Ga naar hoofdinhoud

Artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Waarvan de Heilige Schrift haar aanzien en autoriteit heeft

In het kort

Artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt waarom wij de Bijbel als Gods Woord aannemen. Het gezag van de Schrift rust niet vooral op de kerk. De Heilige Geest getuigt in ons hart dat zij van God is. Ook draagt de Schrift het bewijs in zichzelf.

De tekst van NGB 5

Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat ze de Kerk aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn; en dewijl zij ook het bewijs daarvan bij zichzelf hebben; gemerkt de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Waarom gelooft een christen dat de Bijbel Gods Woord is? Die vraag beantwoordt artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 4 somde de boeken van het Oude en Nieuwe Testament op. Nu gaat het over het gezag van de Schrift: welke plaats hebben deze boeken, en waarom aanvaarden wij ze? Het artikel zegt eerst waartoe de Schrift dient. Daarna noemt het de grond van ons geloof in haar: niet in de eerste plaats de kerk, maar de Heilige Geest en de Schrift zelf.

Heilig en kanoniek

Het artikel begint met de woorden 'Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek'. Bedoeld zijn de boeken uit artikel 4. Het woordje alleen is belangrijk: andere geschriften krijgen dit gezag niet. Artikel 6 werkt dat uit bij de apocriefe boeken. Kanoniek betekent, zoals bij artikel 4: geldend als regel voor geloof en leven.

Daarna noemt het artikel drie doelen. De Schrift is er 'om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen'. Reguleren betekent: richten en bijsturen, zoals een richtsnoer een muur recht houdt. Gronden betekent: er een fundament onder leggen. Bevestigen is: vastmaken en versterken. De Bijbel is dus geen bron naast andere bronnen. Hij is de maat, de grond en de steun van het geloof. Christus zegt Zelf tot de Vader: "Uw woord is de waarheid".

Zonder enige twijfeling

Dan volgt: 'wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is'. Begrepen betekent hier: vervat, wat erin staat. Het gaat dus niet alleen om de delen die wij mooi vinden of goed begrijpen. Wij nemen alles aan wat God in Zijn Woord zegt. De Heere Jezus zegt dat "de Schrift niet kan gebroken worden". Wat God gesproken heeft, staat vast.

Niet in de eerste plaats de kerk

Waarom geloven wij dit? Het artikel zegt eerst wat niet de hoofdreden is: 'niet zozeer, omdat ze de Kerk aanneemt en voor zodanige houdt'. Let op het woord zozeer. De belijdenis ontkent niet dat de kerk de Schrift erkent en doorgeeft. De kerk heeft de boeken bewaard, overgeschreven en voorgelezen. Maar haar oordeel is niet de grond van ons geloof. De kerk geeft de Schrift geen gezag; zij erkent het gezag dat de Schrift al heeft.

Paulus dankt God dat de gemeente in Thessalonica het gepredikte Woord heeft aangenomen "niet als der mensen woord". Zij namen het aan "als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft". Het gezag komt dus van God Zelf, niet van de prediker of van de gemeente die luistert.

Het getuigenis van de Geest

De hoofdreden staat erachter: 'inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn'. Inzonderheid betekent: vooral, in de eerste plaats. Dezelfde Geest Die de profeten en apostelen dreef, overtuigt de lezer ervan dat hier God spreekt. Dat is geen nieuwe openbaring naast de Bijbel. De Geest voegt niets toe aan de Schrift, maar opent het hart voor wat er staat. Johannes zegt: "de getuigenis van God is meerder" dan die van mensen.

Dit betekent dat niemand een ander met argumenten alleen tot geloof kan brengen. Een mens kan de Bijbel lezen en hem toch blijven wantrouwen. Pas wanneer de Geest getuigt, buigt het hart voor Gods gezag. Zondag 7 zegt ook dat de Heilige Geest het geloof door het Evangelie werkt. Dat maakt nederig, want dit geloof komt niet uit onszelf. Het geeft ook rust. Wie met twijfel worstelt, mag de Heere bidden om dat getuigenis van Zijn Geest bij het lezen en horen van het Woord.

Het bewijs in zichzelf

Ten slotte noemt het artikel nog een reden: 'dewijl zij ook het bewijs daarvan bij zichzelf hebben'. Dewijl betekent: omdat. De Schrift draagt kenmerken van haar Goddelijke oorsprong in zich. Het artikel geeft één voorbeeld: wat de Bijbel voorzegt, gebeurt ook. Dat is zo duidelijk dat 'de blinden zelf tasten kunnen' dat het zo is. Tasten is voelen met de handen. Zelfs wie niets ziet, kan het als het ware voelen. Bij Jesaja zegt God dat Hij het is "Die van den beginne aan verkondigt het einde".

Toch staat dit bewijs in het artikel na het getuigenis van de Geest. Het bevestigt het geloof, maar het werkt het niet. Het Woord is "levend en krachtig", en de Geest gebruikt juist dat Woord om harten te overtuigen.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Thessalonicenzen 2:13

    “Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.”

    Paulus dankt God dat de gemeente de prediking niet als mensenwoord aannam, maar als Gods Woord dat werkt in wie gelooft.

    Uitleg bij 1 Thessalonicenzen 2

  • Johannes 10:35

    “Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;”

    Christus beroept Zich op een woord uit de Psalmen en stelt vast dat de Schrift niet gebroken kan worden.

  • Johannes 17:17

    “Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.”

    Christus noemt het woord van de Vader de waarheid, en daarom gelooft de kerk zonder enige twijfeling al wat daarin staat.

  • Hebreeën 4:12

    “Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.”

    Het Woord van God is levend en krachtig en dringt door tot het hart, en zo draagt de Schrift het bewijs van haar Goddelijkheid in zichzelf.

  • 1 Johannes 5:9

    “Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder; want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.”

    Johannes stelt dat wij het getuigenis van mensen al aannemen, en dat het getuigenis van God veel meer gewicht heeft.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de zestiende eeuw ging het debat tussen Rome en de Reformatie ook over de vraag wie het gezag van de Bijbel vaststelt. Rome erkende de Bijbel als Gods Woord. Maar Roomse theologen stelden dat de gelovige pas door het oordeel van de kerk zeker kon weten welke boeken van God zijn. De kerk was zo de waarborg van de Schrift.

Calvijn ging daar in het eerste boek van zijn Institutie uitvoerig op in. Hij leerde dat het innerlijke getuigenis van de Heilige Geest ons van het gezag van de Schrift overtuigt. Hier volgde de Nederlandse Geloofsbelijdenis de Franse geloofsbelijdenis van 1559. Ook die plaatst het getuigenis van de Geest boven het oordeel van de kerk. Zo had de vervolgde gemeente in de Nederlanden een vaste grond, die niet afhing van de goedkeuring van Rome.

Om over door te praten

  1. Wat bedoelt artikel 5 ermee dat de Schrift ons geloof moet reguleren, gronden en bevestigen?
  2. Waarom zegt het artikel over de Kerk 'niet zozeer' en niet gewoon 'niet', en wat is daarvan de betekenis?
  3. Wat zou u antwoorden als iemand u vraagt waarom u de Bijbel als Gods Woord gelooft?
  4. Welke vervulde profetieën uit de Bijbel kent u, en wat zeggen ze u over de betrouwbaarheid van de Schrift?
  5. Hoe kunt u omgaan met twijfel over de Bijbel, als het geloof volgens dit artikel een werk van de Geest is?

Heidelbergse Catechismus

Verder lezen