Het eerste kamp in Kanaän
Na de doortocht door de Jordaan legert Israël zich te Gilgal. Jozua richt er de twaalf stenen uit de rivier op als teken voor de volgende geslachten.
Gilgal (Hebreeuws גִּלְגָּל) wordt vaak uitgelegd als kring, mogelijk een kring van stenen. De Bijbel verbindt de naam met het werkwoord wentelen. De HEERE zei tot Jozua: "Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld" (Jozua 5:9).
Gilgal was het eerste legerkamp van Israël in Kanaän, aan de oostkant van Jericho. Daar richtte Jozua de twaalf stenen uit de Jordaan op en werd het volk besneden (Jozua 4:20, 5:2-9). Later richtte Samuël er Israël, en in Gilgal werd Saul koning gemaakt en ook verworpen.
Ook bekend als: Galgala
Het Gilgal van Jozua en Samuël lag in de Jordaanvlakte, aan het oosteinde van Jericho (Jozua 4:19), tussen de stad en de rivier. Van daar liepen de wegen omhoog het bergland in, naar Ai, Bethel en Gibeon; Jozua trok in één nacht van Gilgal naar Gibeon op (Jozua 10:9). Ook andere plaatsen droegen de naam Gilgal. Jozua 15:7 noemt bij de grens van Juda en Benjamin een Gilgal tegenover de opgang van Adummim (in Jozua 18:17 Geliloth); of dat hetzelfde Gilgal is, is onzeker.
Gilgal wordt gezocht in de vlakte ten oosten of noordoosten van het oude Jericho (Tell es-Sultan), op de Westelijke Jordaanoever; de precieze plaats is onzeker. Besproken kandidaten zijn onder meer de omgeving van Khirbet el-Mafjar en Khirbet en-Nitla, maar geen vindplaats is algemeen aanvaard als het bijbelse Gilgal. Op de mozaïekkaart van Madaba uit de zesde eeuw staat bij Jericho een Galgala met twaalf stenen; dat laat zien waar men het toen zocht.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
Na de doortocht door de Jordaan legert Israël zich te Gilgal. Jozua richt er de twaalf stenen uit de rivier op als teken voor de volgende geslachten.
Jozua besnijdt de mannen die in de woestijn geboren zijn. De HEERE zegt dat Hij de smaad van Egypte heeft afgewenteld, en de plaats krijgt de naam Gilgal.
Op de vlakke velden van Jericho houdt Israël het pascha. De volgende dag eet het volk van het koren van het land, en het manna houdt op.
De Gibeonieten roepen Jozua te hulp in het leger van Gilgal. Hij trekt de hele nacht op en valt de vijf koningen van de Amorieten onverwacht aan.
Na de overwinning op de Ammonieten gaat het volk naar Gilgal. Daar wordt het koninkrijk vernieuwd en Saul koning gemaakt voor het aangezicht des HEEREN.
Saul wacht zeven dagen op Samuël en offert dan zelf het brandoffer. Samuël zegt hem dat zijn rijk niet zal bestaan.
In Gilgal houdt Samuël Saul voor dat gehoorzamen beter is dan slachtoffer. Omdat Saul het woord van de HEERE verworpen heeft, wordt hij als koning verworpen.
In een tijd van honger zitten de zonen der profeten in Gilgal bij Elisa. Hij werpt meel in de pot met giftig moes, en er is niets kwaads meer in.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Gilgal in de Schrift beter te begrijpen.
Gilgal lag in de Jordaanvlakte, aan het oosteinde van Jericho (Jozua 4:19), tussen de stad en de Jordaan. Het was het eerste kamp van Israël na de doortocht door de rivier en bleef tijdens de verovering het vaste legerkamp. De precieze plek is niet bekend. Onderzoekers zoeken het in de vlakte ten oosten of noordoosten van het oude Jericho, op de Westelijke Jordaanoever, maar geen vindplaats is algemeen aanvaard.
Het Hebreeuwse woord gilgal wordt vaak uitgelegd als kring, mogelijk een kring van stenen. De Bijbel verbindt de naam met het werkwoord wentelen of afwentelen. Nadat Jozua het volk had besneden, zei de HEERE: "Heden heb Ik den smaad van Egypte van ulieden afgewenteld; daarom noemde men den naam dier plaats Gilgal, tot op dezen dag" (Jozua 5:9). De naam herinnert dus aan wat God voor Zijn volk had weggenomen.
Gilgal was de eerste plaats waar Israël na de doortocht door de Jordaan zijn kamp opsloeg, en daar richtte Jozua de stenen op: "En Jozua richtte die twaalf stenen te Gilgal op, die zij uit de Jordaan genomen hadden" (Jozua 4:20). Het kamp werd zo het begin van het leven in het land, en de stenen stonden daar als gedenkteken. Als latere geslachten zouden vragen wat ze betekenden, moest worden verteld dat Israël droog door de Jordaan was gegaan (Jozua 4:21-24).
De mannen die in de veertig jaar van de woestijnreis geboren waren, waren onderweg niet besneden (Jozua 5:5-7). Voordat Israël het land in bezit nam, gebood de HEERE Jozua hen te besnijden, zodat heel het volk weer het teken van het verbond droeg. Daarna zei de HEERE dat Hij de smaad van Egypte had afgewenteld (Jozua 5:9). Kort daarop hield het volk in Gilgal het pascha, waaraan alleen besnedenen mochten deelnemen (Exodus 12:48).
In Gilgal legerde Israël zich na de doortocht door de Jordaan, werden de twaalf stenen opgericht, werd het volk besneden en werd het eerste pascha in het land gehouden; daarna hield het manna op (Jozua 4 en 5). Het bleef het legerkamp van Jozua. Samuël richtte er Israël, Saul werd er koning gemaakt (1 Samuël 11:15) en er ook als koning verworpen (1 Samuël 13 en 15). Later kwamen Elia en Elisa in een plaats met de naam Gilgal.
De naam Gilgal staat in ongeveer veertig verzen. De belangrijkste zijn Jozua 4, 5, 9, 10 en 14 (het kamp van Jozua), Richteren 2 en 3, 1 Samuël 7, 10, 11, 13 en 15 (Samuël en Saul), 2 Samuël 19 (de terugkeer van David), 2 Koningen 2 en 4 (Elia en Elisa) en de profeten Hosea 4, 9 en 12, Amos 4 en 5 en Micha 6.
Waarschijnlijk meer dan één. Het kamp van Jozua bij Jericho is het bekendst. Deuteronomium 11:30 noemt een Gilgal in de buurt van de eikenbossen van More, en Jozua 12:23 een koning der heidenen te Gilgal. Het Gilgal waarvan Elia en Elisa vertrokken, lag mogelijk hoger dan Bethel, want zij gingen af naar Beth-El (2 Koningen 2:2). Sommigen denken daarom aan een plaats ten noorden van Bethel; dat is onzeker. Ook het Gilgal bij de grens van Juda en Benjamin (Jozua 15:7) is mogelijk een andere plaats.
In de achtste eeuw voor Christus was Gilgal, net als Bethel, een plaats waar het noordelijke rijk offerde zonder de HEERE te gehoorzamen. Hosea waarschuwt: "komt gij toch niet te Gilgal" (Hosea 4:15) en zegt dat al hun boosheid te Gilgal is (Hosea 9:15). Amos roept spottend op om te Gilgal de overtreding te vermeerderen (Amos 4:4) en kondigt de wegvoering aan (Amos 5:5). De plaats van Gods eerste weldaden in het land was een plaats van lege eredienst geworden.
Er is geen stad of ruïne die met zekerheid als het bijbelse Gilgal kan worden aangewezen. Het kamp lag in de Jordaanvlakte bij Jericho, maar de precieze plaats is niet bekend. Verschillende plekken ten oosten en noordoosten van het oude Jericho zijn voorgesteld, zonder dat een daarvan algemeen aanvaard is. De mozaïekkaart van Madaba uit de zesde eeuw toont bij Jericho een Galgala met twaalf stenen; dat zegt waar men het toen zocht, niet waar het zeker lag.
Jericho
Het oudtestamentische Jericho is de heuvel Tell es-Sultan, aan de noordrand van het huidige Jericho (Ariha) op de Westelijke Jordaanoever
Jordaan
De Jordaan stroomt nog en de identificatie is zeker
Bethel
Bethel wordt meestal gelijkgesteld met het dorp Beitin op de Westelijke Jordaanoever, een paar kilometer ten noordoosten van Ramallah en el-Bireh
Mizpa
Mizpa in Benjamin wordt meestal gelijkgesteld met Tell en-Nasbeh, een ruïneheuvel ongeveer 12 kilometer ten noorden van Jeruzalem, aan de zuidrand van het huidige Ramallah op de Westelijke Jordaanoever
Gibeon
Gibeon is el-Jib, een dorp met een oude heuvel ten noordwesten van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever; de identificatie is zeker
Silo
Silo wordt algemeen gelijkgesteld met Khirbet Seilun, ook Tel Silo genoemd, op de Westelijke Jordaanoever
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Gilgal? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Gilgal.
Plaats Gilgal in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Gilgal.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Gilgal.
Verken thema's die verbonden zijn met Gilgal.