Ga naar hoofdinhoud

Hellenbroek hoofdstuk 3: Van God

In het kort

Hellenbroek hoofdstuk 3 leert wie God is: een volmaakte en oneindige Geest. Het hoofdstuk spreekt over Zijn wezen, Zijn namen en Zijn eigenschappen. Daarna leert het dat God één is in wezen en drie in Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de ene ware God.

De vragen en antwoorden van Hellenbroek, hoofdstuk 3

In het algemeen

  1. 1. Wat is God?

    Antw.Een volmaakte en oneindige Geest.

    Bewijsteksten: Johannes 4:24; Mattheüs 5:48
    • Johannes 4:24 God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
    • Mattheüs 5:48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.
  2. 2. Hoe kan dat zijn, dewijl Hem oogen, ooren, handen en andere lichamelijke deelen worden toegeschreven in de Heilige Schrift?

    Antw.Dat moet alles oneigenlijk verstaan worden van hoedanigheden in God, die met het gebruik van de menschelijke deelen eenige overeenkomst hebben.

  3. 3. Waarin moet God al gekend worden?

    Antw.1. In Zijn wezen. 2. In Zijne namen. 3. In Zijne eigenschappen. 4. In Zijne personen.

  4. 4. Mag men God ook een wezen toeschrijven?

    Antw.Ja; doch niet in eenen lichamelijken zin.

    Bewijstekst: Spreuken 8:14
    • Spreuken 8:14 Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.
  5. 5. Hoevele Goden zijn er?

    Antw.Een God.

    Bewijstekst: 1 Timotheüs 2:5
    • 1 Timotheüs 2:5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

    Noot. De kopieerbron drukt '1 Tim. II:2' bij de woorden 'Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der menschen'; die staan in 1 Timotheüs 2:5 (zo ook de druk van 1877).

  6. 6. Nochtans spreekt God in het eerste gebod zelf van andere Goden?

    Antw.Niet, die het inderdaad zijn, maar die er van menschen toe gemaakt, en voor gehouden worden.

    Bewijsteksten: Exodus 20:3; 1 Korinthe 8:5-6
    • Exodus 20:3 Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
    • 1 Korinthe 8:5-6 Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn), Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.

Van Gods namen

  1. 1. Heeft God ook namen noodig gelijk de menschen?

    Antw.Neen, want hij heeft niemand Zich gelijk.

    Bewijsteksten: Genesis 32:29; Richteren 13:18
    • Genesis 32:29 En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.
    • Richteren 13:18 En de Engel des HEEREN zeide tot hem: Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk.
  2. 2. Waartoe dragen dan de menschen eigenlijk namen?

    Antw.Om hen van anderen, die hun gelijk zijn, te onderscheiden.

  3. 3. Wel, waarom worden God dan namen toegeschreven?

    Antw.1. Om hem van de afgoden te onderscheiden. 2. Om daardoor ook iets van zich aan ons bekend te maken.

  4. 4. Hebben dan al de namen Gods eenige beduidenis?

    Antw.Ja.

  5. 5. Welke zijn Zijne twee algemeenste Namen?

    Antw.De naam God en de naam Heere.

  6. 6. Is de naam God niet maar een naam van een ambt of bediening?

    Antw.Neen: maar een naam van het wezen Gods zelf. Hij is van nature God, in tegenstelling der afgoden.

    Bewijstekst: Galaten 4:8
    • Galaten 4:8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn;

    Noot. In de scan van de kopieerbron is het woord na 'tegenstelling der' maar half leesbaar ('…den'); de druk van 1877 en Callenbach (1892) hebben 'afgoden'.

  7. 7. Nochtans wordt de naam van God ook aan Engelen en Overheden gegeven.

    Antw.Dan wordt die buiten zijne eigenlijke beteekenis oneigenlijk overgebracht.

    Bewijstekst: Psalm 82:6
    • Psalm 82:6 Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;
  8. 8. Welke is Gods allergrootste Naam?

    Antw.De naam van Jehova of HEERE.

  9. 9. Kan die wel aan eenig schepsel gegeven worden?

    Antw.Neen.

    Bewijstekst: Jesaja 42:8
    • Jesaja 42:8 Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
  10. 10. Is die naam dan zoo groot van beduidenis?

    Antw.Ja; hij beteekent het Zelf-zijn, de Onveranderlijkheid en Getrouwheid van God.

    Bewijsteksten: Exodus 3:14; Exodus 6:2
    • Exodus 3:14 En God zeide tot Mozes: Ik ZAL ZIJN,, Die Ik ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israels zeggen: Ik ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!
    • Exodus 6:2 En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God de Almachtige; doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.
  11. 11. Mag men Christus wel Jehova noemen?

    Antw.Ja; omdat Hij ook waarachtig God is.

    Bewijstekst: Jeremia 23:6
    • Jeremia 23:6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.

Van Gods eigenschappen

  1. 1. Zijn Gods eigenschappen niet van God onderscheiden?

    Antw.Neen: zij zijn God zelf. Daarom wordt Hij genoemd het Licht. Het Leven, de Waarheid, de Liefde. De Heiligheid; zweren bij Zijne Heiligheid, en zweren bij Zichzelven is één.

    Bewijsteksten: 1 Johannes 1:5; 1 Johannes 4:8; Amos 4:2; Hebreeën 6:13
    • 1 Johannes 1:5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.
    • 1 Johannes 4:8 Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.
    • Amos 4:2 De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.
    • Hebreeën 6:13 Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,

    Noot. In de kopieerbron staat na 'het Licht' en na 'de Liefde' telkens een verwijzing met de uitgeschreven tekst; bij Amos 4:2 staat 'vergeleken met Hebr. VI:13'.

  2. 2. Zijn Gods eigenschappen ook verscheiden, en onderscheiden van elkaar?

    Antw.Niet in God, want in Hem is alles maar ééne oneindige volmaaktheid; maar alleen naar onze manier van bevatting en naar de verscheidene uitlating van Gods volmaaktheid omtrent de schepselen.

  3. 3. Hoe worden Gods eigenschappen dan gewoonlijk onderscheiden?

    Antw.In onmededeelbare en mededeelbare eigenschappen.

    Bewijsteksten: Genesis 1:26; 1 Johannes 3:2; 2 Petrus 1:4
    • Genesis 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
    • 1 Johannes 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
    • 2 Petrus 1:4 Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.
  4. 4. Welke zijn de onmededeelbare?

    Antw.De Onafhankelijkheid, de Eenvoudigheid, de Eeuwigheid, de Overaltegenwoordigheid en de Onveranderlijkheid Gods.

  5. 5. Waarom noemt gij die onmededeelbaar?

    Antw.Omdat er geene de minste gelijkheid van is in eenig schepsel.

  6. 6. Wat is de Onafhankelijkheid Gods?

    Antw.Dat Hij is van Zichzelven, en bestaat door Zichzelven.

    Bewijstekst: Genesis 17:1
    • Genesis 17:1 Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
  7. 7. Wat is de Eenvoudigheid Gods?

    Antw.Dat alles in God één is zonder samenstelling van verscheidene deelen of zaken.

    Bewijstekst: Deuteronomium 6:4
  8. 8. Wat is de Eeuwigheid Gods?

    Antw.1. Dat Hij is zonder eenig begin. 2. Zonder eenig vervolg of onderscheid van tijd. 3. Zonder einde.

    Bewijstekst: Psalm 90:2
    • Psalm 90:2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
  9. 9. Behoort tot Gods eeuwigheid ook, dat er bij Hem geen vervolg van tijd is?

    Antw.Ja; want een dag is bij den Heere als duizend jaren en duizend jaren als één dag.

    Bewijstekst: 2 Petrus 3:8
    • 2 Petrus 3:8 Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag.
  10. 10. Waar is God?

    Antw.Overal tegenwoordig.

    Bewijstekst: Jeremia 23:23-24
    • Jeremia 23:23-24 Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre? Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.
  11. 11. Moet men dat alleen van Zijne werkingen of ook van zijn Wezen verstaan?

    Antw.Ook van zijn Wezen, dat van Zijne werkingen niet kan worden afgescheiden; dewijl Hij werkt door Zijn Wezen.

    Bewijstekst: Handelingen 17:27
    • Handelingen 17:27 Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons.
  12. 12. Waarom wordt God dan zoo bijzonder gezegd in den Hemel te zijn?

    Antw.Omdat Hij daar Zijne heerlijkheid meer vertoont dan elders.

    Bewijstekst: Jesaja 66:1
    • Jesaja 66:1 Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?
  13. 13. Is God veranderlijk of onveranderlijk?

    Antw.Onveranderlijk.

    Bewijstekst: Maleachi 3:6
    • Maleachi 3:6 Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd.
  14. 14. Nochtans wordt aan God berouw toegeschreven.

    Antw.Dat berouw is in God maar eene verandering in Zijn werk, niet in Zijn Wil en Wezen zelf.

    Bewijsteksten: Genesis 6:6; Numeri 23:19
    • Genesis 6:6 Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
    • Numeri 23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
  15. 15. Hem wordt ook verandering van plaats toegeschreven, dat Hij nederdaalt, ergens komt en weder weg gaat.

    Antw.Dit is maar eene verandering in de meerdere of mindere vertooning van Zijne tegenwoordigheid, niet in Zijne wezenlijke tegenwoordigheid zelve.

    Bewijstekst: Genesis 11:5
    • Genesis 11:5 Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
  16. 16. Welke zijn de mededeelbare eigenschappen?

    Antw.Die worden gemeenlijk gesteld: Gods wetenschap, wil en macht; waartoe voorts behooren Zijne rechtvaardigheid, goedheid, genade, barmhartigheid en lankmoedigheid.

  17. 17. Waarom worden die mededeelbaar genoemd?

    Antw.Omdat er eenige verre gelijkheid van is in de schepselen, hoewel zij ook, zoo als zij in God zijn, oneindig, en zoo onmededeelbaar zijn.

  18. 18. Wat is de Wetenschap Gods?

    Antw.Die volmaaktheid Gods, waardoor Hij op de volmaaktste wijze van eeuwigheid in Zich alles weet.

    Bewijstekst: Handelingen 15:18
  19. 19. Waarover gaat Gods wetenschap?

    Antw.Over alle dingen, en zoo is Hij Alwetend.

    Bewijsteksten: 1 Johannes 3:20; Psalm 147:4
    • 1 Johannes 3:20 Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.
    • Psalm 147:4 Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze allen bij namen.
  20. 20. Weet God alle toekomende en gebeurlijke dingen?

    Antw.Ja.

    Bewijstekst: Psalm 139:2
    • Psalm 139:2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
  21. 21. Voorweet Hij die uit kracht van een voorgaand besluit, of door eene zoogenaamde middelkennis?

    Antw.Uit kracht van Zijn besluit, en onder eene zekerheid van hunne toekomendheid.

  22. 22. Hoe wordt Gods wil onderscheiden?

    Antw.In een wil van Gods besluit en een wil des gebods, of anders een verborgen en geopenbaarden wil.

  23. 23. Wat is de wil van Gods besluit?

    Antw.Gods eeuwig voornemen, naar hetwelk Hij zelf alles doet in den tijd.

    Bewijstekst: Efeze 1:11
    • Efeze 1:11 In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;
  24. 24. Wat is de wil van Gods gebod, of Zijn geopenbaarde wil?

    Antw.Dien Hij ons tot een regel voorschrijft in Zijn Woord, en dien Hij van ons wil gedaan hebben.

    Bewijstekst: Romeinen 12:2
    • Romeinen 12:2 En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
  25. 25. Naar welken van die twee moeten wij ons schikken?

    Antw.Naar den wil des bevels; want de wil des besluits is ons onbekend.

    Bewijstekst: Deuteronomium 29:29
    • Deuteronomium 29:29 De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
  26. 26. Wat is Gods rechtvaardigheid?

    Antw.Die volmaaktheid Gods, waardoor hij alle zonden haat en straft.

    Bewijstekst: Psalm 5:5-7
    • Psalm 5:5-7 Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren. De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid. Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.
  27. 27. Moet God alle zonden noodzakelijk straffen?

    Antw.Ja.

    Bewijstekst: Romeinen 1:32
    • Romeinen 1:32 Dewelken, daar zij het recht Gods weten,, namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.
  28. 28. Ligt dan God onder dwang?

    Antw.Neen: dat moeten is in God een allergenegenst willen.

    Bewijstekst: Habakuk 1:13
    • Habakuk 1:13 Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?
  29. 29. Kan God van dat recht niet wat afstaan?

    Antw.Neen, dan zou Hij zichzelven verloochenen; want Zijne Rechtvaardigheid is ook God zelf.

    Bewijstekst: Exodus 34:6-7
    • Exodus 34:6-7 Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.
  30. 30. Wel, immers vergeeft God de schuld en straf der zonden aan de geloovigen?

    Antw.Dan is Gods rechtvaardigheid al in Christus voldaan; die heeft voor hen de straf gedragen.

    Bewijstekst: Efeze 1:7
    • Efeze 1:7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
  31. 31. Hoedanig is Gods macht?

    Antw.Eene Almacht.

    Bewijstekst: Mattheüs 19:26
    • Mattheüs 19:26 En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
  32. 32. Kan God dan ook wel sterven, zondigen, enz.?

    Antw.Neen; dat zou eene onmacht zijn, en geene macht.

  33. 33. Wat is Gods goedheid?

    Antw.In het algemeen, Zijne beminnelijkheid omtrent Zijne Schepselen. Bijzonder, de uitlatingen Zijner Weldadigheid en Liefde omtrent Zijne Schepselen, de Menschen, en bovenal aan Zijne Gunstgenooten.

    Bewijsteksten: Psalm 4:7-8; Psalm 36:7; Johannes 3:16
    • Psalm 4:7-8 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE! Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.
    • Psalm 36:7 Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.
    • Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
  34. 34. Wat is Gods genade?

    Antw.Die goedheid Gods, waardoor hij zonder inzicht van des schepsels waardigheid hem weldoet.

  35. 35. Hoe velerlei genade is er?

    Antw.Zij is òf algemeen, omtrent allen; òf bijzonder en zaligmakend, omtrent de uitverkorenen alleen. En die wederom voorkomende, inwerkende en achtervolgende genade.

    Bewijsteksten: Mattheüs 5:45; Romeinen 3:24; Mattheüs 11:25; Genesis 6:8; Lukas 1:30
    • Mattheüs 5:45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
    • Romeinen 3:24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
    • Mattheüs 11:25 In diezelve tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.
    • Genesis 6:8 Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.
    • Lukas 1:30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.
  36. 36. Wat is Gods barmhartigheid?

    Antw.Die goedheid Gods omtrent den ellendigen, uitverkoren zondaar, waardoor Hij hem dadelijk wederom herstelt in den genadestaat, door den Middelaar Jezus.

    Bewijsteksten: Exodus 34:6; Efeze 2:4
    • Exodus 34:6 Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.
    • Efeze 2:4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,
  37. 37. Wat is Gods lankmoedigheid?

    Antw.Die goedheid Gods, waardoor Hij de welverdiende straf uitstelt, om de uitverkorenen tot bekeering te brengen en de verworpenen te overtuigen.

    Bewijstekst: Romeinen 2:4
    • Romeinen 2:4 Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?
  38. 38. Wat is Gods hoogheid?

    Antw.Gods oppergezag boven alle schepselen.

    Bewijsteksten: Jeremia 10:6-7; Jeremia 18:6; Romeinen 9:18; Romeinen 9:20
    • Jeremia 10:6-7 Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid. Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.
    • Jeremia 18:6 Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israels? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!
    • Romeinen 9:18 Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.
    • Romeinen 9:20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengene, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?

Van de drie personen

  1. 1. Hoeveel personen zijn er in het Goddelijke Wezen?

    Antw.Drie: de Vader, de Zoon en de H. Geest.

  2. 2. Mag men het woord Drieëenheid wel gebruiken?

    Antw.Ja, het is schriftuurlijk.

    Bewijstekst: 1 Johannes 5:7
    • 1 Johannes 5:7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
  3. 3. Mag men ook het woord personen hier gebruiken?

    Antw.Ja; dat is hier hetzelfde met het woord zelfstandigheid.

    Bewijstekst: Hebreeën 1:3
    • Hebreeën 1:3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
  4. 4. Kan die Heilige Drieëenheid wel bewezen worden uit de natuur?

    Antw.Neen, maar alleen uit de Heilige Schrift, want het is eene verborgenheid, wel niet tegen, maar nochtans boven de natuur.

  5. 5. Hoe bewijst men de Drieëenheid uit de Heilige Schrift?

    Antw.1. Uit het Oude Testament. 2. Uit het Nieuwe Testament.

  6. 6. Hoe uit het Oude Testament?

    Antw.1. Uit teksten waar God Zichzelven in het meervoudig getal spreekt. 2. Uit teksten waar God en God, Heere en Heere worden onderscheiden. 3. Uit teksten, waarin de drie Personen uitdrukkelijk genoemd en onderscheiden worden.

    Bewijsteksten: Genesis 1:26; Psalm 45:8; Psalm 110:1; Psalm 33:6
    • Genesis 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
    • Psalm 45:8 Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten.
    • Psalm 110:1 Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.
    • Psalm 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
  7. 7. Hoe bewijst gij de Drieëenheid uit het Nieuwe Testament?

    Antw.Ook in onzen doop. Ook toen Christus gedoopt werd. De Zoon werd gedoopt; de Vader sprak uit den Hemel; en de Heilige Geest kwam neder als eene duif.

    Bewijsteksten: 1 Johannes 5:7; Mattheüs 28:19; Mattheüs 3:16-17
    • 1 Johannes 5:7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
    • Mattheüs 28:19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.
    • Mattheüs 3:16-17 En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!

    Noot. De kopieerbron begint het antwoord met de verwijzing '1 Joh. V:7' en de uitgeschreven tekst; 'Ook in onzen doop' sluit daarop aan. Bij de doop van Christus noemt de kopieerbron alleen 'Matth. III'.

  8. 8. Waarin zijn de drie Personen één?

    Antw.In Wezen.

  9. 9. Waarin zijn zij drie?

    Antw.In Personen.

  10. 10. Zijn zij dan als Personen onderscheiden?

    Antw.Ja, door hunne personeele eigenschappen of manier van bestaan.

  11. 11. Welke is de Personeele eigenschap van den Vader?

    Antw.Dat Hij als Vader is van Zichzelven.

  12. 12. Welke is de Personeele eigenschap van den Zoon?

    Antw.Dat Hij gegenereerd is van den Vader.

    Bewijstekst: Psalm 2:7
    • Psalm 2:7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
  13. 13. Welke is de Personeele eigenschap van den H. Geest?

    Antw.Dat Hij uitgaat van den Vader en van den Zoon.

    Bewijstekst: Johannes 15:26
    • Johannes 15:26 Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.
  14. 14. Waarom noemt gij dat Personeele eigenschappen, en niet wezenlijke?

    Antw.Omdat zij niet aan het geheele Wezen, maar elk aan één Persoon eigen zijn.

  15. 15. Wanneer is de Zoon van den Vader gegenereerd?

    Antw.Al van eeuwigheid.

    Bewijstekst: Spreuken 8:24
    • Spreuken 8:24 Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;
  16. 16. Hoe staat er dan Ps. II:7: Heden heb Ik U gegenereerd?

    Antw.In God is niet dan een eeuwig en onveranderlijk heden.

    Bewijstekst: Psalm 2:7
    • Psalm 2:7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
  17. 17. Is dan de Zoon de eigen en natuurlijke Zoon van God?

    Antw.Ja.

    Bewijstekst: Johannes 1:18
    • Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.
  18. 18. Waarom wordt de tweede Persoon dan eigenlijk Gods Zoon genaamd?

    Antw.Omdat de Vader van eeuwigheid tot eeuwigheid hetzelfde Goddelijk Wezen aan den Zoon mededeelt.

    Bewijsteksten: Johannes 5:26; Kolossenzen 1:15; Hebreeën 1:3; Kolossenzen 2:9
    • Johannes 5:26 Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;
    • Kolossenzen 1:15 Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.
    • Hebreeën 1:3 Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
    • Kolossenzen 2:9 Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;
  19. 19. Is Hij dan niet eerst Gods Zoon geworden door Zijne geboorte uit Maria of door zijn Middelaars-ambt?

    Antw.Neen; Hij was al vooraf Gods Zoon.

    Bewijstekst: Galaten 4:4
    • Galaten 4:4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;
  20. 20. Gaat de H. Geest alleen uit van den Vader?

    Antw.Neen, maar ook van den Zoon, daarom wordt Hij ook genoemd de Geest van Christus. En de Geest des Zoons.

    Bewijsteksten: Romeinen 8:9; Galaten 4:6
    • Romeinen 8:9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
    • Galaten 4:6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!
  21. 21. Is de H. Geest niet maar eene kracht of eigenschap Gods?

    Antw.Neen; hij is een dadelijk persoon, hebbende Verstand en Wil. Hij is ook verschenen in den doop van Christus.

    Bewijsteksten: 1 Korinthe 2:10; 1 Korinthe 12:11; Mattheüs 3:16
    • 1 Korinthe 2:10 Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.
    • 1 Korinthe 12:11 Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.
    • Mattheüs 3:16 En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.

    Noot. In de kopieerbron staan 'Verstand en Wil' gevolgd door de aanhaling van 1 Kor. 2:10 en 12:11, met de uitgeschreven teksten.

  22. 22. Is Hij ook een onderscheiden Persoon?

    Antw.Ja; Hij wordt uitdrukkelijk een ander genoemd.

    Bewijstekst: Johannes 14:16
    • Johannes 14:16 En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
  23. 23. Waaruit bewijst men, dat de Zoon en de H. Geest zoowel God zijn als de Vader?

    Antw.1. Uit hunne goddelijke namen. 2. Uit hunne goddelijke eigenschappen. 3. Uit hunne goddelijke werken. 4. Uit hunne goddelijke eer.

  24. 24. Bewijs eens dat er goddelijke namen gegeven worden aan den Zoon?

    Antw.1. De naam Heere of Jehova. 2. De naam God.

    Bewijsteksten: Jeremia 23:6; 1 Johannes 5:20
    • Jeremia 23:6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
    • 1 Johannes 5:20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.
  25. 25. Bewijs eens dat de naam van God gegeven wordt aan den H. Geest.

    Antw.Hand. V:3, 4.

    Bewijstekst: Handelingen 5:3-4
    • Handelingen 5:3-4 En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands? Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.

    Noot. Het antwoord van het boekje is alleen deze verwijzing, met de uitgeschreven tekst.

  26. 26. Bewijs eens eene goddelijke eigenschap van den zoon?

    Antw.De eeuwigheid.

    Bewijstekst: Micha 5:1
    • Micha 5:1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
  27. 27. Bewijs eens eene goddelijke eigenschap van den H. Geest?

    Antw.De overalomtegenwoordigheid.

    Bewijstekst: Psalm 139:7
    • Psalm 139:7 Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?
  28. 28. Welke goddelijke werken worden Hem toegeschreven?

    Antw.De schepping en onderhouding van alles.

    Bewijstekst: Psalm 33:6
    • Psalm 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
  29. 29. Welke goddelijke eer komt hem toe?

    Antw.In zijn naam gedoopt te worden, in Hem te gelooven en Hem te aanbidden.

    Bewijstekst: 2 Korinthe 13:13
    • 2 Korinthe 13:13 De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
  30. 30. Is deze leer noodig tot zaligheid?

    Antw.Ja; dewijl men daardoor God recht leert kennen, en verzoening zoeken met den Vader, als Rechter, in de voldoening van den Zoon, door de werking van den H. Geest.

    Bewijsteksten: Johannes 6:44; 1 Johannes 1:3
    • Johannes 6:44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
    • 1 Johannes 1:3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

Tekst: A. Hellenbroek, Voorbeeld der Goddelijke Waarheden voor eenvoudigen, die zich bereiden tot de belijdenis des geloofs. Vermeerderd met een hoofdstuk van den Raad des Vredes en de uitdrukking van alle Bijbelplaatsen. 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1908. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1908). De tekst is die van de druk van 1877 (vóór 1900); 1908 is dezelfde uitgave in nieuwere spelling. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Na de Schrift komt Hellenbroek bij de grootste vraag van alle: wat is God? Het antwoord luidt: 'Een volmaakte en oneindige Geest'. De Heere Jezus zegt: "God is een Geest". God heeft dus geen lichaam. Toch spreekt de Bijbel over Gods ogen, oren en handen. Vraag 2 zegt dat dit 'oneigenlijk verstaan' moet worden. Het is beeldspraak: God ziet en hoort alles en werkt met macht, zonder dat Hij een lichaam heeft.

Vraag 3 noemt vier stukken waarin God gekend moet worden: Zijn wezen, Zijn namen, Zijn eigenschappen en Zijn Personen. Die volgorde houdt het hele hoofdstuk aan. Wezen betekent: wat God in Zichzelf is, maar 'niet in eenen lichamelijken zin'. Er is maar één God. Het eerste gebod spreekt wel van andere goden, maar dat zijn goden 'die er van menschen toe gemaakt' zijn. Paulus zegt: "Nochtans hebben wij maar een God, den Vader".

Waarom God namen draagt

Mensen dragen namen 'Om hen van anderen, die hun gelijk zijn, te onderscheiden'. God heeft niemand Zich gelijk, dus Hij heeft geen naam nodig zoals wij. Toch geeft Hij Zich namen, om Zich van de afgoden te onderscheiden en om 'iets van zich aan ons bekend te maken'. Elke naam van God zegt dus iets over Hem.

De twee algemeenste namen zijn God en Heere. De naam God is geen titel van een ambt, maar 'een naam van het wezen Gods zelf'. Hij is van nature God, terwijl de afgoden "van nature geen goden zijn". Psalm 82 zegt tot overheden: "Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden". Dan is het woord volgens het boekje 'oneigenlijk overgebracht', dat wil zeggen: in overdrachtelijke zin gebruikt.

Gods allergrootste Naam is Jehova of HEERE; de Statenvertaling drukt hem in hoofdletters. Geen schepsel mag die naam dragen: "Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven". De naam betekent 'het Zelf-zijn, de Onveranderlijkheid en Getrouwheid van God'. Toch mag Christus Jehova heten, 'omdat Hij ook waarachtig God is'. Jeremia noemt Hem "De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID".

Eigenschappen die alleen God heeft

Gods eigenschappen zijn niet iets naast God; het boekje zegt dat zij God Zelf zijn. Daarom zegt Johannes niet alleen dat God liefheeft, maar: "God is liefde". In God is alles één oneindige volmaaktheid. Wij onderscheiden Zijn eigenschappen alleen omdat wij Hem niet in één keer kunnen bevatten. Hellenbroek noemt onmededeelbare en mededeelbare eigenschappen. Mededelen betekent delen met een ander.

Onmededeelbaar zijn de eigenschappen waarvan 'geene de minste gelijkheid' in een schepsel is. Onafhankelijkheid: God is van Zichzelf en bestaat door Zichzelf. Eenvoudigheid: God bestaat niet uit delen. Eeuwigheid: God is zonder begin en einde en zonder opeenvolging van tijd, want "van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God". Petrus zegt "dat een dag bij den Heere is als duizend jaren".

Verder is God overal tegenwoordig, niet alleen met Zijn werken, maar ook met Zijn wezen. Hij vervult "den hemel en de aarde". De hemel heet Zijn troon, omdat Hij daar 'Zijne heerlijkheid meer vertoont dan elders'. En God is onveranderlijk: "Want Ik, de HEERE, word niet veranderd".

Maar staat er niet dat het God berouwde? Het boekje antwoordt dat dit 'eene verandering in Zijn werk' is, 'niet in Zijn Wil en Wezen zelf'. God doet iets anders dan eerst, maar Hij Zelf verandert niet, want "God is geen man, dat Hij liegen zou". Zo is het ook als de Bijbel zegt dat God nederdaalt: Hij laat Zijn tegenwoordigheid meer of minder zien, maar Hij is altijd overal.

Wat God weet en wil

Mededeelbaar zijn de eigenschappen waarvan 'eenige verre gelijkheid' in de schepselen is. Een mens kan iets weten en willen, maar God doet dat oneindig. Wetenschap betekent hier kennis: God weet van eeuwigheid alles, 'op de volmaaktste wijze'. Hij kent ook het kleinste: "Hij telt het getal der sterren". De toekomst weet Hij 'Uit kracht van Zijn besluit'. Hij kent haar dus niet buiten Zijn eigen raad om, zoals de leer van een zogenaamde middelkennis wil.

Gods wil wordt onderscheiden in de wil van Zijn besluit en de wil van Zijn gebod. De wil van het besluit is Gods eeuwig voornemen, waarnaar Hij alles doet; die wil is voor ons verborgen. De wil van het gebod staat in Gods Woord: wat Hij van ons gedaan wil hebben. Mozes zegt: "De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen". Naar die geopenbaarde wil moeten wij ons richten.

Rechtvaardig en almachtig

Gods rechtvaardigheid is de volmaaktheid 'waardoor hij alle zonden haat en straft'. Psalm 5 zegt: "Gij haat alle werkers der ongerechtigheid". God moet de zonde straffen, maar dat is geen dwang van buitenaf. Dat 'moeten is in God een allergenegenst willen'. Allergenegenst betekent: met de grootste bereidheid. Habakuk zegt: "Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien".

Kan God dan niet iets van Zijn recht afstaan? Neen, 'dan zou Hij zichzelven verloochenen'. Hoe kan God dan vergeven? Hier klinkt het hart van het Evangelie: 'Dan is Gods rechtvaardigheid al in Christus voldaan'. Christus heeft de straf gedragen. In Hem hebben de gelovigen "de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden". God ziet de zonde dus niet over het hoofd; Hij vergeeft omdat de straf gedragen is.

Gods macht is een almacht: "bij God zijn alle dingen mogelijk". Toch kan God niet zondigen of sterven. Dat is geen gebrek, want 'dat zou eene onmacht zijn, en geene macht'.

Goed, genadig en lankmoedig

Gods goedheid is in het algemeen Zijn 'beminnelijkheid omtrent Zijne Schepselen'. Omtrent betekent hier tegenover. Bovenal toont God Zijn weldadigheid en liefde aan wie in Zijn gunst delen. Het grootste bewijs daarvan noemt Johannes: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft".

Genade is goedheid 'zonder inzicht van des schepsels waardigheid': God doet goed aan wie het niet verdient. Er is algemene genade voor allen, want God "doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden". Er is ook bijzondere en zaligmakende genade. Die is voorkomend, inwerkend en achtervolgend. Zij gaat de mens voor, nog voordat hij God zoekt. Zij werkt in het hart, en zij blijft hem volgen.

Barmhartigheid is Gods goedheid voor de ellendige zondaar, die Hij door de Middelaar Jezus herstelt in de genadestaat. God is het "Die rijk is in barmhartigheid". Lankmoedigheid betekent dat God de verdiende straf uitstelt. Het boekje zegt dat dit uitstel de uitverkorenen tot bekering brengt en de verworpenen overtuigt. Wie wie is, weet God alleen. Voor ons is het uitstel een roepstem, want "de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt".

Ten slotte noemt het boekje Gods hoogheid, Zijn 'oppergezag boven alle schepselen'. Een mens heeft geen recht om met God te twisten: "o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt"?

Eén God in drie Personen

Het laatste deel spreekt over de drie Personen: 'de Vader, de Zoon en de H. Geest'. Het woord Drie-eenheid noemt Hellenbroek schriftuurlijk, omdat Johannes schrijft: "deze Drie zijn Een". Ook het woord persoon mag men gebruiken. Deze leer kan niet uit de natuur bewezen worden. Zij is 'eene verborgenheid, wel niet tegen, maar nochtans boven de natuur'. Ons verstand kan haar niet bedenken, maar zij strijdt er ook niet mee.

Het Oude Testament laat de Drie-eenheid al zien. God spreekt in het meervoud: "Laat Ons mensen maken". In Psalm 110 staat: "De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken". Het Nieuwe Testament is nog duidelijker. Wij worden gedoopt "in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes". Bij de doop van Christus werd de Zoon gedoopt, sprak de Vader uit de hemel en kwam de Heilige Geest neder als een duif.

De drie Personen zijn één in wezen en drie in Personen. Zij worden onderscheiden door hun persoonlijke eigenschappen. De Vader is van Zichzelf. De Zoon is van de Vader gegenereerd; dat oude woord betekent: als Zoon voortgebracht. De Heilige Geest gaat uit van de Vader en van de Zoon. Christus spreekt van de Geest der waarheid, "Die van den Vader uitgaat", en Paulus noemt Hem "den Geest Zijns Zoons".

Dat gegenereerd zijn is van eeuwigheid. Psalm 2 zegt wel "heden heb Ik U gegenereerd", maar 'In God is niet dan een eeuwig en onveranderlijk heden'. De Zoon werd dus niet pas Gods Zoon toen Hij uit Maria geboren werd; Hij was het al vooraf. De Heilige Geest is geen kracht, maar 'een dadelijk persoon, hebbende Verstand en Wil'. Dadelijk betekent ook hier werkelijk. Christus noemt Hem "een anderen Trooster".

De Zoon en de Geest zijn even waarlijk God als de Vader. Dat blijkt uit hun goddelijke namen, eigenschappen, werken en eer. Petrus zegt tot Ananias, die tegen de Heilige Geest loog: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode". Is deze leer nodig tot zaligheid? Ja, want zo leert men God recht kennen. Dan zoekt men verzoening 'met den Vader, als Rechter, in de voldoening van den Zoon, door de werking van den H. Geest'.

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 4:24

    “God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”

    Christus noemt God een Geest, en daarop rust het eerste antwoord van dit hoofdstuk.

  • Maleachi 3:6

    “Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd.”

    De HEERE zegt Zelf dat Hij niet veranderd wordt, en zo leert het boekje Gods onveranderlijkheid.

  • Deuteronomium 29:29

    “De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.”

    De verborgen dingen zijn voor God en de geopenbaarde voor ons, en daarom richten wij ons naar de wil van Zijn gebod.

  • Efeze 1:7

    “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,”

    In Christus is de straf gedragen, zodat God vergeeft zonder Zijn rechtvaardigheid te verloochenen.

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    De doop in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest getuigt van drie Personen in het ene Goddelijke Wezen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom is het voor uw gebed belangrijk dat God overal tegenwoordig en onveranderlijk is?
  2. Hoe kan God rechtvaardig zijn en toch de zonde vergeven, volgens wat het boekje over Christus zegt?
  3. Wat is het verschil tussen de wil van Gods besluit en de wil van Zijn gebod, en naar welke moet u leven?
  4. Waarom noemt Hellenbroek de leer van de Drie-eenheid nodig tot zaligheid, en niet alleen een moeilijk leerstuk?
  5. Welke eigenschap van God troost u het meest, en welke maakt u het meest stil?

Samen leren thuis

Lees als gezin Psalm 139:1-12 en praat over wat het betekent dat God alles weet en overal is. Lees daarna Mattheüs 3:16-17 en wijs samen aan waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest genoemd worden. Leer de eerste vraag en de vragen over de drie Personen uit het hoofd, een paar per week. Sluit de maaltijd af met de zegen uit 2 Korinthe 13:13.

Heidelbergse Catechismus