Ga naar hoofdinhoud

Artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van het geschreven Woord Gods

In het kort

Artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Bijbel niet uit de wil van mensen voortkwam, maar door de Heilige Geest gegeven is. Over het geschreven Woord zegt het dat God Zijn profeten en apostelen liet opschrijven wat Hij geopenbaard had. De wet schreef Hij Zelf. Daarom heten deze boeken Heilige en Goddelijke Schriften.

De tekst van NGB 3

Wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben (het) gesproken, gelijk de heilige Petrus zegt, 2 Petr. 1:21. Daarna heeft God, door een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt, Zijn knechten den profeten en apostelen geboden, Zijn geopenbaarde woord bij geschrift te stellen; en Hijzelf heeft met Zijn vinger de twee tafelen der wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften: Heilige en Goddelijke Schriften.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat over het geschreven Woord van God. Artikel 2 noemde twee middelen waardoor wij God kennen: de schepping en Zijn heilig Woord. Nu vraagt de belijdenis waar dat Woord vandaan komt en hoe het tot ons gekomen is. Het antwoord heeft twee delen. Eerst gaat het over het spreken: God gaf Zijn Woord door mensen die Hij Zelf daartoe bewoog. Daarna gaat het over het schrijven: God zorgde dat dit Woord op schrift kwam.

Niet uit de wil van een mens

De eerste zin zegt eerst wat de Schrift niet is. Het artikel belijdt dat dit Woord Gods 'niet is gezonden noch voortgebracht door den wil eens mensen'. De oude uitdrukking 'den wil eens mensen' betekent: de wil van een mens. De Bijbel is dus geen verzameling menselijke gedachten over God. Geen profeet besloot op eigen gezag dat hij een boodschap van God had. De belijdenis volgt hier bijna woordelijk 2 Petrus 1:21, waar staat dat de profetie "niet voortgebracht door de wil eens mensen" is.

Daartegenover zet het artikel de heilige mensen Gods, die spraken 'van den Heiligen Geest gedreven zijnde'. Gedreven betekent hier: door de Geest bewogen en geleid. Deze mannen spraken zelf, ieder op zijn eigen wijze en in zijn eigen tijd. Mozes spreekt anders dan Jesaja, Paulus anders dan Johannes. Toch was het de Geest Die hen dreef. Daarom noemt de belijdenis wat zij spraken een Woord van God, en niet alleen een woord over God.

Gods bijzondere zorg

Dan volgt een tweede stap. God liet het niet bij het gesproken woord. Hij gebood 'Zijn knechten den profeten en apostelen' om 'Zijn geopenbaarde woord bij geschrift te stellen'. Bij geschrift stellen betekent: op schrift zetten, opschrijven. De Bijbel geeft daar zelf voorbeelden van. Mozes kreeg van de HEERE de opdracht om Zijn woorden op te schrijven. Jeremia moest een boekrol nemen en daarop alles schrijven wat God tot hem gesproken had. Johannes hoorde op Patmos: "schrijf dat in een boek".

Waarom deed God dat? Het artikel noemt de reden: 'een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt'. Zaligheid is het heil, de redding van verloren zondaren. Een gesproken woord kan vergeten of verdraaid worden als het van mond tot mond gaat. Een geschreven woord blijft staan, ook voor latere geslachten. Zo heeft God ook ons, eeuwen later, Zijn Woord gegeven. Paulus zegt het zo: "al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven".

Met Zijn eigen vinger

Het artikel noemt één plaats waar God niet door een mens schreef: 'Hijzelf heeft met Zijn vinger de twee tafelen der wet geschreven'. Dat zijn de stenen platen met de tien geboden. Exodus zegt dat ze "beschreven met den vinger Gods" waren, en ook: "het geschrift was ook Gods geschrift zelf". Zo onderstreept het artikel dat de geschreven wet geen menselijk verslag is, maar van God Zelf komt. Wat God bij de wet met eigen hand deed, liet Hij voor de rest van de Schrift door Zijn knechten doen.

Heilige en Goddelijke Schriften

Het artikel sluit af met een conclusie: 'Hierom noemen wij zulke geschriften: Heilige en Goddelijke Schriften'. Ze zijn heilig, omdat God ze apart heeft gezet van alle andere boeken. Ze zijn Goddelijk, omdat ze van God Zelf afkomstig zijn. Paulus zegt hetzelfde met de woorden "Al de Schrift is van God ingegeven". Daarom is de Bijbel ook "nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering". De volgende artikelen werken dit uit: welke boeken erbij horen, waarom wij ze geloven en dat ze genoeg zijn.

Dit geeft vastheid voor het geloof. Wie de Bijbel opent, hoeft niet te gissen of God wel gesproken heeft. Zijn Woord ligt open en is voor ieder te lezen en te horen. In zondag 7 zegt de Heidelbergse Catechismus dat een waar geloof "niet alleen een stellig weten of kennis" is. Daardoor houdt de gelovige alles voor waar wat God geopenbaard heeft. Het is "maar ook een vast vertrouwen". Dat geschreven Woord is de vaste grond onder dat geloof, ook wanneer gevoelens en meningen wisselen.

Bijbelse onderbouwing

  • 2 Petrus 1:21

    “Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods van den Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”

    Petrus zegt dat de profetie niet uit de wil van een mens kwam, maar dat heilige mannen spraken terwijl de Heilige Geest hen dreef.

    Uitleg bij 2 Petrus 1

  • 2 Timotheüs 3:16

    “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;”

    Paulus noemt de hele Schrift door God ingegeven, en daarom noemt het artikel deze geschriften Goddelijke Schriften.

  • Exodus 31:18

    “En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.”

    God gaf Mozes de twee stenen tafelen van de getuigenis, die Hij Zelf met Zijn vinger beschreven had.

  • Openbaring 1:11

    “Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn, namelijk naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.”

    Christus beveelt Johannes op te schrijven wat hij ziet, een voorbeeld van wat het artikel noemt: Gods woord bij geschrift stellen.

  • Romeinen 15:4

    “Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.”

    Paulus zegt dat het vroeger geschrevene tot onze lering geschreven is, en zo toont hij de bijzondere zorg waarom God volgens het artikel liet opschrijven.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de zestiende eeuw was de vraag naar het gezag van de Schrift een kernpunt van de Reformatie. Daarbij ging het ook om het verschil tussen het gesproken en het geschreven woord. Rome plaatste naast de Bijbel ongeschreven overleveringen; daarover gaat artikel 7. Artikel 3 legt de grond eronder: God Zelf wilde dat Zijn geopenbaarde woord op schrift kwam, zodat de kerk zich daaraan kan toetsen.

Er was ook een andere kant. Sommige radicale stromingen meenden dat de Geest ook buiten de Bijbel om rechtstreeks tot gelovigen sprak. Het artikel houdt Geest en Schrift daarom bij elkaar. Dezelfde Geest dreef de profeten en apostelen, en wat zij spraken liet God 'door een bijzondere zorg' opschrijven. Wie de stem van de Geest zoekt, wordt zo naar het geschreven Woord gewezen.

Om over door te praten

  1. Wat betekent het volgens artikel 3 dat de heilige mensen Gods door de Heilige Geest gedreven werden, terwijl zij toch zelf spraken?
  2. Welke redenen kunt u bedenken waarom God Zijn Woord niet alleen liet spreken, maar ook liet opschrijven?
  3. Wat zegt het u dat God de tafelen der wet met Zijn eigen vinger schreef?
  4. Hoe verandert uw lezen van de Bijbel als u deze boeken erkent als Heilige en Goddelijke Schriften?
  5. Waar zoekt u houvast wanneer gevoelens of meningen wisselen, en welke plaats heeft het geschreven Woord daarin?

Heidelbergse Catechismus