Het verhaal van 1 Samuel 15
1 Samuel hoofdstuk 15 vormt een keerpunt in het verhaal van koning Saul. Het hoofdstuk begint met een duidelijke opdracht van God via de profeet Samuel: Saul moet de Amalekieten volledig vernietigen als oordeel over hun vijandschap tegen Israël tijdens de uittocht uit Egypte.
Gods opdracht aan Saul (vers 1-3)
God herinnert Saul eraan dat Hij hem tot koning heeft gezalfd en geeft hem een specifieke militaire opdracht. De Amalekieten moeten gestraft worden voor hun aanval op de zwakste Israëlieten tijdens de woestijnreis (zie Exodus 17:8-16). De opdracht is helder: vernietig alles - mensen, dieren, en bezittingen.
Deze vorm van 'herem' (volledige vernietiging) was in de oudheid een religieuze praktijk waarbij alles aan God werd 'gewijd' door vernietiging. Voor moderne lezers roept dit vragen op over Gods karakter, maar we moeten dit verstaan binnen de context van Gods heiligheid en oordeel over zonde.
Sauls gedeeltelijke gehoorzaamheid (vers 4-9)
Saul mobiliseert een groot leger en behaalt militair succes tegen de Amalekieten. Echter, hij houdt zich niet volledig aan Gods instructies. Hij spaart koning Agag en behoudt de beste dieren 'om te offeren aan de HEER'. Dit lijkt op het eerste gezicht religieuze motivatie, maar Samuel zal later aantonen dat dit eigenlijk ongehoorzaamheid is.