Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1400 v.Chr.

Zippora in de Bijbel

Tsippora (צִפֹּרָה, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk vogel of vogeltje”

Wie was Zippora?

Zippora was de vrouw van Mozes, een dochter van de priester Jethro in Midian. Zij werd de moeder van Gersom en Eliëzer. Bekend is haar ingrijpen op de weg naar Egypte: in een herberg besneed zij haar zoon met een stenen mes, waarna de HEERE van hem afliet (Exodus 4:24-26).

Zippora komt in de Bijbel voor in Exodus 2, Exodus 4 en Exodus 18. Zij was een van de zeven dochters van de priester in Midian, die in Exodus 2:18 Rehuel heet en verderop Jethro (Exodus 3:1, Exodus 18:1). Toen Mozes na de doodslag op een Egyptenaar naar Midian vluchtte, ontmoette hij haar bij een waterput. Herders dreven de zusters weg, en Mozes "stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden" (Exodus 2:17). Hun vader nodigde hem uit, en "hij gaf Mozes zijn dochter Zippora" (Exodus 2:21). Zij baarde een zoon, Gersom, en later een tweede zoon, Eliëzer (Exodus 18:3-4). Haar bekendste optreden is ook het moeilijkste. Op de terugweg naar Egypte, in een herberg, kwam de HEERE hem tegen "en zocht hem te doden" (Exodus 4:24). Wie met "hem" bedoeld is, Mozes of zijn zoon, zegt de tekst niet met zoveel woorden. Zippora nam een stenen mes, besneed haar zoon en sprak tweemaal het woord bloedbruidegom. Daarop liet de HEERE van hem af. De drie verzen roepen meer vragen op dan zij beantwoorden; verderop zetten wij de gangbare uitleggingen naast elkaar, zonder te doen alsof er één zekere uitleg is. Daarna verdwijnt Zippora een tijd uit beeld. Pas in Exodus 18:2 blijkt dat Mozes haar had teruggezonden. Na de uittocht bracht Jethro haar met haar zonen bij Mozes in de woestijn, "aan den berg Gods" (Exodus 18:5). Daarna noemt de Bijbel haar naam niet meer. Of zij de Cuschietische vrouw is over wie Mirjam en Aaron tegen Mozes spraken (Numeri 12:1), is onzeker. De Statenvertaling schrijft haar naam als Zippora. In het Engels is dat Zipporah, en in sommige nieuwere Nederlandse uitgaven Sippora. Zippora is niet te verwarren met Sifra, een van de twee Hebreeuwse vroedvrouwen uit Exodus 1:15; over haar gaat de pagina Sifra en Pua.

Historische context

De geschiedenis van Zippora speelt in de tijd vóór en rond de uittocht. Wie de vroege datering volgt, komt rond 1400 voor Christus uit; wie de late volgt, in de dertiende eeuw voor Christus. Volgens Handelingen 7:23-30 was Mozes veertig jaar toen hij uit Egypte vertrok en verbleef hij veertig jaar in Midian; Handelingen 7:29 noemt ook de twee zonen die hij daar kreeg. Het huwelijk met Zippora valt in die periode. Hoe oud zij zelf was, zegt de Bijbel niet. Midian was geen vaste staat maar een volk van herders en handelaars, verwant aan Israël: Midian was een zoon van Abraham en Ketura (Genesis 25:1-2). Hun gebied lag waarschijnlijk ten oosten van de Golf van Akaba, maar Midianitische groepen trokken ook rond in de Sinaï, waar Mozes de kudde van zijn schoonvader hoedde tot aan Horeb (Exodus 3:1). Zippora was dus een vreemdelinge voor Israël, al stamde haar volk net als Israël van Abraham af. Haar vader was priester; van welke godsdienst, zegt Exodus 2 niet. In Exodus 18:10-11 looft hij de HEERE. De ontmoeting bij de put volgt een patroon dat ook in Genesis voorkomt. De knecht van Abraham vond Rebekka bij een waterput (Genesis 24:15-20), en Jakob ontmoette Rachel bij een put en drenkte de schapen van haar vader (Genesis 29:9-10). Telkens volgen een uitnodiging en een huwelijk. Bij Mozes gaat het net zo: hij werd opgenomen in het huis van Rehuel en bleef er wonen. Voor het voorval in Exodus 4 is de besnijdenis van belang. God had haar aan Abraham gegeven als teken van het verbond, met de bepaling dat een onbesneden man "uit haar volken uitgeroeid" zou worden, omdat hij het verbond gebroken had (Genesis 17:14). Elders in de Bijbel besnijdt de vader zijn zoon, zoals Abraham bij Izak (Genesis 21:4); dat hier een moeder het mes neemt, is ongewoon. Een stenen mes was het gebruikelijke werktuig: ook Jozua besneed later het volk met stenen messen (Jozua 5:2-3). Waarom Mozes het zelf niet deed, vertelt de tekst niet. De zonen van Zippora, Gersom en Eliëzer, werden later gerekend onder de stam Levi, maar niet tot de priesters; dat waren Aaron en zijn zonen (1 Kronieken 23:13-15). Een Jonathan, "de zoon van Gersom", werd volgens Richteren 18:30 priester bij het gesneden beeld van de Daniëten. De Statenvertaling leest daar "den zoon van Manasse"; in de Hebreeuwse tekst hangt één letter boven de regel, en veel uitleggers lezen er de naam Mozes in. Dan gaat het om een nakomeling van Mozes, mogelijk een kleinzoon.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Doortastend in nood: zij neemt zelf een stenen mes en besnijdt haar zoon (Exodus 4:25)
  • Trekt met Mozes mee naar Egypte en verlaat daarmee haar land en familie (Exodus 4:20)
  • Wordt na een tijd van scheiding door Jethro met haar zonen bij Mozes gebracht (Exodus 18:5-6)

−Zwakke kanten

  • In haar gezin was de besnijdenis van een zoon uitgesteld; de tekst legt dat bij het huis van Mozes, niet bij haar alleen (Exodus 4:24-25)

Theologische betekenis

Exodus 4:24-26 staat direct na de boodschap die Mozes aan Farao moet overbrengen: Israël is Gods eerstgeboren zoon, en als Farao hem niet laat gaan, zal God de eerstgeborene van Farao doden (Exodus 4:22-23). Daarop volgt een voorval waarin het leven in het eigen huis van Mozes op het spel staat, en waarin bloed de dreiging afwendt. Veel uitleggers zien in die samenhang de sleutel: wie Gods volk namens Hem moet opeisen, kan zelf niet buiten het verbond leven. Over de bijzonderheden lopen de uitleggingen uiteen. De meeste uitleggers, ook in de gereformeerde traditie, lezen dat de HEERE Mozes zocht te doden omdat hij zijn zoon niet besneden had, en dat Zippora die nalatigheid herstelde. Anderen menen dat de zoon zelf in gevaar was, omdat Genesis 17:14 de onbesnedene met uitroeiing bedreigt. Ook het woord bloedbruidegom wordt verschillend verstaan. Sommigen horen er een verwijt in: het huwelijk met Mozes kost haar bloed. Calvijn en andere oudere gereformeerde uitleggers lezen haar woorden en het werpen van de voorhuid als uiting van wrevel tegenover Mozes. Anderen lezen het als erkenning: door het bloed van de besnijdenis krijgt zij haar man als het ware terug. Een latere joodse uitleg verbindt het woord met het besneden kind. Wiens voeten in vers 25 bedoeld worden, die van Mozes, van de zoon of van Hem die hem tegenkwam, zegt de tekst evenmin, en ook niet of het om Gersom of om Eliëzer ging. De Griekse vertaling, de Septuaginta, leest in vers 24 een engel des Heeren. Wat wel vaststaat, is dit. De HEERE neemt Zijn verbond ernstig, ook bij Zijn dienaar en ook in diens gezin. Het teken van het verbond is geen bijzaak naast de roeping, maar hoort erbij. En het is een Midianitische vrouw die het teken toepast. Veel uitleggers zien in het voorval een vooruitwijzing naar de paasnacht, waarin het bloed een teken is en de HEERE de verderver niet in de huizen toelaat (Exodus 12:13, 23). Paulus noemt de besnijdenis van Abraham "een zegel der rechtvaardigheid des geloofs" (Romeinen 4:11) en spreekt van een besnijdenis die zonder handen geschiedt, de besnijdenis van Christus (Kolossenzen 2:11). In dat licht wijst het bloed in de herberg vooruit naar een reiniging die God zelf geeft. De gereformeerde traditie trekt van daaruit een lijn naar de doop als teken van het verbond. Exodus 4 zelf trekt die lijn niet; het blijft een kort en raadselachtig verhaal.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Tsippora (צִפֹּרָה, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk vogel of vogeltje

Betekenis van de naam Zippora: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Bij de waterput in Midian

Zippora en haar zusters putten water voor de kudde van hun vader. Herders drijven hen weg, en Mozes, net gevlucht uit Egypte, komt voor hen op. Hun vader nodigt de vreemdeling uit om brood te eten.

Exodus 2:16-20

2

Huwelijk en de geboorte van Gersom

Mozes blijft bij Rehuel wonen en krijgt Zippora tot vrouw. Zij baart een zoon, die Mozes Gersom noemt, omdat hij een vreemdeling geworden was in een vreemd land.

Exodus 2:21-22

3

Met Mozes op weg naar Egypte

Na de roeping bij het braambos neemt Mozes zijn vrouw en zonen, zet hen op een ezel en keert terug naar Egypte. Zippora verlaat daarmee haar land en haar familie.

Exodus 4:20

4

De besnijdenis in de herberg

In een herberg komt de HEERE hem tegen en zoekt hem te doden. Zippora neemt een stenen mes, besnijdt haar zoon en spreekt het woord bloedbruidegom. Daarop laat de HEERE van hem af.

Exodus 4:24-26

5

Teruggezonden naar haar vader

Wanneer Jethro na de uittocht op reis gaat, blijkt Zippora met haar zonen Gersom en Eliëzer bij hem te zijn: Mozes had haar teruggezonden. Wanneer en waarom, zegt de tekst niet.

Exodus 18:2-4

6

Weer bij Mozes aan de berg Gods

Jethro brengt Zippora en haar beide zonen bij Mozes in de woestijn, waar hij gelegerd is. Mozes gaat zijn schoonvader tegemoet en ontvangt hem in de tent.

Exodus 18:5-7

7

Mogelijk de Cuschietische vrouw

Mirjam en Aaron spreken tegen Mozes vanwege de Cuschietische vrouw die hij genomen had. Sommige uitleggers denken aan Zippora, anderen aan een tweede vrouw van Mozes.

Numeri 12:1

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Zippora beter te begrijpen.

Exodus 2:16

“En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.”

Zippora is een van deze zeven dochters. Bij de put ontmoet zij Mozes.

Exodus 2:21

“En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;”

De eerste keer dat haar naam valt: de vluchteling Mozes wordt schoonzoon van de priester in Midian.

Exodus 2:22

“Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.”

De naam van haar eerste zoon draagt de ervaring van Mozes als vreemdeling in Midian.

Exodus 4:24

“En het geschiedde op den weg, in de herberg, dat de HEERE hem tegenkwam, en zocht hem te doden.”

Het begin van het raadselachtige voorval. De meeste uitleggers denken dat Mozes bedoeld is; de tekst noemt geen naam.

Exodus 4:25

“Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid haars zoons, en wierp die voor zijn voeten, en zeide: Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!”

Zippora handelt zelf. Of het woord bloedbruidegom een verwijt of een erkenning is, wordt verschillend uitgelegd.

Exodus 4:26

“En Hij liet van hem af. Toen zeide zij: Bloedbruidegom! vanwege de besnijdenis.”

De tekst verbindt het woord zelf met de besnijdenis. Daarmee is de dreiging voorbij.

Exodus 18:2

“Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),”

Pas hier blijkt dat Mozes haar had teruggezonden naar haar vader. Wanneer dat gebeurde, zegt de tekst niet.

Numeri 12:1

“Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.”

Of deze Cuschietische vrouw Zippora is of een tweede vrouw van Mozes, is onder uitleggers omstreden.

Tijdperiode

~1400 v.Chr.

Zippora leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het leven van Zippora wijst eerst naar het eigen huis. Mozes was geroepen om Israël uit Egypte te leiden, maar in zijn eigen gezin ontbrak het teken van Gods verbond. God liet dat niet passeren. Voor ons betekent dit dat dienst voor God en trouw in het gezin niet tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Wat wij thuis uitstellen, is voor Hem geen bijzaak. Op het beslissende moment handelde Zippora zelf. Zij nam een stenen mes en deed wat er moest gebeuren. Wat in het huis van Mozes was blijven liggen, deed zij in een herberg onderweg. Er zijn momenten waarop gehoorzaamheid niet om een lange overweging vraagt, maar om een daad. Zippora was een Midianitische, geen dochter van Israël, en toch staat zij midden in de geschiedenis van de uittocht. Hetzelfde geldt voor haar vader Jethro, die de HEERE loofde. God neemt mensen van buiten Zijn volk op in Zijn werk, en de Schrift verzwijgt dat niet. Over Zippora weten wij weinig: een ontmoeting bij een put, een nacht in een herberg, een terugkeer in de woestijn. Daarna verdwijnt zij uit beeld. Veel levens verlopen zo, in de schaduw van een ander. Dat zij weinig beschreven worden, maakt hen voor God niet minder belangrijk. Wij hoeven niet alles van haar te begrijpen om te zien dat God ook haar een plaats gaf in Zijn plan.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Zippora

Wie was Zippora in de Bijbel?
Zippora was de vrouw van Mozes. Zij was een van de zeven dochters van de priester in Midian, die Rehuel en Jethro genoemd wordt. Mozes ontmoette haar bij een waterput toen hij uit Egypte gevlucht was, en zij werd de moeder van Gersom en Eliëzer. Bekend is het voorval in de herberg, waar zij haar zoon met een stenen mes besneed (Exodus 4:24-26).
Wat betekent de naam Zippora?
De Hebreeuwse naam Tsippora hangt samen met het woord voor vogel en wordt meestal uitgelegd als vogel of vogeltje. De Bijbel zelf geeft geen verklaring van haar naam. De mannelijke vorm Zippor komt ook voor: zo heette de vader van Balak, de koning van Moab (Numeri 22:2). Die Zippor heeft met Zippora verder niets te maken.
Waar staat Zippora in de Bijbel?
Haar naam staat in Exodus 2:21, Exodus 4:25 en Exodus 18:2. Exodus 2:16-22 vertelt hoe Mozes haar bij de put ontmoette en met haar trouwde, Exodus 4:20-26 de reis naar Egypte en het voorval in de herberg, en Exodus 18:1-7 haar terugkeer bij Mozes in de woestijn. Numeri 12:1 noemt een Cuschietische vrouw van Mozes; of dat Zippora is, is onzeker.
Is Sippora dezelfde als Zippora?
Ja. Sippora en Zippora zijn twee spellingen van dezelfde naam. De Statenvertaling schrijft Zippora, sommige nieuwere Nederlandse uitgaven schrijven Sippora, en in het Engels is het Zipporah. Het gaat steeds om de Midianitische vrouw van Mozes uit Exodus 2, 4 en 18. Zij is wel een andere vrouw dan Sifra, de Hebreeuwse vroedvrouw uit Exodus 1:15.
Wat betekent bloedbruidegom in Exodus 4?
Na de besnijdenis van haar zoon zei Zippora: "Voorwaar, gij zijt mij een bloedbruidegom!" (Exodus 4:25). Vers 26 voegt toe dat zij dat zei "vanwege de besnijdenis". Wat zij precies bedoelde, is niet zeker. Sommige uitleggers horen er een verwijt in, alsof het huwelijk met Mozes haar bloed kost; Calvijn en andere oudere gereformeerde uitleggers zien er wrevel tegenover Mozes in. Anderen lezen het als erkenning dat zij haar man door het bloed van de besnijdenis terugkreeg. Een latere joodse uitleg betrekt het woord op het besneden kind.
Waarom wilde God Mozes doden in Exodus 4:24?
De tekst geeft geen reden met zoveel woorden, maar het verband wijst naar de besnijdenis: zodra Zippora haar zoon besneden heeft, laat de HEERE af. De meeste uitleggers, ook in de gereformeerde traditie, denken dat Mozes zijn zoon niet besneden had en daarmee het verbond van Genesis 17:14 veronachtzaamde. Anderen menen dat niet Mozes maar de zoon in gevaar was. Zeker is dat de man die Israël moest leiden, het teken van Gods verbond niet in zijn eigen huis kon nalaten.
Wie waren de kinderen van Zippora?
Zippora had twee zonen met Mozes: Gersom en Eliëzer. Bij de naam Gersom zei Mozes: "Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land" (Exodus 2:22). Bij Eliëzer zei hij dat de God zijns vaders zijn hulp was geweest (Exodus 18:4). Beide zonen werden later onder de stam Levi gerekend, niet onder de priesters (1 Kronieken 23:14-15).
Waarom stuurde Mozes Zippora terug?
Dat vertelt de Bijbel niet. Exodus 18:2 zegt alleen dat Jethro Zippora nam, "nadat hij haar wedergezonden had", en haar met haar zonen naar Mozes in de woestijn bracht. Veel uitleggers denken dat Mozes haar na het voorval in de herberg terugstuurde, om zijn gezin niet bloot te stellen aan de spanningen in Egypte. Dat is een redelijke gedachte, maar de tekst noemt geen moment en geen reden.
Was Zippora de Cuschietische vrouw uit Numeri 12?
Dat is onzeker. Numeri 12:1 zegt dat Mirjam en Aaron tegen Mozes spraken "ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had". Sommige uitleggers denken aan Zippora, omdat Habakuk 3:7 Kusan en Midian naast elkaar noemt. Anderen menen dat Zippora toen overleden was en dat Mozes een tweede vrouw uit Cusch, het land ten zuiden van Egypte, genomen had. De Bijbel maakt dat niet duidelijk.
Wie was de vader van Zippora?
Haar vader was de priester in Midian. In Exodus 2:18 heet hij Rehuel, in Exodus 3:1 en Exodus 18 Jethro. Veel uitleggers denken dat dezelfde man twee namen droeg. Numeri 10:29 noemt ook Hobab, "den zoon van Rehuel", daarom menen sommigen dat Rehuel een voorvader of stamhoofd was. Jethro nam Mozes op, gaf hem Zippora tot vrouw en bracht haar later met haar zonen naar Mozes in de woestijn (Exodus 18:5-6).
Was Zippora een Israëlitische?
Nee. Zippora was een Midianitische. De Midianieten stamden wel van Abraham af, via zijn zoon Midian, die Ketura hem baarde (Genesis 25:1-2), maar zij hoorden niet bij Israël. Dat de vrouw van Mozes uit een ander volk kwam, valt op in het boek Exodus. Het is ook juist deze Midianitische vrouw die in Exodus 4:25 het verbondsteken toepast.
Wat kunnen wij leren van Zippora?
Dat trouw aan God in het eigen huis begint: Mozes had een grote roeping, maar het teken van het verbond ontbrak nog bij zijn zoon. Dat er momenten zijn waarop gehoorzaamheid om een daad vraagt, zoals Zippora zelf een stenen mes nam. En dat God ook mensen van buiten Zijn volk een plaats geeft in Zijn werk, zelfs als de Bijbel weinig over hen vertelt.

Stel een vraag over Zippora

Wilt u meer weten over Zippora? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Zippora

Bijbelverhalen rond Zippora

Verdiep u verder