Gods Trouw aan de Getrouwen (verzen 1-6)
Het hoofdstuk opent met een wonderbaarlijk verhaal van Gods voorzienigheid. De Sunamitische vrouw, die eerder door Elisa's gebeden een zoon had gekregen, keert terug uit het land der Filistijnen. Ze was op aanraden van Elisa weggetrokken vanwege een zeven jaar durende hongersnood.
Wat opvalt is de perfecte timing van God. Precies op het moment dat de vrouw bij de koning komt om haar land terug te vragen, vertelt Gehazi aan koning Joram over de wonderen van Elisa - inclusief het verhaal van deze vrouw en haar zoon die van de dood werd opgewekt. Deze 'goddelijke toevalligheid' toont hoe God zorgt voor degenen die Hem vertrouwen.
Elisa's Profetie over Hazael (verzen 7-15)
Elisa reist naar Damascus waar Ben-Hadad, koning van Aram, ziek is. Hazael wordt gestuurd om de profeet te consulteren over des konings herstel. Elisa's antwoord is complex: de koning zou kunnen genezen van zijn ziekte, maar hij zal sterben.
De profeet openbaart aan Hazael dat hij koning over Aram zal worden, maar ook voorspelt hij het leed dat Hazael over Israël zal brengen. De beschrijving van de gruwelijkheden is hartverscheurend: versterkte steden zal hij verbranden, jongemannen met het zwaard doden, kleine kinderen te pletter slaan, en zwangere vrouwen openrijten.