Ga naar hoofdinhoud

Syrië (Aram) in de Bijbel

Aram (Hebreeuws אֲרָם) is in Genesis 10:22 een zoon van Sem, de stamvader van de Arameeërs. De betekenis van de naam is onzeker. De Griekse vertaling geeft Aram meestal weer met Syria, en de Statenvertaling volgt dat: zij schrijft meestal Syrie en Syriers, en noemt hun taal het Syrisch, het Aramees.

Syrië, in het Hebreeuws Aram, was het land van de Arameeërs ten noorden en noordoosten van Israël. Uit Aram kwamen de vrouwen van Izak en Jakob; later voerden de koningen van Damascus eeuwenlang oorlog met Israël. In het Nieuwe Testament is Syrië een Romeinse provincie (Lukas 2:2).

Ook bekend als: Aram, Syrie, Syriërs, Arameeërs, Aram-Naharaïm

Ligging

Aram was geen eenheidsstaat, maar een aantal Aramese gebieden en koninkrijken ten noorden en noordoosten van Israël, van de Libanon en de Antilibanon tot voorbij de Eufraat. In het zuiden lagen Gesur en Maacha bij de Golan, daarboven Damascus en Zoba; verder noordelijk Hamath. Aan de Eufraat lag Aram-Naharaïm, dat de Statenvertaling Mesopotamië noemt, met Haran en Paddan-Aram. In de Romeinse tijd was Syrië een provincie met Antiochië als hoofdstad.

Vandaag

Het bijbelse Aram valt grotendeels samen met het huidige Syrië, met delen van Libanon, het zuiden van Turkije rond Haran en mogelijk randgebieden in het noorden van Irak. De ligging is zeker. Het moderne land Syrië dankt zijn naam aan de Griekse en Romeinse benaming, maar de grenzen zijn niet dezelfde. Belangrijke vindplaatsen zijn onder meer Damascus, Hama, het oude Hamath, en het Turkse Harran.

Geschiedenis

De Bijbel noemt Aram al in de volkenlijst als zoon van Sem (Genesis 10:22). De familie van Abraham woonde in Haran, in Aram aan de Eufraat. Daarheen zond Abraham zijn knecht om een vrouw voor Izak (Genesis 24:10), en Izak trouwde Rebekka, "de dochter van Bethuel, den Syrier, uit Paddan-Aram" (Genesis 25:20). Jakob vluchtte naar Laban de Syriër, diende hem twintig jaar en ontweek hem later heimelijk (Genesis 31:20). Bij hun verbond noemde Laban de steenhoop in het Aramees Jegar-Sahadutha, en Jakob noemde hem Gilead (Genesis 31:47). Daarom belijdt Israël bij de eerstelingen: "Mijn vader was een bedorven Syrier" (Deuteronomium 26:5). In de richterentijd diende Israël acht jaren Cuschan Rischataim, de koning van Mesopotamië, tot Othniël hem versloeg (Richteren 3:8-10). David versloeg Hadad-ezer van Zoba en de Syriërs van Damascus en legde bezettingen in Syrië (2 Samuël 8:3-6). Ook de Syriërs die de Ammonieten tegen hem huurden, moesten vrede sluiten (2 Samuël 10:6, 19). Onder Salomo vestigde Rezon zich in Damascus en regeerde over Syrië als tegenstander van Israël (1 Koningen 11:23-25). Vanaf dat moment was Aram-Damascus de grote noorderbuur. Ben-Hadad (in de Statenvertaling Benhadad) viel op verzoek van Asa het noorden van Israël binnen (1 Koningen 15:18-20). Een latere Ben-Hadad belegerde Samaria, werd bij Afek verslagen en door Achab gespaard (1 Koningen 20); Achab sneuvelde in de strijd om Ramoth in Gilead (1 Koningen 22). In de dagen van Elisa kwam de Syrische legeroverste Naäman om genezing (2 Koningen 5), vielen Syrische benden het land binnen en belegerde Ben-Hadad Samaria opnieuw (2 Koningen 6 en 7). Hazaël, die Elisa in Damascus tot koning zag worden (2 Koningen 8:7-15), sloeg Israël in al zijn grenzen (2 Koningen 10:32) en trok zelfs tegen Gath en Jeruzalem op (2 Koningen 12:17). Pas Joas en Jerobeam II heroverden het verloren gebied (2 Koningen 13:25, 14:28). De laatste koning van Damascus was Rezin. Met Pekah van Israël trok hij op tegen Achaz van Juda (2 Koningen 16:5; Jesaja 7:1). Achaz riep Assyrië te hulp; Tiglath-Pilezer nam Damascus in, voerde de bevolking weg naar Kir en doodde Rezin (2 Koningen 16:9), volgens de gangbare datering in 732 voor Christus. Daarmee eindigde het Aramese koninkrijk, maar niet de Aramese taal. Het Aramees werd de taal van diplomatie en bestuur in het Nabije Oosten (2 Koningen 18:26; Ezra 4:7), en delen van Ezra en Daniël zijn erin geschreven. In het Nieuwe Testament is Syrië een Romeinse provincie. Cyrenius was er stadhouder ten tijde van de beschrijving bij de geboorte van Jezus (Lukas 2:2), het gerucht van Jezus ging uit in geheel Syrië (Mattheüs 4:24), en in Antiochië, de hoofdstad, werden de discipelen het eerst christenen genoemd (Handelingen 11:26). Assyrische inscripties van Salmanassar III noemen een koning van Damascus die zij Hadad-ezer noemen (niet dezelfde als Hadad-ezer van Zoba uit 2 Samuël 8) en Achab van Israël als bondgenoten in de slag bij Qarqar (853 voor Christus), en later ook Hazaël.

Betekenis in de Bijbel

Aram staat in de Bijbel op twee manieren tegenover Israël. Het is het land van herkomst: uit Aram kwamen Rebekka, Lea en Rachel, de moeders van het volk (zie ook Deuteronomium 26:5). Tegelijk werd Aram eeuwenlang de vijand die het land van Israël binnenviel, vooral in de negende en achtste eeuw voor Christus. De boeken der Koningen laten zien dat God ook over Syrië regeert. Elia moest Hazaël tot koning over Syrië zalven (1 Koningen 19:15), en van Naäman staat er dat de HEERE door hem "den Syriers verlossing gegeven" had (2 Koningen 5:1). Toen de Syriërs dachten dat de God van Israël alleen een God der bergen was, gaf de HEERE hun leger in Achabs hand, "opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben" (1 Koningen 20:28). Amos zegt zelfs dat de HEERE de Syriërs uit Kir heeft opgevoerd, zoals Israël uit Egypte (Amos 9:7), en voorzegt dat zij daarheen terug zullen gaan (Amos 1:5). In Jesaja 7 wordt de dreiging van Syrië en Efraïm de aanleiding tot een woord over geloof: "Indien gijlieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden" (Jesaja 7:9). In hetzelfde hoofdstuk geeft de Heere het teken van de maagd die een Zoon zal baren, Immanuël (Jesaja 7:14), en voordat dat Kind het kwade weet te verwerpen, is het land van de twee koningen verlaten (Jesaja 7:16). Het Nieuwe Testament keert de richting om. In Antiochië, de hoofdstad van de provincie Syrië, ontstond een gemeente uit Joden en heidenen, en vandaar zond de Heilige Geest Barnabas en Saulus uit (Handelingen 13:1-3). Zo trok het Evangelie vanuit het land van Israëls oude vijand de volkenwereld in.

Sleutelgebeurtenissen in Syrië

1

Jakob ontwijkt Laban de Syriër

Na twintig jaar dienst vlucht Jakob heimelijk uit Paddan-Aram. God waarschuwt Laban in een droom geen kwaad tegen Jakob te spreken.

Genesis 31:20-24

2

Othniël verslaat Cuschan Rischataim

Israël dient acht jaren de koning van Mesopotamië. De Geest des HEEREN komt over Othniël, die de koning van Syrië verslaat.

Richteren 3:8-10

3

David legt bezettingen in Syrië

De Syriërs van Damascus komen Hadad-ezer van Zoba te hulp en worden verslagen. David legt bezettingen in Syrië, en de Syriërs brengen hem geschenken.

2 Samuël 8:5-6

4

De God der bergen en der laagten

De Syriërs menen dat Israëls God alleen op de bergen sterk is en vechten in de vlakte bij Afek. De HEERE geeft hun grote leger in Israëls hand.

1 Koningen 20:23-30

5

Naäman, de legeroverste van Syrië

Door Naäman had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven. Een Israëlitisch meisje, als krijgsgevangene uit een Syrische strooptocht meegevoerd, wijst hem op de profeet in Samaria.

2 Koningen 5:1-3

6

Elisa verraadt de plannen van Syrië

De koning van Syrië legt telkens hinderlagen tegen Israël, maar Elisa waarschuwt de koning van Israël. De koning van Syrië denkt aan verraad in eigen kring en hoort dat de profeet zijn woorden kent.

2 Koningen 6:8-12

7

Elisa weent om Hazaël

In Damascus vraagt de zieke Ben-Hadad via Hazaël of hij zal genezen. Elisa weent, omdat hij ziet wat Hazaël Israël zal aandoen. Hazaël doodt zijn heer en wordt koning.

2 Koningen 8:7-15

8

Rezin en Pekah tegen Juda

Rezin van Syrië en Pekah van Israël trekken op tegen Jeruzalem. Jesaja zegt koning Achaz dat hun plan niet zal bestaan, en roept hem op te geloven.

Jesaja 7:1-9

9

Damascus valt

Op verzoek van Achaz neemt de koning van Assyrië Damascus in, voert de inwoners weg naar Kir en doodt Rezin. Het Aramese koninkrijk komt ten einde.

2 Koningen 16:9

10

Het gerucht van Jezus in Syrië

Het gerucht van Jezus gaat uit in geheel Syrië. Men brengt zieken en bezetenen tot Hem, en Hij geneest hen.

Mattheüs 4:24

Theologische betekenis

De belijdenis "Mijn vader was een bedorven Syrier" (Deuteronomium 26:5) hield Israël klein. Bij het brengen van de eerstelingen moest de Israëliet zeggen dat zijn voorvader een zwervende, bijna omgekomen Arameeër was, die alleen door Gods genade tot een groot volk werd. Uitleggers denken daarbij aan Jakob in het huis van Laban, of aan de aartsvaders samen. Het volk had zijn bestaan niet aan zichzelf te danken. De oorlogen met Syrië laten zien dat de HEERE geen plaatselijke god is. De Syriërs dachten aan een God der bergen, maar Hij toonde Zich ook Heere over de laagten (1 Koningen 20:28). Toen Elisa’s knecht het Syrische leger zag, hoorde hij: "Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn" (2 Koningen 6:16). Gereformeerde uitleggers lezen hierin troost voor de kerk die zich door overmacht omringd weet. Tegelijk is Syrië het land waaruit een heiden tot geloof kwam. Naäman beleed: "Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israel" (2 Koningen 5:15). Jezus noemt hem in Lukas 4:27 als teken dat Gods genade vrij is en niet aan afkomst gebonden. Dat de discipelen in Syrië voor het eerst christenen werden genoemd, past in die lijn: het land van Israëls vijanden werd een uitvalsbasis van het Evangelie.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Syrië in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Syrië

Waar lag Syrië in de Bijbel?

Het bijbelse Syrië, in het Hebreeuws Aram, lag ten noorden en noordoosten van Israël. Het omvatte meerdere Aramese koninkrijken: Gesur en Maacha bij de Golan, Damascus, Zoba en verder noordelijk Hamath, en aan de Eufraat Aram-Naharaïm met Haran. In de Romeinse tijd was Syrië een provincie met Antiochië als hoofdstad. Het gebied valt grotendeels samen met het huidige Syrië en delen van Libanon en het zuiden van Turkije.

Wie waren de Arameeërs, en is Aram hetzelfde als Syrië?

Ja. Aram is de Hebreeuwse naam van het land en volk van de Arameeërs. De Griekse vertaling gaf die naam weer met Syria, en de Statenvertaling volgt dat meestal: daar staat Syrie en Syriers, en Aram alleen op enkele plaatsen. Waar de Statenvertaling Mesopotamië schrijft, staat in het Hebreeuws vaak Aram-Naharaïm, Aram van de twee rivieren. De Arameeërs zijn dus de Syriërs uit de Bijbel.

Wat betekent de naam Aram?

De betekenis van de naam Aram is onzeker; verklaringen als hoogland zijn gissingen. In de Bijbel is Aram eerst een persoonsnaam: in Genesis 10:22 is Aram een zoon van Sem, naar wie de Arameeërs heten. Genesis 22:21 noemt nog een Aram, een kleinzoon van Nahor, de broer van Abraham. Daarnaast is Aram de naam van het land en het volk, dat de Statenvertaling meestal Syrië noemt.

Waar staat Syrië in de Bijbel?

Syrië of Aram komt voor in Genesis 24 tot 31 (Rebekka, Jakob en Laban), Deuteronomium 26:5, Richteren 3 (Othniël), 2 Samuël 8 en 10 (David), 1 Koningen 11, 15, 20 en 22, 2 Koningen 5 tot 8, 13 en 16 (Elisa, Naäman, Hazaël, Rezin), Jesaja 7 en 17 en Amos 1 en 9. In het Nieuwe Testament staat Syrië onder meer in Mattheüs 4:24, Lukas 2:2, Handelingen 15:23 en Galaten 1:21.

Wat betekent "Mijn vader was een bedorven Syrier"?

Met deze woorden uit Deuteronomium 26:5 moest de Israëliet bij het brengen van de eerstelingen zijn afkomst belijden. Bedorven betekent hier zwervend, bijna omgekomen. De meeste uitleggers denken aan Jakob, die in Paddan-Aram bij Laban woonde en met weinig volk naar Egypte trok. De belijdenis gaat verder: daar werd hij tot een groot, machtig en menigvuldig volk. Alles wat Israël had, was dus Gods gave.

Welke taal spraken de Syriërs?

De Syriërs spraken Aramees, dat de Statenvertaling het Syrisch noemt. In 2 Koningen 18:26 vragen de dienaren van Hiskia de Assyrische afgezant in het Syrisch te spreken en niet in het Joods. Het Aramees werd later de bestuurstaal van het Perzische rijk. Delen van Ezra en Daniël zijn in het Aramees geschreven (Ezra 4:7, Daniël 2:4), en ook Jezus sprak Aramees, zoals woorden als Talitha kumi laten horen (Markus 5:41).

Welke koningen van Syrië noemt de Bijbel?

De Bijbel noemt onder meer Cuschan Rischataim (Richteren 3:8), Hadad-ezer van Zoba (2 Samuël 8:3), Rezon in Damascus (1 Koningen 11:23-24), meerdere koningen met de naam Ben-Hadad, in de Statenvertaling Benhadad (1 Koningen 15:18, 20:1; 2 Koningen 13:24), Hazaël (2 Koningen 8:15) en Rezin, de laatste koning van Damascus (2 Koningen 16:5-9). Assyrische inscripties noemen ook een latere Hadad-ezer van Damascus, in de tijd van Achab, en Hazaël.

Wat is het verschil tussen Syrië en Damascus?

Damascus is een stad, Syrië of Aram het land. Vanaf de tijd van Salomo was Damascus de hoofdstad van het machtigste Aramese koninkrijk, daarom spreekt Jesaja 7:8 van Damascus (in de Statenvertaling Damaskus) als het hoofd van Syrië. Daarnaast waren er andere Aramese gebieden, zoals Zoba, Hamath en Aram-Naharaïm. Over de stad zelf, met de bekering van Paulus, gaat de pagina over Damascus; deze pagina gaat over het land.

Wat is Paddan-Aram?

Paddan-Aram is het gebied in het noorden van Mesopotamië waar de familie van Abraham woonde, rond de stad Haran. Daar woonden Bethuel en Laban, die de Statenvertaling Syriërs noemt (Genesis 25:20), en daar zocht Jakob zijn vrouwen (Genesis 28:5). Hosea 12:13 noemt het het veld van Syrië. Paddan-Aram is geen aparte stad, maar een streek binnen Aram; meer daarover staat bij Haran.

Was Syrië in het Nieuwe Testament een Romeinse provincie?

Ja. Syrië was een Romeinse provincie met Antiochië als hoofdstad, bestuurd door een stadhouder. Lukas 2:2 noemt Cyrenius, de stadhouder over Syrië, bij de beschrijving rond de geboorte van Jezus. Het gerucht van Jezus ging uit in geheel Syrië (Mattheüs 4:24). Paulus werkte in de gewesten van Syrië en Cilicië (Galaten 1:21), en de brief uit Jeruzalem in Handelingen 15:23 is gericht aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië.

Is het bijbelse Syrië hetzelfde als het huidige Syrië?

Niet helemaal. Het huidige Syrië ligt grotendeels op het grondgebied van de oude Aramese koninkrijken en draagt de naam die Grieken en Romeinen aan het gebied gaven. Maar het bijbelse Aram reikte ook tot in het huidige Libanon, het zuiden van Turkije rond Haran en mogelijk randgebieden in het noorden van Irak, en de Romeinse provincie Syrië had weer andere grenzen dan de moderne staat.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Syrië

Bijbelhoofdstukken die zich in Syrië afspelen

Leer meer over Syrië met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Syrië? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder