen ze tot hun eigen verderf verdraaien.
“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.”
Christus wijst de Joden op de Schriften van Israël, die het artikel als de boeken van het Oude Testament opsomt, en zegt dat die van Hem getuigen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
In de zestiende eeuw was niet in alle kerken duidelijk welke boeken tot de Schrift behoorden. De Latijnse Bijbel van de Roomse kerk bevatte ook boeken als Tobias, Judith en de Makkabeeën. Rome rekende die tot de Schrift; artikel 6 gaat daarop in. De Reformatie volgde voor het Oude Testament de Hebreeuwse Bijbel van Israël. Die bevat dezelfde boeken als onze negenendertig, al worden ze daar anders geteld.
Daarom somt artikel 4 de boeken een voor een op, en noemt artikel 6 de apocriefe boeken apart. Over de boeken van het Nieuwe Testament verschilden Rome en de Reformatie niet. Wel had Luther vragen gesteld bij enkele boeken, zoals de brief van Jakobus. De Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt alle zevenentwintig zonder onderscheid.
Om over door te praten
- Wat betekent het woord canoniek, en waarom is het belangrijk dat de Schrift de regel is waaraan de kerk zichzelf meet?
- Waarom zegt artikel 4 dat deze boeken in de kerk geteld worden, en niet dat de kerk ze gekozen heeft?
- Welke boeken uit deze lijst leest u zelden, en wat zou het u geven om ook die als Gods Woord te lezen?
- Hoe helpt het u dat de Heere Jezus de Wet, de Profeten en de Psalmen samen las als getuigenis over Zichzelf?
- Wat zou er in de kerk misgaan als men boeken aan de Schrift toevoegt of eruit weglaat?