Ga naar hoofdinhoud

Rama in de Bijbel

Rama (Hebreeuws רָמָה) betekent hoogte. De volle naam van Samuëls woonplaats is Ramathaïm-Zofim (1 Samuël 1:1), waarschijnlijk twee hoogten; Zofim verwijst mogelijk naar het land Zuf (1 Samuël 9:5). Meer plaatsen op een heuvel of bergrug droegen deze naam.

Rama was de woonplaats van de profeet Samuël, waar hij Israël richtte en werd begraven (1 Samuël 7:17, 25:1). Een stad Rama lag in Benjamin, ten noorden van Jeruzalem; daar klinkt bij Jeremia de stem van Rachel die weent om haar kinderen. Of het Rama van Samuël dezelfde plaats is, is onzeker.

Ook bekend als: Ramathaïm-Zofim, er-Ram

Ligging

Jozua 18:25 noemt Rama tussen Gibeon en Beeroth onder de steden van Benjamin. Het lag op het bergland ten noorden van Jeruzalem, dicht bij Gibea en Geba, aan de hoofdweg van Jeruzalem naar Bethel. Daarom kon koning Baesa van Israël met een vesting in Rama het verkeer naar Juda afsluiten (1 Koningen 15:17). Het Rama van Samuël, Ramathaïm-Zofim, lag op het gebergte van Efraïm (1 Samuël 1:1); waar precies, is onduidelijk.

Vandaag

Rama in Benjamin wordt algemeen gelijkgesteld met het dorp er-Ram, ongeveer 8 kilometer ten noorden van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. Voor het Rama van Samuël is de ligging onzeker. Sommigen houden het voor dezelfde plaats als er-Ram, anderen denken aan Rentis ten noordwesten van Jeruzalem of aan een plaats bij Nebi Samwil, waar volgens een oude overlevering het graf van Samuël is.

De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.

Geschiedenis

In de verdeling van het land staat Rama onder de steden van Benjamin (Jozua 18:25). In de richterentijd woonde de profetes Debora onder haar palmboom tussen Rama en Bethel, en de kinderen Israëls gingen tot haar op ten gerichte (Richteren 4:5). De Leviet uit Richteren 19 wilde de nacht doorbrengen te Gibea of te Rama (Richteren 19:13). Elkana, de vader van Samuël, kwam uit Ramathaïm-Zofim op het gebergte van Efraïm (1 Samuël 1:1). Na het gebed van Hanna in Silo keerden zij terug naar hun huis te Rama, en daar dacht de HEERE aan Hanna (1 Samuël 1:19). Samuël maakte Rama later tot zijn vaste woonplaats: "want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israel; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar" (1 Samuël 7:17). In Rama kwamen de oudsten van Israël bij hem en vroegen om een koning (1 Samuël 8:4-5). Na de verwerping van Saul ging Samuël naar Rama (1 Samuël 15:34), en ook na de zalving van David keerde hij daarheen terug (1 Samuël 16:13). Op de vlucht voor Saul kwam David bij Samuël te Rama, en zij bleven te Najoth (1 Samuël 19:18). De boden van Saul en daarna Saul zelf kwamen onder de Geest Gods en profeteerden (1 Samuël 19:20-24). Toen Samuël stierf, begroeven zij hem in zijn huis te Rama (1 Samuël 25:1, 28:3). In de tijd van koning Asa bouwde Baesa, de koning van Israël, Rama uit tot een vesting tegen Juda. Asa haalde Benhadad van Syrië te hulp; Baesa staakte de bouw, en Asa liet de stenen en het hout wegdragen naar Geba en Mizpa (1 Koningen 15:17-22). Jesaja ziet een vijand vanuit het noorden naderen: "Rama beeft, Gibea Sauls vlucht" (Jesaja 10:29), en Hosea laat er de trompet blazen (Hosea 5:8). Na de val van Jeruzalem liet Nebuzaradan Jeremia in Rama vrij, waar hij geboeid tussen de gevangenen stond die naar Babel zouden worden weggevoerd (Jeremia 40:1). Na de ballingschap keerden er mannen van Rama terug (Ezra 2:26, Nehemia 11:33).

Betekenis in de Bijbel

Rama is in de Bijbel vooral de stad van Samuël. Daar begon zijn leven als antwoord op het gebed van Hanna, daar woonde hij als richter en profeet, en daar werd hij begraven. Terwijl de ark niet meer in Silo stond, bouwde Samuël in Rama een altaar voor de HEERE (1 Samuël 7:17). In Rama nam Israël het besluit dat zijn geschiedenis veranderde: de oudsten vroegen om een koning zoals alle volken hadden. De HEERE zei tot Samuël: "want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen" (1 Samuël 8:7). In Rama vond David ook een schuilplaats bij de profeet die hem gezalfd had. Daar beschermde de Geest van God David tegen Saul (1 Samuël 19:18-24). Rama in Benjamin krijgt bij Jeremia een andere klank. "Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen" (Jeremia 31:15). Rachel, de moeder van Jozef en Benjamin, staat voor het volk dat zijn kinderen ziet wegvoeren. Rama lag dicht bij de grens van Benjamin en Efraïm, en uit Jeremia 40:1 blijkt dat er gevangenen werden verzameld voor de tocht naar Babel. Mattheüs haalt de woorden aan bij de kindermoord in Bethlehem (Mattheüs 2:17-18). Genesis 35:19 zegt dat Rachel werd begraven "aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem", terwijl 1 Samuël 10:2 haar graf aan de landpale van Benjamin plaatst. Uitleggers verschillen over hoe die gegevens samengaan; Jeremia en Mattheüs gebruiken Rachel in elk geval als beeld van rouw om het hele volk.

Sleutelgebeurtenissen in Rama

1

Hanna en Elkana keren terug naar Rama

Na het gebed in Silo keren Elkana en Hanna terug naar hun huis te Rama. De HEERE gedenkt aan Hanna, en zij baart Samuël.

1 Samuël 1:19-20

2

Samuël richt Israël vanuit Rama

Samuël trekt jaarlijks rond naar Bethel, Gilgal en Mizpa, maar keert telkens terug naar Rama, waar zijn huis is en waar hij een altaar bouwt.

1 Samuël 7:15-17

3

De oudsten vragen om een koning

De oudsten van Israël komen bij Samuël in Rama en vragen een koning, zoals alle volken hebben. De HEERE zegt dat zij Hem verworpen hebben.

1 Samuël 8:4-7

4

David bij Samuël in Najoth

David vlucht naar Samuël in Rama. De boden van Saul en Saul zelf komen onder de Geest Gods en profeteren in Najoth.

1 Samuël 19:18-24

5

Baesa bouwt een vesting in Rama

Baesa van Israël versterkt Rama om de weg naar Juda af te sluiten. Als hij de bouw staakt, laat Asa de stenen en het hout naar Geba en Mizpa brengen.

1 Koningen 15:17-22

6

Rachel weent in Rama

Jeremia profeteert dat er in Rama een stem van geween gehoord wordt: Rachel weent om haar kinderen. De HEERE belooft dat zij uit het land van de vijand zullen terugkeren.

Jeremia 31:15-17

7

Jeremia vrijgelaten in Rama

Nebuzaradan laat Jeremia in Rama gaan, waar hij geboeid tussen de gevangenen van Jeruzalem en Juda stond die naar Babel werden weggevoerd.

Jeremia 40:1

8

Het woord over Rachel vervuld

Na de kindermoord door Herodes in Bethlehem haalt Mattheüs het woord van Jeremia aan: "Een stem is in Rama gehoord".

Mattheüs 2:16-18

Theologische betekenis

Rama verbindt het gebed van een moeder met de geschiedenis van een volk. Hanna bad om een zoon, en vanuit haar huis in Rama werd Samuël de profeet die Israël tot bekering riep. Zo laat de Schrift zien dat de HEERE Zijn werk in het verborgene begint, in een gezin, voordat het in het openbaar zichtbaar wordt. In Rama vroeg Israël om een koning. De HEERE gaf toe, maar noemde de wens een verwerping van Hem als Koning (1 Samuël 8:7). Het verhaal van Saul, dat daar begint, leert dat een koning naar het hart van het volk niet verlost. Na Saul zond de HEERE Samuël naar Bethlehem met de woorden: "want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien" (1 Samuël 16:1). Zo wijst de geschiedenis van het koningschap vooruit naar de Koning Die God Zelf zou geven. Het woord over Rachel in Rama laat de rouw volledig staan: zij weigert zich te laten troosten. Toch volgt direct de belofte: "want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen" (Jeremia 31:16). Mattheüs ziet het geween van Rama terugkeren bij de kinderen van Bethlehem. Het hoofdstuk waarin Jeremia over Rachel spreekt, is ook het hoofdstuk van het nieuwe verbond (Jeremia 31:31). De klacht wordt niet weggenomen, maar opgenomen in de geschiedenis van Gods trouw.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Rama in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Rama

Waar lag Rama?

De Bijbel kent meerdere plaatsen met de naam Rama. Rama in Benjamin lag ten noorden van Jeruzalem en wordt algemeen gelijkgesteld met het dorp er-Ram, ongeveer 8 kilometer ten noorden van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. Het Rama van Samuël heet voluit Ramathaïm-Zofim en lag op het gebergte van Efraïm (1 Samuël 1:1). Of dat dezelfde plaats is als Rama in Benjamin, is onzeker; ook andere plaatsen worden genoemd.

Wat betekent de naam Rama?

Rama is Hebreeuws voor hoogte. Het woord werd gebruikt voor plaatsen op een heuvel of bergrug, en daarom komt de naam in de Bijbel bij verschillende plaatsen voor. De volle naam van de woonplaats van Samuël is Ramathaïm-Zofim (1 Samuël 1:1). Ramathaïm wordt meestal uitgelegd als twee hoogten; Zofim heeft mogelijk te maken met het land Zuf, waar Saul Samuël vond (1 Samuël 9:5).

Is het Rama van Samuël hetzelfde als Rama in Benjamin?

Dat is onzeker. Volgens 1 Samuël 1:1 kwam Elkana uit Ramathaïm-Zofim op het gebergte van Efraïm. Rama in Benjamin lag ten noorden van Jeruzalem, niet ver van de grens met Efraïm. Sommige uitleggers houden beide voor één plaats, het huidige er-Ram. Anderen zoeken het Rama van Samuël verder naar het noordwesten, bijvoorbeeld bij Rentis, of bij Nebi Samwil, waar volgens een oude overlevering Samuël begraven ligt. De Bijbel geeft geen beslissende aanwijzing.

Wat betekent Rachel weent in Rama?

In Jeremia 31:15 zegt de HEERE: "Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen". Rachel, de moeder van Jozef en Benjamin, wordt voorgesteld als moeder van het volk dat in ballingschap wordt weggevoerd. Rama lag in Benjamin, en daar werden volgens Jeremia 40:1 gevangenen verzameld voor de tocht naar Babel. Direct daarna belooft de HEERE dat de kinderen zullen terugkeren (Jeremia 31:16-17).

Waarom haalt Mattheüs Rama aan bij de kindermoord?

Na de kindermoord in Bethlehem schrijft Mattheüs dat vervuld werd wat door Jeremia gesproken was: "Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm" (Mattheüs 2:18). Het graf van Rachel lag volgens Genesis 35:19 aan de weg naar Bethlehem. Zoals Rachel bij Jeremia om de weggevoerde kinderen van Israël weende, zo klinkt haar rouw opnieuw om de kinderen van Bethlehem. De belofte van terugkeer in Jeremia 31 klinkt daarbij mee.

Wat gebeurde er in Rama?

In Rama woonde Elkana met Hanna, en daar werd Samuël geboren (1 Samuël 1:19-20). Samuël richtte Israël vanuit Rama en bouwde er een altaar (1 Samuël 7:17). De oudsten vroegen er om een koning (1 Samuël 8:4-5). David vluchtte er naar Samuël, en Saul profeteerde er in Najoth (1 Samuël 19:18-24). Samuël werd er begraven (1 Samuël 25:1). Later bouwde Baesa er een vesting (1 Koningen 15:17), en Jeremia werd er vrijgelaten (Jeremia 40:1).

Is Rama hetzelfde als Ramoth in Gilead?

Nee. Ramoth in Gilead lag aan de oostkant van de Jordaan en was een vrijstad en vesting in het gebied van Gad. Wel noemt 2 Koningen 8:29 die stad kortweg Rama, wanneer koning Joram daar gewond raakt in de strijd tegen Hazaël van Syrië. Daarnaast noemt Jozua 19 nog een Rama in het gebied van Aser (Jozua 19:29) en een in Naftali (Jozua 19:36). Het Rama van Samuël en Rama in Benjamin liggen ten noorden van Jeruzalem.

Wat is er vandaag van Rama te zien?

Rama in Benjamin wordt gelijkgesteld met er-Ram, een dorp ongeveer 8 kilometer ten noorden van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. Grote opgravingen die de bijbelse stad laten zien, zijn er niet bekend. Het Rama van Samuël is niet met zekerheid aan te wijzen. Op Nebi Samwil, een hoogte ten noordwesten van Jeruzalem, wordt volgens een oude overlevering het graf van Samuël vereerd.

Heeft Arimathea iets met Rama te maken?

Mogelijk. Jozef van Arimathea, die Jezus begroef, kwam uit een stad der Joden met die naam (Lukas 23:51). De kerkvader Eusebius verbond Arimathea al met het Ramathaïm van Samuël, en de naam lijkt er in het Grieks op. Toch is dat niet zeker: de Bijbel legt het verband niet, en de ligging van zowel Ramathaïm als Arimathea is onzeker.

Bijbelverhalen in Rama

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Rama

Bijbelhoofdstukken die zich in Rama afspelen

Leer meer over Rama met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Rama? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder