Ga naar hoofdinhoud

Mizpa in de Bijbel

Mizpa (Hebreeuws מִצְפָּה) betekent uitkijkpost of wachtpost. In Genesis 31:49 klinkt die betekenis door in de woorden van Laban: "Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u".

Mizpa was een stad in Benjamin, ten noorden van Jeruzalem, waar Israël zich in tijden van crisis voor de HEERE verzamelde. Bij Mizpa richtte Samuël de steen Eben-Haëzer op (1 Samuël 7:12), in Mizpa werd Saul door het lot aangewezen, en na de val van Jeruzalem bestuurde Gedalja er het land.

Ook bekend als: Mispa, Tell en-Nasbeh

Ligging

Het Mizpa van Samuël en Gedalja lag in het gebied van Benjamin (Jozua 18:26), op het bergland ten noorden van Jeruzalem, waarschijnlijk aan de weg naar Bethel. Het hoorde bij een groep steden die dicht bij elkaar lagen: Rama, Gibea, Geba en Gibeon. Na de scheiding van het rijk lag het aan de noordgrens van Juda; koning Asa versterkte de stad met de stenen die Baesa voor Rama had aangevoerd (1 Koningen 15:22).

Vandaag

Mizpa in Benjamin wordt meestal gelijkgesteld met Tell en-Nasbeh, een ruïneheuvel ongeveer 12 kilometer ten noorden van Jeruzalem, aan de zuidrand van het huidige Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Die identificatie is waarschijnlijk, maar niet zeker; sommige onderzoekers denken aan Nebi Samwil, een hoogte ten noordwesten van Jeruzalem. Tell en-Nasbeh werd tussen 1926 en 1935 opgegraven; daarbij kwam een zware stadsmuur uit de koningstijd aan het licht.

Geschiedenis

In de richterentijd was Mizpa de plaats waar heel Israël bijeenkwam. Na de gruweldaad in Gibea verzamelde de vergadering zich als één man, van Dan tot Ber-seba, tot den HEERE te Mizpa (Richteren 20:1). Daar zwoeren de mannen van Israël dat niemand zijn dochter aan de Benjaminieten zou geven (Richteren 21:1). Ook het Mizpa in Gilead was een plaats van samenkomst: Jefta sprak er al zijn woorden voor het aangezicht des HEEREN (Richteren 11:11). Twintig jaar nadat de ark naar Kirjath-Jearim was gebracht, riep Samuël het volk op de vreemde goden weg te doen en naar Mizpa te komen (1 Samuël 7:2-5). Daar schepten zij water en goten het uit voor het aangezicht des HEEREN, zij vastten en zeiden: "Wij hebben tegen den HEERE gezondigd" (1 Samuël 7:6). Toen de Filistijnen optrokken, offerde Samuël een melklam en riep tot de HEERE, en de HEERE donderde met een groten donder over de Filistijnen (1 Samuël 7:9-10). Tussen Mizpa en Sen richtte Samuël een steen op en noemde die Eben-Haëzer (1 Samuël 7:12). Mizpa hoorde bij de plaatsen waar hij jaarlijks Israël richtte (1 Samuël 7:16). Later riep hij het volk opnieuw naar Mizpa, en daar werd Saul uit de stam van Benjamin door het lot aangewezen; men vond hem verstopt tussen de vaten (1 Samuël 10:17-24). Koning Asa van Juda bouwde Mizpa uit met de stenen en het hout die Baesa van Israël voor Rama had gebruikt (1 Koningen 15:22). Daarbij maakte hij ook een kuil, waarin Ismaël later de lijken van de verslagenen wierp (Jeremia 41:9). Na de verwoesting van Jeruzalem stelde Nebukadnezar Gedalja, de zoon van Ahikam, over het overblijfsel in Juda, en Gedalja woonde in Mizpa (2 Koningen 25:22-23). Jeremia kwam daar bij hem wonen, en verstrooide Joden keerden terug (Jeremia 40:6-12). In de zevende maand doodde Ismaël, de zoon van Nethanja, Gedalja aan tafel in Mizpa (Jeremia 41:1-3). Het overblijfsel maakte zich uit angst voor de Chaldeeën op om naar Egypte te trekken (Jeremia 41:17-18) en ging ten slotte, tegen het woord van de HEERE in (Jeremia 43:7). Na de ballingschap hielpen de mannen van Mizpa de muur van Jeruzalem herbouwen (Nehemia 3:7, 15, 19). Bij de opgraving van Tell en-Nasbeh werd onder meer een zegel gevonden met de naam Jaazanja. Sommigen verbinden hem met de Jaazanja van 2 Koningen 25:23, maar dat is niet zeker.

Betekenis in de Bijbel

Mizpa is in de Bijbel de plaats waar Israël zich verzamelt op beslissende momenten. Het volk kwam er bijeen na de schande van Gibea, onder de verdrukking van de Filistijnen, bij de keuze van een koning en na de val van Jeruzalem. In de richterentijd en bij Samuël staat er "tot den HEERE te Mizpa" of voor het aangezicht des HEEREN (Richteren 20:1, 1 Samuël 7:6, 10:17): het was geen heiligdom met een tempel, maar een plaats waar het volk als gemeenschap voor God kwam. De samenkomst bij Gedalja was van een ander soort: Mizpa was toen de bestuurszetel van het overgebleven land. De vergadering van 1 Samuël 7 is een keerpunt. Na twintig jaar klagen deed Israël de Baäls en de Astharoths weg, beleed zijn zonde en zag de verlossing van de HEERE. De steen Eben-Haëzer staat tegenover de nederlaag bij een plaats met dezelfde naam, waar Israël de ark had verloren (1 Samuël 4:1). Of het om dezelfde plek gaat, zegt de tekst niet; de naam keert de vroegere schande wel om. In 1 Samuël 10 krijgt Mizpa een dubbele klank. Israël ontvangt er een koning, maar Samuël zegt er ook: "gijlieden hebt heden uw God verworpen" (1 Samuël 10:19). Na de val van Jeruzalem werd Mizpa voor korte tijd het middelpunt van het overgebleven Juda. De moord op Gedalja maakte daar een einde aan en leidde tot de tocht naar Egypte, tegen het woord van de HEERE door Jeremia in (Jeremia 42:19). Hosea noemt Mizpa nog als plaats waar de leiders een strik voor het volk waren geworden (Hosea 5:1); welk Mizpa hij bedoelt, is niet zeker.

Sleutelgebeurtenissen in Mizpa

1

Mizpa in Gilead: Jakob en Laban

In Gilead sluiten Jakob en Laban een verbond bij een hoop stenen. De plaats heet Gilead en Mizpa, omdat de HEERE opzicht zou nemen tussen hen beiden. Dit Mizpa in Gilead is een andere plaats dan Mizpa in Benjamin.

Genesis 31:44-49

2

Israël verzamelt zich na Gibea

Na de gruweldaad in Gibea komt heel Israël als één man bijeen tot den HEERE te Mizpa om te beraadslagen over wat er moet gebeuren.

Richteren 20:1-3

3

Bekering en verlossing

Israël vast en belijdt in Mizpa zijn zonde. Terwijl Samuël offert, dondert de HEERE over de Filistijnen, en Israël vervolgt hen.

1 Samuël 7:5-11

4

De steen Eben-Haëzer

Samuël stelt een steen tussen Mizpa en Sen en noemt hem Eben-Haëzer, omdat de HEERE Israël tot hiertoe geholpen heeft.

1 Samuël 7:12

5

Saul door het lot aangewezen

Samuël roept het volk naar Mizpa. Het lot valt op Benjamin, op het geslacht van Matri en op Saul, die zich tussen de vaten heeft verstopt.

1 Samuël 10:17-24

6

Asa versterkt Mizpa

Koning Asa laat de stenen en het hout van Rama wegdragen en bouwt daarmee Geba van Benjamin en Mizpa uit.

1 Koningen 15:22

7

Jeremia woont bij Gedalja

Na de val van Jeruzalem gaat Jeremia naar Gedalja in Mizpa. Verstrooide Joden keren terug en halen een grote oogst binnen.

Jeremia 40:6-12

8

Gedalja vermoord

Ismaël, de zoon van Nethanja, eet met Gedalja in Mizpa en doodt hem met het zwaard, samen met de Joden en de Chaldeeën die bij hem zijn.

Jeremia 41:1-3

Theologische betekenis

De woorden van Samuël bij Mizpa zijn in de kerk een vaste uitdrukking geworden: "Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen" (1 Samuël 7:12). Ze kijken terug op een verlossing die niet uit Israël voortkwam. Het volk had niets dan schuldbelijdenis en het gebed van Samuël; de HEERE Zelf donderde over de vijand. Let op de volgorde in 1 Samuël 7: eerst wegdoen van de afgoden en belijden van de zonde, dan de verlossing. Het woord tot hiertoe ziet terug op wat God gedaan heeft en houdt tegelijk de weg open naar wat nog komt. De voorbede van Samuël bij Mizpa, de middelaar die voor het volk tot God roept terwijl de vijand nadert, wordt vaak gelezen als een voorafschaduwing van het werk van Christus, de Voorspraak bij de Vader (1 Johannes 2:1). De Schrift noemt Samuël zelf onder de aanroepers van Gods Naam (Psalm 99:6) en naast Mozes als voorbidder (Jeremia 15:1). Mizpa leert ook iets over het koningschap. Israël ontving er Saul, maar Samuël hield het volk voor dat het met die wens zijn God had verworpen (1 Samuël 10:19). De HEERE gaf de koning toch, en bleef de eigenlijke Koning van Zijn volk. De woorden uit Genesis 31:49 worden vaak als zegenbede bij een afscheid gebruikt. In hun verband waren ze een waarschuwing tussen twee mannen die elkaar niet vertrouwden: God ziet wat de een de ander aandoet. Dat de HEERE alles ziet, is troost voor wie onrecht lijdt en ernst voor wie onrecht doet.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Mizpa in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Mizpa

Waar lag Mizpa?

Het bekendste Mizpa lag in Benjamin, op het bergland ten noorden van Jeruzalem (Jozua 18:26). Daar richtte Samuël Israël en daar woonde Gedalja na de val van Jeruzalem. Meestal wordt het gelijkgesteld met Tell en-Nasbeh, ongeveer 12 kilometer ten noorden van Jeruzalem, aan de rand van het huidige Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Die identificatie is waarschijnlijk; sommige onderzoekers denken aan Nebi Samwil. Er waren ook andere plaatsen met de naam Mizpa, onder meer in Gilead.

Wat betekent de naam Mizpa?

Mizpa is Hebreeuws voor uitkijkpost of wachtpost. Het is afgeleid van een werkwoord dat uitkijken of de wacht houden betekent. Die betekenis klinkt door in de woorden van Laban in Genesis 31:49, waar de HEERE Zelf de wachter tussen twee mannen is. Een uitkijkpost lag vanzelf op een hoogte, en zo droegen verschillende hooggelegen plaatsen deze naam: in Benjamin, in Gilead, in Moab en in Juda.

Waar stond de steen Eben-Haëzer?

Samuël stelde de steen tussen Mizpa en Sen (1 Samuël 7:12). Waar Sen lag, is niet bekend, en daarom ook niet de precieze plek van de steen. De naam betekent steen van de hulp. Eerder had Israël de ark verloren bij een plaats die ook Eben-Haëzer heette, tegenover de Filistijnen bij Afek (1 Samuël 4:1). Of Samuëls steen bewust op of bij die plek stond, zegt de Bijbel niet.

Waar staat "Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen"?

Deze woorden staan in 1 Samuël 7:12. Samuël sprak ze bij Mizpa, nadat de HEERE Israël tegen de Filistijnen had geholpen. Hij richtte een steen op tussen Mizpa en Sen en noemde die Eben-Haëzer. De tekst wordt veel gebruikt bij jubilea, jaarwisselingen en gedenkdagen, omdat hij terugkijkt op Gods trouw. In het verband gaat er een bekering aan vooraf: Israël deed de afgoden weg en beleed: "Wij hebben tegen den HEERE gezondigd" (1 Samuël 7:6).

Wat gebeurde er in Mizpa?

In Mizpa verzamelde Israël zich na de gruweldaad van Gibea (Richteren 20:1). Samuël riep het volk er tot bekering, de HEERE versloeg de Filistijnen en Samuël richtte de steen Eben-Haëzer op (1 Samuël 7). In Mizpa werd Saul door het lot als koning aangewezen (1 Samuël 10:17-24). Koning Asa versterkte de stad (1 Koningen 15:22). Na de val van Jeruzalem bestuurde Gedalja er het land, tot hij er werd vermoord (Jeremia 40 en 41).

Hoeveel plaatsen heetten Mizpa?

De Bijbel noemt meerdere plaatsen met deze naam. Het belangrijkste Mizpa lag in Benjamin (Jozua 18:26). Daarnaast was er een Mizpa in Gilead, bij de hoop van Jakob en Laban (Genesis 31:49) en de woonplaats van Jefta (Richteren 11:11, 11:34); Jozua 13:26 noemt er Ramath-Mizpa. David bracht zijn ouders naar Mizpa der Moabieten (1 Samuël 22:3). Jozua 11:3 noemt een land van Mizpa onder aan de Hermon, en Jozua 15:38 een Mizpa in Juda.

Wat is de Mizpa-zegen uit Genesis 31?

Met de Mizpa-zegen bedoelt men de woorden van Laban: "Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn" (Genesis 31:49). Ze worden vaak als afscheidsgroet gebruikt. In hun verband waren ze eerder een waarschuwing: Laban en Jakob vertrouwden elkaar niet en maakten bij een hoop stenen een verbond dat de een de ander niet zou schaden. God zou getuige zijn.

Wat gebeurde er met Gedalja in Mizpa?

Na de verwoesting van Jeruzalem stelde de koning van Babel Gedalja, de zoon van Ahikam, over het overblijfsel in Juda. Hij woonde in Mizpa, en ook Jeremia kwam daar (Jeremia 40:6). Gedalja raadde het volk aan in het land te blijven. In de zevende maand werd hij in Mizpa aan tafel vermoord door Ismaël, de zoon van Nethanja (Jeremia 41:1-2). Daarna trok het overblijfsel uit angst voor Babel naar Egypte, tegen het woord van de HEERE in (Jeremia 43:7).

Wat is er vandaag van Mizpa te zien?

Als Mizpa in Benjamin Tell en-Nasbeh is, zoals de meeste onderzoekers aannemen, dan ligt de plaats aan de zuidrand van het huidige Ramallah. De heuvel werd tussen 1926 en 1935 opgegraven. Daarbij werden een zware stadsmuur, een poort en woonhuizen gevonden. Zeker is de identificatie niet; Nebi Samwil, een hoogte ten noordwesten van Jeruzalem, wordt als andere mogelijkheid genoemd.

Bijbelverhalen in Mizpa

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Mizpa

Bijbelhoofdstukken die zich in Mizpa afspelen

Leer meer over Mizpa met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Mizpa? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder